Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Zal oud worden ook in de toekomst een zegen zijn?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Zal oud worden ook in de toekomst een zegen zijn?

6 minuten leestijd

Twee berichten van enkele dagen terug zijn aanleiding om deze vraag aan de orde te stellen. Alle dagbladen maakten melding van het feit dat in ons land de 2.000.000ste AOW-er is geregistreerd. Het feit is met enige feestelijkheid omgeven. Nooit eerder in de geschiedenis van ons volk en in onze westerse cultuur, vormden bejaarden een zo groot segment van ons bevolkingsbestand. Om dankbaar voor te zijn. In de ontwikkeling van zijn kennen en kunnen heeft de mens de door God in de schepping gegeven mogelijkheden ontdekt om het leven van de mens aanzienlijk te verlengen en de beperkingen die aan de ouderdom zijn verbonden voor een deel op te heffen, in elk geval draaglijk te maken. De tijd waarin de gemiddelde leeftijd van de mens aanzienlijk lager lag dan nu en waarin de kwetsbaarheid van ouderen voor ziekten van allerlei aard veel groter was dan nu het geval is, ligt niet eens zover achter ons. Wie zou er niet blij om zijn dat het velen is gegund langer van dit aardse leven te genieten, met hoeveel verdriet en moeite dat genieten ook gemengd kan zijn? Altijd heeft de mens in oud worden een zegen gezien. Op menige plaats in de bijbel wordt het door God zelf ook als een zegen aangemerkt. Abram krijgt in Genesis 15:15 de toezegging: gij zult in hoge ouderdom begraven worden en in Job 42:16 lezen we dat Job na alle bewogen jaren nóg eens honderdveertig jaar mocht voortleven en dat hij kinderen en kindskinderen tot in vier geslachten mocht zien. Hij stierf van het leven verzadigd. Binnen christelijke kringen wordt in overlijdensadvertenties van mensen die in hoge ouderdom heengingen, dikwijls de uitdrukking „op of in de gezegende leeftijd" gebezigd.
Oud zijn is lang niet altijd gemakkelijk, maar wie wil het niet worden? Sommigen mag het tot op zeer hoge leeftijd goed gaan. Wat is het een zegen als in de ouderdom alle functies van het lichaam en de geest goed tot redelijk intact mogen blijven, als men bij veel betrokken kan blijven en lang zelfstandigheid kan behouden, doordat men samen (of door de goede conditie van één van beiden) goed blijft overzien en alles kan doen wat voor de inrichting van het dagelijks leven nodig is. En beperken zich op dit punt de mogelijkheden dan is het een dubbele zegen als één of meerdere kinderen het in hun leefprogramma willen en kunnen inpassen op afstand of van dichterbij wat mee- of bij te sturen. Ouder worden in Nederland geschiedt bovendien onder de zekerheid dat er georganiseerde bejaardenzorg is, waarop kan worden teruggevallen als het niet langer mogelijk of gewenst is het zelfstandige bestaan voort te zetten.
Nu de 2.000.000ste AOW-er is geregistreerd zullen we ons bewust moeten zijn hoeveel deze bejaardenzorg van ons volk in de toekomst zal vragen. Niet alleen financieel, maar vooral ook geestelijk. Wordt er nu al door veel ouderen geklaagd dat zij het gevoel hebben naar de rand van de samenleving weggedrukt en uitgeschakeld te zijn, in de toekomst zal dat er waarschijnlijk niet minder op worden. Het opbrengen van materiële middelen om in een goede verzorging van onze bejaarden te voorzien en het respect en de liefde, die bij een sterk groeiend aantal bejaarden nodig zullen zijn om hun het gevoel te geven dat de samenleving hun eerbiedig en in dankbaarheid een volwaardige plaats blijft bieden, vraagt om opvoeding van de jongere generaties tot een mentale instelling die dat alles mogelijk maakt.

Liefdevolle zorg
Die opvoeding is zeker nodig als we denken aan het recente krantenbericht dat ons land op dit moment ongeveer 100.000 demente bejaarden telt en dat we snel zullen toegroeien naar het moment waarop dit aantal zich zal hebben verdubbeld. We weten dat ijverig naar de oorzaken van dementie wordt gezocht en dat ijverig onderzoek wordt gedaan naar medicaties en preventie-mogelijkheden om dit - soms al vroeg optredende - ouderdomsverschijnsel tegen te gaan. Maar het is reëel om voor de toekomst bij een toenemend aantal bejaarden rekening te houden met een groeiend aantal demente ouderen. Over de daaraan verbonden aspecten moeten we niet gering denken. Om te beginnen kijken niet weinig ouderen met vrees aan tegen de mogelijkheid dat het ook hun deel zal zijn. Je hoort het bejaarden wel eens zeggen: als dat ook mij zou moeten overkomen, hoop ik maar dat God mij tijdig wegneemt. Dat gevoel van ontluistering boezemt veel ouderen diepe vrees in. En dat is begrijpelijk. Komt dat gevoel niet sterk over iedereen die in verpleeg- en verzorgingstehuizen bij demente bejaarden op bezoek gaat? Dit is meer vegeteren dan leven, merkte onlangs iemand tegenover mij op en hij toonde zich gelukkig na een half uurtje vertoeven in het verpleegtehuis weer buiten, in het „normale" leven te staan. Hij drukte uit wat velen denken. Hier liggen vragen die in de toekomst met nog veel méér klem op ons toe zullen komen.
Oud worden een zegen, maar willen we dat ook zo blijven zien als in de gebrokenheid van dit aardse bestaan de negatieve bijverschijnselen van de ouderdom zwaarder op ons zullen gaan drukken, financieel en moreel? Als we ervan uit moeten gaan dat God de Schepper aan de ons geschonken en door ons ontdekte mogelijkheden om ouder te worden ook de opgave verbindt om ouderen, bij wie in menselijke zin niet meer van een volwaardig bestaan wordt gesproken, in liefde te verzorgen en te begeleiden, zijn we dan bereid dat niet alleen aan de professionele krachten op geriatrisch terrein over te laten maar daarin ook zelf een zeker aandeel te nemen? Door frequenter en wat langer op bezoek te gaan, ook al stagneert de communicatie? Door vrije tijd aan te bieden om bij een gunstige weersgesteldheid met een demente bejaarde eens een wandeling in de natuur te maken, ook al blijft dat naar ons toe zonder een duidelijk signaal van waardering? Door zoveel mogelijk de demente bejaarde te blijven benaderen met de dingen van het geloof (vooral citaten uit de psalmen), wetend dat bij het wegvallen of minder worden van de geestelijke functies de ontvankelijkheid voor de dingen van het geloof nog lang kan blijven bestaan? Er zou meer te noemen zijn.
De kerk van Christus zal zich in de toekomst meer dan ooit op de positie van de oudere, in afzondering levende mens moeten bezinnen. Bij het licht van Gods woord allereerst op de waarde en de betekenis van een leven waarin de mentale functies stagneren of weggevallen zijn. Liggen die waarden en betekenis misschien vooral in de liefdevolle zorg die de jongere voor de oudere generatie op zich heeft te nemen? Die bezinning en het resultaat daarvan zullen vooral van betekenis zijn tegen de achtergrond van het moeilijke euthanasievraagstuk, maar niet minder ook voor de pastorale begeleiding van de oude mens met mentale aftakeling.
De kerk, zo goed als in het gezin, zal de jonge generatie moeten opvoeden tot offerbereidheid om voor de oudere mens datgene te zijn en te doen, wat in oosterse culturen vanzelfsprekend is, maar waartoe wij in onze westerse, in het christelijk geloof gedrenkte cultuur, evenzeer geroepen zijn.
Als de jonge mens de zin van het leven van de oude mens, zelfs onder de grootste beperkingen, goed ziet zal ouder worden ook in de toekomst een zegen kunnen zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 september 1989

De Wekker | 12 Pagina's

Zal oud worden ook in de toekomst een zegen zijn?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 september 1989

De Wekker | 12 Pagina's

PDF Bekijken