Bekijk het origineel

De dwaze goden van de technologie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De dwaze goden van de technologie

5 minuten leestijd

In „Calvinist Contact" vond ik een artikel van de hand van de hoofdredacteur, Bert Witvoet, dat ik vertaald hierbij aan u doorgeef.
Faxapparaten zijn prachtige dingen. We hebben er een in ons kantoor.
Elke dag rollen artikelen, waarom gevraagd is, uit de machine. Adverteerders zenden hun reclame en lezers sturen berichten van overlijden en brieven naar de uitgever via de fax. Het betekent dat onze tekstschrijvers te laat kunnen zijn en toch op tijd. Faxapparaten persen afstanden samen en versnellen de tijd. Toch, vreemd genoeg, maken zij het leven opgejaagd, doordat ze de verwachtingen te hoog gespannen maken.
Een Amerikaanse schrijver, Henry Fairlee, noemde het faxapparaat het ergste speelgoed voor volwassenen dat ooit is uitgevonden. Het is geen toevalligheid, zo schrijft hij, dat het geluid dat deze apparaten maken als gepraat klinkt; de fax begint zelfs met zichzelf te praten al is het midden in de nacht.
Telefoons zijn ook schitterende dingen, maar ik vind dat ze nog meer opjagen dan faxapparaten. De mensen hebben onmiddellijk toegang tot je vanwege deze uitvinding van Alexander Graham Bell. Als een zakenman uw kantoor binnenvalt laat u hem wachten totdat het u schikt. Maar als hij of zij de telefoon pakt laat u alles liggen en geeft antwoord.
In ons kantoor laat ik de receptioniste liever de naam van degene die belt vragen, om dan deze informatie eerst even van te voren te krijgen, zodat ik tenminste en paar seconden de tijd heb om me voor te bereiden. Als ik het vermoeden heb dat het een boze lezer is kan ik tweemaal ademhalen voordat ik de telefoon oppak. Als ik al met die persoon gecorrespondeerd heb pak ik gauw het blad of het artikel. Maar er is weinig tijd en ik moet maar klaar zijn om ter plekke en op hetzelfde moment antwoord te geven. Dat maakt de telefoon een tamelijk dictatoriaal apparaat.
Sommige belangrijke personen installeren een strenge secretaresse tussen zichzelf en een opbeller. Daar hebben ze een goede reden voor. Stel je voor dat Jan, Piet en Klaas president Bush of de ministerpresident konden bereiken door even een bepaald nummer te draaien!
Er is nu sprake van, dat bij een telefoongesprek ook beelden overgeseind kunnen worden. Ik voor mij denk dat we ondertussen wel genoeg gedaan hebben om ons in te beelden dat er geen afstanden meer bestaan. Als die vreselijke uitvinding wijd verspreid zou worden dan zou dat kunnen betekenen dat je niet eens meer in je ondergoed door je eigen huis kunt rondlopen. Het mag betekenen dat alleen die mannen en vrouwen baantjes krijgen als receptionist die er uitzien als de beelden van de oude Griekse goden en godinnen. Al weer een baan minder voor ons, gewone mensen.

De technologische wonderen van vandaag maken ons vreselijk afhankelijk.
Vorig jaar, toen ik een paar gedachten over technologie aan mijn wordprocessor toevertrouwde viel de stroom plotseling uit vanwege een sneeuwstorm. Ik herinner me nog hoe ik mopperde. Omdat ik niet vastgelegd had wat ik had geschreven totdat ik een belangrijk deel af had, was ik het hele gedeelte dat ik geschreven had kwijt en moest ik alles overdoen. Gelukkig had de Schepper mij begiftigd met een „opspaarmechanisme" genaamd het geheugen, dus was de schade te overzien.
Sinds die tijd heb ik een automatische opslag in mijn wordprocessor-programma zodat mijn kostbare gedachten elke tien minuten worden vastgehouden. De technologie heeft het weer gewonnen.
Zo gebeurt dat ook vaak bij het fotograferen. Mensen die camera's kopen die alles voor hen doen behalve het doel opzoeken en op het knopje drukken zullen nooit kunnen begrijpen, waarom een menselijke figuur die in de sneeuw staat er erg donker uitziet en een gezicht midden in de nacht er gebleekt uitziet als de plaatjes terugkomen. Hun geest is gewend aan automatisch werken en ze denken er niet meer aan dat de camera zelf er aan meewerkt, hoe de foto's er uit zien.
Nog iets anders is, dat de moderne technologie ons isoleert van elkaar. Ironisch genoeg bouwt de explosie in informatietechnologie muren tussen de mensen. Net zo eenzaam als men in een menigte kan zijn, zo kan men het ook zijn tegenover een televisieapparaat, achter een computer of tussen de luidsprekertjes van een walkman. Een Canadese literatuurcriticus, Northrop Frye, klaagde eens dat een van de meest duidelijke resultaten van de twintigste-eeuwse technologie is introversie; kerken, theaters en bibliotheken worden meer en meer vervangen door t.v.-sets, het marktplein door een elektronische supermarkt, de vloer van de aandelenbeurs door computers in kantoren. Hij noemde onze tijd een tijd, waarin het meeste menselijke spreken dat de oorspronkelijke uiting van gedachten is, hoe langer hoe meer bevroren wordt.

Het moet ons maar duidelijk zijn, dat de technologie bezig is om ons om te vormen. Ik denk niet dat we de trend kunnen stoppen, maar het is goed om te weten wat er aan de gang is. Op die manier kunnen we tenminste maatregelen nemen om de ergste problemen te lijf te gaan, of tenminste niet zo in de war te zijn door wat er aan het gebeuren is met onze jonge mensen, die binnenkomen in deze wereld van de technologie met een veel groter gemak dan wij, die denken dat een microchip te maken heeft met een klein knappertje. Vastgehaakt worden aan de technologie, vooral elektronische spelletjes en zo, betekent, dat het leven hoe langer hoe rustelozer wordt. Het is goed om zich te realiseren dat de doorgaande stroom van nieuwere technologie hoe langer hoe meer leidt tot materialisme en een leven van meer en meer consumeren. Materialisme en te veel omgang met elektronische media zijn anti-spiritueel, antigeestelijk van aard.
De vroegere Nederlandse christenfilosoof Herman Dooyeweerd zei, dat het materialisme de tijdelijke werkelijkheid reduceert, terugbrengt, tot „deeltjes in beweging". Als u die omschrijving van het materialisme toepast op het gebruik van elektronische spelletjes lijkt dat er veel op, al ligt dan de nadruk meer op de beweging dan op de deeltjes.
We worden, tenslotte, niet geroepen om slaven te zijn van onze eigen ideeën, noch van iets anders in de schepping. Psalm 8 herinnert ons aan onze oorsprong en onze bestemming: God maakte ons een weinig minder dan de hemelse wezens, en kroonde ons met glorie en eer. Hij maakte ons tot heersers over de werken van zijn handen; Hij stelde alles (fax-apparaten, telefoons, t.v.-sets, computers) onder onze voeten.
Voordat wij onze aandacht geven aan de automatische instelling van ons fototoestel, moeten we met Psalm 139 zeggen: Ik loof U, omdat ik ontzagwekkend en wonderlijk gemaakt ben; en ik verzeker u, dat ik dan nog meer versta over sluitertijd en lensopening.

K. Boersma

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 juni 1992

De Wekker | 8 Pagina's

De dwaze goden van de technologie

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 juni 1992

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken