Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

IJdelheid (II)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

IJdelheid (II)

10 minuten leestijd

Blijvend
Ons aardse leven is aan de ijdelheid onderworpen. We lijden aan de vergankelijkheid van alle dingen en aan de vruchteloosheid van wat we ondernemen.
Wij kunnen de ijdelheid niet opheffen! Ook na de komst en het werk van Christus is de ijdelheid de werkelijkheid, die we elke dag aan den lijve ondervinden. De wijze Prediker - en ik houd het er op, dat hij de geniale, wijze Salomo is geweest; zie bijvoorbeeld de argumenten, die F. van Deursen geeft in zijn boek Prediker-Hooglied, in de serie „De voorzeide leer" - heeft als geen ander de ijdelheid van ons leven gepeild en onder woorden gebracht. En uit het feit dat het God behaagd heeft om dit boek in de Bijbel op te nemen, moge blijken dat Prediker een diepe waarheid onthuld heeft. Zo diep, dat de waarheid, waar Prediker het over heeft, voor veel mensen verborgen blijft. Ze komen er niet echt aan toe. En soms vraagt men zich af of dat een nadeel is. Andere mensen lijden eraan zonder te weten dat Prediker hun moeite reeds drieduizend jaar geleden trefzeker heeft verwoord.
Het grondpatroon van ons leven op aarde blijft: alles is ijdelheid. Wij zijn vergankelijke mensen en in dat kader verloopt heel ons leven, hetzij we langer hetzij we korter op aarde leven.

Ermee omgaan
Hoe gaan we met dit grondgegeven, dat alles in de wereld en in ons leven aan de ijdelheid onderworpen is, om? Want we moeten een praktische houding tegenover dit gegeven vinden. In hoofdlijnen kunnen we er op drieërlei manier mee omgaan:
1. We kunnen dit grondgegeven niet aan. Sommige heel gevoelige en diep doordenkende mensen kunnen het niet verwerken, dat alles in hun leven en in de wereld aan de vergankelijkheid en vruchteloosheid is onderworpen en ze worden pessimist of nihilist. Voor hen heeft niets een echte zin. We moeten niet onderschatten hoevele mensen lijden aan de ijdelheid van alle dingen.
2. We ervaren de ijdelheid wel, maar verdringen die. We willen er praktisch niet mee te maken hebben. We leven hier en nu, we leven voor het hier en nu en daar willen we van genieten. Daar houden we ons mee bezig. Daar gaan we in op. Wat morgen komt, zien we morgen wel weer. Ik wil nu leven. Miljoenen mensen leven in allerlei variatie op dit ene thema: Pluk de dag: van oppervlakkig tot meer serieus, maar grondpatroon is: er is niets méér dan de dag, dan de dagen, dan dit korte leven. Haal er uit wat er in zit. Het is zo voorbij. Deze levenshouding, die de ijdelheid tracht te verdringen en met een zekere felheid en gretigheid tracht weg te leven, is volstrekte ijdelheid! De arbeid in zo'n leven is vanuit het Evangelie gezien een lege arbeid. Het is ijdel leven zonder blijvende inhoud.
3. We leren met de ijdelheid van alle dingen op een gelovige manier omgaan. De ijdelheid blijft dan wel ijdelheid, maar ze heeft niet het laatste woord en wat belangrijker is: ze beheerst ons niet meer. De macht van de ijdelheid wordt doorbroken. De ijdelheid is niet meer bepalend voor ons doen en laten, voor onze visie op de dingen. De realiteit van de ijdelheid van alles wordt opgenomen en verwerkt in een geloofsvisie op alle dingen. Vanuit het geloof gaan we tegen de ijdelheid van ons leven aankijken. Al zijn we, ook als gelovigen, aan de ijdelheid onderworpen, dat betekent niet dat ons leven zinloos is. IJdel is niet gelijk aan waardeloos en zinloos, zagen we in het eerste artikel.

Slotsom van Prediker
Reeds Prediker wees in zijn boek naar dat leven, dat uitzicht heeft in de ijdelheid. De slotsom van Prediker is niet dezelfde als het thema van zijn boek. Het hoofdthema is: IJdelheid der ijdelheden. Alles is ijdelheid. Zijn slotsom na al het gehoorde en beproefde is: „Vrees God en houd Zijn geboden, want dit betaamt alle mensen. Want God zal ieder werk in het gericht brengen, met al wat verborgen is, hetzij goed, of hetzij kwaad" (Prediker 12:13,14). Dát is het einde van de zaak, zegt Prediker. Dit is het eindresultaat van zijn wetenschappelijk onderzoek van alles in de vreze des Heeren. Vrees God! Onderhoud Zijn geboden. Er komt een gericht: De verwijzing van Prediker naar het gericht bedoelt niet te dreigen met het gericht of er bang voor te maken. Prediker bedoelt met zijn opmerking over het gericht ons juist te troosten, ons die lijden aan de ijdelheid van de dingen. Gelovigen weten van de zonde en het oordeel van God over de zonde. Ze weten ook, dat het gericht verlossing zal brengen. God zal recht verschaffen. In het eindgericht wordt de ijdelheid van alle dingen voor de gelovigen voor eeuwig en altijd weggedaan. Het gericht betekent voor de gelovigen het definitieve einde van alle ijdelheid. Zo gezien eindigt Prediker geweldig positief.

Tekstmateriaal uit het Nieuwe Testament
In het Nieuwe Testament ligt dit alles veel duidelijker en scherper. De zaak, de realiteit van de ijdelheid van het menselijk leven, dat onder de zonde besloten is en dat door de zonde beheerst wordt, is in het Nieuwe Testament overal aanwezig al wordt daarvoor maar weinig het woord ijdelheid gebruikt. Het Nieuwe Testament is het boek van het Evangelie van Jezus Christus. Centraal in het Evangelie staan het kruis en de opstanding van Christus. IJdelheid, besloten zijn onder de zonde én het kruis en de opstanding van Christus hebben alles met elkaar te maken. Ik heb helaas te weinig ruimte om daar uitgebreid op in te gaan. Maar ik geef u enig tekstmateriaal waaruit dit op indrukwekkende wijze blijkt. Over de ijdelheid in verband met het kruis van Christus:
1 Corinthiërs 1:17-31. Paulus is door God gezonden om het Evangelie te verkondigen, niet met wijsheid van woorden, opdat het kruis van Christus niet ijdel zal gemaakt worden. Het kruis van Christus is HET houvast voor de eeuwigheid en temidden van alle ijdelheid voor de ware christenen. Verzen 18-21: „Want het woord des kruises is wel voor degenen, die verloren gaan, dwaasheid; maar voor ons, die behouden worden, is het een kracht Gods. Want er is geschreven: Ik zal de wijsheid der wijzen doen vergaan en het verstand der verstandigen zal Ik te niet maken. Waar is de wijze? Waar is de schriftgeleerde? Waar is de onderzoeker dezer eeuw? Heeft God de wijsheid dezer wereld niet dwaas gemaakt? Want nademaal (= omdat) in de wijsheid Gods, de wereld God niet heeft gekend door de wijsheid, zo heeft het Gode behaagd door de dwaasheid van de prediking zalig te maken, die geloven."
De mensheid is er buiten Christus inderdaad rampzalig aan toe. Efeziërs 2:12 zegt: „Zonder hoop en zonder God in de wereld". En een wel heel scherpe tekening geeft Paulus in Efeziërs 4:17,18: „Ik zeg dan dit, en betuig het in de Heere, dat gij niet meer wandelt gelijk als de andere heidenen wandelen, in de ijdelheid van hun gemoed. Verduisterd in het verstand, vervreemd zijnde van het leven Gods, door de onwetendheid, die in hen is, door de verharding van hun hart". Hét alles veranderende en vernieuwende omslagpunt is voor de Efeziërs geworden de prediking van het Evangelie van Jezus Christus. Vers 20: „Maar gij geheel anders: gij hebt Christus leren kennen".
Ik wijs ook nog op 1 Peterus 1:3: De God en Vader van onze Heere Jezus Christus heeft ons naar Zijn grote barmhartigheid doen wedergeboren worden tot een levende hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de doden. Zonder de opstanding van Christus zou er geen levende hoop in de wereld bestaan! De opstanding heeft de volstrekte uitzichtsloosheid eens en voorgoed doorbroken. Wie in Christus gelooft, maakt een radicale verandering en omslag mee. Temidden van alle ijdelheid heeft een christen een levende hoop. Dan zien we op de onvergankelijke(!), onbevlekte en onverwelkelijke erfenis, die in de hemelen bewaard wordt. We mogen weten van het erfgenaam zijn van God en het mede-erfgenaam zijn van Christus, Romeinen 8:17. En Paulus zegt dat in Romeinen 8 na een gedeelte over de vergankelijkheid en de vruchteloosheid!

Onze arbeid niet ijdel
Heel sterk is ook 1 Corinthiërs 15:58. „Zo dan, mijn geliefde broeders! Zijt standvastig, onwankelbaar, altijd overvloedig zijnde in het werk des Heeren, als die weet, dat uw arbeid niet ijdel is in de Heere". En dat na een machtig hoofdstuk over de opstanding van Christus!
De opstanding van Christus geeft zin, vulling en inhoud aan onze arbeid. Ons werk wordt werk van de Heere. Werk van en voor de opgestane Christus, de Heere. Ons werk is dan niet leeg meer. Dat staat er letterlijk: niet leeg, niet inhoudsloos. Het wordt een gevulde arbeid.
Ons werk is niet tevergeefs. We mogen gelovig ervan uitgaan, dat onze arbeid, als werk van en voor de Heere, een blijvende zin heeft. Dat is een principiële doorbreking en overwinning van de macht van de ijdelheid, die buiten kruis en opstanding van Christus in de wereld heerst en miljoenen in zijn greep heeft. Hoé er blijvende zin aan onze werken verleend wordt, blijft Gods geheim. Maar de opgestane Christus geeft eeuwige waarde aan ons werk.

Christus
Het geheim van het omgaan met de ijdelheid in en van ons leven is dus Christus. En Christus alleen. Het Evangelie van het kruis en de opstanding van Jezus Christus is een volstrekt uniek Evangelie. Het geeft antwoorden op de diepste vragen: echte, verlossende antwoorden, die in geen enkele andere godsdienst gegeven worden en ook nooit gegeven zullen kunnen worden. Dit Evangelie is door niets te vervangen en met niets gelijk te stellen.
Christus is door het gericht van de vergankelijkheid en de vruchteloosheid getroffen: het kruis! Hij droeg de toorn van God over de zonde van de mensheid. Hij droeg de vloek voor de Zijnen weg. Hij is door de dood heengegaan en in eeuwig, onvergankelijk leven opgestaan: de opstanding! Het leven van de gelovigen is met Christus verborgen in God.
Door het geloof kunnen wij temidden van alle ijdelheid vertrouwend leven en werken. Wij belijden, dat wij vanuit onszelf midden in de dood liggen. Maar door de opstanding van Jezus Christus zijn wij wedergeboren tot een levende hoop. Het vertrouwen, deze levende hoop overwinnen de onzekerheid. Door het geloof met Christus verbonden heeft ons leven perspectief: over en dwars door dood en graf heen; perspectief zelfs met het oog op het eindoordeel. Want al wie op Christus zijn en haar geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen (Romeinen 10:11).
Ons leven wordt door het geloof bevrijd van de vergankelijkheid, vruchteloosheid en zinloosheid. We hebben geloofsverwachting.
IJdel zijn we in ons zelf.
IJdel al onze werken, als we Christus niet kennen.
Maar in Christus hebben we eeuwig leven. In Christus zijn onze werken blijvend.
In deze spanning op aarde kunnen we gerust en vertrouwend leven en al onze arbeid verrichten. In deze spanning vervallen we niet tot pessimisme en somberheid, tot nihilisme en oppervlakkigheid, maar CHRISTUS zet deze spanning om in een overvloedig bezig zijn in Zijn werk, altijd en overal.
En dan hebben we aan de ijdelheid ten diepste geen boodschap meer.
Christus en de gemeenschap met Hem: overwinning van de ijdelheid!
Ik zal in dit vertrouwen leven en werken en dat melden in mijn lied!

J. Jonkman

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juli 1991

De Wekker | 8 Pagina's

IJdelheid (II)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juli 1991

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken