Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Pinksteren in trinitarisch licht

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Pinksteren in trinitarisch licht

10 minuten leestijd

In Hem zijt gij, toen gij gelovig werdt, ook verzegeld met de Heilige Geest der belofte, die een onderpand is van onze erfenis, tot verlossing van het volk, dat Hij zich heeft verworven, tot lof zijner heerlijkheid. Efeze 1:13,14

Drievoudig heil
Op Pinksteren moeten we alles drie keer zeggen. Daaruit spreekt de volheid van de verlossing. Bijbelse, goddelijke volheid is niet met één woord uit te spreken. Al de volheid Gods (Ef. 3:19) komt er aan te pas: de breedte, de lengte, de hoogte en de diepte van het heil. Onmetelijk is het. En toch is het in drie woorden te zeggen. Het eerste van die drie is: Vader. Het tweede is: Zoon. Het derde is: Heilige Geest. Is drie ook niet het getal van volheid?
Merkwaardig is het, dat we een speciaal feest hebben voor de Zoon. Het is het Kerstfeest, waarmee de kerkelijke kalender eerst goed op gang komt. Zij wordt in haar liturgische chronologie grotendeels bepaald ook door de Zoon. Hij is geboren uit de maagd, ontvangen van de Geest. Hij heeft geleden, is gekruisigd, gestorven en begraven en nedergedaald ter helle. Ook is Hij opgestaan uit de doden en opgevaren ten hemel. De gehele kalender is christologisch gekleurd. Het gaat om de feesten van Christus.
Voordat de kalender ogenschijnlijk geheel en al kleurloos wordt viert de kerk nog het feest van de Geest: Pinksteren, het feest van de volheid. Daarover gaat het vandaag. We hebben immers een speciaal feest voor de Geest. Maar het is al niet meer zo uitbundig. De Geest schrijft geen wegen in de tijd, die op de kerkelijke kalender wordt aangegeven. Hij brengt alles schier op één dag tot de volheid. Zo hebben we een feest voor de Zoon en voor de Geest. Maar waar is het feest voor de Vader? Waar en wanneer vieren we zijn feest: en zij begonnen vrolijk te zijn (Luc. 15:24).
Twee antwoorden zijn mogelijk. Het eerste is, dat er waarlijk niet een feest van de Zoon is en ook niet een feest van de Geest, of het is in dit alles tevens een feest van de Vader. Hij gaf de Zoon en de Zoon doet niets, dan werken de werken die de Vader Hem heeft laten zien. En de Geest is het die in zijn werk ons brengt tot de volheid van het: Abba, trouwe Vader. Dit eerste antwoord zegt ons, dat er geen Kerstfeest is, of we zullen de Vader eren, gelijk we de Zoon eren. En dat er geen Pinksteren is, of we komen door de Geest tot de Zoon en door de Zoon tot de Vader. Dit eerste antwoord is afdoende, voor wie verlangt naar diepte van kennis en inzicht. Voor wie hoopt op rijkdom der verlossing. Want door één Geest en door één Zoon worden wij tot de Vader geleid.
Maar een tweede antwoord laat zich ook zeggen. Het feest van de Vader komt nog. Onze kerkelijke kalender behoort bij de geschapen werkelijkheid, die wij tijd noemen. Is de eeuwigheid daar, dan is deze liturgie voorbij met haar rijkdom en monotonie. Dan breekt het feest van de Vader aan: Men behoort dan vrolijk te zijn, want uw broeder hier was dood en is weder levend geworden. Hij was verloren en hij is gevonden. Pinksteren valt slechts te vieren als het feest van de hoop. Pinksteren spreekt van een goddelijke volheid, die nimmer ontledigd kan worden. Zij heeft de eeuwigheid van node. Pinksteren is een voorsmaak van het: dan zal God zijn alles en in allen. Daar is onze kalender, daar is onze tijd en ons leven als het er op aankomt te klein en te kort voor. Daarvoor behoeven wij de eeuwigheid. Eeuwigheid in het licht van de drieenige God: het licht dat van zijn aanzicht straalt. Pinksteren: vervuld worden tot al de volheid Gods.

Pinksteren: Uitloper van de verkiezing
Wanneer we de volheid van het heil willen vatten, moeten we het op z'n minst drie keer zeggen. Het heil is heil van de verkiezing. Daar blinkt de Vadernaam. O, wie dit vergeet, kan over verkiezing reeds niet meer spreken. Hij zou in dispuut kunnen treden met de Islam, die van een fatum weet heeft. Hij zou bij de heidenen in de leer kunnen gaan, die in hun religie nimmer de Vadernaam zelfs maar durfden te fluisteren. Eerbied, ontzag, angst en vrees is er, wanneer de verkiezing wordt beschouwd als het logische systeem van een Allerhoogste Dwingende Logica. De dwingende kracht is zo hard, dat er geen speld, dat er geen Geest tussen te krijgen is. Men zegt, maar geloof het niet, dat de gereformeerden zulks hebben bedoeld. Men schuift deze leer in tussen de regels van de Dordt: zie daar is het fatum! En de gevolgen zijn fataal. Het evangelie wordt ontkracht. Het krijgt een dubbele bodem. Men moet maar op geluk geloven. En men heeft de kans dat men zichzelf bedriegt. De verzoening van Christus is een spel in ruimte en tijd, maar onder een bedreiging van de eeuwigheid, die niet te vertrouwen is. Men schrijft het aan deze leer toe, dat men de preekstoel wel kan opklimmen, maar in feite de mensen een uur of wat bezig houdt zonder troost te bieden. Waarom?
Omdat men verzuimt te zeggen, dat er achter het wonder van de verkiezing een Vader staat. De God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons in Hem heeft uitverkoren voor de grondlegging der wereld. En ook, omdat men vergeet, dat er bij de verkiezing het kruis oplicht, het kruis der verzoening, dat geen schimmenspel betekent voor theologen, maar dat de vaste grond biedt voor de verkiezing Gods. En men vergeet mogelijk het meest, dat de Geest er is. En dat men, wanneer men bij de verkiezing de Geest verzwijgt, het heil ontoegankelijk heeft gemaakt. Calvijn noemt men de theoloog van de verkiezing. Is hij niet veel meer die van de Geest? Maar dat is een en hetzelfde! Zo spreekt de apostel in Efeze 1, wanneer hij het heil Gods in zijn volheid tracht te benoemen, allereerst over de genadige verkiezing in Christus, in de Beminde, in Hem, in wie al zijn welbehagen is. En daarom spreekt de apostel vervolgens over de Geest en zijn verzegeling. Over het werk van de Geest, als toeëigenend, hetgeen wij in Christus hebben. Wie over de Geest wil spreken zonder van de verkiezing te gewagen komt niet verder dan de religieuze ervaring van een religieus mens. Maar wie over de Geest spreekt, over zijn werk, over zijn bediening en bedeling vanuit de rijkdom der verkiezing, die heeft iets geproefd van de volheid Gods. En wat is Pinksteren anders?

Pinksteren: Verankering van de verzoening
Waarom wordt het Pinksterfeest bij velen vandaag zo vaag, zo ongrijpbaar, zo ondefinieerbaar, om niet te zeggen: zo zwoel van gevoel zonder bestendige en blijvende kracht in het leven?
Wat wil men? Pinksteren is de verankering van de verzoening in het leven van dood-schuldige mensen. Het is het planten van het kruis, niet maar in het bewustzijn van die mens, maar in het hart door het geloof, zodat het toegeëigend wordt in zijn schulddelgende en vernieuwende kracht.
Ook hier hangen de zaken samen. De aanvallen op de leer der verzoening, die de eeuwen door zijn uitgevoerd, hebben een niet te onderschatten betekenis voor de leer van de Geest. Neem het kruis der verzoening weg, en er blijft een verdund spiritualisme over, een „geestelijkheid", die geen bestand heeft. De samenhang tussen kruis en volheid is zichtbaar. Christus heeft gezegd: het is volbracht. Daarin ligt die volheid, waarvan sprake is in het evangelie: uit zijn volheid hebben wij allen ontvangen, genade voor genade. Christus is aan het kruis verheerlijkt. Daar heeft Hij de levendmakende Geest verworven, die in Hem als in het Hoofd en in ons als in zijn lidmaten woont. Het is deze samenhang waarop de apostel wijst, wanneer hij zegt, dat het offer van Christus veel krachtiger is dan dat van de offerdieren, die in de tempel werden gebracht. Daar werden de mensen „naar het vlees" geheiligd. Hoeveel te meer zal dan nu het bloed van Christus, die door de eeuwige Geest zichzelf als een smetteloos offer aan God gebracht heeft, ons bewustzijn reinigen van dode werken om de levende God te dienen? (Hebr. 9:14). Neem het verzoenend sterven van Christus weg voor het hart en de Geest vindt geen rustplaats meer om zijn vrede ons mee te delen.
De onlosmakelijke samenhang tussen de Vaderlijke verkiezing en de Geest van Pinksteren is van dezelfde aard als de samenhang tussen het kruis van Christus en de enige troost waarvan de Heilige Geest ons verzekert, wanneer Hij ons ook van harte willig en bereid maakt om voortaan voor Hem alleen te leven en te sterven. De Geest is de Trooster, omdat Hij de Geest is die over Golgotha komt aangewaaid als een sterke gedreven wind, die het huis en het hart vervult. Zo troost Hij. Niet anders. En bij het kruis, waaraan genoeggedaan is. Daar is de „voldoening aan 't gemoed" waarvan Lodenstein zong.

Pinksteren: Blijdschap van de verzegeling
Wanneer we Pinksteren beschouwen als het feest van de volheid Gods, kan het niet anders of er zal iets zijn van vreugde. De God van mijn jubelende vreugde: zo noemt de dichter Hem. Waar licht en waarheid onze weg bestralen zal deze vreugde komen. Maar dan nimmer zonder Vaderlijke liefde en nimmer zonder de verzoening van het kruis. Het werk van de Geest maakt die liefde vast in het leven van een mens hier op aarde. Door die Geest roepen wij: Abba, Vader. Maar door de Geest komt er ook de blijdschap vanwege de verzoening aan het kruis. Werk van de Geest is het, waardoor aan onze harten verzegeld wordt dat God getrouw is in zijn spreken. Werk van de Geest is het ook, waardoor wij wéten hetgeen ons van God geschonken is.
Merkwaardig, dat heel het Geesteswerk, wanneer het in trinitarisch perspectief wordt geplaatst, wordt samengevat in de verzegeling. Dikwijls zijn wij bereid om de verzegeling door de Geest te beschouwen als een afzonderlijk aspect van zijn werk. Wanneer wij zoeken naar een globale aanduiding van het werk van de Geest denken wij eerder aan een begrip als heiliging, of vernieuwing, of wedergeboorte. Dit zijn voor ons min of meer de samenvattende begrippen van zijn werk. In het gedeelte, dat ons bij deze Pinksteroverdenking voor ogen staat, spreekt de apostel over de verzegeling door de Heilige Geest. Hij typeert daarmee het werk van de Geest op een bijzondere manier. De Vader is het die ons verkiest. De Zoon is het, die ons verzoent. Wat doet de Geest? Hij verzegelt ons. We kunnen dit begrip hier niet uitwerken, zoals Paulus het doet. We wijzen het nu alleen maar aan als een verwijzing naar de zekerheid van het heil. Dat zit er zeker in. Men wordt niet alleen verkoren. Men valt ook niet alleen onder de verzoening. Men wordt ook verzegeld. En dit is het eigensoortige, het typische werk van de Geest. Wat is Pinksteren anders, dan dat de Geest zegt: Ik zorg dat je 't weet. Niet alleen dat je bemind bent. Maar ook dat je er weet van krijgt. Niet alleen dat je gekocht bent. Maar ook, dat je er kennis van draagt.
Pinksteren: de goederen van de eeuwigheid worden over het kruis van Golgotha heen bij ons thuisbezorgd. Dat je 't hebt is genade. En dat je wéét dat je 't hebt is ook genade.
Zie, daarom heten alle zondagen na Pinksteren naar die van de triniteit: de zoveelste na Trinitatis tot aan advent en Kerst toe. En dat is goed. We leven niet uit de Geest alleen en evenmin uit Jezus alleen. Zelfs niet uit eeuwige liefde alleen. We leven uit Hem, die ons als kind reeds met het doopwater opriep opdat wij vervuld zouden worden tot alle volheid Gods: in de naam van de Vader, en in die van de Zoon, en in die van de Heilige Geest. En zo leven we zelfs het grootste deel van het kerkelijke jaar uit déze trinitarische volheid. Daarbij vergeleken is het een teken van armoede en beperking, wanneer de kerkelijke kalender ons weer naar de adventsweken roept. De volheid van de drieënige God is er. En zij roept ons tot een feest van gans andere orde. Het gaat al onze liturgieën te boven. Het staat niet meer op enige kalender. Het is de eeuwigheid, die het doet aanbreken, wanneer God zal zijn alles en in allen.
Hoe ernstig is in het licht van dit alles de vraag: hebt gij de Heilige Geest ontvangen?

W. van 't S.

Dit artikel werd u aangeboden door: De Wekker

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 mei 1989

De Wekker | 12 Pagina's

Pinksteren in trinitarisch licht

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 mei 1989

De Wekker | 12 Pagina's

PDF Bekijken