Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Wij spraken met . . .

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Wij spraken met . . .

12 minuten leestijd

„Van de Fransen wordt wel eens gezegd dat ze individualistisch en chauvinistisch zijn, maar onze ervaring is dat tot nu toe niet. Ze kijken niet tegen mij aan op de manier van: we hebben wel een dominee nodig, maar hij is en blijft een buitenlander. Integendeel, we voelen ons in elk opzicht gerespecteerd." Aan het woord is ds. D.A. Brienen, na afronding van zijn theologische studie predikant te Delfzijl, thans in een stage-periode werkzaam als predikant bij de Eglise Réformée de France in La Chapelle in Zuid-Frankrijk. We spraken met dominee en mevrouw Brienen, ergens in Utrecht, tijdens hun laatste vakantie, in aanwezigheid van ds. K. Boersma, die in ons blad over de vreugden en de zorgen van de Union Nationale des Eglises Réformées Evangeliques Indépendantes de France meer dan één keer heeft geschreven.

Dominee Brienen, wat heeft u bewogen om als predikant in Frankrijk te gaan werken? Is de drang daartoe misschien gevoeld door de redactie dat er voor jonge predikanten in de Nederlandse kerken wel eens onvoldoende perspectief zou kunnen zijn? Er zijn hier relatief weinig vacatures in verhouding tot het „aanbod". Wat bewoog u om na een korte ambtelijke aanloop in Nederland, naar Frankrijk te gaan?

„Dat is zeker niet uit onvrede gebeurd. Al tijdens mijn studie in Apeldoorn voelde ik drang naar de zending, om in het buitenland te werken dus. Ik heb mij destijds aan zendingsdeputaten gepresenteerd, maar op dat moment was er geen ruimte en bovendien vond men het nodig dat eerst ervaring in Nederland zou worden opgedaan. We hebben toen maar afgewacht wat er op ons af zou komen, met vrede en vreugde werkend in de gemeente van Delfzijl.
Een oproep in De Wekker, waarbij jong-geëmeriteerde dominees en/of ouderlingen werd gevraagd om pro deo werk in de gereformeerde kerken in Frankrijk ter hand te nemen, heeft de zaak aan het rollen gebracht. Frankrijk heeft ons altijd al geboeid. We zijn er dikwijls op vakantie geweest, met onze ouders. Toen ik die oproep las dacht ik: waarom eigenlijk geen jonge, nog actieve predikant? Ds. Boersma wist natuurlijk van mijn belangstelling voor dit werk. Toen hij de synode van Le Mas d'Azil bezocht bleek er voor het aantrekken van een predikant van buiten enige financiële ruimte te zijn. Er was ook veel gebed om predikanten.
Men kent daar wel de figuur van de lekepredikers, die door de kerkeraad worden aangesteld, maar men wil graag over meer predikanten beschikken. Ongeveer een jaar na de oproep in De Wekker werd het actueel. Er kwam meer ruimte, mede door het ontstaan van méér vacatures. De gemeente van Delfzijl heeft mij voor dit werk willen afstaan en zo ben ik met een stage-overeenkomst in 1991 in de gereformeerde kerk in Frankrijk begonnen. Het woord stage moet u vertalen met bij wijze van kennismaking, waartoe uiteraard de bekwaming in de Franse taal een belangrijke voorwaarde is. Natuurlijk zat er wel wat aan vast, zoals de regeling van je rechtspositie. Financieel moesten we met minder genoegen nemen en de sociale zekerheden in Frankrijk zijn niet in alles gelijk aan die in Nederland."

Kan een Nederlandse dominee, die de Franse taal ongetwijfeld goed maar toch nooit als de Fransen zelf zal leren spreken, komend uit een andere kerkelijke cultuur en uit een typisch Hollands geestelijk klimaat, daar eigenlijk wel op vruchtbare manier bezig zijn? Is er acceptatie aan gindse en voldoening aan uw kant?

„De Franse taal beheersen we natuurlijk nog niet heel erg goed, maar we praten veel met mensen, we maken gebruik van cassettebandjes en we lezen veel boeken in de Franse taal. Bij de kinderen gaat het spelenderwijs. Die zijn al herkenbaar aan het dialect van de streek waar we wonen. Toen we onlangs benzine pompten bij Parijs, hoorde de bediende onze kinderen praten en merkte op: u komt zeker uit Zuid-Frankrijk.

Overigens ervaren we het als een zegen en als een verrassing dat we zo enorm fijn worden opgevangen. De mensen zijn geduldig als er misschien nog wel eens momenten zijn waarop we in ons Frans de dingen niet direct helemaal duidelijk weten te maken. Er is geestelijke acceptatie en inleving in de moeiten die er natuurlijk ook zijn. Van de Fransen wordt wel eens gezegd dat ze individualistisch en chauvinistisch zijn, maar onze ervaring is dat tot n\} toe niet. Ze kijken niet tegen mij aan op de manier van: we hebben wel een dominee nodig, maar hij is en blijft een buitenlander. De mensen waarmee wij te maken hebben tonen zich erg ontvankelijk. Als er in de bijbelstudie iets naar voren komt dat hen bijzonder aanspreekt dan zijn ze daarover enthousiast."

Als u de kerk waarin u in Frankrijk werkt geestelijk moet duiden, qua richting en ligging dus, hoe ziet dat beeld er dan uit? Kent men daar ook richtingsverschillen of is er sprake van gelijkgerichtheid?

„Van gelijkgerichtheid is bepaald geen sprake. In één gemeente zijn alle richtingen vertegenwoordigd. De gereformeerde kerk in Frankrijk kent wel enkele gemeenten die tamelijk homogeen zijn, maar in veel gemeenten zijn duidelijke en soms grote verschillen aanwezig. Zo zijn er tegenstanders van de kinderdoop, bevindelijken en meer intellectueel ingestelden, mensen met grote sociale betrokkenheid, die het geestelijk leven een sterk sociale vulling willen geven, voor wie Evangelie en diaconaat zo gezegd samenvallen.
Maar dat geeft binnen de gemeente geen aanvaringen. Men respecteert elkaar en men weet het allemaal bij elkaar te houden. Dat gaat natuurlijk ook terug op het feit dat men daar - in tegenstelling tot Nederland - geen enkele uitwijkmogelijkheid heeft. Hoeveel verschillen er in de gemeenten ook mogen zijn, van de synode kan worden gezegd dat men door en door calvinistisch-reformatorisch is."

Hoe is de sociale gelaagdheid van de kerk die u mag dienen en hoe groot is het gebied dat onder uw pastorale zorg valt?

„Die gelaagdheid is heel verschillend. Veel leden komen uit de midden- en lagere klassen, maar we tellen ook mensen uit wat men de hogere maatschappelijke niveaus zou kunnen noemen, waaronder enkele burgemeesters en professoren. De kerkelijke betrokkenheid is bij de laatsten overigens niet altijd even groot. De bijdragen tot instandhouding van het kerkewerk zijn soms bijzonder groot. Er zijn enkele 'kopstukken', wijnboeren en zakenlieden, die de kerk financieel dragen.
In Frankrijk tellen we zo'n 45 à 50 E.R.E.I.- gemeenten, vooral te vinden beneden de lijn Bordeaux-Lyon. Parijs telt 4 kleine gemeenten. Als alles mag gaan zoals we het ons voorstellen, zal ik na beëindiging van mijn stageperiode naar Parijs gaan. De kerken tellen in totaal ongeveer 15.000 leden. Van vergrijzing is niet direct sprake. Er is behoorlijk wat jonge aanplant en er is gelukkig veel initiatief bij jongeren. Dat is ook nodig, want de onverschilligheid, die zich voor een deel historisch laat verklaren, is groot. De Franse kerk der Reformatie draagt nog altijd de sporen en invloeden van de vervolgingen vóór 1800 en van Verlichting van de 18e en het modernisme in de 19e eeuw. Zo is er een gemeente van ongeveer 1.000 leden, waarvan er maar 50 naar de kerk gaan.
Een heel complex van oorzaken steekt daarachter, onverschilligheid en traditie (het gedrag van de ouders wordt overgenomen), een anti-clericale houding die er bij veel Fransen diep inzit en niet in de laatste plaats de complexe denkwijze van de Fransen. Velen van hen denken meer filosofisch dan theologisch. Een vooraanstaande functionaris uit onze kerken daar merkte eens op: Frankrijk is wel gedoopt maar niet gekerstend.

De stage-gemeente waarin ik nu mag werken telt 220 leden. Daarvan komen er zondags 30 in de kerk. Twintig leden zijn te oud om naar de kerk te gaan en ik moet er ook bij vertellen dat kinderen niet meegaan naar de kerk. Dat doen ze pas als ze belijdenis hebben gedaan. Tot die tijd gaan ze eenmaal per week naar de zondagsschool."

Mevrouw Brienen, wat voor een gevoel bekruipt u als u er aan denkt straks met uw jonge gezin in dat grote Parijs te moeten gaan wonen en werken?

„Ik maak me daar nog maar niet te veel een voorstelling van. We hopen dat we ook daar in alles voorspoedig en gezegend zullen zijn, maar ik wil u wel zeggen, dat ik mij elke keer als we Parijs binnengaan, voel als een mier die de Mount Everest op moet."

Dominee Brienen, kent men daar dezelfde inrichting van het kerkelijk leven als hij ons? Te denken dus aan doop, catechisatie, belijdenis van het geloof, avondmaalsviering, uitoefening van de kerkelijke tucht etc. Is er zoiets als een kerkorde?
En hoe functioneert de bredere vergadering?

„Om met de doop te beginnen de officiële lijn van de kerk is de kinderdoop. Maar leer en praktijk lopen nogal eens uiteen. Men heeft een dikke kerkorde, dikker dan de onze, maar men leeft er lang niet altijd naar. Waarom is er bij velen zo'n sterke afkeer van de kinderdoop? Wel, dat heeft te maken met afkeer van de doop in de rooms-katholieke kerk, waar men de doop als inlijving in de kerk ziet. Fransen zijn beducht voor de machtsusurpatie van de kerk en van alles wat daaraan herinnert heeft men in meer of mindere mate afkeer. Voor alle duidelijkheid merk ik hierbij op dat men geen antipathie heeft tegen de pastoor of andere katholieke medeburgers, maar er is wel afkeer van het kerkelijke systeem. In streken waar het systeem strak en star is, bestaan geen contacten en samenwerking. Tussen de gemeente waar ik mag werken en de plaatselijke rooms-katholieke kerk bestaan die contacten wel. Ik praat wel eens met de pastoor over wat ons bindt en scheidt. Zelf maakte hij eens de opmerking: in mijn preken ben ik reformatorisch, in de sacramenten katholiek. Aan kinderen van 12 tot 15 jaar wordt catechisatie gegeven. Om avondmaal te kunnen vieren moet men belijdend lid zijn. De liturgie lijkt over het algemeen veel op die in Nederland. Wat in de samenkomsten in de Franse kerk een belangrijke plaats heeft is de indringende schuldbelijdenis en de daarop volgende genadeverkondiging. Wat de frequentie van de avondmaalsviering betreft: in Parijse gemeenten wordt eens per veertien dagen en in andere gemeenten viermaal per jaar avondmaal gehouden. Het zal u misschien vreemd voorkomen, maar de kerkelijke tucht is daar in handen van de predikant, met alle gevaar van machtsmisbruik dat daaraan eigen zou kunnen zijn. Dat dit zo is heeft alles te maken met het feit dat Frankrijk ter bescherming van de privacy van de burger een wet kent, die functionarissen met kennis over het levensgedrag van mensen geheimhoudingsplicht oplegt.
De kerkdiensten duren gemiddeld 1½ uur, de preek ongeveer 25 minuten,

Er worden relatief weinig psalmen in de eredienst gezongen, wel veel geestelijke liederen en dan vooral opwekkingsliederen.
Begrafenisdiensten zijn gelegenheden om echt evangeliserend bezig te zijn. Dan komt namelijk iedereen naar de kerk.
Waar je als predikant van buiten wel aan moet wennen is, dat men wat de zondagse samenkomsten betreft, zelf bepaalt wanneer men komt en gaat. Tien minuten te laat beginnen is niet ongewoon en er zijn kerkgangers die het na een uur voor gezien en gehoord houden."

Is dat niet frustrerend voor de voorganger? Zit daar niet iets van miskenning of afkeuring in?

„Waar het mee te maken heeft is niet precies aan te geven. Na een uur treedt er bij sommigen kennelijk iets van verzadiging op en dan verdwijnt men gewoon. Met protest heeft het niets te maken. Het is een normaal verschijnsel waar niemand moeite mee heeft, de Fransen in elk geval het minst. Van een predikant die daar gaat werken, wordt overigens wel wat flexibiliteit, bereidheid tot aanpassing gevraagd. Dat geldt ook in het pastorale werk. Men moet zoeken naar de basis in de persoonlijk- geestelijke sfeer en doorvragen naar het eigenlijke. Dat is niet altijd even gemakkelijk. De nogal filosofisch ingestelde Fransman denkt namelijk nogal rationeel en is wat het geestelijke betreft emotioneel niet zo gemakkelijk open te breken."

Hoe functioneert de kerkeraad in de Franse kerk?

„In Nederland kennen we het begrip 'domineeskerk', wat betekent dat in het kerkewerk veel op de dominee neerkomt. Veel meer dan in Nederland is in Frankrijk de kerk een domineeskerk. Als er geen dominee is gebeurt er niets. Van kerkeraadsleden zijn vanuit het college waarin zij dienen geen initiatieven te verwachten. Daarom zijn we zo blij met de activiteiten van jongeren. Door alles heen valt bij veel gereformeerde Fransen de sterke wil waar te nemen om hun kerk zijn meer en meer gereformeerd te maken. Er worden heel wat boekjes uitgegeven waarin de gereformeerde geloofsleer aandacht krijgt, voorlichting ook over doop, avondmaal, huwelijk en er is ook bijbelse instructie voor de ouderlingen. Instructiemiddagen en -avonden worden goed bezocht."

Uit wat u zo vertelde blijft de indruk over dat u uiteindelijk toch nog in de zending terecht bent gekomen.

„Je kunt Frankrijk in zekere zin inderdaad een zendingsland noemen. Tussen 40 miljoen rooms-katholieken, 3 miljoen Islamieten en 1 miljoen Boeddhisten leven in Frankrijk zo'n 500.000 protestanten, waarvan maar ongeveer 10% echt praktiseert. Heel wat protestanten daar beschikken niet eens over een bijbel en zijn vreemd aan de gewoonten van gebed en zondagse kerkgang. 'Het hart van de Fransen is eigenlijk nooit omgebogen tot God en zijn wet', heeft een Franse predikant eens gezegd en dat komt overeen met de uitspraak van de Franse broeder uit eigen kring: 'wel gedoopt maar nooit gekerstend'."

We hopen en bidden dat het u beiden met uw drie lieve kinderen onder Gods zegen in elk opzicht goed zal gaan en dat uw ambtelijk werk daar niet vergeefs zal zijn in de Here.

Dit artikel werd u aangeboden door: De Wekker

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juni 1992

De Wekker | 12 Pagina's

Wij spraken met . . .

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juni 1992

De Wekker | 12 Pagina's

PDF Bekijken