Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De confrontatie tussen Christus en satan volgens de evangeliën (IV)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken

De confrontatie tussen Christus en satan volgens de evangeliën (IV)

8 minuten leestijd

De vorige maal hebben we aandacht gegeven aan de verzoeking van Christus in de woestijn. Satan zoekt Hem af te brengen van de weg der gehoorzaamheid. Dat zou fataal zijn! Immers hier staat of valt de zaligheid mee.
Door Zijn gehoorzaamheid tot het einde verwerft Hij de zaligheid. Alleen voor Israël? Neen ook voor de volkeren. Dat zagen we al bij de bespreking van deze geschiedenis volgens het evangelie van Mattheüs.

De laatste Adam
Er is echter in het evangelie van Lucas een opvallende trek, die ik niet ongenoemd wil laten. Dat is deze, dat Lucas tussen de beschrijving van de doop van Christus en de verzoeking in de woestijn, het geslachtsregister opneemt. Hiermee lijkt de eenheid verbroken te worden tussen deze beide geschiedenissen, die toch nauw met elkaar verbonden zijn. Het is uiteraard niet zonder reden dat Lucas op déze plaats het geslachtsregister opneemt. Dan moeten we ook letten op de eigen orde van deze geslachtslijst. Bij Mattheüs vinden we een geslachtsregister dat begint bij Abraham en eindigt bij Christus. De bedoeling is duidelijk: Christus is naar Zijn menselijke natuur een afstammeling van Abraham. Hij is de Messias van Israël (vgl. J.P. Versteeg, Evangelie in viervoud). Bij Lucas treffen we een geslachtslijst aan, die begint bij Christus en teruggaat tot op Adam. Lucas tekent Christus als de Heiland der wereld. Dit geslachtsregister, dat terugvoert tot Adam, werpt een bepaald licht op het hierop volgend gedeelte van de verzoeking van Christus.
Bij Mattheüs zagen we het contrast tussen de gehoorzaamheid van Christus en de ongehoorzaamheid van Israël in de woestijn. Bij Lucas is de verzoeking van Christus te zien tegen de achtergrond van de verzoeking van Adam en Eva in het paradijs. Zij vielen, verleid door de satan. Hij bleef - als de laatste Adam - staande, om voor gevallen Adamskinderen heil te bereiden.

Blijvende strijd
Na de verzoeking in de woestijn, week satan; „voor een tijd", zo noteert Lucas. Inderdaad: deze nederlaag voor satan betekent niet dat hij de strijd opgeeft. De evangeliën leggen er getuigenis van af, dat Christus tot het laatste toe geconfronteerd werd met de aanvallen en de macht van satan.
De blijvende strijd, de voortdurende confrontatie tussen Christus en de satan komt telkens naar voren, waar we in de evangeliën lezen van bezetenen, die door Jezus werden verlost. Dit was echter geen doel in zichzelf, maar dit moet gezien worden in verband met de opdracht die Christus had te vervullen. De strijd tegen de satan en de satanische machten is een aspect van het Middelaarswerk van de Heere Jezus. Dat lezen we bijv. in Matth. 8:16v. In de genezing van zieken en de bevrijding van bezetenen mag de vervulling gezien worden van Jesaja 53: Hij heeft onze krankheden op Zich genomen en onze smarten gedragen. Zo leren we Hem bij elke krachtmeting met de boze herkennen als de Man van Smarten, de lijdende Knecht des Heeren.

Tot op het kruis
Die strijd gaat door tot op het kruis! Bij de verzoeking in de woestijn hoorden we de vraag, die Jezus' Zoonschap en Messiaanse roeping betwistte en betwijfelde: „Indien Gij Gods Zoon zijt...". Maar diezelfde woorden worden nog gehoord als Jezus aan het kruis hangt (Matth. 27:40-43). En eerder, want dit is ook waarom het gaat bij het verhoor van het Sanhedrin (Matth. 26:63). Het sanhedrin, dat Hem gevangen had genomen in de hof van Gethsemane, waarin Christus Zich opnieuw geconfronteerd zag met de macht van de boze. „Als Ik dagelijks met u was in de tempel, zo hebt Gij de handen tegen Mij niet uitgestoken; maar dit is uw ure en de macht der duisternis" (Luc. 22:53).
Christus was Zich bewust dat het door de strijd heen moest gaan naar de overwinning. Aan Herodes, die Hem wil doden, moest meegedeeld worden: „Ga heen en zegt dien vos: zie. Ik werp duivelen uit, en maak gezond, heden en morgen, en ten derden dage word Ik voleindigd" (Luc. 13:32); het uitwerpen van duivelen hoort bij de uitvoering van Zijn program, en Zijn einde ligt niet in de hand van Herodes, maar zal zijn als Hij de raad Gods uitgediend heeft. Gedurende Zijn ganse leven op de aarde en inzonderheid op het kruis kwam helse verzoeking en benauwdheid op Hem af. In Lucas 22:28 zegt Christus tot Zijn discipelen, dat zij steeds met Hem gebleven zijn in Zijn verzoekingen; dat geeft dus ook aan dat Christus Zijn gehele leven heeft gezien in het teken van de verzoekingen en de strijd (vgl. Hebr. 4:15).

Uiteindelijke overwinning
Het gaat door de strijd naar de overwinning. Dat is de machtige boodschap van het Woord van God. Het werk van Christus is niet tevergeefs geweest. Hij blijkt de Sterkere te zijn, die de geweldhebber satan bindt en hem breekt in zijn macht en zo zijn „huis berooft" (Matth. 12:29). Hij oefent Zijn geweldige macht uit door Zijn Woord (Matth. 8:16). Het is Zijn Koninklijk machtswoord, waarvoor de duivelse machten moeten wijken. In de onderwerping van de duivelse machten kan gezien worden dat het Koninkrijk Gods gekomen is (Matth. 12:28).
De komst van het Koninkrijk is echter geen geïsoleerd „thema" uit de evangeliën; de werkelijkheid en de komst van het Koninkrijk moet in het nauwste verband worden gezien met het volbrengen van Zijn Borgwerk. Zo hangen ook Christus' (koninklijke) macht en Zijn gehoorzaamheid ten nauwste met elkaar samen, en wel zo, dat Zijn macht gegrond is op Zijn gehoorzaamheid. En omdat Christus weet dat Hij gehoorzaam zal blijven tot het einde, weet Hij ook dat satan eenmaal definitief onttroond zal zijn. Daarop ziet dat merkwaardige woord uit Luc. 10:18: „Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallen".
Dat antwoordt Christus wanneer Zijn zeventig discipelen door Israël getrokken zijn om te prediken. Opgetogen keren zij terug en melden: „Heere, ook de duivelen zijn ons onderworpen, in Uw Naam". De Naam - en daarmee het werk - van Christus bleek zulk een kracht te verlenen aan de prediking, dat de boze geesten het veld moesten ruimen.
De discipelen hoefden dan ook geen „foefjes" of technieken aan te leren met het oog op het uitdrijven van duivelen. Hun wapen was het Woord van God, het zwaard van de Geest, gehanteerd met een biddend hart (vgl. Marc. 9:29).
Dat geeft moed aan hen die geroepen zijn om het evangelie te verkondigen. De Heere wil het gebruiken om mensen die - op welke wijze dan ook - gebonden zijn door de macht der duisternis, vrij te maken, door de kracht van Zijn Woord en Geest. Dat satan eenmaal definitief zal vallen en overwonnen zijn, is alleen toe te schrijven aan Hem, Die satans kop in principe reeds vermorzelde op het kruis. Het enige wat hij nog kan doen is te proberen in de tijd die hem nog rest, zoveel mogelijk schade toe te brengen aan Gods kerk op aarde. Daarom blijft de oproep van kracht: Waakt en bidt!
Toch spreiden de duivelen angst en woede ten toon, als ze met Christus in aanraking komen. Die is hieruit te verklaren, dat ze weten, dat ze tegenover Hem niet kunnen standhouden. Mogelijk is zo ook het roepen van de boze geesten te zien, die Jezus bij name kennen en bij name noemen. Ze weten welke Tegenstander ze hier tegenover zich zien, en proberen nog macht over Hem uit te oefenen. De duivelen geloven en zij sidderen! Daarom vragen ze: „Zijt Gij gekomen om ons te pijnigen voor de tijd?" (Matth. 8:29). Gepijnigd zullen ze worden, dat staat voor hen vast. Dan moeten we denken aan het definitieve oordeel dat over hen voltrokken zal worden. Matth. 25:41 spreekt over het eeuwige vuur, dat de duivel en zijn engelen bereid is. Als ze worden uitgeworpen is dat nog niet een voortijdige voltrekking van het definitieve oordeel, maar wel een voorbode daarvan. Ze zullen dat gericht niet ontgaan.

Tenslotte
We vatten samen: door Zijn gehoorzaamheid, waarin Christus staande bleef ondanks het woeden van de hel. heeft Hij getriomfeerd over alle satanische machten (Col. 2:15). De duivelen weten het: tegenover de kracht van Christus' liefde als Borg is geen duistere macht bestand. Dat is rijke troost voor Gods kerk, die zich op allerlei manieren aangevochten ziet: niets - ook geen duistere macht of heerschappij - zal Gods kinderen kunnen scheiden van de liefde van Christus (Rom. 8:38,39). Tot troost van Zijn kerk kon Christus voor Zijn hemelvaart getuigen: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde (Matth. 28:20). Zijn kerk staat nog in het strijdperk. Maar niet zonder uitzicht. Want Hij heeft gezegd: „In de wereld zult gij verdrukking hebben, maar hebt goede moed. Ik heb de wereld overwonnen" (Joh. 16:33).

H. Korving

Dit artikel werd u aangeboden door: De Wekker

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juli 1993

De Wekker | 16 Pagina's

De confrontatie tussen Christus en satan volgens de evangeliën (IV)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juli 1993

De Wekker | 16 Pagina's

PDF Bekijken