Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De grenzen van de burgerlijke gehoorzaamheid (III)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De grenzen van de burgerlijke gehoorzaamheid (III)

7 minuten leestijd

Als het werkelijk bij de grens van de burgerlijke gehoorzaamheid gaat om een conflict tussen hetgeen de dienares Gods, de overheid, van ons vraagt en hetgeen de Heere rechtstreeks van ons vraagt, dan moet hierbij wel grote zorgvuldigheid worden betracht. Om de goede keuze te doen, zijn verschillende zaken nodig.
Allereerst: duidelijkheid! Het respect, dat we de overheid toedragen op grond van Gods Woord, is geen kleine zaak. Het belieft God ons door hen te regeren. Bij alle vragen omtrent de bekwaamheid, goede bedoelingen en consequente trouw van de overheidspersonen, ja bij alle kritiek die we op de principes van de regerende partijen hebben, blijft deze belijdenis overeind. Waarom de Here die bepaalde overheid ons geeft, kan een donker probleem zijn. Dat geldt b.v. van onze ouders precies zo. Maar ze zijn onze ouders, en het is onze overheid, en de Heere eist van ons dat we hen op die plaats zullen laten staan (het „eren" van het 5e gebod heeft dit tot inhoud: hen als zodanig erkennen en aanvaarden).
Er moeten dan ook gegronde redenen zijn om op een gegeven moment tot hen te zeggen: wat u van mij vraagt, kan en mag ik niet doen. We moeten dan niet vagelijk, maar heel precies weten waarom we weigeren. We moeten er verantwoording van kunnen doen.
Daarom is ten tweede nodig: kennis van zaken. We moeten weten waartegen we protesteren met onze weigering; hoe de kwesties precies in elkaar zitten, welke gronden ervoor zijn en welke gevolgen er uit kunnen komen. Er moet gestudeerd zijn, en niet op het gevoel af gehandeld. Daarmee noem ik een belangrijk punt. Want niet ieder is in de gelegenheid om tot deze grondige kennis te komen. In het vorige artikel noemde ik dit reeds een zwak punt van de democratie. Wie kan in de economie oorzaken en gevolgen overzien? Wie kan de problemen van de kernbewapening op de juiste waarde schatten? Propaganda en opzettelijke misleiding hebben hier hun kansen. Maar we moeten er doorheen leren zien. Over vele zaken zullen we dan misschien liever onze mond houden, althans voorlopig. Met simplisme vooral is men spoedig misleid. Hier zit ook het gevaar van massa-demonstraties: men wordt zo spoedig meegenomen met de slogans, met name van ultra-groepen. De verzoeking zit er zelfs in om met erkenning van eigen onkunde het denken maar te staken. „Ze" zullen het wel weten, wordt dan gezegd. „Ze": dat zijn de vakbondsbesturen, de partijleiders, de hoge ambtenaren, de „meesten", of ook . . . de goede kanselredenaars in de kerken. Wegkruipen achter elkaar! Maar op deze wijze verloochenen we toch onze verantwoordelijkheid tegenover de Heere. Toch kan ieder niet over alles een bezonken oordeel hebben. Het gaat er om dat deze onwetendheid niet een schuldige onwetendheid is; dus één die er niet behoefde te zijn, gezien onze eigen intellectuele kracht. We mogen best erkennen dat we aan de grens van ons kennen zijn. Ook daarin geldt het gebed aan het slot van psalm 139!
Ten derde behoeven we anderen die met ons meedenken. Hierbij denk ik ook aan de kerk. Men kan van de kerk teveel verwachten, n.l. uitgewerkte politieke standpunten. Dat is de kerk overvragen. Maar, zoals ik reeds in het vorige artikel betoogde, ons geweten moet worden gevormd. En daarin heeft de kerk een taak. De kerk moet profeteren. Dat is iets anders dan voorzeggen (voorspellen), maar ook iets anders dan vóórzeggen (dat wij maar hebben na te zeggen). Het is wèl: leren denken naar bijbelse lijnen. In Romeinen 12:2 noemt Paulus dit: „onderkennen wat de wil van God is". We lezen dat niet zomaar uit de Bijbel af, of zwaaien met Bijbelteksten. Met biblicisme kun je de bijbelse waarheid verkrachten. We behoeven het de kerk niet te gemakkelijk te maken door haar in onze problemen niet te betrekken. Het gebed van psalm 139: „Zie of bij mij een heilloze weg is", mag ook tot de broeders en zusters worden gericht. Met welke gedachten wordt ons geweten gevuld?
Dat is bijzonder nodig als we er op letten hoevelen in onze wereld klaar staan om aan die gewetensvorming mee te doen. Elke politieke richting heeft haar eigen propaganda. Ook de overheid doet hieraan mee, door voorlichting te geven. De kerk moet ons helpen te leren onderscheiden op bijbelse wijze. Een kerk, die zich goedkoop van onze vragen af maakt, is waardeloos en ontrouw. Vooral de voorgeschiedenis van de laatste wereldoorlog laat ons dit zien. Wie zich verdiept in de houding die de kerk in Duitsland toen heeft aangenomen tegenover het opkomend nazi-heidendom, wordt gewaarschuwd.
Ik meen dat het niet overbodig is hierop vandaag te wijzen. We komen het nogal eens tegen dat kritiek op Amerika b.v. wordt afgewimpeld met de verwijzing naar de zonden van Rusland. De ene demonie wordt goedgepraat met verwijzing naar de tegenovergestelde demonie. Maar ik geloof dat de weg van Gods geboden iets anders is dan een heel voorzichtig lopen op een smal paadje tussen rechts en links. Gerechtigheid is iets anders dan een evenwicht tussen twee kwaden. Vooral in de discussie over de kernbewapening kom ik dit laatste wel tegen.
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ook onze eigen kerken niet bepaald een briljant verleden hebben. In het boek van G. van Roon, Protestants Nederland en Duitsland 1933-1941, komen de Chr. Geref. Kerken er niet best af en we doen goed ons door de hierin gemaakte kritiek te laten onderrichten. Niet om het eigen nest te bevuilen, maar om ons van fouten te bekeren is het nodig op deze kritiek te letten.
Ten vierde: indien wij werkelijk tot de conclusie zijn gekomen dat we de grens van de gehoorzaamheid hebben bereikt, dan ontkomen we er niet aan hiervan te laten blijken. Als wij zelf menen dat gehoorzaamheid tot zonde is, geldt dat ook anderen. Voor stilheid en zwijgen is hier geen plaats. Anderen terugroepen van de zonde is christelijke roeping, ook tegenover de overheid. Dat kan leiden tot legale vormen van verzet, samen met anderen. Geen geniepige sabotage, geen revolutionair geweld, maar wel belijden en eventueel lijden. „Oordeelt gij zelf", zegt Petrus in Handelingen 4:19 . Het probleem wordt op het geweten van anderen gebonden.
Wat dit betreft meen ik dat er meer ruimte moet komen voor gewetensbezwaren. Ik vind het b.v. heel vreemd dat een jongeman van 19 jaar de kans krijgt om de militaire dienst op gewetensgronden te weigeren, dus te kiezen of hij wel aan „de" oorlog mag deelnemen. Maar als „de" oorlog wordt tot een bepaalde oorlog, dan is een zich onttrekken muiterij! Ik weet nog goed dat ik op 10 mei 1940 's morgens vroeg hoorde dat ons land in oorlog was. Mijn eerste vraag was: met wie? Stel u voor dat Engeland de overvaller was! Dan hadden we onder eigen regering aan de zijde van Duitsland moeten vechten. Dat was me toen beslist onmogelijk geweest.
Er was veel meer te noemen. Het bovenstaande wil aantonen dat de kwestie van de grenzen aan de burgerlijke gehoorzaamheid een brandende zaak is, waarmee vele, met name van onze jongeren, in aanraking komen. De bezinning op deze kwestie mag in de kerk niet op een laag pitje komen. Dat kan eenvoudig niet, zeker niet in een tijd van doorgaande verwereldlijking. Deze artikelen zijn bedoeld als een bijdrage aan deze bezinning.

B. van Smeden

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 augustus 1983

De Wekker | 8 Pagina's

De grenzen van de burgerlijke gehoorzaamheid (III)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 augustus 1983

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken