Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het oude is voorbijgegaan

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het oude is voorbijgegaan

10 minuten leestijd

De bijbelkenner herkent in deze woorden een deel van een bijbeltekst.
In 2 Cor. 5:17 staat: Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen.
Als dus deze woorden geen bijbelmisbruik zullen zijn, dan moet er iets van het overige van de tekst mee kunnen doorklinken.
We kunnen ook denken: het oude jaar is voorbijgegaan. Het is weer heel snel voorbijgegaan. Velen denken: wat was het een moeilijk jaar. Ik denk dat zelf ook. In dit nummer vindt u ook een artikel over „het nieuwe". Wat moet ik schrijven over het oude, over het oude jaar?
Velen uit de kring van de lezers en lezeressen van ons blad zullen nu terug moeten denken aan een verdrietige gebeurtenis in hun eigen leven; aan een ziekte; aan een lege plaats; aan een verloren werkkring; aan een verbroken verhouding. Dat we Oudejaarsavond op 31 december en Nieuwjaarsdag op 1 januari hebben, is maar iets dat in de loop van de geschiedenis zo gegroeid is. We doen mee aan een gewoonte, maar het is niet verkeerd om een ogenblik na te denken.
Op de Oudejaarsavond kijken we vaak op de klok, als we opblijven tot 24.00 uur of tot een poos daarna; we jagen naar het uur van twaalf, zoals ons hele leven een jagen is. We moeten van het oude af, en toch koesteren we het. Naarmate we ouder worden, gaan we steeds meer terugkijken en hebben we ook steeds meer om aan terug te denken; onze ervaring wordt ons dierbaar en we hebben iets om te vertellen en soms ook om naar terug te verlangen. Donkere wolken pakken zich saam, en tegelijk wensen we elkaar veel heil en zegen voor het komende jaar. Wat oud wordt, wordt hoe langer hoe ouder en wordt hoe langer hoe sneller ouder. Wie van ons het aandurft om zichzelf op dit punt te onderzoeken, moet eens eerlijk een poosje naar zijn of haar eigen gezicht in de spiegel kijken en zal het constateren.
Is oud worden een constatering of een prediking? Het ligt er maar aan hoe we dat benaderen. De psalmdichter vraagt: leer ons alzo onze dagen tellen, dat wij een wijs hart bekomen.
Dáárom wordt de ouderdom in de bijbel geëerd, omdat de wijsheid verwacht mag worden. Daarom moet men eerbied hebben voor de grijze haren. Wat zegt de Schrift van de ouderdom? Men moet de oude palen niet verzetten. Waarom niet? Het antwoord staat erbij in Spr. 23:10. Komt niet op de akker der wezen, want hun Losser is sterk; Hij zal hun rechtsgeding tegen u voeren. Er is in Israël een recht van erfenis. Elk heeft van God zijn recht gekregen. De sterke mag zich daar niet van meester maken, denk maar aan koning Achab en Naboth, die zijn erfdeel wilde bewaren.
Vraagt naar de oude paden, zegt de HERE in Jeremia 6:16. Waarom? Omdat dat de goede weg is, opdat gij die gaat en rust vindt voor uw ziel. Maar ze zeggen we willen die niet gaan. De goede weg is de weg van het verbond en het wandelen in Gods wegen. In plaats daarvan leeft men onoprecht (Jer. 5:1), ontuchtig (5:7, 8) en trouweloos (5:11). Ze komen niet op voor de armen (5:28), ze zijn erop uit zich te bevoordelen (6:13) en spreken ten onrechte over vrede en genezen zo de breuk van Gods volk op het lichtst 16:14). Oude paden zijn niet goed omdat ze oud zijn, maar wanneer (en dan omdat) ze de wegen zijn van Gods verbond en woorden. Overigens: zeg niet: hoe komt het, dat de vroegere tijden beter waren dan deze? Want niet uit wijsheid zoudt gij aldus vragen (Pred. 7:10).
Ja, daarom wordt de ouderdom in de bijbel geëerd, omdat de wijsheid verwacht mag worden. Daarom zijn er oudsten, ouderlingen, in het Israël van ouds en in de gemeente van het Nieuwe Testament.
Overigens worden we in de Schrift tot het nieuwe opgeroepen, ja uitgenodigd. Jesaja roept in hoofdstuk 43 zo graag tot opletten op, op het nieuwe dat de HERE doet. En als Paulus in 2 Cor. 5 spreekt over het nieuwe dat gekomen is en dat komt, staat hij helemaal in de lijn van het perspectief van het Oude Testament, dat verlangt naar het Nieuwe, dat heengedreven wordt naar het nieuwe van God. Ja, dan is eigenlijk de drang naar het nieuwe, het uitzicht naar Christus Zelf, naar het nieuwe van het Koninkrijk van God.
We moeten er daarom maar op letten, dat de bijbel de tegenstelling van conservatief en progressief, zoals die in onze wereld zo vaak aan de orde is, overgenomen uit de sociologie of uit de psychologie, niet kent. Heel andere krachten en uitzichten zijn hier aan de orde. We zullen elkaar er toe moeten oproepen, dat wereldlijke en wereldse termen niet in de kerk en in ons geloofsleven zo'n plaats krijgen, als ze voor zich opeisen. Want dan worden ze afgoden, d.w.z. ze gaan een eigen leven leiden en ze gaan ons beheersen.
Als Paulus schrijft: alles is nieuw geworden, dan schrijft hij dat, terwijl hij zich pijnlijk bewust is van het oude. Want vergeet niet, dat hij het heeft over het bezwaard zijn, doordat we nog in een tent wonen. Alleen, de christen weet van het nieuwe, dat met Jezus gekomen is en tot aanvankelijke overwinning is gekomen.
Het is met opzet, dat ik hier „aanvankelijk" zeg. Want ik wilde zo graag zegden, dat dit afgelopen jaar in menig opzicht iets van dat onvolkomene, ja dat aangevochtene, heeft laten zien.
Ik denk aan het moeilijke jaar in de menselijke samenleving. Het is niet mijn taak om een jaaroverzicht te schrijven. Maar er zal nauwelijks iemand zijn onder de lezers, die niet lijdt en geleden heeft onder allerlei uitzichtloosheid. Men mag politiek zo verschillend ingesteld zijn als men wil, maar zal niet ieder somber zijn over de voortgaande bewapening en de toenemende bedreiging van de wereldvrede? Ook wie nuchter vaststelt, dat de grote machten van de wereld zich niet tot dwaze dingen, die grote rampen met zich meebrengen zullen laten verleiden, zal vrezen voor fouten, vergissingen, sabotage en chantage, wat bewapening betreft. En wat de economie betreft: ook als het waar is, dat ons land met andere landen en Amerika in een licht opwaartse lijn is, dan toch moet de toenemende automatisering betekenen, dat de werkloosheid naar alle waarschijnlijkheid structureel is, d.w.z. dat ze blijvend zal zijn. Ook wanneer er in West-Europa en Amerika een redelijke bestaansmogelijkheid blijft, dan nog zucht het grootste deel van de wereld onder hongersnood en andere armoede. Ook wanneer de vrije democratieën van het westen vrij blijven, dan nog zuchten vele volken onder dictatuur en ontrechting. Ook al zal de wereldvrede bewaard blijven, dan nog zuchten Gods kinderen in concentratiekampen en psychiatrische inrichtingen. Ook al blijft Israël in het midden-oosten een vrije staat, dan nog blijft Libanon een geplaagd land.
Wij, die nog in een tent wonen, zuchten bezwaard.
Ik denk aan een moeilijk jaar in ons eigen kerkelijk leven. Het is begrijpelijk, dat rondom een generale synode de discussies oplaaien. Het kon verwacht worden, dat die synode een moeilijke zou zijn en dat is hij dan ook geweest. Ik heb zelf die synode vrijwel geheel meegemaakt. In de eerste plaats aan mijzelf stel ik de vraag: heb je je bij alles wat je zei, wilde, bad, dacht, voorstelde, laten leiden door de nieuwe mens, of had de oude mens de overhand? Ik denk geen misbruik te maken van mijn opdracht om in „De Wekker" te schrijven, wanneer ik zeg, dat de synode mij in sommige opzichten verdriet heeft gebracht. Ik denk dat ik dat hier alleen mag zeggen, wanneer ik in de eerste plaats mijzelf die vraag naar de oude of de nieuwe mens stel.
Dat is een vraag, die ieder zichzelf moet stellen, of hij of zij nu een bijzondere kerkelijke opdracht had of niet.
Wij, die nog in een tent wonen, zuchten bezwaard.
Mogen we ook zeggen: een nieuwe schepping, in Christus?
Ik denk ook aan een moeilijk jaar, door enkele concrete belevenissen wat ziekten betreft. Soms vraag ik me af, hoe ik nog zo gezond, althans voor zover ik weet, mag rondlopen, door de gemeente mag gaan, op vergaderingen mag komen, in het ziekenhuis bij anderen mag gaan zitten, bij collega's op bezoek mag komen. Want er gaan afschuwelijke ziekten onder ons rond. Ik zet het hier maar eens in het raam van „het oude". Want daar hoort het bij. Het oude van de vloek op deze aarde, sinds Genesis 3. Maar ik besef af en toe heel scherp, dat het wat anders is, wanneer je dat zegt, omdat het je zo geleerd is, dan wanneer je in de praktijk door diepten moet, waar je werkelijk geen raad mee weet. Soms, wanneer er een opeenstapeling van verdriet en onbegrepen wegen is, kan je dat heel erg aanvliegen. Hoe komt het, dat je er je geloof niet bij verliest? Of ben je bang, als er nog meer gebeukt wordt op je leven, dat de weerstand zal worden gebroken en dat je ook eens zult behoren tot diegenen, die het niet langer volhielden?
Het is geen wonder, dat er meer en meer mensen moeite hebben met de belijdenis van Gods voorzienigheid. Ik wil persoonlijk zeggen, dat ik met de Heidelbergse Catechismus en de Nederlandse Geloofsbelijdenis op dit punt geen moeite heb. Ik denk dat er aspecten aan zitten, die mij deze belijdenis helemaal doen nazeggen. Maar ik kan mij wel indenken dat er vraagtekens bestaan.
Hoe komt het, dat je je geloof niet zult verliezen? U weet wel, wat de Here Jezus tegen Petrus zei. Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet zal bezwijken. Dat zou anders ongetwijfeld gebeurd zijn.
Ieder die dit leest mag nu zijn of haar eigen verdriet en teleurstelling of moedeloosheid invullen, of erger.
Ik wil dan een hele poos stil zijn, en ook aan mijn eigen vragen denken.
Maar toch kom ik terug.
Oud, dat is nabij de verdwijning.
Oud, dat is bestemd om te verdwijnen. Oud wordt steeds sneller ouder en wordt steeds meer gekarakteriseerd voor: verouderd. Alleen maar: Ik heb voor je gebeden.
Het oude is voorbijgegaan, zei Paulus in 2 Cor. 5. Want de nieuwe schepping is er al, in Christus. Alles geconcentreerd in Hem en op Hem. Dat wil ik u vragen: concentreer u alstublieft op Jezus Christus. Vertrouw Hem door dik en dun. Tot in het absurde misschien. Maar weet, dat wat in Hem nu al waar is (het nieuwe is gekomen) ook inderdaad waar zal worden. Het heil is ons nu nader dan toen wij tot geloof gekomen zijn, zei Paulus ergens anders. De nacht is ver gevorderd, de dag is nabij.
Dit stuk is geen meditatie. Het is ook geen echt artikel. Ik wil het aan u kwijt rondom Oudejaar, ter verootmoediging en ter vertroosting.
De Here zei: Ik leef, en gij zult leven.

Hoogeveen, K. Boersma

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 december 1983

De Wekker | 12 Pagina's

Het oude is voorbijgegaan

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 december 1983

De Wekker | 12 Pagina's

PDF Bekijken