Bekijk het origineel

Verslag van de vergaderingen van de Particuliere Synode van het Zuiden, gehouden op 12 mei en 9 juni 1993, in één van de zalen van de Christelijke Gereformeerde Kerk te Zierikzee

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Verslag van de vergaderingen van de Particuliere Synode van het Zuiden, gehouden op 12 mei en 9 juni 1993, in één van de zalen van de Christelijke Gereformeerde Kerk te Zierikzee

7 minuten leestijd

Op woensdag 12 mei opent de praeses van de roepende kerk van Zierikzee, ds. J. Oosterbroek, de vergadering van de Particuliere Synode van het Zuiden. Hij laat zingen ps. 68:1 en 17 en gaat voor in gebed. Hierna leest hij Exodus 3:1-15 en mediteert over de brandende braambos, mede in het licht van de randspreuk van ons kerkelijk zegel: „En toch niet verteerd ...". Vervolgens geeft de pastor van Zierikzee een overzicht van de dingen die in de afgelopen periode binnen het ressort van de P.S. plaatsvonden. Daarbij blijkt dat niets dat het vermelden waard is, zijn nauwgezette aandacht is ontgaan! De afgevaardigden worden hartelijk welkom geheten. De lastbrieven worden gecontroleerd en in orde bevonden, zodat de wettigheid van de vergadering kan worden vastgesteld. Nu vindt de verkiezing van het moderamen plaats. Ds. H. van der Schaaf wordt gekozen tot praeses, ds. J. Oosterbroek tot scriba en ds. A. Baars tot assessor.
Nadat de agenda is vastgesteld vinden enkele benoemingen plaats. Br. B. van der Wal wordt opnieuw aangewezen als quaestor; de brs. J.M. Verhelst en M. van Gilst zullen de boeken van de quaestor nazien en de assessor zal een verslag van deze vergadering schrijven voor „De Wekker". De acta van de vorige vergadering worden goedgekeurd en getekend.
Naar aanleiding van een schrijven van de Generale Synode 1992, besluit de vergadering het synodebesluit inzake het appèl van de kerk van Rotterdam-C. door te zenden naar de classis Rotterdam. Daarbij dringt de Particuliere Synode van het Zuiden er bij de classis op aan om de generaal-synodale commissie van bijstand volledige medewerking te verlenen bij de uitvoering van haar instructie. Vervolgens vragen de rapporten van een aantal deputaatschappen de aandacht. Bij het rapport van de deputaten Emeritikas geeft br. J.C. van Beveren een brede toelichting over de verhoging van de minimum bijdrage. Br. Van Beveren wordt door de P.S. herbenoemd als deputaat, alsmede zijn secundus, br. J. Boer. Bij het rapport Zendingsdeputaten worden verschillende vragen gesteld rond het besluit van de Torajakerk om het ambt open te stellen voor vrouwen.
Namens zendingsdeputaten gaat ds. A. van Heteren op deze vragen in. Ds. H. van der Ham en zijn secundus ds. A. Stehouwer worden herbenoemd. In plaats van ds. J.H. van Dijk, die het ressort van de P.S. van het Zuiden verlaat, wordt ds. A. van de Weerd tot primus-deputaat gekozen. Zijn secundus wordt ds. J. Oosterbroek.
Ook het rapport van deputaten Evangelieverkondiging onder Israël geeft aanleiding tot een aantal vragen. Zo wordt gevraagd naar de contacten met „Christian Witness to Israel" en de voorbereidingen voor de benoeming van een opvolger van drs. H.M. van der Vegt. Br. G.J. Ornstein beantwoordt de vragen met vuur en verve. Ds. J.P. Boiten en zijn secundus, ds. M. van der Sluys worden opnieuw tot deputaat benoemd. Het rapport van deputaten Onderlinge Bijstand en Advies geeft nauwelijks aanleiding tot vragen. Bij de behandeling van het rapport Evangelisatie geeft ds. M. van der Sluys enige toelichting. Hij gaat met name in op de situatie die ontstaat als drs. Kievit met emeritaat zal gaan. Deputaat ds. H. Wubs en zijn secundus ds. A.G. Boogaard worden benoemd voor een nieuwe periode. De vragen waartoe het rapport van het curatorium aanleiding geeft, worden beantwoord door ds. A. van Heteren. Omdat curator ds. H. van der Schaaf door de laatste synode tot secretaris van het curatorium benoemd is, moet voor hem een opvolger gekozen worden. De vergadering verkiest ds. J. Oosterbroek en wijst ds. J.P. Boiten aan als zijn secundus. Besloten wordt om het rapport deputaten art. 49 K.O. op een voortgezette vergadering aan de orde te stellen. Wél worden als nieuwe deputaten gekozen de di. H. Korving (primus) en R. Kok (secundus). Als datum voor de P.S. 1994 wordt woensdag 18 mei aangewezen. De vergadering zal dan gehouden worden in de kerk van Sliedrecht-C. Na het lezen van enkele verzen uit Col. 3 sluit de praeses deze vergadering.
De vergadering wordt voortgezet op woensdagavond 9 juni, eveneens in de kerk van Zierikzee. De praeses, ds. H. van der Schaaf, laat ps. 143:10 zingen en leest een gedeelte uit 1 Cor. 3. Naar aanleiding van deze woorden spreekt hij een kort openingswoord en gaat voor in gebed. Bij het appèl-nominaal blijkt dat alle primi-afgevaardigden aanwezig zijn. Alleen onze quaestor, br. B. van der Wal, is niet aanwezig omdat hij en zijn vrouw deze dag 40 jaar getrouwd zijn. De vergadering besluit hun een attentie te doen toekomen. Br. A. Heystek heeft als secundus de plaats van br. Van der Wal ingenomen.
De praeses heet vervolgens in het bijzonder deputaten art. 49 K.O. welkom, de di. A. van de Weerd en H. Wubs. Zij zijn aanwezig omdat deze avond het rapport van dit deputaatschap behandeld zal worden.
Om de behandeling van dit rapport te dienen, heeft het moderamen een voorstel geconcipieerd. De praeses leest dit aan de vergadering voor en geeft het in behandeling. Nadat het voorstel breedvoerig besproken is, wordt het met algemene stemmen aanvaard. Het luidt als volgt:
De Particuliere Synode van het Zuiden in voortgezette vergadering bijeen op 9 juni, 1993
constaterende
1. dat de voortgezette P.S.-vergadering van 10 juni 1992 conditioneel gesloten werd met het oog op een voortgezette behandeling door de classis Rotterdam van de instructie van de kerkeraad van Rotterdam-C. inzake het nauwer samenleven met de Ned. Ger. Kerk van Rotterdam- Overschie;
2. dat de behandeling van de verslagen van de deputaten art. 49 K.O. betreffende deze kwestie aangehouden werd totdat er wellicht meer duidelijkheid gekomen zou zijn;
3. dat de kerkeraad van Rotterdam-C. op 30 juni 1992 in appèl ging tegen de beslissing van de Particuliere Synode op 10 juni 1992 bij de Generale Synode van 1992;
4. dat de Generale Synode een generale commissie van bijstand heeft ingesteld ten dienste van de behandeling van de instructie van Rotterdam- C. in classicaal verband;
5. dat de Generale Synode de Particuliere Synode heeft verzocht er bij de classis op aan te dringen de commissie van bijstand volledige medewerking te verlenen bij de uitvoering van haar instructie, welk verzoek door de P.S.- vergadering van 12 mei gehonoreerd werd;
van oordeel
1. dat de Particuliere Synode en haar deputaten bewust gepasseerd zijn ten dienste van de behandeling van deze kwestie en dus niets mogen ondernemen dat de behandeling van deze zaak zou kunnen schaden;
2. dat de verslagen van de deputaten art. 49 K.O. krachtens hun verantwoordelijkheid jegens de Particuliere Synode behandeld dienen te worden;
3. dat in de besluiten van de voortgezette P.S.- vergadering van 1992 en van de Generale Synode van 1992 reeds een zeker oordeel ten aanzien van de werkzaamheden van de deputaten gegeven is;
besluit
de werkzaamheden van de deputaten art. 49 K.O. betreffende de werkzaamheden van de classis Rotterdam d.d. 28-11-1990, 6-3-1991, 1-5-1991 en 2-7-1991, alsmede de deputatenvergadering d.d. 16-5-1991 goed te keuren, met als aantekeningen
1. dat in de overwegingen van de vergadering van 28-11-1990 ten onrechte gesproken wordt over „preken, passages of citaten uit preken en uit rapportage van beluisterde/besproken preken" als materiaal vanwaaruit de classis haar oordeel aangaande de eenheid zou moeten vormen, uit welke overweging het advies werd verstrekt „preken te laten circuleren onder de kerkeraden van het classicaal ressort teneinde een onderbouwde beslissing op dit punt te kunnen nemen", welk advies een duidelijke toevoeging is aan datgene wat bijlage 8 voorschrijft;
2. dat in het advies van de vergadering van 1-5-1991 terecht gesproken wordt over noodzakelijk beraad der deputaten inzake „de vraag hoe de kerkorde op het onderhavige punt gelezen dient te worden" welk beraad in feite al voor 6-3-1991 gehouden had moeten zijn;
3. dat in het licht van het bovengenoemd gegeven onder 2 de uitspraak dat „de kerkeraad formeel voldaan heeft aan de gestelde vereisten" prematuur en verwarrend is;
4. dat de onderbouwing van het meerderheidsadvies op de vergadering van 2-7-1991 als zwak gekwalificeerd dient te worden terwijl in het minderheidsadvies elke onderbouwing ten onrechte ontbreekt.
De praeses zegt desgevraagd toe dat dit besluit aan deputaten toegezonden zal worden. De classis Rotterdam wordt Gods zegen gewenst bij de verdere behandeling van deze zaak. Niemand maakt gebruik van de rondvraag art. 43. Tenslotte dankt de assessor de praeses voor zijn leiding en ook voor al het werk dat hij gedurende een lange reeks van jaren voor en binnen de particuliere synode heeft verricht. Hij wenst ds. Van der Schaaf en zijn vrouw van harte Gods zegen toe, als het emeritaat straks een feit geworden is. Na enkele afsluitende woorden en dankgebed sluit de praeses de vergadering.

A. Baars

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 februari 1994

De Wekker | 16 Pagina's

Verslag van de vergaderingen van de Particuliere Synode van het Zuiden, gehouden op 12 mei en 9 juni 1993, in één van de zalen van de Christelijke Gereformeerde Kerk te Zierikzee

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 februari 1994

De Wekker | 16 Pagina's

PDF Bekijken