Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Openbaring over de satan in de Brieven van Paulus (VIII, slot)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Openbaring over de satan in de Brieven van Paulus (VIII, slot)

7 minuten leestijd

Over de mens van de wetteloosheid in 2 Thessalonicenzen 2
In 2 Thessalonicenzen 2 geeft Paulus apostolisch onderwijs over de wederkomst des Heeren. In de gemeente heerst onrust ten aanzien van het tijdstip van de wederkomst. Er dreigt een overspannen verwachting van de komst van de Heere Jezus in heerlijkheid. Paulus maakt duidelijk dat aan de wederkomst bepaalde gebeurtenissen vooraf moeten gaan. Eerst moet de afval komen en de mens der zonde zich openbaren. Dat moet gebeuren. Het is in Gods raad over de geschiedenis tot aan de wederkomst opgenomen. Er is dus sprake van een „eerst" als we spreken over de wederkomst van Christus. In de verzen 8 en 9 plaatst Paulus de komst van de mens der wetteloosheid en de komst van Christus in heerlijkheid tegenover elkaar. Er is te spreken van de paroesie (komst) van de antichrist en er is te spreken van de paroesie van Christus. Uit deze verzen is geen andere conclusie te trekken dan dat de openbaring, de verschijning van de antichrist plaats zal hebben in het allerlaatste tijdgedeelte van het Nieuwe Testament. De Heere Jezus Christus komt als de mens der wetteloosheid is verschenen. Christus zal de mens der zonde, de zoon van het verderf, immers doden door de adem van Zijn mond en machteloos maken door Zijn verschijning in majesteit. Als de antichrist op het sterkste is en de tijden voor de kerk op het zwaarste zijn, komt Christus. De maat van de zonde moet eerst geheel worden vol gemaakt.
De komst van de mens der zonde is naar de werking van de satan, vers 9. De ontplooiing van de macht van de antichrist in de wereld is de laatste en felste openbaring van het verzet en de vijandschap van de satan tegen God en Christus. De satan wordt losgelaten. Hij kan een ogenblik zijn gang gaan. Hij krijgt daartoe van God ruimte. Deze laatste openbaring van zijn vijandige en verleidende macht luidt zijn eeuwige ondergang en uitschakeling in. De mens der zonde, de zoon van het verderf is een religieuze, een godsdienstige figuur. Maar hij is zonder enige wet en norm. Zonder enige vrees voor
God. Hij verheft zich tegen alles wat God genaamd of als God geëerd wordt. Hij zet zich in de tempel van God om daar als een god te zitten en hij laat de hele wereld aan zich zien, dat hij een god is. Hij heeft op aarde een ogenblik de hoogste macht. Voor de christenen zal het een benauwde tijd zijn, waarin volharding tot het einde, tot in de dood, gevraagd wordt. De mens der wetteloosheid heeft geen enkel ontzag voor wet en norm. Hij is geheel zonder wet. Hij gedraagt zich als een tegenchristus, als een messias van de satan en hij krijgt de hele wereld mee. Hij verschijnt met vele krachten, tekenen en bedrieglijke wonderen en met allerlei verleidelijke ongerechtigheid. Ieder, die de waarheid van het Evangelie niet heeft aanvaard, en er niet met zijn hele hart amen op heeft gezegd, wordt meegezogen en verleid door deze mens der wetteloosheid. De zonde komt in deze antichrist tot de hoogste, de laatste en felste openbaring en wel over de gehele wereld. Hij leidt en beheerst de laatste, grote afval op aarde. Deze afval, deze openbaring van de mens der wetteloosheid, van de antichrist behoort tot de tekenen der tijden.
Nu is de vraag: wanneer zal dit geschieden? Is de mens der zonde aan te wijzen in de geschiedenis? Hij is er nog niet geweest. Want anders was Christus reeds teruggekomen om hem met de adem van Zijn mond te doden. Is hij er in onze tijd? Zo ja, dan is de wederkomst binnen afzienbare tijd te verwachten. Hier staan we voor moeilijke vragen.
De mens der zonde kan misschien als een collectief worden opgevat. Dus: de mensheid die geheel en al in de zonde leeft. Maar uit 2 Thessalonicenzen krijgen we toch heel sterk de indruk dat Paulus één persoon noemt: dé mens der zonde, de zoon van het verderf. Dus dé antichrist. Wie hij is? Er zijn vele opvattingen over. Men heeft aan de vroegere Romeinse keizers gedacht; men heeft de paus aangezien voor de antichrist, men heeft gedacht aan een joodse messias, maar al deze opvattingen zijn af te wijzen. Als het gaat om een figuur, die zal verschijnen in de wereld in de tijd die direct voorafgaat aan de wederkomst van Christus, dan is dé antichrist er nog niet geweest. Hij moet dan nog komen. Prof. Van Genderen zegt in de Beknopte Gereformeerde
Dogmatiek dat we niet van tevoren kunnen zeggen wie de antichrist is en wanneer hij er zal zijn.

Er is nog een kwestie
Paulus zegt tegen de gemeente van de Thessalonicenzen dat er iemand of iets is, die de verschijning van de antichrist nog tegenhoudt. Er is een weerhouder in de wereld aan het werk, die verhindert dat de mens der wetteloosheid kan verschijnen. Wie of wat is die weerhouder? Paulus wist het en de Thessalonicenzen ook, zie vers 6. „En nu, wat hem wederhoudt, weet gij". Bij deze weerhouder is aan God Zelf gedacht, aan de wet, aan de prediking van het Evangelie. Maar er komt een tijd dat de weerhouder verwijderd zal worden. Van God, de wet, de prediking van het Evangelie kan niet gezegd worden, dat ze worden verwijderd. Mensen kunnen zich wel onttrekken aan God, al zal dat nooit echt gelukken, en ze kunnen de wet wel verdringen door ongerechtigheid en ze kunnen ook weigeren het Evangelie te horen. Prof. Velema en
prof. Van Genderen geven de voorkeur aan een globale opvatting inzake de vraag wie of wat de weerhouder is. We zouden kunnen denken aan de inwerking van het Woord van God op de samenleving. God neemt Zijn Woord niet weg, maar de samenleving onttrekt zich aan het Woord. En binnen de kerken kan het Woord worden aangepast aan het eigentijdse denken. De liefde tot de waarheid verdwijnt. De waarheid van het Evangelie, van de noodzakelijkheid van het werk van Christus, wordt afgezwakt, aangepast en verdwijnt tenslotte. Dat proces is zich aan het voltrekken. De wetteloosheid, de liefde tot de eigen waarheden van puur menselijke maat heeft alle eeuwen gewerkt. Het zal sterker worden naarmate we de dag van de wederkomst naderen. Omdat de mensen weigeren de waarheid van het Evangelie te aanvaarden en er geen liefde voor willen en kunnen opbrengen, zendt God een dwaling onder de mensen. Die dwaling bewerkt dat de mensen de leugen geloven. De mensen krijgen een welgevallen in de ongerechtigheid. In wezen interesseert het de mensen niet meer wat waarheid en wat leugen is. Als ze hun gang maar kunnen gaan. Dit proces van de werking van de wetteloosheid is alle eeuwen er geweest. Paulus zegt in vers 7 dat het geheimenis van de wetteloosheid reeds in werking is.
Als we dit alles op ons laten inwerken, zie ik geen reden om een bloeitijd voor de kerk in de wereld voorafgaande aan de wederkomst te verwachten. De woorden van 2 Thessalonicenzen 2 - en overigens ook nog wel andere woorden van de Schrift - verhinderen mij dat. We moeten ons als christenen over de gehele wereld, die door Gods genade de liefde tot de waarheid mogen kennen, voorbereiden op zware tijden. Die zullen duren tot aan de wederkomst van Christus. Dat behoeft niet te betekenen dat God niet bepaalde tijden van verademing kan geven. Maar we moeten er rekening mee houden dat de satan een korte tijd zal worden ontbonden. De gemeente heeft een voortdurende geestelijke training in de Schriften en in het gebed nodig. Het komt op volharding aan. We moeten werken en getuigen zolang het dag is. Er kan spoedig een nacht komen.
Wanneer de antichrist verschijnt, we zullen het vanzelf merken. Wie hij is? God weet het. Wij kunnen niet anders dan afwachten. Maar afwachten is vooral het verwachten van de komst van Christus. Paulus eindigt heel positief en bemoedigend in 2 Thessalonicenzen 2. Er is een uitverkiezing. We worden door het Evangelie geroepen tot het verkrijgen van de heerlijkheid van onze Heere Jezus Christus.
De satan en zijn aanhangers, inclusief de antichrist en de valse profeet, zullen voor eeuwig worden geworpen in de poel, die brandt van vuur en zwavel. Hun wacht de eeuwige pijniging.
Voor ons geldt: Voedt de liefde tot de waarheid! Volhardt! Tot het einde toe. Daartoe geve God in Zijn gunst en trouw ons de kracht. De tijden zijn ernstig!

Ter overweging
1. Wat moet volgens Paulus in 2 Thessalonicenzen eerst gebeuren voordat Christus terug kan komen?
2. Hoe denkt u over de antichrist? Wat heeft 2 Thessalonicenzen 2 u geleerd?
3. Welke bedoeling heeft God ermee wanneer Hij de satan voor een korte tijd loslaat? Lees Openbaring 20:3.
4. Wat houdt de komst van de mens der zonde nog tegen? Wat verstaat u onder „de weerhouder"?
5. Is er reden om voorafgaande aan de wederkomst een bloeitijd voor de kerk in de wereld te verwachten?

J. Jonkman

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 februari 1994

De Wekker | 16 Pagina's

Openbaring over de satan in de Brieven van Paulus (VIII, slot)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 februari 1994

De Wekker | 16 Pagina's

PDF Bekijken