Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Schooldag 1987

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Schooldag 1987

16 minuten leestijd

Familiedag
Op 5 september j.l. werd in Apeldoorn weer de jaarlijkse familiedag gehouden van de Christelijke Gereformeerde Kerken: de Theologische Hogeschooldag in Apeldoorn.
Er zijn mensen in de gemeente die je er met geen stok heen krijgt. Voor een ontmoetingsdag met heel velen, verenigd in een besef van saamhorigheid rondom de Hogeschool van de Kerken in Apeldoorn, voelen ze niets. Er zijn er ook nog al wat, die dat besef van verbondenheid wel hebben ten aanzien van hun eigen gemeente, maar niet op een Schooldag in Apeldoorn.
Anderen zouden deze dag niet graag willen missen. Zeker, we zijn leden van een plaatselijke kerk, maar het samenleven als gemeenten is geen zaak van vrijblijvendheid. In het ontmoeten van velen uit kerken, die zich aan elkaar verbonden weten in eenzelfde belijdenis en met eenzelfde dierbaar geloof zien ze een zwakke verwijzing naar de grote kerk van Christus, naar het katholieke van de kerk, naar de diepe saamhorigheid in het grote lichaam van Christus. Zeker, onze kerken zijn de enige niet van gereformeerde belijdenis. De pijn van de verdeeldheid mag wel gevoeld worden. Er moet veel en veel meer gebeuren. Ook in eigen kerkelijk leven is lang niet alles zo als het wel zou moeten zijn. Maar toch mogen velen in het meemaken van de Schooldag in Apeldoorn iets zien van de hoop en het heimwee van de grote eenheid met Christus en met allen die zijn verschijning hebben liefgehad.
Het nazomerweer was fraai. De restauratie van de Grote Kerk loopt ten einde. Velen waren weer gekomen. De kerk, die weer een lust voor het oog is, was beneden bijna helemaal vol; slechts weinigen zaten ook nog op een galerij. Er hadden er wel meer bijgekund, maar er valt over de opkomst toch niet te klagen.

Opening
Goed op tijd, 10.30 uur, opende professor Van 't Spijker als fungerend rector de ochtendbijeenkomst. We zongen Psalm 19:1 en 4. Het ruime hemelrond vertelde ook op deze dag Gods eer en heerlijkheid; zijn wil, die het hart verheugt, verlicht de duistere ogen. Het gebed sprak van lofprijzing en hoop.
Het schriftgedeelte voor de opening was Rom. 14:1 t/m 12.
In dit gedeelte moet onze aandacht niet eerst gaan naar de bekende woorden over sterken en zwakken in de gemeente. Wàt is alleen onze kracht? Dat we in leven èn in sterven niet van onszelf zijn. Dat we niet voor onszelf leven. Dat we van Hem zijn, die onze Heer is, zo staat hier, onze Kurios. In leven en sterven zijn we van de Here. Niet meer van onszelf? Alleen de Geest kan ons daaraan ontdekken. Ook naar ons toe kan wel eens de vraag komen: Waar doe je het eigenlijk voor?
Wij zijn niet van onszelf. In diepe ootmoed leren we zo spreken. Hoe zul je dan nog over de kleine problemen je druk maken, over wat sterk en zwak heet? Wat hebben we dan toch vaak een magere en schampere manier van spreken en handelen, in plaats van wat hier bedoeld wordt: toebehoren aan Christus!
Zo zijn we vandaag samen. Anders dan anders. We missen professor Versteeg. In deze kerk is hij in april herdacht. Hij, de trouwe broeder, de oprechte leraar, de echte vriend. Hij wist het eigendom van Christus te zijn; daarvan getuigde hij soms, persoonlijk en midden in zijn werk.
Wij missen hem iedere dag. Maar niet om hem de opstandingsheerlijkheid te misgunnen. Maar omdat God ons in hem zoveel gegeven had. We dragen zijn vrouw en kinderen aan de Here op. We leven niet voor onszelf. Missend en dankbaar.
Er is meer te vermelden.
De naam van ds. I. de Bruyne valt ook hier te noemen, die na zijn emeritaat nog zo veel werk aan onze bibliotheek had gedaan.
Ds. A.W. Drechsler mocht van zijn zware ziekte gelukkig herstellen, maar moest afscheid nemen van zijn curatorschap.
Er zijn momenteel 72 studenten in de kandidaatsfase. Twaalf deden er examen en twaalf hopen dat volgende week te doen. Er waren 360 tentamens en/of scripties. Elf nieuwe inschrijvingen zijn er. Er was een goed doctoraalexamen van mevr. C.M.D. de Vries-Hofland uit Papendrecht met een scriptie over een tractaat van Calvijn.
In de leemte, ontstaan door het overlijden van prof. Versteeg, kon voorlopig worden voorzien: prof. dr. J. van Genderen heeft het nieuwtestamentisch Grieks overgenomen; prof. dr. J. van Bruggen uit Kampen geeft een uur per week het vak Historie Revelationis (theologie van het Nieuwe Testament); dr. J. de Vuyst geeft een uur exegese van het Nieuwe Testament.
Enkele huishoudelijke mededelingen volgden. Later werd nog de aandacht gevestigd op de aanwezigheid van onze Israël-predikant, drs. H.M. van der Vegt, die in ons land is om bekendheid aan zijn werk te geven.
Sterk markeerde het afgelopen jaar ook het afscheid van prof. dr. B.J. Oosterhoff, al gaat zijn werk in de doctoraalfase aan onze Hogeschool nog door.
Het voorbereidende-werk van br. Bakker met de studenten, voorafgaande aan de Schooldag werd gememoreerd, evenals de onmisbare en zo gewaardeerde dagelijkse arbeid van mevr. Van der Zande-de Roo (Wilma) en br. J. Brouwer, de concierge. We zongen Ps. 56:5 en 6. Ik roem in God, ik prijs 't onfeilbaar Woord. Gij hebt mijn ziel beveiligd voor de dood.

Wat is de plaats van de wet?
Dat was de titel van de toespraak van de morgenvergadering door drs. L.W. Bilkes te Ermelo. Maar deze begon met te zeggen: Ik maakte een blunder. Ik had moeten zeggen: Wat is de plaats van de wet van God? We mogen de wet nooit van God losmaken. Doordat dat zo veel gebeurd is, kènnen sommigen de wet van God niet eens meer.
Vroeger kende men de geboden. Daar werd rekening mee gehouden, ook door de overheid. Is de wet ook onder ons aan het verdwijnen? Elders verdween ze soms uit de catechisatie, uit de eredienst. Sommigen „weten meer dan Mozes en Paulus". Of is de wet een harnas, in plaats van vrijheid, vreugde en leven?
De Schriftgeleerden maakten vroeger de wet al los van God. Dan komt de rijke jongeling. Hij doet precies wat er staat. Fatsoenlijk, maar zonder de God van de wet.
Wie is God? Dàt is de vraag. Oog in oog met Hem leer ik: Zó ben ik!
Hoe word je dat? „Dat leert ons Christus in een hoofdsom". Uit de wet van God, door Christus, krijg ik besef van mijn zonde, van mijn doodsstaat.
Velen willen een ellendekennis door Mozes. Maar dàn leer je het niet goed. Mozes kan op een gegeven moment ook zeggen: vooruit dan maar (bij echtscheiding b.v.). Christus zegt dat nooit. Hij plaatst ons voor de wet van God, b.v. bij de Samaritaanse vrouw. Wat is het grootste gebod? Liefde! Tot God en tot de naaste. Met ons hart (priesterlijk), met ons verstand (profetisch), met alle krachten (koninklijk). Dan wordt een mens zo klein!
Sommigen zeggen dat dat niet voor ieder nodig is. Maar Christus leert het! En het Oude Testament leerde het ook al, b.v. door het bloed op het verzoendeksel, waar de wet in de ark lag.
Aan deze dingen moeten we ook denken bij de evangelisatie. Hoe doe je dat? Moet je de dingen aantrekkelijk maken, met gospelmuziek en drama? Maar dat lees ik niet in de bijbel. Men moet door Christus Gods wet leren! Zondekennis is geen voorwaarde voor het heil, maar wel de weg. God gaat de wet schrijven in de harten van de gelovigen door de Heilige Geest. Dan leren we, ernaar te leven. De wet is transcriptie, een reflectie, van de heiligheid van de Here Zelf. Hij is waar, recht en rein.
We leren, terug te keren naar wat God bedoeld had met Gods beeld. Of eigenlijk meer: in Christus worden we, zoals God ons bedoeld had.
Waarom wordt er zo eerbiedig geluisterd door Gods kinderen naar de wet op de zondagmorgen? Dat was het enige stukje dat God met zijn eigen vinger had geschreven. Nu schrijft Hij haar in de harten.
Weest heilig want Ik ben heilig. Heilig is gelukzalig. Geen slavernij.
Mensen geloofden eerder de leugen van de duivel, die tot slavernij voerde. Zalig is het hemelleven, verlost van lijden en pijn, zeker. Maar de zaligheid is de volmaakte heiligheid. Daarvan zien wij reeds een klein begin.
Enkele teksten spreken zo duidelijk: Rom. 13: de liefde is de vervulling van de wet. Matth. 5: onze gerechtigheid moet overvloediger zijn dan die van de Farizeeën en Schriftgeleerden. Door Christus leren we, dat de eis van de wet tegelijk een belofte is. Daarom is hier geen wetticisme. We spreken over liefde en niet over wetticisme. Want dit is de liefde, staat er in 1 Joh. 5, dat wij zijn geboden bewaren.
De wet wordt soms aan de kant geschoven, als men zegt: God ziet geen zonde in wie geloven. Maar hoe weet je dan wat zonde is? God ziet het als zijn volk zondigt. Let maar op Mozes zelf, zie 1 Cor. 11, over geestelijk zorgeloze mensen. We worden getuchtigd, opdat we niet veroordeeld zullen worden.
Op de oordeelsdag zullen we rekenschap moeten afleggen. Jac. 2:12 zegt, dat we door de wet der vrijheid geoordeeld zullen worden. Laat ons de genade vasthouden, zegt Hebr. 12 het slot, want onze God is een verterend vuur.
Christus is het einde der wet. Ook het begin! Ik word en ik blijf klein. Christus zegt: Hier ben Ik. Ik heb de wet gedragen èn volbracht. Leef dicht bij Hem en leef uit Hem!

Intermezzo
Er werd gecollecteerd. We zongen Ps. 119:53. Uw woord is mij een lamp voor mijn voet. Hoe wonderbaar is uw getuigenis.
Het koor „Laus Deo" uit Apeldoorn-Zuid, onder leiding van Gert Nagel, zong drie zangstukken voor ons. Pieter Willem Hulshof speelde hierbij op het orgel.

Busjesactie
Ondertussen was mevr. N. den Hertog-Kok al op de preekstoel komen staan. Namens het Comité Vrouwenactie Bibliotheek Theologische Hogeschool kon zij aan de rector weer geld overhandigen.
In haar inleidend woord liet zij ons eerst denken, dat dit jaar de opbrengst van de busjes wel minder geworden zou zijn door werkloosheid en rentedaling. Maar nadat ze ons even in spanning had gehouden, kon ze cheques overhandigen van ƒ 75.000,- voor de bibliotheek en nog eens ƒ 75.000,- voor het meest daaraan verwante doel en dat was helemaal niet minder dan vorig jaar! Geen wonder dat er tweemaal werd geapplaudisseerd (een vorig jaar was wel eens gevraagd om dat niet te doen, maar dat was dit jaar niet gezegd, en waarom ook eigenlijk? Een mens mag zijn vreugde wel eens uiten). Prof. Van 't Spijker sprak van grote dankbaarheid. Harten én portemonnees gaan open. Die twee behoren toch zo vaak bij elkaar.
Aan het slot van de morgenbijeenkomst zongen we nog Ps. 68:10 en 14. Geloofd zij God met diepst ontzag. Zij zullen U van alle kant vereren met geschenken.
De rector ging voor in dank- en smeekgebed.

Pauze
Even voor half een kon ieder gaan eten, in gebouw Irene of in de Barnabaskerk, op eigen houtje of ergens bij kennissen. Tijdens de middagpauze was er gelegenheid om de Hogeschool te bezichtigen. Ook na afloop was dat mogelijk.

Middagbijeenkomst
De middagsamenkomst werd om 14.00 uur geopend door ds. K.J. Velema uit Groningen, die dit jaar assessor (tweede voorzitter) van het curatorium is. We zongen Ps. 138:1 en 2. 'k Zal met mijn ganse hart uw eer vermelden. Heer, U dank bewijzen. Gij hebt mijn ziel op haar gebed verhoord, gered, haar kracht gegeven.
Gelezen werd Spreuken 2:1 t/m 13.
In de middagbijeenkomst is er een speciale bidstond voor de komende examens, maar ook voor alle arbeid aan de Hogeschool. Wat heeft de Hogeschool het meest nodig? Het Spreukenboek zegt: wijsheid; de vreze des Heren. Vreze des Heren, dat is: ontzag èn contact (zo wijlen prof. De Groot). Afhankelijkheid en aanhankelijkheid. De echte wijsheid hebben allen nodig. Laten we die zoeken en bidden, laat ons zien op Jezus.
Nu werden de noden van de gehele Hogeschoolgemeenschap in het gebed aan de Here opgedragen. We zongen Ps. 118:7 en 8. De Heer is mij tot hulp en sterkte. Gods rechterhand is hoog verheven.
En voor de tweede maal verrijkte het Zangkoor uit Apeldoorn-Zuid de Schooldag met zijn zuivere zang.

Prediking en bevinding
Het woord was nu aan prof. dr. W.H. Velema. Zoals bekend zal zijn vertelt om de beurt een van de hoogleraren in de middagsamenkomst iets over zijn vakgebied. In de titel staan twee belangrijke woorden. Er wordt over de prediking geklaagd, de prediking wordt geprezen. Daarin wordt het Woord praktisch gemaakt. Er zijn, is wel gezegd, twee polen: enerzijds de waarheid Gods; anderzijds de mens van vandaag die aangesproken wordt. Men kan teveel vanuit het verleden, objectief, spreken. Of juist te actualistisch, te weinig belijnd en belijdend. Er is een spanning.
Het tweede woord, bevinding, raakt het persoonlijke. Het is datgene, wat een gelovige meemaakt in zijn verhouding tot God, geleid door Gods Woord.
Ook „ervaring"? Bevinding is de ervaring van het geloof. We bedoelen dan niet alleen louter het verticale. Dat zou een versmalling zijn, al is het wel het hart ervan. Maar het raakt heel het leven voor Gods Aangezicht.
Ligt hier geen bezwaar? Verleggen we zo niet het zwaartepunt? Gaat het nu niet ineens over de mèns? Naar die vraag moeten we wèl luisteren. Maar: in Zondag 1 van de Catechismus gaat het over Gods werk vóór èn in mij. De belevingskant moet wel aan de orde komen. Let eens op de Schrift zélf! Daar komt de stem van God èn de stem van de mensen, kijk eens naar de Psalmen! Gods werk gaat via Genesis 3 (de val maar ook de belofte) naar Lukas 2 (Bethlehem) en Handelingen 2, de uitstorting van de Geest, als werk van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Prof. Kremer sprak graag van de beschikking, de verwerving en de toepassing van het heil. Dus is bevinding wezenlijk voor de prediking. Het gevaar is er wel, als men de verkondiging tekort doet. Hoe gebeurt het goed? Let dan op de Psalmen, die niet inzetten bij de mens, maar: wie God is voor die mens. De kracht van de toepassing is niet het overbrengen van de nood van de dichter naar ons leven, maar: hoe de Here zijn Toevlucht is. We brengen dus de bevinding in de preek vanuit wat en wie God wil zijn. Dat God betrouwbaar is. Dat de preek een adres heeft.
Daarom spreken we ook met twee woorden: wet en evangelie. Een preek zonder de wet is een preek zonder adres. Neen, zelfkennis en Godskennis. Zo mag het evangelie worden verkondigd.
Nooit mag men van de kennis van zonde en ellende een voorwaarde maken. Luther en Kohlbrügge waren daar fel op tegen. Bevinding is: je maakt mee dat de wet je beschuldigt, èn je maakt de ruimte mee waarin God je stelt. Heerlijk en noodzakelijk. Het „toen" krijgt zijn kracht in het toepassen vandaag. Wat leer je? Als we Calvijn in het derde hoofdstuk van zijn boek III van de Institutie lezen, verbindt hij de boetvaardigheid en de vergeving van zonden.
Boetvaardigheid is voor Calvijn een heel wijd begrip, inclusief de dankbaarheid, inclusief de afsterving van de oude mens en de opstanding van de nieuwe mens. Het raakt God èn de naaste. We leren onszelf te verloochenen.
De goede gereformeerde bevindelijke prediking is niet smal, maar gaat in op de vragen van elke dag. De preek moet praktisch zijn, toegespitst op de situatie van de mensen van vandaag, van hier en nu, inclusief de stress, de frustraties, het oprukkend ongeloof. Heel het leven met God is een worsteling. Er is een woord voor beginnenden en gevorderden.
Jonge predikanten hebben nog niet de ervaring van oudere predikanten. Maar ze mogen wel horen, dat de gemeente graag verder onderwezen wil worden. Hier ligt een taak voor menige kerkeraad. Laat die niet liggen! De praktische uitwerking is zo nodig. En dan gaan we allen terug naar de bron, zonder surrogaten.
De bevindelijke prediking raakt heel onze levensstijl, onze levenshouding, onze levensvisie, ons levensperspectief. Daar mag wel veel aan gedacht worden. Niet de prediker maar God staat dan centraal, die zijn gemeente voert naar de toekomst. De krans zal uitgereikt worden aan allen die Christus' verschijning hebben liefgehad.
We preken zonder systeem. We geven de volle ruimte aan Gods beloften. We hebben een positieve boodschap. Daaraan niet tekort doen! Jezus heeft het gewonnen. En „de bevinding" bidt: Here Jezus, maak het waar!
Na de tweede collecte zongen we weer. Ditmaal Ps. 25:6 en 7. Wie heeft lust, de Heer te vrezen? Gods verborgen omgang vinden zielen, waar zijn vrees in woont.

Sluiting
De Schooldag was bijna ten einde.
De sluiting gebeurt altijd door de president-curator. Dat was deze keer ds. M.C. Tanis. Hij bracht dank aan de regelingscommissie, aan de kerkvoogdij van de Hervormde Gemeente van Apeldoorn en Het Loo, aan de koster van de kerk, de heer Bakhuis, aan de organist, drs. H. Schuurhuis (de secretarispenningmeester van Deputaten-Financieel!), aan het koor, en aan alle aanwezigen.
Spreekt over de Schooldag ook met anderen, die hier vandaag niet waren!
We hoorden veel over het Woord.
Ds. Tanis wilde nog aandacht vragen voor de Catechismusprediking. Raken we ook in onze kerken daar wat los van? Dat moet niet! De Catechismus is wel een menselijk geschrift, maar ging behoren tot het belijden van de kerk. We mogen de Catechismuspreek niet verwaarlozen. Ons leerboek is voluit bijbels. Geen afstandelijke prediking, gebonden aan Gods Woord, èn aan het leerboek zelf. Zelfbeproeving en opscherping komen aan de orde. Dat is nodig, want het geestelijke leven staat vandaag niet op een hoog peil. Een van de redenen daarvan is, dat wij ons leerboek zo weinig lezen in het licht van Gods Woord, biddend. Ook essentiële delen van het geloofsleven komen er aan de orde, b.v. de waarachtige bekering. Er staat duidelijk, waarin die bestaat. Er is een eerste en een dagelijkse bekering.
In een tijd van verwarring en losmaking van essentiële geloofszaken herinneren we ons, wat Kohlbrügge op zijn sterfbed zei: De eenvoudige Heidelberger, kinderen, houdt daaraan vast!
Ds. Tanis ging ons voor in gebed en dankzegging.
We zongen nog Psalm 133. Hoe goed en lieflijk is 't dat zonen van 't zelfde huis als broeders samenwonen. Die liefdegeur moet elk tot liefde nopen. Waar liefde woont, gebiedt de Heer de zegen.
De Schooldag was weer voorbij. Velen ontmoetten nog velen. Op het plein mochten handdoeken worden verkocht voor de jubileumactie van de Vrouwenbond in onze kerken.
Het was een goede dag.

K. Boersma

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 september 1987

De Wekker | 8 Pagina's

Schooldag 1987

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 september 1987

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken