Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De arbeid van de bajes-dominee (III)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De arbeid van de bajes-dominee (III)

8 minuten leestijd

De jongens vragen me nogal eens of ik met hen wil bidden. Met de jongen persoonlijk. Ik doe dat wel op mijn werk-kamers, maar bij voorkeur in de kerk. Ik kan namelijk de jongens niet allemaal „af-lopen". Er zijn dus in Leeuwarden „gebeds-samenkomsten", waarbij de jongens één voor één naar voren komen, neer-knielen en met mij het Aangezicht van de Heere zoeken. Nog steeds laten deze samenkomsten in het Huis diepe indruk achter. Vanaf het begin van dit jaar moeten de gevangenen in „de week-enden" tot 13.00 uur op hun cel blijven, omdat vanwege de bezuiniging tot op dat tijdstip slechts de nachtbewaking aanwezig is. Daardoor moesten vanaf die tijd de kerkdiensten worden verplaatst naar de late zondag-namiddag. Ik vind dit een kwalijke zaak. Het is van oudsher de gewoonte geweest om op de zondagmorgen kerkdienst te houden in de justitionele inrichtingen. Deze diensten hebben een belangrijke functie. Dat bewijst de praktijk. Een elk in het Huis zegt: „Er gaat rust van uit voor de hele week." Welnu: wanneer de rust van de dienst gemist moet worden en de jongens achter de celdeur moeten zitten (alleen maar om agressie te verzamelen . . .?) is dit betreurenswaardig. Een eventuele tweede dienst behoort haast tot de onmogelijkheden. Deze bezuiniging is m.i. ook moeilijk te rijmen met wat in de Beginselenwet Gevangeniswezen wettelijk is geregeld. (Voor „insiders": ik doel op titel VII, art. 39) waarbij ik mij haast te vermelden dat de Directie geen enkel verwijt kan worden gemaakt. Integendeel: ik wil benadrukken, dat ik door de goede medewerking van onze drie-hoofdige directie en het personeel in staat ben om ongehinderd mijn werk te doen. De bewakers zijn me in alles zeer behulpzaam. „Dominee, we geloven niet in God, hoor", zo zeggen velen van hen. Wél knappen ze in hun vrije tijd mijn werkkamers op, halen de jongens voor me op en brengen ze terug naar cel, terwijl ze dat niet behoeven te doen. Hoe goed de verhoudingen liggen kwam wel sterk tot uiting in de spanningsvolle weken rond mijn ziekenhuisverblijf verleden jaar. Toen kwamen we recht aan de weet een plaats te hebben in de inrichting. Het medeleven van de kant van de gedetineerden zowel als van de kant van directie en staf en alle verdere personeel was overweldigend: ik mocht ermee in de verootmoediging komen voor mijn Zender, Die me voor dit werk nog wilde sparen en dragen. Ik kan weer zonder pijn lopen en trappen klimmen, (en dat is niet weinig op een dag . . .) dus . . . arbeiden in de bajes ook wat het lichaam betreft en nogmaals: fysiek is dat niet licht!
U hebt al wel begrepen, dat ik soms word ingeschakeld als er relatieproblemen zijn tussen de gedetineerde en zijn vrouw, kinderen en verdere familie. Vaak blijken deze intermenselijke problemen intra-menselijke problemen te zijn. Hoe zit je als mens in elkaar en hoe leer je jezelf kennen en hoe ga je om met je eigen gevoelens? De Christen-psycholoog Carter zegt: „Alle waarheid is Gods waarheid", m.a.w. de Bijbelse principes van hulpverlening zijn bruikbaar voor de hulp aan zowel gelovigen als aan ongelovigen. Bij huwelijksmoeilijkheden weet je dat scheiding geen echte oplossing is, maar nog meer problemen geeft. God heeft het huwelijk ingesteld, ook al beseffen mensen dit lang niet altijd en Hij wil geen scheiding. Ook je familie kun je niet ontlopen! Schuldgevoelens t.o.v. anderen, bitterheid e.d. kunnen worden weggedaan door vergeving te vragen of te schenken (Praktische richtlijnen uit Efez. 6:1-9). Hoe kun je niet-christenen helpen dit toch te gaan doen als je hulp wordt ingeroepen tot „bemiddeling" in vetes en bij het „verzoenen" van families? Door hen er op te wijzen dat een andere manier ten diepste niet helpt, ook al lijkt het gemakkelijker dan „de manier Gods": God heeft bepaalde levenswetten ingesteld en die gelden voor ieder mens of hij nu in God gelooft of niet.
Er is geen andere waarheid dan die van God! Als het gaat over het milieu waaruit een opgeslotene vaak vandaan komt, kan ik zeggen: „Ik ben in de 'onderwereld' geen onbekende". Daarvoor loop ik te lang mee, al vanaf de tijd dat ik m'n eerste (Friese) gemeente mocht dienen en (kinder)rechters, kinderbescherming, voogdijraden etc. mijn medewerking in veel gevallen vroegen. Men heeft me nog nooit een lelijk woord toegevoegd, nog minder bedreigd. Beveiligingsapparatuur heb ik niet. Wél zijn drie Bewaarders steeds bij mij en dat zijn de Vader en de Zoon en de Heilige Geest! Het komt nogal eens voor, dat jongens „bajes-kolder" krijgen: ze worden gek van hun cel en hun lichaam schreeuwt om drugs. Een gedetineerde die „gekke dingen" dreigt te doen, mogelijk suïcidaal dreigt te worden, of in uiterste paniek raakt, wordt erop gewezen, dat ik geroepen kan worden, „opgepiept" met de semafoon. Of de bewakers zeggen: „Dominee, een klusje voor u". Op het bel-signaal „Alles achter de deur" ga ik dan de celdeur binnen van zo'n wanhopige jongen. Dat is één van de moeilijkste taken om met zo'n jongen, die zeer agressief of diep depressief is tot een gesprek of gebed te komen. Ze klemmen zich soms letterlijk zo aan me vast, dat de bewaker ze los moet rukken. Toch gebruikt God ons meer dan eens om rustaanbrenger te zijn in dienst van de grote Silo, Jezus Christus! Op zulke momenten moet je wel veel kracht krijgen om het psychisch aan te kunnen! Dat geldt ook bij de bezoeken aan de zwaar verslaafden, die je welhaast niet meer bereiken kunt en aan de wegens wangedrag e.d. in de straf-cellen verblijvenden en aan de geïsoleerden in „de bunker" (beneden-grondse-isolatie). En sinds mijn indiensttreding in Leeuwarden is het nu 16 keer voorgekomen, dat ik een overlijdensbericht van een geliefde van een gedetineerde hem moest gaan brengen. . . Arbeiden als dominee in de bajes is, psychisch bekeken, zeker niet licht! Maar. . . God wil mij in Zijn gunst gedenken, mij Zijn genade schenken!
Veel gehoord wordt de vraag: „Is er vrucht op uw arbeid?" Ik schreef het een en ander, waaruit u enig antwoord hebt kunnen bekomen. Er is zeker vrucht die in het verborgene rijpt en groeit. Ik kan de jongens noch letterlijk noch geestelijk achterna kijken, maar. . . er is een blijvende belangstelling voor Gods Woord dat gestrooid wordt als het zaad van de wedergeboorte in preek en persoonlijk contact. Een kleine catechisatie wordt gehouden. Een kleine gespreks-groep. Ik heb drie huwelijken (mee) mogen bevestigen van jongens die zagen dat, wanneer ze een nieuw leven wilden beginnen, ze vóór alles het „hokken" af moesten schaffen (Beschamend voor de „buiten-wacht", die zich ook in de kerken bevindt!). Af en toe krijg ik bericht van collega's dat jongens die ontslagen zijn weer trouw een kerk bezoeken. Ik ga een kindje dopen van een jongen, die tijdens zijn detentie vader werd, maar ook, door diepe worstelingen heen, het „Abba, Vader, lieve Vader" leerde stamelen. . .
Ik noem het schrijnend dat er in veel kerken zo weinig voor gevangenen gebeden wordt, terwijl de Bijbel zegt: „Gedenk de gevangenen alsof gij mede gevangen waart". Als men in de kerken eens meer zou zien en in-leven wat het is voor „grote zonden" bewaard te zijn gebleven, (Ps. 19:7, ber.) zeker, men zou zich tegenover gevangenen anders op- en instellen. Men spreekt nu nogal eens over „dat tuig" en „dat zooitje". . . Maar in de Catechismus belijden we, kernachtig, onze diepe verdorvenheid en dat gegrond op Gods Woord, dat ons zegt, dat we allen dood zijn door zonden en misdaden! Begrijpt u me goed: ik praat de daden van de jongens niet goed, zwak hun boosheid niet af, maar. . . als ik m'n eigen hart leer kennen, dan zeg ik soms: „Wat een wonder dat ik hier niet zit". En als genade aan dat hart verheerlijkt is, wordt dat hart meer en meer een ook „de grootste der zondaren" genade gunnend hart!
Vanaf het begin van m'n werk als gevangenispredikant heb ik ook vanuit veel kerken een sterke betrokkenheid mogen ervaren bij dat werk. Talloze verzoeken bereiken mij om via (s)preekbeurten bekendheid te geven aan het werk binnen de bajes. Met onze Deputaten is er een regelmatig en opbouwend contact. In werkbezoeken tonen zij hun medeleven en warme belangstelling. Enige studenten van onze Theol. Hogeschool maakten metterdaad kennis met ons werk. Ook spreek ik er graag mijn diepe dankbaarheid voor uit, dat het Openbaar Ministerie en verschillende leden van de Rechtbank en het Hoge Gerechtshof in Leeuwarden van hun medeleven met mijn werk telkens blijk geven.
Ik eindig met de eer en de lof aan de Heere God, Wiens ik ben en Wie ik ook dienen mag als dominee in de bajes, waar ongedachte mogelijkheden mij worden gegeven door die Zender, Die het als een lieve last mij op de schouders legt om te mogen arbeiden in die bajes vanuit de Boodschap: „Ik ben de Heere, Die gevang'nen vrijheid schenkt, en aan hun ellende denkt".

Leeuwarden, sept. 1984, D.J. Klein Onstenk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 november 1984

De Wekker | 8 Pagina's

De arbeid van de bajes-dominee (III)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 november 1984

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken