Bekijk het origineel

Gods medewerking en het CDA (Terugblik op de parlementsverkiezingen II)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Gods medewerking en het CDA (Terugblik op de parlementsverkiezingen II)

9 minuten leestijd

In het artikel „Terugblik op de parlementsverkiezingen" in de Wekker van 30 mei jl. stelde ik de vraag of er ook iets van Gods medewerking in mocht worden gezien, dat het CDA door de voor deze partij gunstige verkiezingsuitslag, in het politieke gebeuren van de komende jaren een grote en centrale plaats zal innemen. Die vraag kreeg voorzichtig een bevestigend antwoord, in deze zin voorzichtig, dat tevens gewezen werd op de grote verantwoordelijkheid die deze partij heeft voor een politiek beleid, waarin de eerste letter van haar naam herkenbaar is.
Bij enkele lezers is dit antwoord slecht gevallen. Het CDA en Gods medewerking, hoe kan het bij iemand opkomen tussen één en ander ook maar enige relatie te zien. God heeft de winst van het CDA toegelaten maar er allerminst in meegewerkt, laat een briefschrijfster weten. Een partij „die zich christelijk noemt maar Gods wet met voeten treedt en deze verouderd verklaart", wacht slechts Gods toorn. „Zijn oordeel zal niet dan schriklijk wezen" want „de CDA-praktijken zijn even misleidend als de moderne theologie in de kerken". In dezelfde brief wordt gevraagd waarom de Wekker niet heeft opgewekt tot het stemmen op die partijen, die wél vragen naar Gods wil en wet en die als Gideonsbenden, als de zevenduizend overgeblevenen die de knie voor Baäl nog niet hebben gebogen, voluit op Gods medewerking mogen rekenen. Waarom niet gepleit voor de „Staphorster variant"?
Een tweede briefschrijver kon het waarderen dat de Wekker vóór de verkiezingen de kolommen vrij van politiek liet, maar hij meent dat dit ook na de parlementsverkiezingen had moeten gebeuren. De geschreven terugblik kreeg toch weer teveel het karakter van een persoonlijk getinte analyse. Hieraan is natuurlijk nooit helemaal te ontkomen, stelt de schrijver eerlijk. Helemaal objectief kan zo'n artikel nooit zijn. Wie het ook schrijft, altijd zal er in meer of mindere mate de persoonlijke sympathie en politieke voorkeur van de schrijver uit af te lezen zijn.

Geen restloze verheerlijking
Niet verdedigend maar verduidelijkend wil ik op de ontvangen reacties graag ingaan.
Wie het bevestigende antwoord op de vraag naar Gods medewerking in de winst van het CDA vertaalde als een restloze verheerlijking van deze partij, heeft de achterliggende overwegingen bij dit antwoord niet goed gepeild en wat er als restrictie (voorbehoud) bij stond niet goed gelezen. De verwachting en de vrees bestonden dat ons land een linkse regering te wachten stond, in elk geval een regering waarin links een dominante rol zou spelen. Vanuit de christelijke optiek gezien geen aantrekkelijke gedachte.
Op méér dan één manier is in het recente verleden vanuit socialistische hoek te kennen gegeven hoe men daar christenen in hun levensbeschouwing en politieke opstelling taxeert en waardeert. Afgezien van de financieel-economische implicatie van een ander beleid, is het vermoeden gewettigd dat ook op het punt van immateriële zaken een koers zou zijn gekozen, waaraan wij ons vanuit onze christelijke geloofsopvattingen allerminst verwant zouden hebben gevoeld. En hoewel ook binnen de CDA-gelederen over de bijstelling van traditionele en bijbelse waarden op de ontwikkelingen van de tijd, door sommigen erg vooruitstrevend wordt gedacht, valt binnen deze partij toch nog wel zoveel binding aan het christelijk erfgoed waar te nemen, dat men zich bij een uitslag als 21 mei te zien gaf, dankbaar mocht tonen. Uit de wijze waarop ons volk koos, sprak gelukkig geen tendens van willen doorslaan naar progressieve maatschappelijke ontwikkelingen die binnen het socialisme en liberalisme worden voorgestaan; veel meer sprak er het verlangen uit naar een weloverwogen, bezadigd en kundig beleid, dat gericht is op een leefbare samenleving voor ons en vooral ook voor onze kinderen. Verscheidene gesprekken met mensen van andere levensopvatting dan de mijne, hebben mij in dit gevoel bevestigd.
Is dit dan niet iets om dankbaar voor te zijn? Zou het echt niet zo mogen worden uitgelegd dat God ons volk voor de komende vier jaar in de winst van het christelijke blok als geheel, de ruimte heeft willen geven om in een gecompliceerde wereld en in een steeds sterker ontkerstenende samenleving politiek naar wegen te zoeken waarin ons volk als geheel zich kan herkennen en waarin aan de in het Evangelie vervatte normen bij grotere en kleinere ethische vraagstukken niet wordt voorbijgezien? Op het CDA rust daarbij dan de zware verantwoordelijkheid een sleutelrol te moeten vervullen. Gelukkig dat dit kan en dat deze partij niet in de oppositie hoeft te komen. Dat zou geen gelukkige zaak zijn geweest. Vanuit een zeer realistische opvatting over de politieke machtsverhoudingen in ons land heeft GPV-lijsttrekker Schutte daarover bijzonder zinnige dingen gezegd in het interview met Ad de Boer in Koers van 25 april 1986. Schutte liet kritische geluiden horen, maar had tevens oog voor de belangrijkheid van een sterk CDA.

Compromissen
Dat niet iedereen er gerust op is of die verantwoordelijkheid door iedere CDA-parlementariër wel even sterk wordt gevoeld, is te verstaan. In haar samenstellende delen telt deze partij politici, wier binding aan de waarden van het christelijk geloof zich beperkt tot een zekere gevoeligheid voor wat het Evangelie aan indicaties en inspiratie op sociaal-maatschappelijk terrein te bieden heeft, maar voor wie het eerste en het eigenste van Gods Woord, te weten de boodschap van verlossing door Jezus Christus en de noodzaak van een leven van heiliging uit dankbaarheid daarvoor, niet zoveel meer te zeggen heeft. Bovendien hebben we bij degenen voor wie de waarden van het christelijk geloof wèl een integrerend bestanddeel van hun leven en handelen vormen, te maken met de omstandigheid dat zij de dingen, ieder vanuit de eigen traditie, verschillend beleven en uiteenlopend denken over de toepassing ervan in de dagelijkse levenspraktijk. Ook dat moet worden erkend. Maar men zou het CDA onrecht doen wanneer men geen oog zou hebben voor die politici binnen haar, die in de moeilijke vraagstukken van vandaag en bij het zoeken naar oplossingen aan het Woord van God niet voorbij willen zien. Bovendien zullen we ons bewust moeten zijn dat in de moeilijke vraagstukken die internationaal en nationaal op ons toekomen, een partij als het CDA op grond van haar beginsel en uitgangspunt enerzijds geroepen is het Evangelie als norm voor het politieke handelen te hanteren; anderzijds berust bij haar in het centrum van het politieke gebeuren de soms twijfelachtige maar niet te ontgane rol van het zoeken naar (verantwoorde) compromissen. Dat is nu eenmaal de werkelijkheid van het politieke bedrijf. En daar ligt de worsteling rond de vraag waar en wanneer men Gods wil en wet voor het leven van ons volk als geheel en voor dat van de enkeling, als verouderd en niet meer voluit geldend, bewust opoffert aan een modern levensgevoel. Wat dit betreft zal het steeds nodig zijn dat christen-politici vanuit hun godsdienstige achterban gewaarschuwd en geadviseerd worden en indicaties aangereikt krijgen voor een verantwoord politiek bezig-zijn in de spanning tussen de eisen en het ideale van Gods wet en de weerbarstige werkelijkheid van een gebroken en zondige samenleving.

Geven en nemen
Dat zich ter rechterzijde van het CDA drie christelijke partijen bevinden die elk vanuit de eigen bijbelse opstelling in de politiek bijsturende invloed proberen uit te oefenen, is iets om evenzeer dankbaar voor te zijn. Wel is het verdrietig en voor buitenstaanders onbegrijpelijk dat dit niet in één „slagorde" kan gebeuren. Maar ook daarvoor bestaan verklaringen.
Als een briefschrijfster vraagt waarom in de Wekker niet sterker is gepleit voor de zogenaamde „Staphorster variant" dan moet het antwoord zijn: a. dat het niet op de weg van de Wekker ligt regeringsconstructies te bedenken en b. dat het zeer de vraag is of deze variant in de huidige politieke complexiteit wel goed realiseerbaar zou zijn. Lijsttrekker Schutte heeft dat ook onderkend door met een variant te komen, waarin alleen het GPV zou participeren. Zijn gedachten hierover heeft hij later wat bijgesteld maar dat hief zijn achterliggende overweging niet op. Ook binnen de drie kleine christelijke partijen wordt genuanceerd gedacht over de vraag in hoeverre men in de christelijke politiek dingen op de ontwikkeling van de tijd mag bijstellen en hoever men in het politieke spel van geven en nemen als christen mag gaan. Binnen het GPV lijkt daarover het verst te worden gedacht.

Ten dele
Het was de taak van de Wekker geweest - aldus dezelfde briefschrijfster - om de lezers op te wekken die partijen te steunen, die voluit naar de wil en de wet van de Here God vragen. Als antwoord op deze vraag allereerst dit: laat elke christelijke partij zich toch vooral bewust zijn dat ons vragen naar en handelen overeenkomstig de wil en de wet van de Here altijd nog maar een deel omvat van al datgene waarin wij ons in het politiek bezig-zijn aan Gods Woord hebben te oriënteren. Voor wie dat onduidelijk vindt: we kunnen ons vanuit het Evangelie stérk maken voor rechtvaardiger verhoudingen in de samenleving en wat in datzelfde Evangelie staat over de wijze waarop wij ook vandaag met de vragen van leven en dood hebben om te gaan, als onbruikbaar voor deze tijd over het hoofd zien. Evenzeer is denkbaar dat we fier de rug rechten als het om vraagstukken van micro-ethische aard gaat, maar ons stil en afzijdig houden als het aankomt op de signalering en veroordeling van onrecht in de brede verbanden van de menselijke samenleving. We kennen en handelen ook in de politiek slechts ten dele en niet zelden selectief. Het zou een goede zaak zijn wanneer we als christenheid in dit land ons meer zouden toeleggen op onze roeping om samen, eerlijk analyserend, stimulerend, corrigerend en minder polariserend, te zoeken naar antwoorden op de gigantische vragen waarvoor wij in deze tijd worden geplaatst.
En verder voedt de kerk, als het goed is, haar leden in prediking en pastoraat vanuit het Woord van God op tot mondigheid, verantwoordelijkheid en onderscheidingsvermogen, waardoor het mogelijk wordt dat kerkmensen goede politieke keuzen maken, zonder dat de redactie van een kerkelijk orgaan hun hand met het rode potlood vasthoudt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 juli 1986

De Wekker | 8 Pagina's

Gods medewerking en het CDA (Terugblik op de parlementsverkiezingen II)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 juli 1986

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken