Bekijk het origineel

Opstandingsleven

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Opstandingsleven

7 minuten leestijd

„Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen die boven zijn..." Col. 3:1

Ten diepste is ieder mens in dit leven op zoek.
We zoeken een vulling te geven aan ons bestaan. We zoeken naar iets dat de leegheid van ons hart kan wegnemen. De zondaar zoekt naar een doel van dit door de zonde zinloos geworden leven. De grote vraag is: waar zoeken we? Er zijn maar twee mogelijkheden: boven of beneden. Zoeken we het in de hemel of op de aarde?
Van nature zijn we allen uit de aarde aards. We zijn gericht op de tijdelijke en vergankelijke dingen. We zijn druk bezig met geld en goed, vakantie en genot. We interesseren ons voor het nieuws van elke dag, maar niet voor de boodschap van Gods Woord. Wat is hiervan de oorzaak? Onze levensinstelling deugt niet. Ons hart is niet meer gericht op God, zoals in de staat der rechtheid. We zijn in zonde gevallen en liggen midden in de dood. Van de mens uit zal er nooit meer iets vragen naar God. Tenzij we de levendmaking met Christus kennen, blijft het een zoeken van de dingen die op de aarde zijn.
Het is Pasen geweest. Het heilsfeit van Christus' opstanding is ons verkondigd. Mag u door genade ook delen in de vrucht van Zijn opwekking? Door Zijn opstandingskracht worden dode zondaren levend gemaakt. Als Zaligmaker heeft Hij immers dood en graf overwonnen. God de Vader heeft Christus opgewekt uit de doden. Jezus is de weg van het kruis gegaan om verzoening aan te brengen door Zijn lijden en sterven. Hij heeft de ware gerechtigheid en het eeuwige leven verworven voor al de Zijnen. In Zijn volbracht Borgwerk ligt de grond en de kracht voor onze opwekking tot het nieuwe leven. Vandaar dat Paulus schrijft: met Christus opgewekt. Het is niet een opstaan in eigen kracht. Zij die in de dood liggen door hun eigen zonden en misdaden, kunnen noch willen dat. We moeten opgewekt wórden met Christus. Heeft dat wonder in uw leven plaats gevonden?
Van de Colossenzen mocht de apostel getuigen dat ze mede levend gemaakt waren met Christus. Het woordje „indien" geeft niet een mogelijkheid aan, maar een werkelijkheid. We kunnen en hoeven het niet met een „misschien" te doen! Als de Heilige Geest bekerend gaat werken in ons hart, komt er nieuw leven. Dat nieuwe Paasleven ligt evenwel achter de dood. Het is de vrucht van Hem Die eeuwig leeft. Dat leven ligt buiten onszelf. Het is met Christus verborgen in God. Aan je eigen leven komt dan een eind. Aan dat zondaarsleven gaat men afsterven. Het leven zonder God wordt tot schuld. Buiten Christus en Zijn levendmakende genade is dit leven niet anders dan een gestadige dood. Daarin breng ik het nooit verder dan zonde en schuld. Voor Gods rechtvaardig oordeel kan ik niet bestaan. Het handschrift der wet is tegen mij. Met al mijn zoeken, ook in de godsdienst, vind ik het geluk en het leven niet. Nergens op aarde kan ik iets vinden wat tot mijn heil kan dienen. Wat zou mijn hart, wat zou mijn oog, op aarde nevens God toch lusten? Niets is er waar ik in kan rusten! En daarom: het hart omhoog, hier beneden is het niet. Hier op aarde is Hij niet meer, de opgestane Levensvorst. Hij is gezeten aan de rechterhand Gods. Wie met Christus wordt opgewekt, gaat daarom zoeken, de dingen die boven zijn. Dat kan niet uitblijven. Uit het opgewekt worden met Christus bloeit het nieuwe opstandingsleven op. Aan de vruchten kent men de boom. Hier vinden we een toetssteen, of we door genade uit het Paasfeit mogen leven.
Dat opstandingsleven noemt Paulus een „zoeken". Het oppervlakkige christendom leeft van het „bezit". Zij hebben altijd geloof. Het lijdelijke christendom heeft genoeg aan het „gemis". Daar zijn geen werkzaamheden naar boven! De levendgemaakte zondaar gaat Christus zoeken. De liefde trekt naar boven. Het aardse kan niet meer bekoren. De zonde wordt een vijand. De leden die op de aarde zijn worden gedood. Het hart wordt vervuld met één begeerte: dat ik Hem kenne en de kracht Zijner opstanding. Want Christus is eerst nog een grote verborgenheid. Om te zeggen, dat Christus hun leven is, ontbreekt de vrijmoedigheid. Er zijn veel geloofsoefeningen nodig om Christus in Zijn volle rijkdom te kennen. Ze zoeken Hem te kennen in Zijn zondaarsliefde. Hoe uitnemend heeft Jezus de Zijnen liefgehad. Hij gaf Zichzelf ten offer aan het vloekhout, voor liefdeloze schepselen. Gestorven, toen wij nog vijanden waren. Wat een rijke, eenzijdige liefde van Christus; liefgehad met een eeuwige liefde!
Ze zoeken Christus te kennen in Zijn zaligmakende kracht. Wat is de christen nog gebonden aan het aardse. In de strijd tegen de zonde en de vleselijke begeerten klinkt de verzuchting: hoe kleeft mijn ziel aan het stof! Er is opstandingskracht nodig om van de verleiding en macht van het verderf verlost te worden. Ze zoeken Christus omdat ze Hem nodig krijgen in Zijn ambtelijke bediening. Als Profeet bidden ze Hem om licht en waarheid. Hij maakt ze het levenspad bekend en maakt ze wijs tot zaligheid.
Ze zoeken Hem in Zijn priesterlijke bediening. In Zijn reinigend bloed is vergeving van zonden. Uit Zijn volheid zegent Jezus met genade voor genade. Wat heerlijk, om onder Zijn zegenende handen te mogen verkeren! Ze zoeken Hem als Koning, om in Zijn hoede veilig en geborgen te zijn. Van Zijn regering door Woord en Geest worden ze steeds meer afhankelijk. In het buigen onder Zijn heerschappij, wordt het de bede: leer mij naar Uw wil te handelen.

Mogen we iets van dit zoekende leven kennen? Het is hier maar ten dele. Moesten we ons niet schamen over het vele zoeken buiten Hem? Wat zijn en blijven we aardsgezind. Ook als we de gemeenschap met de opgewekte Christus mogen kennen. Al zijn we geen vreemde van Hem, toch kan ons hart nog zo gesloten zijn voor de voldoening die Christus heeft aangebracht. Daarom blijft het steeds een zoeken van Christus. Want Hij is niet alleen gegeven tot rechtvaardigmaking, maar ook tot heiligmaking.
In de gemeente van Colosse kwamen er dwaalleraren. Zij belastten de gelovigen met een soort ascese: raak niet, en smaak niet, en roer niet aan! Door middel van spijsverboden en andere verplichtingen moesten de gelovigen tot een heilige levenswandel komen. Door zich los te maken van het aardse en stoffelijke, zou het geloof op een hoger peil komen. Zo zou de volle kennis en bevrijding van Christus hun deel worden. Dit is in wezen een heiligmaking in eigen kracht! Langs de ladder van goede werken probeerde men zelf boven te komen! Het is niets minder dan een verloochening van het algenoegzame offer van Christus.
Tegen deze achtergrond moeten we Paulus' vermaning verstaan, om te zoeken de dingen die boven zijn. Het is niet zijn bedoeling, dat we ons van het stoffelijke moeten afkeren, om dan het geestelijke te zoeken. Integendeel. In het vervolg van dit hoofdstuk wijst Paulus er op dat we onze aardse roeping getrouw moeten vervullen. Tegenover de dwaalleer legt de apostel nadruk op hetgeen in Christus aan de gelovige is geschonken. Hij geeft rekenschap van de volheid van het heil in Christus. Zijn werk is volmaakt. Dat heeft geen aanvulling nodig. Wie met Hem is opgewekt, ontvangt een ander leven. Dat nieuwe opstandingsleven kan en mag niet gebonden worden door voorschriften t.a.v. spijs en drank. De volle vrede, de zekerheid des geloofs, de volkomen verzoening, het heilig en volmaakt zijn - die dingen zijn niet te verkrijgen langs de weg van goede werken. Al die dingen zijn reeds verworven door Christus, Die ons geworden is wijsheid van God, en rechtvaardigheid en heiligmaking en verlossing. Al die dingen zijn aanwezig in Hem. Zoek daarom die dingen niet bij uzelf, noch in de wereld of de godsdienst, maar zoek het Boven!
Het zoeken van de dingen die boven zijn, is dus het leven door het geloof. Leven uit en door Christus. Als een arm zondaar bediend worden uit Zijn rijkdom. In Hem vind ik de gerechtigheid waarmee ik voor God kan bestaan. In Hem is mijn volkomen heiligheid. Zo wordt Christus alles. Dat zoeken is het steunen op Zijn volbrachte werk alleen. Het leven vertrouwend leggen in Zijn doorboorde handen. Maar wat een tekorten in dat zoeken! Er is twijfel en kleingeloof, vaak struikelen ze in vele, wat kan de weg naar boven toegesloten zijn...
Is dat uw strijd? Opgewekt tot een nieuw leven, en toch weer ingezonken? Dagelijks de schuld weer groter gemaakt? Zoekt de dingen die boven zijn! Boven is Christus, de Bron van het leven. Put uit Hem, opdat u niet dieper in de dood wegzinkt. Boven is onze Voorspraak. Pleit op Hem, Die met Zijn verzoenend bloed voor het Aangezicht des Vaders treedt. Boven is de hoop onzer heerlijkheid. Verwacht Hem, Die belooft: Ik leef en gij zult leven. In dat zoekende opstandingsleven mag zo Zijn zegen tot troost en bemoediging worden ervaren. Houdt aan, gij die God zoekt in al uw zielsverdriet. Uw hart zal vrolijk leven. Want Jezus is boven als de Opgewekte en Levende, als de werkende Zaligmaker. Laat uw geloof en hoop op Hem zijn Die boven is. Hij zal Zijn werk voleinden. Zoekt Hem en leeft!

Schiedam, J.P. Boiten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 april 1990

De Wekker | 8 Pagina's

Opstandingsleven

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 april 1990

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken