Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Wat is er geschreven? Hoe leest gij ? (VI)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Wat is er geschreven? Hoe leest gij ? (VI)

Over hermeneutiek en Schriftgezag

9 minuten leestijd

In het spoor van de Reformatie
Uit hetgeen eerder in deze artikelen werd geschreven mag duidelijk zijn geworden, dat naar onze gedachte het spoor van de Verlichting een ander spoor is dan dat van de Reformatie. Sommige vertegenwoordigers van de Verlichting verkeerden in de veronderstelling dat zij zich bewogen op de weg die door Luther was gewezen. Luther was een voorstander van de christelijke vrijheid. Hij had tegenover het gezag van de kerk de vrijheid geplaatst van de christenmens. Hij was alleen niet zo ver gegaan, dat hij de „papieren paus" terzijde had geschoven. Dit laatste deden de theologen van de Verlichting. Zij bouwden hun theologie niet zozeer op de Schrift maar op de redelijke en zedelijke waarheid, die voor zichzelf spreekt.
Of deze weergave van Luthers standpunt in overeenstemming is met de werkelijkheid is niet een moeilijke vraag. De Verlichting heeft vergeten, dat de Reformatie boog voor de Schrift. Bij Luther is dat vooral voor de Christus der Schriften. Voor Calvijn is dat mogelijk meer een buigen voor de Schriften die van Christus getuigen, maar in ieder geval is er geen wezenlijk onderscheid tussen de reformatoren op dit punt. Zij hebben het gezag van het geschreven Woord aanvaard en zij hebben niet een principieel onderscheid aangebracht tussen het Woord Gods en de Heilige Schrift. Wat dit aangaat zit de Verlichting op een ander spoor. Het is een opdracht voor de hedendaagse gereformeerde theologie om het verschil in waardering van de Schrift op dit punt tussen Reformatie en Verlichting goed in het oog te houden.
Wat zich vandaag aandient als een nieuwere hermeneutiek is naar mijn gedachte in vele opzichten niet anders dan de oude Verlichtings-hermeneutiek in een nieuw gewaad. En het nieuwe zit dan veelal niet eens in dit nieuwe gewaad, maar meer nog in het feit, dat gereformeerde theologen deze „nieuwe" ideeën hanteren. Inderdaad is dit vaak het enige nieuwe. Men behoeft zich daarover geenszins te verbazen. De geschiedenis laat zien, dat oude gedachten terugkeren, wanneer zich een opening biedt in de tijd. Tegen deze vernieuwing is het noodzakelijk om op de bedoeling van de Reformatie zelf weer terug te gaan. In feite wil dit niets anders zeggen, dan dat we moeten teruggaan op het Woord Gods zelf, in het vaste vertrouwen, dat dit Woord door de Geest zich zal waar maken, verifiëren, in onze tijd.

Nieuwe hermeneutiek
Een verschuiving in de beschouwing van Gods Woord en zijn gezag laat zich op enkele punten aanwijzen. Ik noem er zeer willekeurig een paar. Die verschuiving doet zich voor, wanneer het gaat om het verstaan van een tekst. Er zijn tijden in het leven van een mens, en ook in de geschiedenis van de kerk, dat een bepaalde gedachte uit de Schrift naar voren komt en een bijzonder accent ontvangt. In de oorlog zongen we de psalmen van bevrijding anders dan voorheen. In tijden van geestelijke nood kan een woord van troost bijzonder op ons afkomen. Er moet tussen het tekstwoord dat geschreven staat en degene die dat woord leest een bepaalde relatie zijn. Dat is een goed reformatorische gedachte. Het Woord krijgt voor ons betekenis, wanneer die relatie met de tekst er is. De Aufklärung zei, dat er tussen de tekst en het verstaan ervan een afgrond lag, die men niet kon overbruggen. De bijbel werd een boek uit een verre en vreemde tijd. Wat ons aan de bijbel bond was niet het Woord, maar de waarheid die onafhankelijk van het Woord een eigen bestaan heeft.
Nieuwere hermeneutiek loopt het gevaar om hier over de schreef te gaan. Men zou hier kunnen denken aan het z.g. relationele waarheidsbegrip, dat in het omstreden rapport over het Schriftgezag in de Gereformeerde Kerken zulk een belangrijke rol speelt. Ik ga daar nu niet op in. Het positieve van dit relationele begrip ligt in het feit, dat er geen verstaan kan zijn van een Schriftwoord zonder relatie ermee, zonder bevinding ervan, zonder ervaring. Dat is een gedachte, die wij nooit mogen prijs geven. Maar de verschuiving kan zich gemakkelijk voordoen en zij doet zich ook metterdaad voor, wanneer óns verstaan van een Schriftwoord dat Woord voor ons ijkt. Wij bevestigen dan de Schrift. In plaats dat zij zichzelf vast maakt door de Geest in ons leven.
De creativiteit ligt niet in ons verstaan, maar in Gods spreken. Onze bevinding of ervaring maakt de Schrift niet waar. Maar de Schrift geeft ons een waarachtige en betrouwbare ervaring van God en zijn genade. Men verschuift de dingen principieel, wanneer men hier de zaken omkeert. Dan wordt het Woord Gods krachteloos gemaakt. Het wordt geconditioneerd door óns verstaan.
Men ziet dit heel duidelijk wanneer men let op de situatie waarin het Woord Gods ons bereikt en die bij het verstaan ervan een belangrijke rol speelt. Men zegt gaarne en veel, dat de situatie niet alleen meespreekt, maar ook meebepalend is voor ons verstaan van Gods Woord. Dit laatste zullen slechts weinigen ontkennen. Het maakt een groot verschil, in welke situatie wij het Woord Gods ontvangen. Maar we dienen wél vast te stellen dat de situatie waarin wij het Woord verstaan, niet beslissend is voor de inhoud van Gods Woord zelf. Dat Woord komt in de omstandigheden, maar het vormt zich niet naar die omstandigheden. Integendeel, die situatie zal door dat Woord herschapen, vernieuwd moeten worden. Ook hier gaat het om de richting van de dingen. Komt het Woord van God tot ons? Of komen wij met onze gedachten tot het Woord? Wie hier de dingen tot op het laatste moment probeert te verstaan komt in de buurt van de verkiezing, die immers de volstrekte uitdrukking is van de waarheid, dat God ongevraagd met zijn barmhartigheid in onze situatie inkomt. Daarom hebben we eerder gewezen op de samenhang tussen Woord, genade, verkiezing en welbehagen; die typerende karaktertrekken voor de gereformeerde theologie. Natuurlijk komt Gods Woord, komt Gód zelf met zijn Woord in onze situatie. Maar de beweging gaat van Hém uit. En dient om onze situatie te herscheppen.
Men hoort veel het gezegde, dat de waarheid tot haar recht moet komen in het rechte handelen. Het verstaan van de Schrift is dan pas goed, wanneer het wordt omgezet in een daad van liefde. De waarheid is niet alleen om gekend te worden, maar ook om gedaan te worden, zij is ethisch.
Dat dit laatste volmondig kan worden beaamd, leert heel de reformatie, met name de gereformeerde. Men heeft slechts zo veel van de waarheid verstaan, als men in daden weet om te zetten, aldus een van de reformatoren. En toch kan zich ook hier gemakkelijk een verschuiving voordoen en men kan het constateren, dat dit inderdaad gebeurt. Wat er staat geschreven is niet belangrijk. Veel belangrijker is hoe wij lezen in het licht van het liefdegebod. Een verkeerde visie op de verhouding van wet en evangelie speelt hier een rol. Rechtvaardiging en heiliging in hun onderlinge verhouding zijn hier ook in geding. Het zijn oude vragen, die opnieuw geformuleerd worden. In ieder geval is opmerkelijk, dat het ethische op zichzelf beslissend lijkt, terwijl de binding aan het Woord Gods, zoals het daar geschreven is, op de achtergrond raakt.

Woord en Geest
Men kan veilig stellen, dat een groot deel van de problematiek, die sinds de Verlichting op tafel lag, en nu met vernieuwde kracht op ons afkomt, gevangen wordt door de vragen rond de verhouding van Woord en Geest.
Wat staat er? Dat is het Woord. We doen goed om het Woord te laten staan, zoals Luther het ons geleerd heeft en zoals de Schrift het zelf vraagt. Het Woord moet men laten staan, zoals het ontvangen is door de kerk. Ik meen, dat de kerk zich niet slechts éénmaal receptief (ontvangend) heeft opgesteld ten opzichte van het Woord, nl. toen de canon der Schriften werd vastgesteld. Maar de kerk heeft zich voortdurend in te stellen op een houding van het ontvangen van het Woord zoals het daar ligt. Men kan niet achter de canon van de Schrift teruggaan, zonder een nieuwe canon in de canon te vormen. Wat staat geschreven? Dat is het Woord.
Hoe leest gij? Dat kan alleen door de Geest, die Zelf de meeste eerbied heeft voor zijn eigen Woord. Die eerbied past óns te meer, nu wij weten, dat de Geest ons het lezen wil leren, in iedere tijd, in iedere generatie. Wanneer de Geest naar de belofte van Christus zijn weg gaat door de tijd, zal hij nooit iets anders leren, aan welke generatie ook, dan hetgeen in de Schrift is gegeven. Daarom is voor elk geslacht het Woord een lamp voor de voet en een licht op het pad.
Wie alleen het Woord, zonder Geest wil, belandt in een dode orthodoxie van de verering van de letter. Maar wie de Geest van het Woord losmaakt wordt een spiritualist. En die zijn er in vele soorten, op mystieke wijze en op een meer culturele manier, men behoeft er een goed kerkgeschiedenisboek maar op na te slaan.
Terecht heeft men gezegd, dat het scharnier van de gereformeerde theologie te vinden is in de leer van het getuigenis van de Geest, dat is in de visie op de verhouding van Woord en Geest. Wanneer het hier fout gaat, gaat het over heel de linie fout. Hermeneutiek en Schriftgezag raken elkaar op het allernauwst waar Woord en Geest hun rechten nemen in het leven van de kerk. Dan komen vanzelf allerlei vragen aan de orde. De vraag van oud en nieuw verbond, van wet en evangelie, die van het Christusgetuigenis van het oude testament, de kwestie van belofte en vervulling, van „reeds" en „nog niet", van belofte en bevel, of van „indicatief" en „imperatief" en wat voor kwesties al niet méér.
We zullen voorzichtig moeten zijn om te zeggen, dat onze tijd eerst gekomen is tot het rechte verstaan van de Schrift. Gods Woord heeft immer gewerkt in de geschiedenis. Het is opvallend, dat het tweede vers uit Psalm 25 reeds eeuwenlang een geliefd lied is in de gemeente: HEERE maak mij uwe wegen door uw Woord en Geest bekend. Waar dit gebed ons niet meer aanspreekt zal het geheim van de Schrift en haar verstaan ons vreemd zijn en blijven. Maar waar dit vers ons niet alleen bekend, maar ook geliefd is en met het hart gezongen wordt, dáár zullen we weten wát er staat, en ook hoe we moeten lezen.
Hermeneutiek is zo gezien een zaak van het gelovige hart.

W. van 't S.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 26 April 1985

De Wekker | 8 Pagina's

Wat is er geschreven? Hoe leest gij ? (VI)

Bekijk de hele uitgave van Friday 26 April 1985

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken