Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een bezoek aan Schotland (III)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een bezoek aan Schotland (III)

7 minuten leestijd

Afgezien van de vertegenwoordigingen op de verschillende synoden, was het voor mij toch niet de eerste keer, dat ik met de Free Church of Scotland kennis maakte. Een aantal jaren geleden waren wij met ons gezin in Schotland met vakantie. Eén zondag kerkten we in de „Church of Scotland", de officiële kerk dus, omdat er geen Free Church in de buurt was. Achteraf werd ik gewaar, dat het in het plaatsje was, waar weleer de onder ons nog bekende Thomas Boston predikant geweest is (Ettrick), maar van de geest waarin Boston gewerkt heeft, was weinig over. De andere twee zondagen vonden we de Free Church, en aan die twee zondagen kon ik herinneren, toen ik op de woensdagavond aan de beurt was om officieel namens onze kerken iets tegen de General Assembly te zeggen.
De eerste zondag in de Free Church was in de grote kerk van Inverness, waar het ons toen al opviel dat ze lang niet meer vol kwam. De tweede zondag was in het kleine kerkje van Ayr. In Inverness hoorden we een predikant, die een uitstekende en doorwrochte Schriftverklaring gaf. Ik dacht toen: dat zou vroeger in onze kringen een „voorwerpelijke preek" genoemd zijn. In Ayr was het geen predikant, die voorging en onze kinderen zeiden: „Het is preeklezen!", maar dat was niet zo: de voorganger was een lerend ouderling uit Glasgow. Hij gaf, wat ook bij ons van iemand die „een stichtelijk woord" mag spreken wel gehoord wordt: geen afgewogen Schriftverklaring, maar een diep en geestelijk woord, vol van de onverdiende genade van God voor een zondig volk, tot in de zinswendingen en in de woordkeuze bij de gebeden toe overeenkomend met wat onder ons wel gehoord wordt.
Het trof mij toen al, dat er blijkbaar in de Free Church die twee aspecten voorkwamen en voorkomen, die we ook in Nederland kennen: een meer objectieve benadering, heilshistorisch en dicht bij de Schrift blijvend, en een meer subjectieve, meer exemplarisch en het hart van de mens zoekend. Het is hier niet de gelegenheid om dat uit te werken, of te bestrijden, maar het trof mij alleen.
Daar bij aanknopend heb ik toen ik de vergadering gezegd, dat deze twee aspecten nooit vergeten mogen worden: de eeuwige autoriteit van Gods Woord hooghouden, èn de noodzakelijkheid van het getuigenis van de Heilige Geest. In Nederland moeten we naar twee kanten opletten: we moeten op onze hoede zijn tegen rationalisme èn tegen spiritualisme. In onze gemeenschappelijke kerkgeschiedenis hebben we al geleerd, dat het Calvijn reeds was, die twee gevaren onder ogen moest zien: het rationalisme, het redeneren van het schoolse onderwijs van de Rooms Katholieke Kerk, èn het overgeestelijke van de Wederdopers.
Vele gevaren en ketterijen keren in de kerkgeschiedenis terug. In sommige Nederlandse kerken, waar eerder het gezag van de Schrift werd gehandhaafd, zien we nu komen, dat men de menselijke factor zo sterk benadrukt, dat een nieuw subjectivisme over die kerken gevallen is. Hoe meer menswetenschappen toenemen, des te meer lopen we het gevaar, dat mensen daarop hun vertrouwen gaan stellen. Het was dezelfde invloed, die ook de afgevaardigden van de Free Church hadden bespeurd op de G.O.S. in Nîmes in 1980 en die daarna voor hen reden waren om zich uit de Gereformeerde Oecumenische Synode terug te trekken.
In onze Christelijke Gereformeerde Kerken, zo zei ik verder, verwerpen we het zogenaamde relationele waarheidsbegrip, en we trachten om het rechte pad te vinden tussen objectivisme en subjectivisme in. Maar diegenen, die het nieuwe subjectivisme bestrijden, moeten ervoor oppassen dat ze geen onbarmhartige ketterjagers worden, die overal afvalligheid bespeuren waar ze maar rondzien. Wij proberen ernstig, niet te zeggen: zie eens hoe orthodox en trouw onze kerk is, al wensen we orthodox en trouw te zijn.
Onze kerken hebben zich niet, of nog niet, uit de G.O.S. teruggetrokken. Als kerken van gereformeerde belijdenis moeten we elkaar troosten en vermanen in een wereld die helemaal het spoor bijster is. Wel realiseren we ons, dat het bestaan van een lichaam als de G.O.S. niet absoluut nodig is om gemeenschap met elkaar te oefenen. Ook stemmen we toe, dat het gebruik van het woord „Gereformeerd" op zichzélf nog geen garantie is, dat we de gereformeerde belijdenis hoog houden. Het moet duidelijk worden, wat Gereformeerd is, en wat het niet is. We hopen in 1984, zo God wil, met wijsheid en voorzichtigheid te werk te gaan.
Wij moeten allen onze uiterste best doen om zulk een echt geestelijke eenheid te handhaven, naar binnen en buiten, dat we niet alleen stevig staan op de vaste basis van Schrift en Belijdenis, maar dat we tegelijkertijd niet bang zijn om de actuele situatie van onze moeilijke tijd onder ogen te zien. Wij moeten waakzaam en biddend zijn, opdat we de geestelijke kracht mogen hebben, zoals de apostel Petrus ons in zijn eerste brief leert, om bereid te zijn om naar de wil van God te lijden, recht te doen en onze zielen aan de getrouwe Schepper over te geven.
We zijn ervan overtuigd, dat de situatie waarin wij leven, meer en meer gaat lijken op die, welke Petrus in die brief beschrijft: de echte Christenen als een kleine minderheid in een verwereldlijkte samenleving. Mogen we elkaar bemoedigen als ware gemeenten van onze Here en Zaligmaker, die zulk een grote erfenis aan zijn volk geschonken heeft.
Uit het bovenstaande kunt u al bemerken, dat we hier te maken hebben met een kerkgemeenschap, die veel op de onze lijkt. Ook in dezelfde tijd een afscheiding (wij in 1834, zij in 1843) wel om iets andere redenen, maar met op de achtergrond dezelfde ontwikkelingen: de vraag, of alleen Gods Woord het te zeggen zal hebben in de kerk, of dat menselijke meningen en moderne ontwikkelingen evenveel in te brengen hebben als het oude Woord. Maar verder ook een kerk, die aan het eind van de vorige week (eeuw) plotseling veel kleiner werd (wij in 1892, zij in 1900), als gevolg van een afgewezen vereniging (wij met de Nederduits Gereformeerde Kerken uit de Doleantie, zij met de United Presbyterian Church). Alleen is de uit die vereniging toen voortgekomen United Free Church al lang weer met de Church of Scotland herenigd, terwijl in Nederland de hier uit de Vereniging van 1892 voortgekomen Gereformeerde Kerken eerst nu met de Hervormde Kerk samen op weg zijn.
Waarin we ook op elkaar lijken? In het zendingswerk. Al heb ik de indruk, dat bij hen de drang tot zending en evangelisatie sterker leeft dan bij ons. Ik kan me vergissen. De Free Church heeft zendingswerk in India, in Zuid- Afrika (met incidenteel contact met onze zendingswerkers daar) en in Peru. In Peru werkt men nauw samen met de Geref. Zendingsbond in de Hervormde Kerk. Sterk leefde men er mee, toen ds. B.A. van Donkersgoed, uit de Geref. Bond afkomstig, enige tijd geleden in Peru plotseling overleed.
Een jonge zendeling was uit Peru met verlof en kreeg gelegenheid om de General Assembly toe te spreken. Zijn vader zat als ouderling in de synode. Hij was eerst zo ontroerd, dat hij door de vergadering ontvangen werd, dat hij geen woord kon uitbrengen. Later, toen hij op gang kwam, zette hij in een steeds gloedvoller betoog uiteen, dat hij er een kerk had aangetroffen, een Schotse kerk in Peru, maar een manier van kerk zijn waarmee in het Peruaanse volk niets te beginnen was. Er kon alleen maar gewerkt worden, als het een Peruaanse kerk mocht worden. Daar werd nu keihard aan gewerkt. Misschien mocht dat wel helemaal niet en dan moest de vergadering hem maar ogenblikkelijk schorsen. Maar u begrijpt, dat dat niet gebeurde. Hij kreeg langdurig applaus.
Men geeft veel liefde en geld aan het zendingswerk, zoals men ook (dat betoogde ik eerder) zich sterk verantwoordelijk voelt voor de samenleving in Schotland.

Hoogeveen, K. Boersma

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 juli 1983

De Wekker | 8 Pagina's

Een bezoek aan Schotland (III)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 juli 1983

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken