Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Afscheiding en/of Wederkeer?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Afscheiding en/of Wederkeer?

4 minuten leestijd

Toen ik in mijn (u inmiddels wel bekende) onnozelheid voor De Wekker van 17 december jl. een artikeltje schreef over de weigerachtigheid van de rechts-confessionele Hervormden, deel te nemen aan het proces van Samen-op-Weg naar de Verenigde Protestantse Kerk, en over de daardoor ontstaande mogelijkheid ons weer te voegen bij onze oude, door zulk een splitsing rechtzinnig wordende Hervormde Kerk, kon ik niet vermoeden, dat daarop zoveel reacties zouden komen. Het regende (meestal instemmende) telefoontjes en brieven, het Nederlands Dagblad wijdde er een beschouwing aan en het Reformatorisch Dagblad besteedde zelfs een kwart pagina aan voorzichtig positieve reacties van de praesides der laatst gehouden Generale Synodes van onze Kerken (ds. Westerink), de vrijg. Geref. Kerken (ds. Sliggers) en de Ned. Geref. Kerken (ouderling Wassenaar) en van de voorzitter van de Geref. Bond (ds. Van den Bergh) en aan een nogal negatieve reactie van de praeses der laatst gehouden Generale Synode van de Geref. Gemeenten (ds. Honkoop). Zelfs Tijdsein van de E.O. kwam mij er over interviewen, terwijl ik toch echt niets nieuws had beweerd maar iets dat ons voortdurend behoort bezig te houden.
Wat de Geref. Gemeenten betreft, is de afhoudende reactie waarschijnlijk te verklaren uit het feit, dat zij niet, zoals onze Kerken, ontstaan zijn uit de Afscheiding van 1834, maar uit een (in 1907 door ds. Kersten) tot stand gebrachte samenvoeging van enkele Geref. Gemeenten onder het Kruis (die weliswaar in 1836 uit de Herv. Kerk waren gegaan maar nadat het merendeel daarvan zich in 1869 bij de Afgescheidenen had gevoegd, weigerden daarin mee te gaan) en de Ledeboeriaanse gemeenten die in 1841 ontstonden toen ds. Ledeboer werd afgezet als Herv. predikant van Benthuizen. Deze Geref. Gemeenten vormen nu een kerkverband, zo'n 12.000 Nederlandse (doop)leden groter dan onze Kerken, met een eigen cultuur en met weinig terugverlangen naar een rechtzinnige Hervormde Kerk.
In 1953 werd één hunner docenten aan de Theologische School, dr. Steenblok, ontheven uit zijn functie en ontstond een nieuw kerkverband. Het oude heet nu officieel Geref. Gemeenten in Nederland en Noord-Amerika (in de wandeling de synodaal Geref. Gemeenten), het nieuwe heet Geref. Gemeenten in Nederland (in de wandeling de Steenblokkers). Deze laatste, vrij kleine groepering heeft haar eigen kerkblad, de Wachter Sions, en daarin heeft één harer voormannen L.M.P. Scholten getracht mij duidelijk te maken, dat ik van de Afscheiding weinig heb begrepen.
Nu behoort Scholten tot een twee maal (1836/1841 en 1953) afgescheiden kerk en ik tot een slechts éénmaal (1834) afgescheidene. Hij zou er dus meer van moeten kunnen weten. Dat blijkt echter niet uit zijn artikel. Hij betoogt, dat de befaamde Acte van 1834 niet is een acte van afscheiding en wederkeer, maar van afscheiding of wederkeer.
Dat is juist. Ik heb ook niet anders betoogd. De afgescheidenen beoogden weder te keren tot de leer der vaderen. Maar zij legden tevens vast, dat zij geen gemeenschap meer wilden hebben met de Ned. Herv. Kerk „totdat deze terugkeert tot de waarachtige dienst des Heeren". Scholten stelt, dat dat niet moet worden gelezen als een belofte „om terug te keren naar het diensthuis waaruit men werd uitgeleid".
Welnu, als de rechtervleugel van de Ned. Herv. Kerk zich een zelfstandige Ned. Herv. Kerk (naast de Ver. Prot. Kerk) blijft noemen, dan is dat geen „diensthuis" meer, maar het gerenoveerde huis der vaderen, waarin alle afgescheidenen weer welkom zijn. Voor Scholten's vrees, dat wij zullen beschouwd blijven als schismatici, is geen enkele reden. Integendeel, wij kunnen worden beschouwd als degenen die het in 1834 al juist zagen en die nu eindelijk weer kunnen terugkeren. Er zal dan geen „wezenlijk verschillende visie op wat het wezen der kerk is en haar plaats in het publieke leven" meer zijn: we zien dan in de Ned. Herv. Kerk weer terug de kerk der Reformatie, die zich houdt aan de leer der Reformatie.
Iets anders is, dat in die 160 jaar, waarin voortdurend afscheidingen en splitsingen plaats vonden, overal eigen culturen zijn ontstaan. Zoals de schrijver van een ingezonden stukje in het Reformatorisch Dagblad terecht stelde: „In eigen huis wordt alles beter geacht dan in het huis van de naaste. Er is nog nooit een kerkelijke afscheiding ongedaan gemaakt en de grote vraag is, of dat nu wel zal gaan gebeuren. Daarvoor is niet minder dan een Godswonder nodig en als zelfs dat niet meer leidt tot een gebedszaak (zoals ds. Honkoop stelde), wat moeten wij dan nog verwachten?" Laten we blijven hopen en bidden, dat we nog eens bij elkaar komen. En binnen die gerenoveerde Ned. Herv. Kerk zullen natuurlijk modaliteiten blijven. Maar die zijn er binnen onze Kerken, binnen de Geref. Gemeenten en binnen de Geref. Bond nu ook. Die moeten we in alle broederschap tolereren. Als we het over de leer maar eens zijn.

Verplanke

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 11 February 1994

De Wekker | 16 Pagina's

Afscheiding en/of Wederkeer?

Bekijk de hele uitgave van Friday 11 February 1994

De Wekker | 16 Pagina's

PDF Bekijken