Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

(Tweeërlei) droefheid

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

(Tweeërlei) droefheid

6 minuten leestijd

Wij maken in ons leven veel droefheid mee. De gebrokenheid van ons leven, de onverlostheid van de wereld en van ons eigen bestaan bewerken droefheid in velerlei vorm. Er worden wat tranen geschreid. Er wordt veel geleden.
Dat de wereld en wij na Pasen nog zo onverlost zijn is op zichzelf al een reden tot droefheid. Droefheid is een emotie, die heel diep gaat. Een mens kan vervuld van droefheid zijn. Sommige mensen moeten droefheid op droefheid meemaken. Paulus zegt in Filippenzen 2:27, dat God hem droefheid op droefheid bespaard heeft, doordat zijn doodzieke medewerker Epaphroditus mocht herstellen. In de genezing van zijn medearbeider in het Evangelie ervoer Paulus de ontferming van God over hen beiden.

Verschillende droefheid
Niet alle droefheid is dezelfde. De Bijbel kent ten diepste slechts twee soorten van droefheid. Daar wil ik u in dit artikel op wijzen. In de Bijbel en om ons heen komen we veel bedroefde mensen tegen. En misschien behoren we op dit moment zelf tot de bedroefden. Maar de zaak is: hoe staan wij met onze droefheid tegenover God? Hoe zijn we ermee onder de Heere?
Paulus stelt in 2 Corinthiërs 7:10 de twee soorten van droefheid scherp tegenover elkaar. Hij schrijft: „Want de droefheid naar God werkt een onberouwelijke bekering tot zaligheid; maar de droefheid der wereld werkt de dood". (In de Nieuwe Vertaling: „Want de droefheid naar Gods wil brengt onberouwelijke inkeer tot heil, maar de droefheid der wereld brengt de dood".)
De droefheid naar God en de droefheid van de wereld staan dus tegenover elkaar. Er staat in het Grieks inderdaad: de droefheid naar God en niet: de droefheid naar Gods wil. Dit laatste is een vrije en niet verhelderende weergave van wat Paulus bedoelt.

De droefheid naar God
De droefheid naar God is een door God in ons bewerkte droefheid!
God werkt die in de verbrijzeling van ons hart en in de verslagenheid van onze geest. Deze droefheid komt dus voort uit een werking van God in ons. De droefheid naar God duidt niet in eerste instantie de richting van deze droefheid aan, maar veel meer de herkomst ervan. God werkt deze droefheid in ons door Zijn Woord en door een krachtige werking van de Heilige Geest met het Woord. Dit is de droefheid, die aangenaam is voor God. God staat achter deze droefheid. Het is een droefheid, zoals God die in ons wil zien. Deze droefheid komt van God en daarom gaat de mens, die zo bedroefd geworden is, tot God. Hij bekeert zich.
Deze droefheid bepaalt ons scherp bij onze zonden en brengt het ware schuldbesef mee en we komen tot berouw. Deze droefheid en het berouw liggen op één lijn. Ze leiden tot daadwerkelijke bekering tot God. We belijden onze zonden, vragen vergeving van onze schuld en we breken radicaal met de zonde, die macht over ons had gekregen. De macht van de zonde over ons kwam uit in bepaalde, concrete zonden.
Deze droefheid naar God geeft de kracht om met de zonden te breken. Wij worden bedroefd voor God dat wij tot zulk zondigen konden komen en dat wij ertoe in staat waren. Het vervult ons met afschuw en we verfoeien onszelf, dat wij zulke zonden hebben gedaan: in gedachten, woorden, werken, in nalatigheid. We zien het benauwend tekort van toewijding en liefde in ons leven.

Tot deze droefheid kwam de gemeente van Corinthe door een scherpe brief van Paulus. De gemeente had een zondaar in haar midden laten begaan en geen christelijke maatregelen genomen. Paulus had daardoor ook onrecht geleden. Onder tranen - 2 Corinthiërs 2:4 - had Paulus een bewogen brief geschreven en verstuurd. Onder Gods zegen had deze brief de gewenste uitwerking en Paulus is bijzonder blij en dankbaar voor de reactie van de gemeente op zijn schrijven.

Droefheid en bekering
De droefheid naar God staat dus altijd in verband met de ware bekering. Het is de bekering tot ons heil: tot ons eeuwig heil met de heilzame uitwerking daarvan voor ons dagelijkse leven. Dagelijkse bekering gaat altijd gepaard met droefheid naar God! En toch is deze bekering geen droevig gebeuren. De bekering is onberouwelijk. Een mens, die zich door de droefheid naar God bekeert, krijgt daar nooit berouw van. Van ware bekering krijgt nooit iemand spijt. We zullen nooit zeggen dat we er fout aan deden toen we ons bekeerden tot God. Deze bekering brengt blijdschap mee: een levenslange vreugde in de Heere en Zijn Woord en Zijn dienst.
Prachtig is het wezen en het proces van deze onberouwelijke bekering onder woorden gebracht in zondag 33 van de Heidelbergse Catechismus. De bekering bestaat uit twee delen: de afsterving van de oude mens en de opstanding van de nieuwe mens. De afsterving van de oude mens wordt omschreven als het hebben van oprecht berouw - een hartelijke droefheid naar God! - dat wij God door onze zonden vertoornd hebben en het steeds meer haten en mijden van de zonde.
En in de Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikel 12 worden als onmiskenbare vruchten van de verkiezing genoemd: het echte geloof in Christus, de kinderlijke vreze van God en de droefheid naar Gods wil over onze zonde.

De droefheid van de wereld
Tegenover deze droefheid naar God staat de droefheid van de wereld. Ook in de wereld kennen de mensen droefheid, schuldbesef en berouw. Maar deze droefheid heeft een heel andere uitwerking omdat ze ten diepste geen uitwerking heeft. Zij bewerkt de dood. Een ernstig woord van de apostel! Deze droefheid leidt niet in de weg van bekering tot God. Schuldbesef en berouw van de wereld leiden de schuldige niet uit het donker maar voeren hem steeds verder de diepte in. Hij blijft steken in het negatieve van klacht en spijt. Hij komt niet boven het zelfverwijt of het verwijten van anderen uit. Men komt niet uit de wanhoop. De Kanttekeningen van de Statenvertaling op 2 Corinthiërs 7:10 noemen als voorbeelden van mensen, die de droefheid naar God beleefd hebben David, de verloren zoon, de zondares (met wie wel de vrouw uit Lucas 7:36-50 bedoeld zal zijn) en Petrus (na zijn verloochening van Jezus). Het voorbeeld van de verloren zoon is niet gelukkig, omdat hij niet echt heeft bestaan, maar voorkomt in een gelijkenis van Jezus (Lucas 15). En als voorbeelden van mensen, die in de droefheid van de wereld zijn omgekomen worden de namen genoemd van Kaïn, Achitofel, Achab en Judas. Het berouw van Judas en zijn droefheid reikten niet tot de barmhartigheid van God in Christus. De droefheid van de wereld brengt in isolement en verharding.

Hoe beleven wij droefheid?
Een vraag om mee bezig te zijn!

Ter overweging enkele vragen:
1. Hoe komen wij tot de droefheid naar God?
2. Waaruit blijkt, dat de droefheid echte droefheid naar God is?
3. Wat is het tekort in berouw en schulderkenning in de wereld?
4. Waarom werkt de droefheid naar God juist een onberouwelijke bekering?
5. Wat is de taak van christenen ten opzichte van mensen in de wereld, die (diep) bedroefd zijn?

J. Jonkman

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 juni 1992

De Wekker | 8 Pagina's

(Tweeërlei) droefheid

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 juni 1992

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken