Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Boekbespreking

6 minuten leestijd

J. Bouterse, De boom en zijn vruchten. Bergrede en Bergrede-christendom bij Reformatoren, Anabaptisten en Spiritualisten in de zestiende eeuw. Kok Kampen, 460 blz.
In deze dissertatie schetst de auteur de opvattingen over de bergrede zoals deze te vinden zijn in de loop van de kerkgeschiedenis bij de kerkvaders, theologen uit de middeleeuwen. Erasmus. Luther, Zwingli, Anabaptisten en Spiritualisten, Bucer, Oecolampadius, Bullinger, Musculus en Calvijn. De thematiek is niet alleen van belang uit kerkhistorisch gezichtspunt. Zij blijft van actuele betekenis. Te veel is Paulus uitgespeeld tegen Jezus en omgekeerd. Erasmus tegen Luther enz. Het historisch materiaal is zorgvuldig verzameld en nauwkeurig beschreven. De blijvende spanning tussen Reformatie en Dopers en Spiritualisten komt goed uit de verf: modellen die inzicht geven ook in huidige situaties.


Dr. W.J. van Asselt, Amicitia Dei. Een onderzoek naar de structuur van de theologie van Johannes Coccejus (1603-1669). 257 blz.. Grafische vormgeving ADC-Ede 1988, ƒ 45,-;
W.J. van Asselt en H.G. Renger (vert.): Johannes Coccejus, De leer van het Verbond en het Testament van God, Uitg. De Groot-Goudriaan Kampen 1990, 431 blz., ƒ 97,50.
Dr. Van Asselt onderzocht het thema van de vriendschap van God, zoals deze op de manier van het verbond volgens Coccejus, tot een realiteit wordt bij de gelovigen. Coccejus is lange tijd persona non grata geweest in de gereformeerde theologie, die zich vooral op de lijn van Voetius wist. De herleving van de gereformeerde theologie onder Kuyper en Bavinck wees hem nog geen ereplaats toe. Voetius was en bleef de man. Toch zijn er bij Coccejus elementen, die net zo schriftuurlijk en gereformeerd zijn als de motieven uit Voetius' denken. De strijd tussen Voetianen en Coccejanen was vooral ook een strijd om kerkelijke posities, hetgeen de zaak beslist niet verduidelijkt heeft. De dissertatie van Van Asselt heeft de verdienste dat het grondmotief van Coccejus' theologie in verband wordt gebracht met de leer van de Heilige Geest. Meer oog kwam er zo voor het handelen van God in de geschiedenis. Daarmee is een motief aangegeven, dat vooral vandaag weer volop in de belangstelling staat. Intussen vergeten we niet, dat de verfijningen, die op subtiele manier in het theologiseren van de scholastiek-gereformeerde theologen present was op een geheel eigen manier ook aanwezig is bij de z.g. verbondstheologen. Men kan de waarheid van Gods openbaringswerkelijkheid trachten te thematiseren met behulp van logische categorieën. Men kan hetzelfde effect bereiken door die werkelijkheid Gods in zijn openbaring onder te brengen in de schematiek van een verbondsdenken, dat evenmin een redelijke waarborg biedt tegen een systeem. Of het nu een logicistisch systeem is dan wel een verbondsmatig gestructureerd systeem: in beide gevallen loopt men de kans om geweld te doen aan de werkelijkheid van Gods eeuwige waarheid. We worden gelukkig niet voor een keus geplaatst: Beide manieren vertegenwoordigen een poging tot bemachtiging van hetgeen God altijd genadig in eigen hand houdt. De verdienste van de studie van Van Asselt is gelegen in het openleggen van de theologie van Coccejus op een manier, die haar in haar actualiteit laat uitkomen.
Een werkelijke hulp daarbij is de in vertaling uitgebrachte editie van een van de belangrijkste geschriften van Coccejus: De Leer van het Verbond en het Testament van God.
Het is een prestatie eerste klas om van dit werk een Nederlandse vertaling te geven. Dr. Van Asselt volbracht de taak, waarbij hij geholpen werd door enkele vrienden, die kenners van het latijn geacht mogen worden. Zo komt een klassiek werk uit de gereformeerde theologie onder bereik van een ieder. Men kan nu zelf lezen wat Coccejus bedoelde met zijn leer van de „abrogatio", een term die men slag op slag bij de gereformeerde theologen uit de begintijd tegenkomt. Zij wordt dan betrokken op de wet. Nu, in de verbondstheologie op het verbond, dat voorbijging en terzijde werd gesteld. Wat voorbijging werd echter op een bepaalde manier toch weer meegenomen. De continuïteit ontbreekt ook weer niet.
Het werk is goed te volgen. Het brengt een stuk vaderlandse theologie dichter bij. Het stelt velen in staat zich een oordeel te vormen over de juistheid van het algemeen-orthodox gereformeerde oordeel over een theologie, die eigen wegen zocht, om uitdrukking te geven aan het handelen van God in de geschiedenis. Voor de ware Godsvrucht is het onderzoek van Gods Woord noodzakelijk, zo stelde Coccejus in zijn woord vooraf. Het is een uitspraak, die geldt tot op heden. Hij trachtte zijn eigen bijdrage te leveren tot de versterking van die Godsvrucht. Ook daaruit valt voor ons het een en ander te leren.


B.J. Wiegeraad, Hugo Visscher (1864-1947). „Een Calvinist op eigen houtje". Proefschrift Utrecht 1991. Uitgeverij J.J. Groen en Zoon, Leiden 1991, 343 blz.
Hoe omstreden Hugo Visscher was blijkt uit een tweetal reacties, op het verschijnen van dit proefschrift, die beide op hetzelfde neerkwamen. De een zei: dit boek had nimmer mogen verschijnen, omdat hij zo veel minachting koesterde voor de persoon van Hugo Visscher, gezien diens houding in de oorlog. De ander was van hetzelfde gevoelen, maar omdat hij een zo diep respect koesterde voor Visscher, dat hij de oorlogsepisode maar liever niet vermeld had willen zien. Uit beide oordeelvellingen blijkt, dat Visscher een bijzonder mens moet zijn geweest, met grote negatieve en met grote positieve eigenschappen. De schrijver van het boek heeft de geschiedenis van leven en werk zo objectief mogelijk uiteengezet en daarmee heeft hij lof verdiend. Een stuk uit het Hervormd-Gereformeerde leven wordt aan de vergetelheid ontrukt. En dit moet kunnen.


Dr. C. Vermeulen, Het hart van de kerk. De plaats van de heilige Geest in de theologie van Karl Barth, Callenbach Nijkerk, 339 blz., ƒ 39,50.
Een theologische studie over de verkiezingsleer van Barth, zoals deze met name gestalte krijgt in zijn belijdenis van de Heilige Geest en zijn werk. De waarde van deze studie ligt in het thema, de parallellie tussen Geest en verkiezing. Of de vergelijking tussen Barth en Calvijn in alle opzichten geslaagd en de weergave van de gedachten van de laatste werkelijk adequaat is, laten we hier rusten. De studie voert in ieder geval in het hart van de thematiek die blijvend verbonden is aan de gereformeerde theologie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 3 May 1991

De Wekker | 8 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van Friday 3 May 1991

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken