Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Niet de boosheid, maar de voosheid

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Niet de boosheid, maar de voosheid

4 minuten leestijd

Er is de afgelopen jaren op de verenigingen en waarschijnlijk ook op de catechisatie, gesproken over kerkverlating. Je kon zo'n jaar of twee, drie geleden geen krant of kerkblad openslaan of er stond wel een artikel in over dit onderwerp. Ook onze jongerenorganisatie, CGJO gaf een uitstekende schets, die de bedoeling had de discussies over de oorzaken van dit trieste gebeuren wat dichterbij te brengen. Die discussies brachten de kerkverlaters dan wel niet terug in de kerk, het was toch goed om die gesprekken te voeren. De bedoeling was immers om je te bezinnen op de oorzaken van kerkverlating door jongeren en ouderen. Om eens na te gaan hoe we dit proces konden beïnvloeden, liefst afremmen.
Aan veel van wat er toen gezegd en geschreven werd kon je merken, dat we met dit probleem niet zo goed raad wisten. Waar was het misgegaan? Waren die weggelopen-gemeenteleden onverschillig of ongelovig? Wat had hen het laatste duwtje gegeven over de kerkdrempel de wereld in? Of waren ze misschien al jaren randfiguren geweest zonder dat wij of zijzelf het wellicht doorhadden? We zochten het bij „de tijdgeest" en bij de toegenomen „verwereldlijking". Er werd kritiek geleverd op de preken en de kerkdiensten. De taal van de kerk verschilde nogal wat van de taal van de jeugd. Er vielen woorden als: conservatief en schijnheilig. Sommigen werden boos, anderen verdrietig. Hoe dan ook, we probeerden er iets van te leren en attent te zijn op mogelijk nieuwe weglopers.
De gesprekken hierover zijn de laatste tijd wat afgenomen. De kerkverlating helaas niet.
Maar er is wel sinds enkele weken iets nieuws bijgekomen. Twee onderzoekers zijn op de idee gekomen om nu eens niet de kerkverlaters aan de orde te stellen, maar de kerkblijvers. Je hebt er zeker wel over gelezen of van gehoord. Het onderzoek vond plaats onder twintig kerkelijk-meelevende gezinnen. Dat het gereformeerde gezinnen waren uit Drenthe, doet denk ik niet zoveel terzake. Volgens mij speelt zich in gezinnen uit onze kerken vaak hetzelfde af. Het is namelijk zo, dat ondanks het feit, dat de ouders actieve gemeenteleden zijn - velen zelfs in het ambt van ouderling of diaken - de jongeren tot de ontdekking komen, dat die activiteiten in geringe mate gedragen worden door een blij en levend geloof. Dat bij vele ouderen en jongeren de christelijke gewoonten van kerkgang, bijbellezen en dergelijke, uiterlijke vormen zijn geworden. En dat gesprekken over geloof of preek zeldzaam voorkomen. Toch waren de ondervraagde jongeren, als ik het goed begrepen heb, nog kerkblijvers. Maar hoe lang nog? Als je als jongere door de godsdienstigheid van ouderen heenprikt, hoe aantrekkelijk blijft het dan om zelf mee te doen?
Je denkt misschien: ik heb het altijd wel geweten, dat het aan de ouders ligt. En wie weet kijk je daarbij je eigen ouders eens aan . . . Het is natuurlijk maar de vraag of dat terecht is. In elk geval zijn er door dit onderzoek weer een paar dingen naar voren gekomen, die we wel wisten, maar die we misschien toch nog nooit zo scherp hebben gezien als nu het geval is. En die wilde ik via dit artikeltje aan je doorgeven:
- Het allerbelangrijkste in de kerkelijke gemeente is niet gehoorzaam meelopen in het oude spoor of actief meedoen aan kerkelijk werk, maar een persoonlijk, levend geloof, dat ons verbindt aan Jezus Christus.
- Daarom is het goed om jezelf in alle eerlijkheid eens af te vragen, hoe het eigenlijk staat met je eigen geloof, je eigen band aan God.
- Het is beslist noodzakelijk, dat we weer leren praten over het geloof, over ons vertrouwen op de Here God of over onze twijfels en aanvechtingen. Binnen de gemeente en binnen de gezinnen. Geloven is niet louter doen, maar ook gesprek, liefst in eigentijdse woorden.
- Wat ons nu bedreigt is niet zozeer de boosheid (ook al blijven we gebrekkige, zondige mensen) maar de voosheid. D.w.z. als de dingen die wij als christenen nu eenmaal doen, verworden zijn tot lege vormen, tot zin-loze daden of woorden. Je doet ze nog en zegt ze nog, maar het heeft geen inhoud en geen betekenis meer. Daar gaat de kerk aan kapot. Elke kerk, ook de onze.
En dat is dus voor jou ook belangrijk. Jij kerkblijver. Jij jeugdrubriek-lezer of -lezeres. Probeer mee te denken en mee te doen en mee te bidden. Om een levend geloof en een levende kerk. Om de kracht van de Geest.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 mei 1988

De Wekker | 8 Pagina's

Niet de boosheid, maar de voosheid

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 mei 1988

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken