Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Profeet, sta nu op! (I)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Profeet, sta nu op! (I)

8 minuten leestijd

Verantwoording
We beleven spannende tijden; dagen, waarin op hoog niveau politiek wordt bedreven en uren, waarin verantwoordelijke politici uiterst belangrijke beslissingen moeten nemen.
De vraag is intrigerend: hoe beleven we deze tijden? Gaat het ons voorbij omdat het ver bij ons bed vandaan is tenzij we familieleden hebben op de Nederlandse marineschepen of tenzij we zakelijk getroffen worden door de extreem hoge benzineprijzen van enkele weken geleden.
Zien we verbanden met Gods Woord nu het Midden-Oosten in het middelpunt van de belangstelling staat en blijkt dat de Palestijnse kwestie - Israël in Israël, het volk in het land - de vraag van oorlog of vrede beheerst?
Allerwege begint het besef te ontwaken dat de Heere ons iets te zeggen heeft in de gebeurtenissen van deze tijd. Of is de wens daartoe meer de vader van de gedachte daarover?
In ieder geval kunnen we wel zeggen dat in allerlei kringen en kerken de begeerte leeft naar een duidelijke beleving, herleving, opleving van het geloof, ons van de vaderen overgeleverd en dat we ook zelf hebben beleden. Er zijn vele kerken in ons land en er zijn vele predikers, die zondag aan zondag op de kansel staan of in hun kring voorgaan. Toch zijn ze veel met zichzelf, met eigen groep, kring of kerk bezig en hebben ze te weinig het geheel op het oog. En dat terwijl we in alle hoeken en lagen van de zo rijk geschakeerde christenheid hetzelfde nodig hebben.
In deze tijden wordt ook gevraagd naar de noodzaak, het recht, de betekenis van de profetie.
Meer dan 20 jaar geleden verscheen het indrukwekkende gedicht van Andries Dongera „De boodschap". De laatste regels van dit sonnet luiden:
Profeet, sta op! Profeet, ga profeteren,
want voordat Ik als Rechter komen zal
moet zich Mijn volk geheel tot Mij bekeren.
Dat vers bracht me er toe enkele artikelen - waarvan de hoofdinhoud reeds eerder op papier werd gezet - te schrijven onder de titel: Profeet, sta nu op.

Profeet
Wie het woord profeet laat vallen, roept allerlei gedachten op bij zijn hoorders en lezers. Een profeet - is dat niet een zonderling; een man die niet past in de samenleving en een eigen weg gaat door de tijd, door weinigen begrepen, weerstand opwekkend als hij zijn gloeiende woorden richt tot de scharen?
Een profeet - is dat een waarzegger; iemand die de toekomst voorspelt en die het naderende wereld einde aankondigt; iemand die naar aanleiding van concrete, imponerende gebeurtenissen het woord neemt en zegt: dit is de betekenis en nu duurt het nog zo lang?
Een profeet - past die nog in deze tijd? Is hij niet een verschijning, die bij uitstek in het Oude Testament thuis is en daar ook getekend wordt in zijn uniek optreden? Heeft Mozes bij een bepaalde gelegenheid in de woestijn niet gebeden: Och of al het volk des Heeren profeten waren, dat de Heere hun Zijn Geest gave? (Num. 11:29). En is die bede niet verhoord toen de Geest werd uitgestort op het eerste Nieuwtestamentische Pinksterfeest en Petrus met de vinger de tekst uit Joel aanwees: Uw zonen en uw dochters zullen profeteren. Zijn alle gelovigen niet geroepen tot het profetisch ambt?
Misschien dat iemand nog opmerkt: in 1 Korinthe 12 behoort tot de gaven, de charismata van de Heilige Geest, de profetie, die door Paulus hoger wordt getaxeerd dan de gave van de glossolalie, het spreken in tongen. Maar, denkt een ander: zou die gave vandaag nog voorkomen?
Wat is nu precies de bedoeling, als we vandaag zeggen: Profeet, sta nu op!?
Gaat het om een heel aparte figuur, die als Nieuwtestamentische profeet dient te fungeren in dit atomaire tijdperk?
Of is het de bedoeling dat iedere gelovige iets profetisch heeft in zijn optreden?
Of begeren we dat in Christus' gemeente profetisch wordt gepredikt?
Vragen te over naar aanleiding van dat ene woord profeet.
Het zal nodig zijn de bedoeling nader te verduidelijken zowel om misverstanden te voorkomen als om goed aan te geven wat we met deze artikelen beoogen.

Man Gods
In het Oude Testament was een profeet een man Gods - zo worden Mozes, Samuël, Elia, Elisa, Semaja, Hanani genoemd - waarin de gedachte ligt uitgedrukt dat de profeet iemand is, die staat in betrekking tot God, al wordt die betrekking niet nader gepreciseerd.
Het is een gelovige relatie en tegelijk een verhouding als van heer tot knecht. Dat zal de reden zijn dat een profeet ook een knecht des Heeren of een knecht Gods wordt genoemd. Die laatste naam, wordt bv. gegeven aan Mozes, Elia, Ahia en Jona.
„In deze naam wordt uitgedrukt, dat de betrekking tussen de profeet en God die van een dienstbetrekking is. De profeet staat in dienst van God. Hij moet spreken en handelen in opdracht van God. Een profeet mag niet zijn eigen woord spreken of zijn eigen wil volgen, maar moet in alles vragen naar de wil van zijn Heer."
Dat is in ieder geval een duidelijk kenmerk van een ware profeet: Hij spreekt Gods Woord. Kernachtig werd dit ooit geformuleerd door Micha ben Jimla: Hetgeen de Heere tot mij zeggen zal, dat zal ik spreken. (1 Kon. 22:14).
Dat blijft typerend voor een profeet - wie hij dan ook mag zijn - ook in de Nieuwtestamentische bedeling: hij spreekt wat God tot hem spreekt. Hij is Gods boodschapper. Zoals Aaron de mond van Mozes was en daarom zelfs de profeet van Mozes wordt genoemd - (Ex. 4:16; 7:1) - zo is elke profeet de mond van God. Wie God wil horen spreken moet naar de profeet van God luisteren. Hij is Gods mond.
Vroeger werd in Israël een profeet een ziener genoemd (1 Sam. 9:9). Misschien is het woord ziener meer een populair woord, door het volk gebruikt. Als ziener is hij ontvanger van de goddelijke openbaring, maar als profeet de verkondiger van die openbaring.
Zo wordt duidelijk dat de weg van God naar de mens loopt via de profeet. Wat God tot Zijn volk te zeggen had geschiedde door de profeet. Hij bracht Gods Woord. En als in een bepaalde tijd het Woord Gods schaars is geworden - dan wijst dat op het ontbreken van een profeet. (1 Sam. 3:1). Het is de schrijnende klacht van Asaf nadat hij de verwoesting van het heiligdom tekende in schrille kleuren als erger dan de ruïnes: „geen profeet is er meer, niemand onder ons die weet tot hoelang." (Ps. 74:9).
Geen profeet - dat betekent: God heeft niets meer te zeggen; God spreekt niet meer tot Zijn volk. Ook al zou de profeet een gerichtsprofeet zijn - het feit dat een profeet spreekt, bewijst dat God Zijn zaak nog heeft met Zijn volk. Beter een donderende oordeelsprofeet dan geen profeet. Dan wordt het stil en lijkt het volk aan zichzelf overgelaten.

De Hoogste Profeet
Jezus Christus is de Hoogste Profeet. De Oudtestamentische profetie is als een profetische lichtbundel, die in één punt nl. Christus samenkomt. Alle aspecten van het profetisch ambt zijn in Hem te vinden. Hij is de grote Brenger van Gods Woord. Zijn leer is niet van Hemzelf, maar van Hem, die Hem gezonden heeft. Wie uit zichzelf spreekt zoekt zijn eigen eer, heeft Hij ooit gezegd. (Joh. 7:16,18; 8:54). Hij heeft de verborgen raad en wil Gods aangaande de verlossing van zondaren volkomen geopenbaard. Hij stond op de Profetenberg toen Hij leed en bespot werd in Zijn profetisch ambt: Profeteer ons, Christus, Wie is het die u geslagen heeft? (Matth. 26:68). Israël's profeten kregen opdracht om toekomst woorden te spreken, waarin iets oplichtte van Gods heilsplan met Zijn volk. Christus heeft als de hoogste Profeet de lijnen van Gods heilsplan laten zien in Zijn grote eschatologische rede voor Zijn sterven (Mattheüs 24, Markus 13 en Lukas 17). Ook daarin is Hij hoger dan Jesaja en Daniël. Sommige profeten verrichtten wonderen om hun boodschap te onderstrepen. Onder hen is Eliza de bekendste. Maar Christus overtreft hem in een veelheid van wonderen tot zelfs in het opwekken van doden, zodat het volk uitroept: Een groot Profeet is onder ons opgestaan. En God heeft Zijn volk bezocht, naar Zijn volk omgezien. (Luk. 7:16). Zijn optreden bewijst dat God Zijn volk nog niet heeft verlaten.
De profetie culmineert in Hem.
Alle profeten, die na Hem nog komen, kunnen eenvoudig niet om Hem heen en moeten altijd weer naar Hem verwijzen. Zo niet, dan zijn het valse profeten.
Hier zal ook de reden liggen dat na Christus de profetie van karakter verandert en dat profeten in de Oudtestamentische betekenis van het woord niet meer voorkomen, ook niet meer nodig zijn.
Die laatste opmerking maken we uit heilshistorisch gezichtspunt omdat de Oudtestamentische profeten heenwezen naar Christus en hun werk in Hem vervuld is. Maar dat betekent niet dat we vandaag geen profetische figuren meer nodig zouden hebben en profetische prediking en profetische figuren alleen in het Oude Testament thuis horen.

J.H.V.

Dit artikel werd u aangeboden door: De Wekker

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 februari 1991

De Wekker | 8 Pagina's

Profeet, sta nu op! (I)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 februari 1991

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken