Bekijk het origineel

Geloofsopvoeding in gezin, school en kerk (II)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Geloofsopvoeding in gezin, school en kerk (II)

N.a.v. het gelijknamige boek van drs. P.D. Hofland.

5 minuten leestijd

Doorwerking van de emancipatiegedachte
In het eerste hoofdstuk van zijn boek verkent Hofland de veranderingen in onze cultuur en samenleving. In het eerste artikel noemden we de secularisatie als oorzaak van verduistering en onzekerheid in het geloven. De term „ontgelovingsproces" viel. Een ander punt van aandacht in nauw verband hiermee is de doorwerking van de emancipatiegedachte. Dat is het proces waarbij men zich onttrekt aan het gezag van een ander. In de pedagogiek, de opvoedkunde werkt dit door in de speciale aandacht voor de emancipatie van het kind. De autoritaire opvoedingsstijl is vervangen door een democratische omgangsvorm, waarbij het gezag als een vorm van macht wordt beschouwd. In de emancipatorische pedagogiek geldt het beginsel van de tolerantie. Het van bovenaf opleggen van normen en waarden geldt als een ongeoorloofde vorm van indoctrinatie. Van vorming en leiding geven is dan geen sprake meer. De sociale vorming en de gewetensvorming gaan ontbreken en een ik-gericht gedrag wordt bevorderd. De „ego-cultuur" ontstaat. Hofland omschrijft de doorwerking van de emancipatie-pedagogiek in de samenleving met: „Wat ik wil, dat is goed en dat doe ik, een ander moet zich maar zien te redden". Dit beginsel werkt in heel de samenleving door. We „nemen" een kind. Of we laten het om bepaalde redenen weghalen. We maken het allemaal zelf uit. Het kenmerk hiervan is dat de wet van God en de liefde van God voor het menselijke leven buiten werking wordt gesteld. Het nieuwe sleutelwoord wordt: tolerantie, verdraagzaamheid.

De jongerenemancipatie
Dit alles raakt direct de opvoeding en zeker de geloofsopvoeding. In de jongerenemancipatie bepalen jongeren zelf hun koers. De ouders hebben er slechts voor te zorgen dat de jongeren gelegenheid krijgen hun koers te bepalen. Ouders moeten voor een kindvriendelijke omgeving zorg dragen. Kenmerkend voor de werkelijkheidsbeleving van veel jongeren is de rusteloosheid en het tijdelijk karakter van veel activiteiten. Steeds nieuwe indrukken bevorderen de ongedurigheid. Deze „kortstondigheid" is er ook in het sluiten van vriendschappen en in de seksuele omgang.
De verhouding van ouderen en jongeren in deze „ego-cultuur" heeft het karakter gekregen van een tolerant, vreedzaam naast elkaar voortbestaan. Men aanvaardt de eigen en de bestaanswereld van de ander, waarin ieder met eigen verlangens en wensen functioneert. De generatiekloof als gezagsverhouding behoort hiermee tot het verleden. De prijs is gezagsverlies of afwezigheid van gezag. Een ieder doet wat goed is in eigen ogen.

Botsing met de geloofsopvoeding
Deze „cultuur" - hier meer slechts aangeduid dan werkelijk beschreven - heeft grote gevolgen voor de geloofsopvoeding.
Deze ik-cultuur, de doorwerking van de emancipatiegedachte, de devaluering van het gezag botst in volle hevigheid op de opdracht die ouders ten opzichte van hun kinderen hebben wat de geloofsopvoeding betreft. Geloofsopvoeding is immers toerusting en vorming van het kind vanuit een opdracht. Het gezag van vader en moeder over hun kinderen is een opdracht en komt voort uit de Verbondsrelatie. Christenouders aanvaarden de opvoedingstaak als opdracht en dienst. Wat de ouders vanuit hun geloofsovertuiging en de omgang met het Woord van God geleerd hebben, willen ze niet alleen doorgeven aan hun kinderen, ze moeten het ook. Ze zijn het jegens de Heere en hun kinderen en jegens zichzelf verplicht.

Het verkrijgen van een eigen identiteit
Geloof is Gods werk in de harten van ouders en hun kinderen, maar de geloofsopvoeding is het middel waardoor de Heere dit wil werken. Het geloven in en naar het Woord van God geeft een eigen identiteit. Een christen heeft zo'n eigen identiteit. Jongeren zijn, vooral in de puberteit, op zoek naar hun eigen identiteit. Er is in onze cultuur sprake van een ernstige identiteitsverwarring. Er is veel geestelijke onvolwassenheid. Een Engelse filosoof zei in de vorige eeuw: „Als men niet meer in God gelooft, gelooft men in alles", en dat is: in het vage niets.
Ouders en opvoeders hebben als „identificatie-model" een belangrijke voorbeeldfunctie in de opvoeding. Hebben jongeren niet zulke identificatiemodellen, dan ontwikkelen ze een zoek-model om zich in de werkelijkheid te oriënteren. Ontbreekt een religieus normen- en waardenpatroon, dan ontwikkelt zich een identiteitsmodel met vooral uiterlijke kenmerken en een levenspatroon gebaseerd op individuele verlangens en behoeften. Jongeren gaan „op zoek naar zichzelf" bij stromingen en bewegingen als de oosterse mystiek, het occultisme of New Age-denken. Willekeur ten aanzien van normen en waarden heeft identiteitsverwarring en geestelijke onvolwassenheid ten gevolge. De omgeving is belangrijk voor de identiteitsvorming. Voor de vorming van een eigen betekenissysteem zijn normen en waarden nodig. Een bijbels normerings- en betekenissysteem geeft richting aan en biedt houvast. Bij het ontbreken van een eigen normpatroon is veelvuldig sprake van een afwijkend gedrag.

Kernpunten van de geloofsopvoeding
Als Hofland in het tweede hoofdstuk schrijft over waar het om gaat in de geloofsopvoeding, dan geeft hij verschillende omschrijvingen. Geloofsopvoeding is een opdracht, is met het kind luisteren naar Gods Woord opdat het door de werking van Gods Geest de betekenis ervan gaat verstaan. In de geloofsopvoeding leert het kind de vreze des Heeren. Het kind leert ook de geloofsgehoorzaamheid. Geloofsopvoeding concentreert zich op de geestelijke groei en ontwikkeling van het kind. Geloofsopvoeding is derhalve vorming en ontwikkeling van het geestelijke leven, gericht op de geestelijke volwassenwording. Twee bronnen zijn daarvoor onmisbaar: Gods Geest als levendmakende Geest en Gods Woord als de Bron waarin de Heere Zich aan ons bekend maakt. Samengevat: In de geloofsopvoeding gaat het om geloofskennis en de relatie met God. Zo is geloofsopvoeding een opdracht met een belofte. Het moet dus via de geloofsopvoeding als middel komen tot de eigen geloofskennis van en geloofsrelatie met God. Dat houdt in een voortdurend onderwijs in de Bijbel. Een christendom zonder leer is onmogelijk!
Geloof berust niet op onwetendheid, maar op kennis. Het leren kennen van de Bijbel omvat heel het leven. Hoe Hofland dit alles verder uitwerkt, moet de lezer zelf gaan lezen. Men kan er alleen maar van leren.
We gaan een volgende keer nog even door. De zaak is het waard.

J. Jonkman

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 juni 1994

De Wekker | 16 Pagina's

Geloofsopvoeding in gezin, school en kerk (II)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 juni 1994

De Wekker | 16 Pagina's

PDF Bekijken