Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Wat is er geschreven? Hoe leest gij? (III)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken

Wat is er geschreven? Hoe leest gij? (III)

Over hermeneutiek en Schriftgezag

8 minuten leestijd

De heerschappij van de reformatorische visie
Lange tijd heeft de reformatorische visie op het gezag van de Schrift gegolden binnen de kerken van de Reformatie. In het eerst was er sprake van een zeer onbevangen omgaan met de Schrift. Men kan zeggen dat de eerste tijd vooral een tijd was, waarin het gezag van de Schrift zichzelf presenteerde. Breedvoerige beschouwingen over de aard van het Schriftgezag vindt men niet zozeer in de geschriften van Luther en Calvijn. In plaats van beschouwingen erover ten beste te geven hebben zij de Schriften zelf aan het woord laten komen. Luther heeft dit gedaan in zijn talrijke preken. Altijd ging het hem daarbij om de leer van de rechtvaardiging. Wanneer hij die boodschap had gevonden bracht hij haar met een onvermoeide ijver. Calvijn heeft veel meer in een zorgvuldige uitlegging de Schriften zelf laten spreken. Hij heeft een lange reeks van bijbelcommentaren gegeven, die tot op de dag van heden hun betekenis hebben behouden. Bij Luther en Calvijn kan men onder de indruk komen van de werking van het Woord op zichzelf. Zij staan in de levende stroom, die door de kracht van de Geest haar kracht bewees. Na de Reformatie brak er een tijd aan, waarin men over de aard van het Schriftgezag verder moest nadenken. Dit geschiedde vooral in de grootse beweging die wij de Orthodoxie noemen. Men kan deze tijd beschouwen als een periode, waarin de leer van de Reformatie onder druk kwam te staan van de krachten die Rome in de Contra-Reformatie in het geweer bracht. Een aantal rooms-katholieke theologen zette zich er speciaal toe om de leer van Luther en Calvijn te bestrijden. Een van hen, die telkens weer van zich liet horen was Bellarminus. Hij oefende felle kritiek op de Reformatie. Het concilie van Trente had de Reformatie veroordeeld en een aantal knappe theologen was permanent bezig de leer van Trente te verdedigen en die van de Reformatie te bestrijden. Bellarminus legde vooral de nadruk op het gezag van de kerk en er is bijna geen groot reformatorisch theoloog geweest, die niet in zijn colleges tegen Bellarminus in het krijt trad.
Over deze periode van de Orthodoxie kan men verschillend oordelen. Maar het lijkt moeilijk staande te houden, dat zij inzake het gezag van de Schrift op een ander spoor is overgegaan. De wijze van argumenteren was wel anders, maar als geheel beschouwd heeft de Orthodoxie geen ander streven gekend dan de verdediging en uitbouw van de Reformatie zelf. Men hanteerde daarbij ook redelijke argumenten. Men was overtuigd, dat het denken van de mens niet op non-actief werd gezet door de genade. We moeten de problematiek die hiermee gegeven was nu laten rusten. In grote trekken echter heeft de Orthodoxie geen ander streven gehad dan het verdedigen van wat in de Reformatie was gewonnen.

De wissel óm
Het was aan een andere tijd voorbehouden om op ander spoor over te gaan. Wij doelen hier op de tijd van de Verlichting. Men kan deze tijd, ook wel die van de Aufklärung genoemd, op allerlei manier proberen te omschrijven. Er waren tal van elementen die in deze tijd een rol speelden: een cultureel element, waarbij de wijsbegeerte een grote rol ging spelen; een maatschappelijk element, waarbij de vragen van de samenleving naar voren kwamen; een politiek element, waarin het vooral ging om de vraag naar het gezag in de samenleving. En natuurlijk was er ook sprake van een godsdienstige zijde van de Verlichting. Men kan de zaak niet beter omschrijven dan met een definitie die Kant heeft gegeven van deze beweging binnen de Europese cultuur. Kant, de bekende en belangrijke wijsgeer uit Koningsbergen, omschreef de Verlichting als de beweging die de mens er toe bracht om de verantwoordelijkheid te nemen voor zijn eigen beslissingen. Ten diepste is in de Verlichting de gezagsvraag aan de orde. Een mens moet de dingen doen, en zichzelf ook verstaan, niet in het licht van een vreemd gezag, dat over hem komt. Hij moet zich bedienen van zijn eigen verstand. Hij moet vrij en blij durven te denken en hij moet daarvoor zelf de verantwoordelijkheid op zich nemen. Vóór de tijd van de Verlichting leefde de mens in een positie van onmondigheid. Hij werd onmondig gehouden door de krachten die in de maatschappij werkten. Hij werd ook onmondig gehouden door het gezag van de kerk, en door het gezag van het Woord Gods. Nú was de tijd aangebroken om zich van zijn eigen verstand te bedienen, en om uit de onmondigheid te treden, die de mens aan zichzelf te wijten had, doordat hij niet durfde te denken, althans niet zelfstandig durfde te denken.
En zo werd in de Verlichting een wissel omgegooid. De mens wil autonoom zijn. Hij wil zich vrij maken van vreemde wetten, en hij kan een ánder gezag dan dat van zijn eigen verstand niet langer erkennen.
Een belangrijke vraag, die van grote betekenis is komt naar voren, wanneer we bedenken, op welke lijn we de Aufklärung hebben te plaatsen. Onze beoordeling van dit verschijnsel in de Europese geschiedenis is grotendeels afhankelijk van het antwoord op deze vraag. Kunnen we, zoals sommigen doen, in de Aufklärung een legitieme ontwikkeling van de Reformatie zien? Of was het verschijnsel in werkelijkheid niets anders dan een loslaten van de diepste betekenis van de Reformatie? Sommige denkers uit de tijd van de Verlichting beweerden, dat zij niets anders deden, dan wat Luther voor hen had gedaan. Luther had aan de mens zijn vrijheid teruggegeven. Hij had tegenover het gezag van Rome de vrijheid van een christenmens geplaatst. Het ontbrak Luther daarbij slechts aan het trekken van de consequentie uit zijn eigen standpunt. En wat Luther niet deed, dat deed de man van de Verlichting wél. Hij brak ook met het gezag van de „papieren paus", met het gezag van de bijbel.
Anderen gaven toe, dat de Verlichting een andere manier van denken voorstond dan de Reformatie had bedoeld. Men rekende dan de Reformatie eigenlijk nog bij de middeleeuwen, de duistere middeleeuwen, zoals men placht te zeggen. Luther en Calvijn telde men dan onder de geesten, die nog niet de volle vrijheid van de Verlichting hadden gekend. Dit laatste standpunt is onthullend. Men ziet er uit, dat déze woordvoerders de Reformatie niet konden beschouwen als een totaal nieuw begin. Men zag haar als een uitloper van de middeleeuwen.

Geen beoordeling maar een keus
De enigszins schematische voorstelling, die ik hier van de ontwikkeling heb gegeven kan dienen om de problematiek aan te duiden. Wanneer we de vraag stellen, of de Verlichting zich al dan niet bewoog op de lijn van de Reformatie, dan moet het antwoord ontkennend luiden. De gezagsvraag kwam inderdaad aan de orde. En in déze beslissende vraag koos de Verlichting voor een principieel andere benadering dan de Reformatie. De laatste beweegt zich op de lijn: Paulus, Augustinus, Luther en Calvijn. De eerste beweegt zich in het spoor van het antieke heidendom, de renaissance en voert via de Verlichting naar de gezagscrisis van onze eeuw.
In de kwestie van het gezag, die centrale vraag, die heel het mensenleven beheerst, heeft de Verlichting de wissel omgegooid. En dit moest wel van de allergrootste betekenis zijn voor de vraag: wat staat er geschreven? En voor de vraag: hoe moeten we de bijbel lezen?
Indien het duidelijk zal worden, uit welke wortels het nieuwere denken over hermeneutiek en Schriftgezag voortkomt, dan moeten we déze omslag in de geschiedenis voor ogen hebben. Men zegt wel eens, dat wij achter de Aufklärung niet terug kunnen omdat heel onze cultuur, heel de manier van denken in het Westen ervan doortrokken is. En men heeft gelijk, wanneer men daarmee bedoelt, dat we de geschiedenis niet kunnen terugdraaien. Maar men mag dit nimmer opvatten, als zou dit betekenen, dat een mens in de gezagsvraag zich heeft te oriënteren op het heidense denken. Christelijk denken is anders denken. Een christen die werkelijk is wat zijn naam aanduidt, is onder het gezag gekomen van een Ander.
De Aufklärung vraagt van ons meer dan een beoordeling. Zij plaatst ons voor een keus, of liever gezegd: in onze beoordeling van de Aufklärung kunnen we niet doen, alsof Christus ons niet voor een keus plaatste.
Wat is waarheid? Dat is de vraag waarop Pilatus een antwoord zoekt in zelfstandigheid en eigenwettelijkheid. Het is echter de vraag waarop Christus het antwoord is. Geboorte uit de waarheid is nodig om zijn stem te horen en zich daaraan te onderwerpen.
Het kan duidelijk zijn geworden, dat de vraag van hermeneutiek en Schriftgezag niet los staat van heel de manier van denken, leven en zijn, die ons door de huidige cultuur wordt opgedrongen. Maar het mag ook duidelijk zijn, dat wie in Christus de Waarheid mocht vinden, in een nieuwe gehoorzaamheid, ook in het denken, begeert te leven zonder een ogenblik te vergeten dit gebed: Here, wat wilt Gij dat ik doen, dat ik denken, lezen en verstaan zal?

W. van 't S.

Dit artikel werd u aangeboden door: De Wekker

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 maart 1985

De Wekker | 8 Pagina's

Wat is er geschreven? Hoe leest gij? (III)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 maart 1985

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken