Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Rust (I)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Rust (I)

10 minuten leestijd

Inleiding
Het woord „rust" roept bij ieder eigen gedachten op.
De een snakt naar rust en de ander heeft een hekel aan rust. Voor de een is de stilte van de rust een groot goed en voor de ander is stilte een bedreiging. Rust kan onrustig maken! Dat zegt weinig van de rust en veel van een mens. De een geniet van innerlijke rust terwijl een ander voortdurend op de vlucht is voor innerlijke rust.
De gedachten die iemand krijgt bij het woord rust worden mede ingegeven door de levensomstandigheden waarin iemand verkeert en het type mens dat iemand is. Voor de een is rust een woord dat thuis hoort in de sfeer van gezapigheid en saaiheid, voor de ander is rust een woord uit een wereld van volheid en rijkdom.
Toch hebben de meeste mensen van tijd tot tijd behoefte aan een stuk rust. Wie midden in het volle leven staat en met een volle agenda moet omgaan zal uitzien naar perioden van rust. Er zijn mensen die na een vakantie alweer uitzien naar een volgende vakantie. Met het oog op die volgende vakantie kunnen ze het werk aan. Bij hen is de rechte verhouding tussen werken en rusten zoek. Men heeft een onjuist zicht gekregen op de relatie tussen rusten en arbeiden. Maar de meeste mensen kennen het uitzien naar een stuk rust in hun drukke bestaan.
Even de rust proeven, even ontsnappen aan de jacht van het dagelijkse leven; even op adem komen zonder druk en verplichting; even jezelf worden in de rust. Even helemaal loslaten. Vrij zijn van werkdruk en weg van stress-bevorderende omstandigheden. Even je werk laten voor wat het is al ervaar je er zegen en voldoening in.

Maar wat is rusten?
Is rusten een vrij zijn van werkzaamheden?
We laten los, maar wat dan? Hoe vullen we onze rust? Is rusten gelijk aan niets doen? Heb je vanzelf rust als je vrije tijd hebt? Hebben we rust als we maar vakantie hebben? Of is het mogelijk dat we hard werken en toch rust hebben?
Zo komen we bij het bijbelse thema „rust".

De rust van God op de zevende dag
Een van de kernteksten bij het bijbelse thema rust is Genesis 2:2 en 3. Al in het begin van de Bijbel lezen we over een rusten van God. „Als nu God op de zevende dag volbracht had Zijn werk, dat Hij gemaakt had, heeft Hij gerust op de zevende dag van al Zijn werk, dat Hij gemaakt had. En God heeft de zevende dag gezegend, en dien geheiligd; omdat Hij op dezelve gerust heeft van al Zijn werk, hetwelk God geschapen had, om te volmaken".
De sabbat, de rustdag, gaat terug op deze tekst. We lezen dat in Exodus 20:11: „Want in zes dagen heeft de HEERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte ten zevende dage; daarom zegende de HEERE de sabbatdag en heiligde dezelve".
Een sprekende tekst is in dit verband ook Exodus 31:17 waar God van de sabbat zegt: „Hij zal tussen Mij en de kinderen Israëls een teken in eeuwigheid zijn; dewijl de HEERE, in zes dagen, de hemel en de aarde gemaakt en op de zevende dag gerust en Zich verkwikt heeft". God heeft op de zevende dag gerust en adem geschept!
God Zelf heeft dus gerust na Zijn scheppingswerk in zes dagen.
Daarom heiligde de Heere de zevende dag: dat wil zeggen Hij gaf aan de zevende dag een ander karakter dan aan de overige zes dagen van de week. God zette de zevende dag apart van de andere zes dagen. Zes weekdagen zijn werkdagen, de zevende dag is rúst-dag. Dag van rust in volstrekte zin.
Het gebod tot rusten gaat terug op het rusten van God Zelf.
Hoe moeten we dit rusten van God verstaan? Heeft God op de zevende dag niets gedaan? Dat zou al te menselijk gedacht zijn.
Ook na de schepping heeft God gewerkt. Jezus zegt in Johannes 5:17: „Mijn Vader werkt tot nu toe, en Ik werk ook". God werkt in Zijn rusten en er is rust in Zijn werken. God heeft na Zijn scheppingsarbeid in zes dagen het geschapene niet aan zichzelf overgelaten. Zoals het staat in het reeds genoemde Exodus 31:17: God heeft Zich op de zevende dag verkwikt; Hij heeft adem geschept. God heeft Zich verlustigd en verheugd in wat Hij scheppende tot stand had gebracht. De voleinding van de schepping is dus de veronderstelling van het rusten van God. Met andere woorden: God stelt uitdrukkelijk het tot het doel gekomen zijn van de schepping vast. Aan de schepping is niets meer toe te voegen. De schepping is goed. Zij beantwoordt aan de gedachten van God. De schepping kan functioneren tot de lof en de dienst van de Schepper. In het bijzonder geldt dat van de mens. God heeft Zich verheugd in de mens die aan Hem toebehoort en die naar Zijn beeld en gelijkenis geschapen is; die geschapen is in ware gerechtigheid en heiligheid om Hem te dienen, lief te hebben, te loven en te prijzen. In de schepping blinken alle deugden van God: Zijn almacht, wijsheid, liefde, goedheid enz. De schepping is góéd. Daarin heeft de Heere Zich verheugd op de zevende dag. Daarom zegende Hij de zevende dag en heiligde die als een bijzondere dag: dag van rust, dag van verlustiging en vreugde; van vreugde in al de grote werken van de Heere. Dag des Heeren in bijzondere zin.

De rustdag voor de mens
Omdat God Zelf heeft gerust op de zevende dag, stelt Hij elke zevende dag tot rustdag voor de mens. Het vierde gebod gaat over de sabbat en de viering ervan. Rusten op de sabbat houdt allereerst in: niet werken. Het heiligen van de rustdag bestaat in het niet werken. Rusten begint met het loslaten. Namelijk met het loslaten van waar wij in de overige zes week- en werkdagen mee bezig zijn. Zonder dit loslaten kan het niet tot een waarlijk rusten op de sabbatdag komen. Het rusten op de rustdag is niet gelijk aan niets doen. In de Bijbel betekent rusten nooit een niets doen. Het woord rusten heeft altijd de gedachte in zich van het tot het doel komen. God kwam tot het doel met de schepping in zes dagen en Hij rustte op de zevende dag. Op de rustdag mag de mens leren tot zijn doel te komen met alles waarmee hij bezig is. Het is een rusten van een eigen karakter. Het rusten op de rustdag is een gevuld en actief rusten. Het is een zich wijden aan de dienst van de Heere. Het is rusten in het horen naar Zijn geboden en Zijn Woord. Het is rusten in het samenkomen van de gemeente van de Heere, in de erediensten en eventueel tussen en na de erediensten. In het rusten op de rustdag loven en prijzen we de Heere; komen we samen voor Zijn aangezicht, roepen wij Zijn grote en heilige Naam aan en luisteren we naar het Evangelie van de rust. Het Evangelie van de grote Rustaanbrenger, Jezus Christus, wordt ons verkondigd. We mogen de rust beleven in de gemeenschap van de leden van de gemeente met elkaar. Het mag komen tot een echte ontmoeting. Daarom is het rusten ook een rusten in het ontslagen zijn van de zorg en plicht van de zes werkdagen. We mogen ons verheugen voor Gods aangezicht in het genieten van Zijn werken, in het adem scheppen en op verhaal komen. Het is kortom een tot rust komen: een tot rust komen van de gehele mens naar zijn lichamelijk en geestelijk en zielkundig bestaan. De Catechismus drukt het in zondag 38 kernachtig uit: het is een rusten van mijn boze werken en het in mij laten werken van de Heere door Zijn Geest. Dat geldt uiteraard niet slechts voor de rustdag. Wie waarlijk, naar het gebod, de rustdag leert vieren en onderhouden, leert al de dagen rusten van de boze werken: dat brengt met zich mee de blijvende, goede strijd tegen de zonde en gaat al de dagen verlangen naar de sterkende, vreugdevolle en zegenrijke werking van de Heilige Geest in het hart. Wie de rustdag als dag viert, dat wil zeggen hem apart zet van de andere dagen in een bijzondere en algehele toewijding aan de Heere en Zijn dienst en aan elkaar, die vangt al de dagen van dit aardse leven de eeuwige sabbat aan. Er zit een eeuwige dimensie in het vieren van de rustdag.
Het gaat dus niet om de rustdag op zichzelf. Zeker dient die naar het gebod met blijdschap onderhouden te worden. Maar de rustdag heeft een tekenkarakter (vgl. Exodus 31:17; Ezechiël 20:12 b.v.). De sabbat wil de mens leren wat het ware rusten is. Het doel van ons leven bestaat niet in het werken. Het gaat om het kennen van God en Zijn heil, HEM eeuwig te loven en te prijzen dat is de eindbestemming van de mens, die in Jezus Christus door een waarachtig geloof is ingelijfd. God eeuwig te loven en te prijzen houdt in: eeuwig rusten. Men kan dus zeggen in dit verband dat het doel van de mens is: rusten. Eeuwig rusten. (Om misverstand te voorkomen merk ik op dat deze eeuwige rust er alleen is voor het volk van God. Maar over Hebreeën 4 hoop ik in een volgend artikel te schrijven.) We moeten dus het doel van ons leven verder zien liggen dan het werken, dan het er zijn in deze wereld. Het werken staat in dienst en perspectief van het rusten. We bedenken hierbij voortdurend dat rusten niet is een niets doen, maar een betrokken zijn op de zaligheid van God. Eeuwig rusten is eeuwig verlost zijn.
De sabbat als teken wijst terug naar Gods rusten op de zevende dag, hij herinnert ons aan de verlossing in en door Jezus Christus, met name aan Zijn opstanding uit de doden en hij wijst vooruit naar de eeuwige rust, naar de voleinding van alle dingen, waar Gods volk eeuwig mag rusten van alle moeiten (vergelijk Openbaring 14:13: „Ja, zegt de Geest, opdat zij rusten mogen van hun arbeid; en hun werken volgen met hen").
Wie rust in de bijbelse zin van het woord, komt op zijn plaats voor God en mensen. De zo rustende mens komt tot zichzelf zonder krampachtig en egoïstisch op zichzelf gericht te zijn.
Het moge duidelijk zijn dat de viering en onderhouding van de rustdag een groot goed is. Wie de rustdag laat vallen, laat meer vallen dan die ene dag. De rustdag wil een vreugdevolle pauze zijn in het ritme van werken op de andere dagen. In de Griekse woorden voor rust vinden we ons woord pauze terug. God gebiedt ons regelmatig een pauze te houden, opdat we geen slaven van de arbeid zullen zijn. De vreugde in God en Zijn dienst wil ons werken bepalen en doortrekken. Wie altijd maar werkt en nooit kan stoppen is te beklagen. Wie de rustdag opeist voor zijn werk, maakt zichzelf tot een slaaf van zijn werk, met alle schadelijke gevolgen daarvan voor lichaam en ziel. Zo'n werkend mens moge zich erop beroemen dat hij zo goed als nooit een pauze inlast, zijn roem is volstrekt ondeugdelijk en zelfs dwaas te noemen. Het is dwaas om altijd te werken en er zelfs vrije dagen of vakanties en de rustdagen aan op te offeren. In de bijbelse WIJSHEID speelt juist de rust van de arbeid een grote rol. De sabbat zelf spreekt daar van, en nog sterker mogelijk het sabbatsjaar en het jubeljaar. Werken, werken, werken en zelfs 's nachts geen rust vinden: het is ijdelheid zegt de Prediker in 2:23. Maar wanneer we de wijsheid van de vreze des Heeren mogen betrachten zullen we ons neerleggen en zal onze slaap zoet zijn (Spreuken 3:24). De rust van de mens is een groot goed en een door God geschonken vorm van het loslaten, die in vertrouwen op Hem haar grond heeft. In een volgend artikel verder.

J. Jonkman

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 mei 1991

De Wekker | 12 Pagina's

Rust (I)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 mei 1991

De Wekker | 12 Pagina's

PDF Bekijken