Bekijk het origineel

Levensbrood (I) Dit is . . . (IV)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Levensbrood (I) Dit is . . . (IV)

7 minuten leestijd

Dit is liet brood, dat uit de hemel nederdaalt, opdat wie daarvan eet, niet sterve. Johannes 6:50

De broodvraag is nog altijd een uiterst belangrijke vraag. Telkens weer blijkt dat dit een primaire vraag is. We kunnen heel wat lijken en we kunnen doen alsof maar als we ons brood niet kunnen verdienen of niet op andere wijze kunnen krijgen houdt alles op. Het is niet zonder reden dat de eerste bede van het Onze Vader, waarin onze noden aan de orde komen, de bede is om het dagelijkse brood.
En toch, op de lange baan gezien, is de vraag naar brood voor het hart nog belangrijker, nog diepingrijpender en nog verstrekkender.
Om brood voor het hart gaat het in de synagoge van Kapernaüm, waar een scherpe confrontatie plaats vindt tussen Jezus en de schare van Galilea, die Hem gevolgd was omdat Hij het wonder van de spijziging van vijfduizend had verricht. Hij heeft naar aanleiding van dit spijswonder en hun herinnering aan het spijswonder in de woestijn, waar manna uit de hemel viel, hun gewezen op het ware brood uit de hemel.
Vreemde taal voor dit op zien en genieten ingestelde volk. Het gemor klinkt op, inzonderheid na de woorden over de wil van de Vader met betrekking tot de Zoon (zie vorige meditaties): is de spreker niet Jezus? Kennen wij zijn ouders niet? En beweert Hij dat Hij uit de hemel is nedergedaald?
Jezus peilt het gemor van de schare. Hij doorziet de achtergrond en Hij dringt door tot de bodem van alles: de verhouding tussen Vader en Zoon. De Vader heeft de Zoon - dat is Hemzelf - aangewezen als de enige verbinding tussen Hem en zondige mensen. Er is eenvoudig geen weg buiten Jezus om - toen niet en nu niet.
We zouden kunnen zeggen: dit principe wordt verduidelijkt in en door de praktijk van het levensbrood, dat uit de hemel nederdaalt om te kunnen leven.
Opnieuw wordt dezelfde zinswending gebruikt: dit is . . .
Aandacht - er volgt een belangrijke, instructieve aanwijzing. Zo wil de korte uitdrukking worden verstaan.
Christus is het brood dat uit de hemel nederdaalt. Hij laat geen enkele twijfel bestaan over de oorsprong van Zijn persoon. Zoals in de woestijn het manna uit de hemel neerdaalde zo is Hij eeuwen later het brood, dat uit de hemel neerdaalt. Het was een wonder - elke dag de verzorging met dit hemels manna. Het kwam voor het besef van de Israëlieten rechtstreeks uit de hemel. Het was het teken van Gods zorg, ook al zal het op den duur heel gewoon zijn geworden. Maar als het aan de orde werd gesteld dan wist ieder het: het manna daalde neer uit de hemel. Hij, Jezus, de zoon van Jozef, proclameert Zichzelf als het brood, dat uit de hemel neerdaalt. Zijn oorsprong ligt ten diepste (!) in de hemel. Hij is niet uit Zichzelf gekomen. Hij is ook niet uit de aarde te verklaren. Hij is werkelijk hemels van oorsprong. Laat de schare van Galilea dat goed weten en laten ook wij na zoveel eeuwen het goed weten, nu alle nadruk valt op de mensheid van Jezus, bij voorkeur genoemd Jezus van Nazareth: Hij is neergedaald uit de hemel.
Tegelijk maakt Hij duidelijk dat ook Hij er is voor dagelijks gebruik. Het gaat er om dat van dit brood gegeten wordt. Dit brood is er niet om als een wonder bekeken, bewonderd, getaxeerd of zelfs bekritiseerd te worden opdat allen, die het besproken hebben, daarna over kunnen gaan tot de orde van de dag. Neen, dit brood wil gegeten worden. Daartoe is het gegeven en daartoe is het neergedaald.
God heeft uw vaders in de woestijn veel gegeven. Diezelfde God wil u zelfs nog meer geven dan de woestijn generatie ooit heeft gekregen. Immers, hoe wonderlijk die dagelijkse passende, zorg in de woestijn ook is geweest - uw vaders zijn tenslotte gestorven.
Het manna betekende wel liefdevolle zorg. Het was wel levensonderhoud, zeer noodzakelijk en menselijkerwijs betekende het levensverlenging. Maar hoevele jaren men ook met manna was gevoed, tenslotte zijn alle manna-eters gestorven. Het manna betekende geen doorbreking van de dood; het diende alleen tot uitstel van de dood. Maar vroeg of laat kwam toch de dood en hielp geen mannakorrel meer. Dat is met dit hemelse brood anders. Daar is het leven aan verbonden, maar juist daarom moet er zeer beslist van gegeten worden. Anders helpt het niet en geeft het niets.
Eten van het brood dat uit de hemel neerdaalt is hetzelfde als geloven. Geloven in de oorsprong, in de noodzaak, de kracht, de betekenis van dit brood.
Eten betekent hier gelovig, geestelijk verwerken de boodschap, die Christus Zelf zo duidelijk heeft gebracht: Alles wat Mij de Vader geeft zal tot Mij komen en wie tot Mij komt zal ik geenszins uitwerpen. En als keerzijde van diezelfde boodschap de andere kant: Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, die Mij gezonden heeft, hem trekke.
Zo wil Christus als het Levensbrood worden gegeten.
Wat heb je aan brood, dat niet wordt gegeten? De honger wordt niet gestild. Het brood beantwoordt niet aan het doel waartoe het is neergedaald. Het kan zijn werking niet doen.
Het heeft geen effect voor hen voor wie het bestemd is.
Dit toch is de werking van dit brood, als het gegeten wordt: niet sterven.
Alle aards brood, tot manna uit de hemel toe, kan de dood niet verhinderen. Maar dit brood is juist uit de hemel gedaald opdat de eter van dit brood niet zal sterven. Met dit sterven wordt niet bedoeld: tijdelijk sterven. Maar de bedoeling is eeuwig sterven.
Wie van Christus, het hemelse brood, eet zal niet aan de tijdelijke, maar wel aan de eeuwige dood ontkomen. Er zit in dit brood een levenskracht, die de dood doodt en leven geeft aan wie het eet.
Dat is de blijde boodschap, die hier klinkt.
Ze mag in de oren van de schare scherp klinken - omdat ze haaks staat op Israëls visie op het broodvraagstuk - maar het is een boodschap vol liefde, vol warmte, vol goddelijke barmhartigheid.
Hij weet hoe de mensen hongeren en hoe ze proberen hun honger te stillen. Kijk rondom u heen en zie wat er aan de orde is. Hongerende monden, hongerende harten. En de mensen eten en drinken; ze eten van het brood, de geneugten, het amusement van deze wereld, de kleine en grote menuutjes van het menselijke bestaan, maar de honger gaat niet weg en men wil steeds meer hebben.
Christus is, heeft en geeft het brood, dat werkelijk kan verzadigen; zo kan verzadigen dat de zonde wordt verzoend en daardoor de dood wordt weggenomen. Wie van dit brood eet zal niet sterven . . .
Wat een levensbrood van uitzonderlijke kwaliteit!
Hoe komt het toch dat velen dit brood laten staan en liever zich voeden met geestelijke liflafjes, die de honger vermeerderen?
Of behoort u tot die mensen, die denken dat ze van de honger kunnen leven? Maar dat is een schromelijke vergissing. Wie kan er prat gaan op zijn honger? Daar zit toch geen voeding in?
Het Evangelie klinkt - voor het eerst of telkens weer; voor iedere hongerige en opnieuw hongerende - dit is het brood dat uit de hemel nederdaalt opdat wie daarvan eet, niet sterve: brood voor het hart, brood in de smart, brood dat de dood tart, brood om eeuwig van te leven, ons van God Zelf gegeven.

J.H.V.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 februari 1984

De Wekker | 8 Pagina's

Levensbrood (I) Dit is . . . (IV)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 februari 1984

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken