Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

God sterkt in de strijd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

God sterkt in de strijd

4 minuten leestijd

En hij zeide: De hand op de troon des HEREN! Exodus 17:16

Dit zijn woorden van Mozes, nadat Israël in de woestijn de strijd met Amalek gewonnen had. We kennen wel de geschiedenis: vlak na de zegening van het volk met manna en met water uit de rots, nog vóór de wetgeving op Sinaï, kwam Amalek en streed met Israël. Te Rafidim, de plek waar het water had gestroomd. Daar kwam ook de vijand. En, zoals we het als kind al hebben geleerd, Jozua moest met de jonge mannen beneden vechten, terwijl Mozes, samen met Aaron en Hur, op de heuveltop was. Als de hand van Mozes hoog was, was Israël aan de winnende hand, maar als hij zijn hand liet zakken, Amalek. Toen zijn Mozes' armen gesteund en de strijd werd gewonnen.

Niet voor niets is hierbij gezegd: Het is ora et labora, bid en werk. Zeker is dat waar, al is het geen bijbeltekst. Een bijbelse zaak is het wel. We kunnen ook zeggen: jonge mensen moeten vooraan staan in de zware arbeid in de dienst van Gods Koninkrijk; oude mensen die niet zo veel meer kunnen, moeten mensen zijn van veel gebed voor de zaak van Gods Koninkrijk. Er mag sprake zijn van een werkverdeling; niet van een scheiding. Want ook jonge mensen mogen niet zonder gebed zijn en ouderen kunnen vaak nog veel doen.

Er is toch nog iets meer. Amalek. Een persoon, een kleinzoon van Esau, en een volk. Zoals Jakob een persoon is en een volk. In Amalek komt de tegenstand tegen Gods werk naar voren. De vijand van Gods volk probeert Israël de intocht in het beloofde land te beletten. Zoals God achter Israël staat, zo staat de grote vijand van God achter Amalek. Iets van de eeuwenoude strijd komt hier aan de dag. En we zien hoe hachelijk die strijd is: ook als het van Mozes had afgehangen, was de strijd verloren geweest.

Waarom is het wapen van het gebed zo sterk? Omdat Mozes, zo staat er, de staf Gods in zijn hand had. Zo is die herdersstaf van Mozes niet eerder genoemd. De hand van Mozes en de staf van Mozes waren onafscheidelijk, in Midian, in Egypte, in de woestijn. Die staf is het teken van Gods macht en trouw en liefde. Daarom noemt Mozes haar nu de staf Gods. Die staf gaat mee. En nu begrijpt u ook waarom Mozes' handen gesteund moesten worden: met die handen hield Mozes de staf omhoog. Mag ik het zeggen met een term van de kerk? Mozes hield in zijn gebed de HERE zijn eigen beloften voor.
Want dat is het rechte bidden. Wij weten niet wat wij bidden moeten naar behoren. De HERE weet het Zelf. Dàt mag de inhoud van ons gebed zijn: Gods woord, Gods belofte, Gods trouw, de belofte van de overwinning van Gods Koninkrijk.

Zo overwon Jozua Amalek en diens volk door de scherpte des zwaards. Ja, er was met Amalek nog iets bijzonders. In Deuteronomium 25 staat, dat ze Israël in de achterhoede aangevallen hadden, terwijl ze vermoeid en uitgeput waren. Laffe aanval op de zwakke kanten. Typische manier van doen van de duivel. Des te gevaarlijker. Laten we het vandaag ook maar bedenken.

En was de strijd toen over? Neen, Amalek was niet helemaal overwonnen. Mozes laat dat doorschemeren. Later bij Saul en David vinden we Amalek terug. En, als we de lijn doortrekken, de eigenlijke vijand is aan het kruis overwonnen. Christus is overwinnaar.
Is nu de strijd voorbij? Neen, die gaat nog steeds door. De duivel gaat rond als een brullende leeuw, en soms als een engel des lichts. Totdat hij definitief zal worden overwonnen.

En nu begrijpen we die uitdrukking van Mozes na afloop: De hand op de troon des HEREN! De kanttekenaren van de Statenvertaling zeggen: de plaats is wat duister. Ik denk het toch niet. Want de troon des HEREN is de enige plaats, waarvandaan zonder aarzeling en zonder twijfeling geregeerd wordt. De hand op de troon betekent, denk ik, hetzelfde als het hooghouden van de handen van Mozes tijdens de strijd. Het betekent dat we bij de HERE blijven pleiten op zijn eigen beloften en op de zekerheid van de komst van zijn Koninkrijk.

Wij hebben de strijd, niet tegen bloed en vlees, maar tegen vaak onzichtbare machten van de duisternis, zegt Paulus. Neemt daarom de wapenrusting Gods om te strijden. En bidt daarbij met alle gebed en smeking te allen tijde in de Geest.
Bid en werk, ora et labora. Maar weet, dat Gods werk zeker tot zijn voltooiing zal komen. De hand op de troon des HEREN. Daar wordt geregeerd, ook vandaag nog. En daar mag uw gebed terecht komen. Om Christus' wil.

K. Boersma

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 oktober 1993

De Wekker | 16 Pagina's

God sterkt in de strijd

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 oktober 1993

De Wekker | 16 Pagina's

PDF Bekijken