Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Schuilplaats en schaduw

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Schuilplaats en schaduw

6 minuten leestijd

Wie in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten die zal vernachten in de schaduw des Almachtigen. Ps.91:1

De psalm waarvan het eerste vers hierboven staat afgeschreven, wordt dikwijls gelezen op de eerste dag van het jaar. Dan ligt alles open voor ons. Dan staat ook alles in het teken van de onzekerheid. Wie kan zeggen wat het jaar brengen zal. We zouden de psalm echter elke dag van het jaar kunnen lezen. Ze bevat immers een rijke troost voor degene die is gezeten in de schuilplaats van de Allerhoogste.

Hoe heerlijk is die naam: de Allerhoogste. Het is de Naam van de HERE, waarin zijn oppermajesteit ligt uitgedrukt. Alles wat hoog is in deze wereld wordt door Hem overtroffen. Hoog is de macht van de mens dezer eeuw. Gods macht is hoger. Hoog is de wijsheid die onze tijd oplevert. Gods wijsheid stijgt er nochtans boven uit. Werkelijk in alle opzichten en in betrekking tot alles wat wij kunnen bedenken is God de Allerhoogste.

Laten we deze Naam niet opvatten als de overtreffende trap van een vergelijking. Er zijn dingen die hoog, er zijn dingen die hoger en er zijn dingen die allerhoogst zijn. Zo spreken we over de HERE niet. Hij wordt de Allerhoogste genoemd, niet omdat Hij alles en allen overtreft. Maar Hij draagt die naam, omdat alles wat hoog en onder ons zelfs het allerhoogste is, door Hem wordt gebruikt, als een middel waardoor Hij zijn doel bereikt. Gods alwerkzaamheid en Zijn alleenwerkzaamheid wordt in die Naam tot uitdrukking gebracht. Het is de Naam waarin Gods Godheid op het heerlijkst wordt geopenbaard.

Hoe heerlijk moet het dan wel niet zijn om een vaste zetel te hebben in zijn schuilplaats. Om er niet slechts zo nu en dan eens te vertoeven, maar om er gezeten te zijn. Een plaats waar men schuilt tegen de storm die ons gemakkelijk zou kunnen treffen. De storm van de ziekte die ons plotseling overvalt, zoals het verderf dat op de middag vernielt. Een schuilplaats tegen de pest die in het duister rondwaart, de pijl die des daags vliegt. Een schuilplaats tegen alle gevaren die ons zo onverhoeds overvallen. Een zetel in de schuilplaats van de Allerhoogste: die in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten . . .

Wie zijn het die in deze plaats een toevlucht hebben gezocht? Het zijn degenen die nederig knielen. Immers: Hij slaat toch, schoon oneindig hoog, op hen het oog, die need'rig knielen. Tegenover de Allerhoogste beseffen zij in diepe ootmoed de verlorenheid buiten Hem. Maar bij de Allerhoogste schuilen zij ook met hun zorgen, met hun zonden, met hun schuld en verlorenheid. En in die schuilplaats zijn zij volkomen veilig.

Waarom zijn ze daar buiten alle gevaar? Zij vernachten in de schaduw des Almachtigen. Ook hier treft ons de Naam. De Almachtige. En ook hier beseffen we, dat die Naam maar niet een aanduiding is van iemand, wiens macht die van de anderen in alle opzichten overtreft. Neen, het gaat om de macht van Hem, die alle machten in zijn werkzaamheid opneemt en inschakelt opdat zijn doel bereikt zou worden.
De Almachtige: het is de Naam van Hem, wiens macht de macht is van onkreukbaar recht. Zijn recht is het dat eenmaal zal zegevieren tegen alle onrecht in. Ja, Hij kan in zijn almacht alle menselijke onrecht zelfs inschakelen om zijn eigen goddelijke recht te doen zegevieren.

Almachtige heet Hij, omdat Hij beschikt over de macht van de liefde. Die liefde is slechts de keerzijde van zijn recht. En daarom is zijn liefde ook in staat om alle haat te breken, terwijl het schijnt dat Hij haar verdraagt. Hij heeft als een Almachtige in liefde zijn Zoon gegeven tot een verzoening voor de zonde aan het kruis van Golgotha.
Almachtige is zijn Naam, omdat Hij zijn recht en liefde beide doet heersen als de macht van de genade. Genade is het die vrucht is van de macht der vergeving en verzoening. Almachtige heet Hij, omdat zijn goedertierenheid geweldig is over degenen die Hem vrezen. En zo ontmoet hij die de HERE vreest in de Almachtige recht en liefde en genade.
Welnu: wie zijn zetel heeft in de schuilplaats van de Allerhoogste, die zal vernachten in de schaduw van de Almachtige.

Merkwaardig, dit woordje „vernachten". De nacht is de aanduiding van de donkerheid, de duisternis, de verschrikking. Hoe plotseling kan de nacht vallen in een mensenleven. Heel anders dan bij ons is in het Oosten de overgang van het licht naar het duister een snel gebeuren Vrijwel zonder de ons bekende schemering, die de bode is van de naderende nacht. Zó plotseling kan er de nacht, het verderf, de ziekte, de ellende en de nood zijn. Maar de dichter van deze psalm weet van „vernachten". Men brengt de nacht door totdat de dag aanlicht. En dan is het duister voorbij. Dan wenkt een nieuwe morgen. En dan is er gejuich.
Wie zijn schuilplaats weet bij de HERE die zal een nieuwe dag ontvangen in de schaduw van de Almachtige. Het beeld doet denken aan de beschermende vleugelen, waaronder veiligheid en geborgenheid is. Inderdaad, in die schaduw komt men de nacht door.

Het geldt voor allen die bij Hem schuilen. Want het weten dat er een schuilplaats is en het schuilen onder de vleugelen van de HERE, dat zijn twee dingen. Alles wat we weten kennen we nog niet. Wat kost het een zondig en zwak mensenkind een moeite om in de schaduw van de Almachtige de nacht door te komen. Er is slechts één plaats waar men het leert: dat is bij het kruis van de Here Jezus Christus. Voor Hem was de verschrikking, de duisternis zonder beschutting. Voor al de zijnen is er dank zij de almacht der genade een schuilplaats. Ga daarin, schuil bij Hem en wacht niet daarmee.

Zo sluit het laatste vers van de psalm aan bij het eerste:
Omdat hij Mij zeer bemint, zal Ik hem bevrijden;
Ik zal hem beschutten, omdat hij mijn Naam kent.
Roept hij Mij aan. Ik zal hem antwoorden;
Ik zal in de benauwdheid bij hem zijn,
Ik zal hem uitredden en tot ere brengen.
Met lengte van dagen zal Ik hem verzadigen.
En Ik zal hem mijn heil doen zien.

W. van 't S.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 oktober 1992

De Wekker | 8 Pagina's

Schuilplaats en schaduw

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 oktober 1992

De Wekker | 8 Pagina's

PDF Bekijken