Bekijk het origineel

De kracht van zijn opstanding

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De kracht van zijn opstanding

8 minuten leestijd

In dit leven
Paasfeest kunnen wij niet anders vieren dan door de kracht van de opstanding van Christus. We hebben ten volle het heilsfeit te aanvaarden. God is in de werkelijkheid van déze geschiedenis ingegaan. Hij heeft Zich in zijn Zoon laten registreren onder degenen, die op deze planeet die aarde heet, leven. De heilsbetekenis van het Paasfeest hangt samen met de feitelijkheid ervan. We hebben niet van doen met een opstandingsidee, met een schone gedachte, die ons in een wat verheven sfeer zou kunnen brengen. De werkelijkheid, de keiharde werkelijkheid van ons leven is, wanneer het er op aankomt, met ideeën niet gebaat. Schone gedachten hebben we genoeg gehad en gekoesterd. Wie in de werkelijkheid van het grauwe en eenzame leven het met ideeën moet doen is een beklagenswaardig mens. Wat helpen zij in onze angsten en benauwdheden? Welke troost bieden zij, wanneer het leven de grens van de eeuwigheid raakt?
Daarom staan wij met de Schrift vast, wanneer wij de feitelijkheid van het Paasfeest ten volle onderstrepen, in deze tijd, waarin zo velen daaraan tornen met schone ideeën. Indien Christus niet is opgewekt, dan zijn wij de ellendigste van alle mensen.
Maar tegelijk zeggen we nu, dat we met de feitelijkheid van het Pasen alleen niet gebaat zijn. Het is de vraag, hoe dit feit een heilsfeit voor ons wordt. Hoé wij vandaag, in dit leven, de troost en de kracht, de hoop en de vreugde werkelijk kunnen ontvangen. Wat maakt het Paasfeest voor ons tot een heilsfeit. Tot een gebeurtenis, die beslissend is voor ons leven, vandaag, met zijn spanningen en twisten, met zijn ergernissen van verhitte discussies, waarmee we geen raad weten. . . Hoe kunnen wij vandaag werkelijk wedergeboren worden tot een levende hoop door de opstanding van Christus uit de doden? Hoe kan voor ons de kracht van de opstanding blijken?
Daartoe hebben wij eerst te vragen: wat i's die kracht van zijn opstanding? Wat bedoelt Paulus, wanneer hij in Filip. 3:10 de opstandingskracht van Christus ter sprake brengt?
We zouden daarbij in de eerste plaats kunnen denken aan de kracht, die Christus zelf heeft doen opstaan. De kracht van zijn opstanding, het dynamiet van de opstanding van Hém, zoals er letterlijk staat, kunnen wij dan opvatten als de kracht, die Christus uit de doden heeft teruggebracht.
Welke was die kracht? Het was de kracht, waarmee zijn hemelse Vader Hem uit de doden opgewekt heeft. Goddelijke kracht was het, die de banden van de dood verbrak. Goddelijke kracht, die eeuwigheidsleven meedeelde aan de Christus Gods.
We kunnen zeggen, dat het de kracht van de Geest was, waarvan Paulus spreekt in Rom. 8:11. De Geest heeft Jezus opgewekt uit de dood. Jezus, dat is de Zoon van God, zoals Hij het zwakke menselijke en sterfelijke vlees heeft aangenomen. Jezus is door de Geest opgewekt. Dié Geest, die Hem in de schoot van zijn moeder vormde, heeft Hem uit de schoot van de aarde teruggebracht naar het leven. Of liever gezegd: doorgeleid naar eeuwig, verheerlijkt leven.
En we zouden ook kunnen zeggen, dat het de kracht van de Zoon zelf was, die de zwakheid van het vlees overwon. Hij is door zijn opstanding krachtig gebleken de Zoon van God te zijn.
De drieënige God, Vader, Zoon en Heilige Geest, heeft in zijn eeuwige kracht de Opstanding, midden in deze doodswerkelijkheid tot heilswerkelijkheid gemaakt.
Feit! Heilsfeit!
En toch is deze trinitarische verklaring van de opstanding van Christus niet voldoende. Zij verleent weliswaar diepte, eeuwige diepte aan het heilsfeit, dat daarmee zijn wortels krijgt in het eeuwigheidswerk van de drieënige God zelf. En die gedachte mag ons wonderlijk troosten, omdat blijkt dat Vader, Zoon en Geest achter die geweldige gebeurtenis staan. Maar het laatste antwoord op de vraag: wat was de kracht die Christus uit de doden terugbracht, kan dit niet zijn.
Die kracht ligt nergens anders dan in het volbrachte werk. De grond voor Pasen ligt op de heuvel Golgotha. Zij ligt in het volbrachte werk. Zij bestaat uit niets anders dan uit de rechtvaardiging, die Christus heeft ondergaan. Hij is de borg. Hij heeft betaald. Tot op de laatste penning. Het is de aanvaarding van dit volbrachte werk, waardoor Christus in kracht kon opstaan en opgewekt worden en verheerlijkt in een nieuw en onsterfelijk leven. Ten diepste ligt daar het geheim van de opstandingskracht van Christus: Het is volkomen volbracht.
Hier ligt de bron van troost. God vraagt niets meer van Christus. En God vraagt ook niets meer van hen, die van Christus zijn. In dit leven wordt die troost een werkelijkheid door het geloof.

Christus kennen in zijn opstandingskracht
Toch is met het bovenstaande niet aangegeven wat de eigenlijke betekenis is van deze aanduiding van de kracht van zijn opstanding. De vergeving der zonden is verkregen aan het kruis. En zij blijkt een volkomen vergeving te zijn door de opstanding van Christus. Maar zij wordt slechts door het geloof in Christus een werkelijkheid voor ons, hier en nu, in dit leven. En de apostel duidt dit aan met de uitdrukking: dat ik Hem mag kennen. Christus kennen is het geheim van het geloof. In deze kennis is Christus het voorwerp van het geloof. D.w.z. ons geloof richt zich niet op een opstandingsfeit als zodanig. Ons geloof is zéker een geloof dat Christus is opgestaan. In die zin heeft ons geloof belang bij het feit op zichzelf. Maar toch niet alleen bij dit feit. Het geloof richt zich op Hem, die is opgestaan. Het zoekt Hem, zoals de vrouwen Hem zochten. Het wil Hem ontmoeten, zoals de discipelen Hem mochten ontmoeten. En het wil Hem vooral als de Opgestane kennen, als de Eersteling van degenen die ontslapen zijn.
zoekt het geloof Hem als haar heerlijk voorwerp. Niet alleen in zijn lijden en sterven. Maar vooral ook in zijn opstanding.
Veel te weinig wordt dit door ons beseft. Christus leidt zijn discipelen van Golgotha naar het geopende graf. Daaruit komt voor hen een onoverwinnelijk leven. Daar is het oude voorbijgegaan. En daar zijn alle dingen nieuw geworden. Ik zeg: veel te weinig wordt dit in ons geloofszoeken betracht. En al te zeer verschraalt daardoor onze kennis van Christus.
Maar ook wanneer we dit gezegd hebben, hebben we nog niet weergegeven wat de apostel bedoelt. Christus is nog veel meer het onderwerp van ons kennen van Hem. D.w.z. dat ons kennen van Hem vrucht is van zijn opstandingskracht. Wanneer er ooit iemand tot geloof komt, wanneer ooit de kluisters van dood en schuld, van ongeloof en onkunde worden weggenomen, is dit enkel en alleen de vrucht van deze opstandingskracht van Christus. Hij is het, die zich openbaart op het Paasfeest, die zich doet kennen in zijn heerlijkheid, die de dood, ook in ons leven overwint. Hij doet ons wedergeboren worden tot een levende hoop, door zijn opstanding uit de doden.
En wat Paulus begeert, wat hij hartelijk zoekt is niets anders dan Hem zó te mogen kennen. Daarvoor heeft hij alles over. Daartoe is hij van Christus gegrepen.
Daarom acht hij alle dingen schade en drek om de uitnemendheid van de kennis van Christus. Om Hem heeft hij alles als vuilnis willen loslaten, alles wat hem gewin was. Alles waarop hij vertrouwde. Hij heeft het leren verachten terwille van deze kennis van Christus in de kracht van zijn opstanding. Hoe leren wij die opstandingskracht kennen?
Door met Christus te delen in zijn lijden: in de gemeenschap van zijn lijden.
Christus kennen, dat is: zijn opstandingskracht gewaar worden. En wij worden deze slechts gewaar in de gemeenschap met zijn lijden. Sterker kon Paulus dit niet uitdrukken, omdat gemeenschap die innige verbondenheid aanduidt, waarin wij delen in zijn lijden. Voor Christus was de weg: door lijden tot heerlijkheid. Voor Hem was er éérst het lijden en daarna de opstanding. Voor al de zijnen is het precies andersom: éérst de opstandingskracht, waardoor wij Hem kennen. En daarna, in gemeenschap met Hem, het delen in zijn lijden. Andersom is die weg, omdat het een weg is, waarin wij Christus steeds meer en meer nodig krijgen, juist in zijn kracht. Want zijn kracht wordt in zwakheid volbracht. Maar zijn kracht houdt hen in het lijden staande, geeft hun troost en zelfs een lied in de nacht. Opstandingsleven zal daarom de jubel niet missen. Het Halleluja dat door Christus en zijn kracht op de lippen wordt gelegd.
Maar opstandingsleven zal daarom nog minder het lijden kunnen missen. Dat lijden, dat loutert en ons ootmoedig maakt.
Hoe is dit mogelijk? En waar ligt ten diepste het geheim? Nergens anders dan in de rechtvaardiging door het geloof alleen: dat ik in Hem gevonden moge worden, niet met mijn eigen gerechtigheid maar met de zijne. En de zijne alleen. Slechts zó kunnen wij Pasen vieren: gelijkvormig wordende aan zijn dood. Slechts zó wenkt de grote toekomst van Christus: dat ik enigszins mocht komen tot de opstanding der doden. Het is alsof de apostel zich inhoudt. Twijfelt hij aan de werkelijkheid van zijn eigen opstanding? Straks, bij de wederkomst van Christus?
Hij houdt zich in, alsof hij wil zeggen: spreek er niet al te vlot over, over die wederopstanding uit de doden! Het is een getemperde, een ingehouden Paasjubel. Is Christus-kracht dan niet groot en sterk genoeg? Jawel! Maar wij staan in de gemeenschap van zijn lijden. En dat houdt ootmoedig. Maar niet zonder hoop. Niet zonder hoop voor wie Hem kénnen. Opstanding mét Christus. Lijden in zijn gemeenschap. En straks opstanding door Christus, voor eeuwig over 't lijden heen.

W. van 't S.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 april 1984

De Wekker | 8 Pagina's

De kracht van zijn opstanding

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 april 1984

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken