Bekijk het origineel

Het Besluitenboekje (I)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Het Besluitenboekje (I)

5 minuten leestijd

De kerkeraden hebben kennis kunnen nemen van de inhoud van het Besluitenboekje, dat door de secretarissen van de synode, scriba's genoemd, in januari werd verzonden. De predikanten Starreveld en Van Amstel zijn er druk mee geweest. De redactie van Ambtelijk Contact stelde ook nu weer haar blad beschikbaar, waardoor het mogelijk werd dat een en ander vlot kon worden afgedaan. Nu kunnen de kerkeraden met de genomen besluiten nader kennis maken, de verschillende deputaatschappen kunnen hun werk bijstellen, al naar gelang hun instructie werd gewijzigd of niet. En de leden van de gemeente kunnen na alles wat zij in De Wekker over de synode hebben gelezen, nu alles nog eens rustig bekijken. Want dat het Besluitenboekje van de Generale Synode in Ambtelijk Contact verschijnt, betekent niet, dat het voor de gemeenteleden een gesloten boek zou moeten zijn. De nummers van de paginering in Ambtelijk Contact zijn weergegeven, maar er is ook een eigen nummering aangebracht, waaruit duidelijk wordt dat de publicatie een zelfstandige waarde heeft. De scriba's schrijven, dat het van betekenis is dat hetgeen de kerkelijke vergaderingen met broederlijke overeenstemming besluiten niet alleen bekend is bij de kerkeraden, maar ook gedragen en uitgevoerd wordt op het grondvlak.

Acht rubrieken
De inhoud van het Besluitenboekje is in een achttal rubrieken ondergebracht. Daarvan betreft de eerste de kerkorde zelf. Een bepaling werd gemaakt die als volgt luidt: „De synode sprak uit dat zowel de praeses als de scriba van de kerkelijke vergaderingen ambtsdrager dienen te zijn." Het voorzitterschap (praesidium) van de kerkeraad was in de kerkorde reeds geregeld in art. 37. Daar was vastgelegd, dat de dienaar des Woords - indien er meer zijn dan, de dienaren om beurten - heeft te presideren. Dit betekent, zoals ieder gemakkelijk begrijpt, dat het vanzelfsprekend is, dat de voorzitter oftewel praeses een ambtsdrager is. Daarop kan liet door de synode genomen besluit dan ook geen betrekking hebben. Evenmin kan er ten aanzien van het voorzitterschap van kerkelijke vergaderingen, wanneer men deze uitdrukking opvat in kerkordelijke zin, sprake van onzekerheid zijn. Kerkelijke vergaderingen zijn weliswaar geen vergaderingen van ambtsdragers, maar dan toch van kerken, die door ambtsdragers worden vertegenwoordigd. Op deze vergaderingen zijn geen andere personen dan ambtsdragers, die voor het praesidium in aanmerking komen. Daarom zal men mogelijk het begrip „kerkelijke vergadering" dienen op te vatten in een zeer brede zin en er ook onder moeten verstaan de vergaderingen van deputaatschappen, hetgeen echter kerkordelijk gedacht niet juist is. Die zullen dan bij het aanwijzen van een voorzitter moeten onderzoeken of de betreffende persoon ambtsdrager is, of nog is. Wat het scribaat betreft, daarvan is sprake in art. 35: „In alle vergaderingen zal naast de praeses een scriba optreden, om zorgvuldig te notuleren hetgeen het optekenen waard is." Ook hier is de zin eigenlijk vanzelf duidelijk. Een vergadering wordt gevormd door ambtsdragers. Een van hen treedt op naast de voorzitter (praeses) als scriba. Het spreekt vanzelf dat deze uit de vergadering aangewezen scriba ambtsdrager is. Wat dit betreft was een aanvulling van de kerkorde dus wellicht niet helemaal noodzakelijk geweest. Maar het geval doet zich voor, dat in sommige kerkeraden de werkzaamheden aan het scribaat verbonden zich zozeer uitbreiden, dat de scriba zich voor een zware taak geplaatst ziet. Men benoemt dan soms, om de broeder te dienen iemand die bekwaamheid heeft in het notuleren. En daartegen is ook geen principieel bezwaar, wanneer tenminste sommige regels in acht genomen worden. Deze notulist(e) staat wel onder de plicht voor de geheimhouding. Zaken die in de notulen voorkomen lenen zich niet voor een publieke behandeling. Derhalve moet men in zo'n geval verzekerd zijn van de betrouwbaarheid van degene die zulke hulpdiensten verricht. En officiële stukken van de kerkeraad blijven geheel en al onder verantwoordelijkheid van de scriba, zodat het afgeven van attestaties en het ondertekenen van officiële kerkelijke stukken behoort tot de taak van scriba.

Instructies
Voor de deputaten geestelijke verzorging van varenden werd een nieuwe instructie vastgesteld. Van belang is, dat de kerkeraden kennis nemen van de opwekking, die de synode deed aan hun adres, om „huisbezoeken te doen bij de varenden in de binnenvaart en van dit ambtelijk bezoek kennis te geven aan de plaatselijke gemeente, waaronder het betrokken gezin ressorteert." Ook de instructie voor de deputaten voor onderlinge bijstand en advies is van belang voor de kerken. Men kan er uit leren welke procedure door de generale synode is vastgesteld bij het ontvangen van steun uit deze kas. De instructie voor de deputaten voor het contact met de overheid werd lichtelijk gewijzigd: van een Hoge Overheid wordt niet meer gerept. Alle overheden zijn in dezelfde hoogheid gezeten, ook de (voorheen) lagere overheden. Ook in ander opzicht vond er een aanpassing plaats.
Verscheidene bijlagen bij de kerkorde werden gewijzigd en de nieuwe versie werd in het boekje opgenomen. Wat de onderscheiden deputaatschappen aangaat, ook daarover vindt men informatie in het Besluitenboekje. Van betekenis is de wijziging in de naam van de inrichting ter opleiding van predikanten voor onze kerken: het valt ons nog niet zo gemakkelijk, maar de school, later hogeschool is nu werkelijk een universiteit geworden. Men behoeft dit niet op te vatten in de zin van het Latijnse spreekwoord: eindelijk is het twijgje een boom geworden. De naamsverandering werd noodzakelijk vanwege de maatregel, die de overheid ten aanzien van het hoger beroepsonderwijs trof. Om verwarring te voorkomen was aanpassing noodzakelijk. Van betekenis blijkt ook de opdracht die verstrekt werd aan de deputaten voor de Evangelieverkondiging onder Israël, waarbij een paar richtlijnen werden aangegeven, die het onderzoek dienen te bevorderen. Erg belangrijk is de opdracht die verstrekt werd aan de deputaten voor contact met de kerkjeugd. Deze beoogt vooral weer de eenheid van het jeugdwerk tot stand te brengen. Het behoeft geen betoog, dat onze kerken daarmee slechts gebaat zijn.
Over het geheel genomen kunnen we niet klagen over een gebrek aan deputaatschappen. Het Besluitenboekje vermeldt in de lijst aan het einde niet minder dan 29 deputaatschappen. Wat een actie, tijd en geld gaat daar in steken. Toch kan het kerkelijke leven er niet zonder, indien slechts de eerste principia, die voor het functioneren van deputaatschappen worden gehonoreerd: deputaatschappen staan in dienst van de kerken in het gemeen, d.w.z. zij staan ook in dienst van de synode, die de kerken moeten vertegenwoordigen. De zaak kan onmogelijk omgekeerd worden. De synode staat niet in dienst van de deputaten. Men hoort wel eens de opmerking, dat wij geen deputatenkerk moeten worden. We begrijpen die zegswijze wel. Er is ook reden om toe te zien, dat het niet die kant meer en meer uitgaat. Hoe men dit kan realiseren is een zaak, waar we een volgende keer nog iets over willen schrijven.

W. van 't S.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 maart 1990

De Wekker | 8 Pagina's

Het Besluitenboekje (I)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 maart 1990

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken