Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Klinkt in de zondagse prediking werkelijk de stem van God door? (Klinkt in de zondagse verkondiging werkelijk de stem van God door? II)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Klinkt in de zondagse prediking werkelijk de stem van God door? (Klinkt in de zondagse verkondiging werkelijk de stem van God door? II)

10 minuten leestijd

Het eerste artikel eindigde met enkele opmerkingen over de noodzaak dat de dienaren des Woords weten gezonden te zijn, een factor die met het gezag van de prediking erg nauw samenhangt.
In de tijd van de bijbel riep God profeten en apostelen weg van kudde en visserij- bedrijf. In later tijden is dit anders geworden. Andere tijden, andere omstandigheden en andere maatstaven. Onze tijd kent weer geheel eigen wenselijkheden en mogelijkheden. Gesteld wordt wel dat het kerkelijk leven vandaag onderhevig is aan een zekere verzakelijking, die ook het ambt van de dienaar des Woords niet onberoerd laat. Iedereen kan overal maar theologie studeren en in veel kerken kan men zonder enige screening maar op de gemeente worden losgelaten.
In een artikelen-serie over de prediking in de Heraut, heeft dr. A. Kuyper destijds ook de roeping tot het predikambt onder de loep genomen. Hij onderscheidde toen tussen een uitwendige en een inwendige roeping. Onder de eerste verstond hij de roeping die de Kerk in formele zin op haar dienaren laat uitgaan en onder de tweede de door de Heilige Geest gewerkte drang boodschapper Gods te mogen zijn. Persoonlijk heb ik het met die onderscheiding van inwendige en uitwendige roeping altijd een beetje moeilijk, maar de bedoeling is wel duidelijk. Ik geloof dan ook dat het een kostbaar goed in onze kerken is, dat zij die aan onze theologische hogeschool willen studeren, met het oogmerk die kerken ook werkelijk in het predikambt te dienen, worden onderzocht op hun innerlijke beweegredenen. Op hun gemotiveerdheid, zeggen we vandaag. Wat is het fijn als de kerk dienaren des Woords ontvangt die zo zeer door het Woord Gods gegrepen zijn en die zo zeer verlangen te mogen arbeiden in de bediening der verzoening dat zij met Paulus zeggen: wee mij indien ik het Evangelie niet verkondig. En die, eenmaal de dienst van de prediking waarnemend, diezelfde Paulus kunnen nazeggen: wij zijn niet als zovelen, die winst maken uit het Woord Gods, doch spreken in Christus uit zuivere bedoeling, ja, op gezag van God en voor Gods aangezicht (2 Kor. 2:17). Van echt gezonden predikers geldt wat in Jesaja 52:7 te lezen staat: hoe lieflijk zijn de voeten van hen die de goede boodschap brengen. Wat is het fijn wanneer de dienaar in het Woord, dat hij mag verkondigen, aan de gemeente zijn geloofsbrieven toont. Hij doet dat door zich ondergeschikt te maken aan Hem die hem in Zijn Woord een lastbrief meegeeft.
Dienaar des Woords zijn is een verre van gemakkelijke taak. Het is - zoals Kuyper eens heeft gezegd - elke week weer uit de worsteling met God tevoorschijn komen om het de gemeente te zeggen: alzo zegt de Here. Daarvoor is de Heilige Geest nodig. Zonder die is de preek niets; dan blijft zij op het niveau van een redenering van een mens tot mensen, al naar de gaven van de spreker, boeiend of vervelend. Zonder de Heilige Geest is de hele eredienst trouwens een vertoning; dan is het liturgische gedeelte slechts een muzikale en declamatorische presentatie zonder echt geestelijke inhoud. Zonder de Heilige Geest zijn - zo als ik een jong predikant eens hoorde bidden - de kerkmensen overgeleverd aan de dominee en de dominee aan de kerkmensen.
Wanneer de gemeente de predikant de Heilige Geest toebidt, niet als een droge formule maar vanuit het besef dat alleen in die weg aan de Woordverkondiging kracht zal worden verleend, wel dan zal er worden geluisterd in de overtuiging: ja, dit is wel een mens van vlees en bloed die tot mij spreekt, maar door hem spreekt Christus tot mij en van dat feit heb ik mij ernstig rekenschap te geven.

Eigen echo
Zó over de prediking denken kan de gemeente en haar dienaar voor een heleboel narigheid bewaren. Want zoals in het eerste artikel al naar voren kwam, de één wenst een leerrijk betoog, een sluitende redevoering; een tweede verlangt dat er in de vorm van puntige opmerkingen of geestigheden zoutkorrels inzitten; een gemoedelijk aangelegde derde ziet graag zijn eigen lieve gevoelens te wieg gelegd. De prediker hoeft zich echter niet te laten leiden door de verlangens en de denkwijzen van de oververzadigde cultuurmens van deze tijd. Hij hoeft zich niet te laten ontmoedigen doordat de mensen in hun waardering en kritiek er sterren van de eerste tot de derde grootte op na houden. Wanneer hij tot de ontdekking komt dat hij niet voldoet aan wat de mensen van hem verlangen of verwachten, dan moet hij zich rekenschap geven van gegronde bezwaren of relevante wensen, maar hij mag zich nooit laten beïnvloeden door mensen die van de kansel alleen maar hun eigen echo willen horen. En die zijn er in onze kerk toch heel wat. Vandaar de verleiding voor sommige dienaren om het klavier van de volksziel op een populaire manier te bespelen, waarbij het gevaar ontstaat dat naar de mens en niet tot de mens wordt gesproken. In dit verband valt te wijzen op wat Paulus in zijn eerste brief aan de Korinthiërs schreef: ook ben ik, toen ik tot u kwam, broeders, niet met schittering van woorden of wijsheid u het getuigenis van God komen brengen.
Want ik had niet besloten iets te weten onder u, dan Jezus Christus en Dien gekruisigd. Ook kwam ik in zwakheid, met veel vrezen en beven tot u; mijn spreken en mijn prediking kwam ook niet met meeslepende woorden van wijsheid, maar met betoon van geest en kracht, opdat uw geloof niet zou rusten op wijsheid van mensen, maar op kracht van God.
De Korinthiërs begeerden een andere prediking dan Paulus bracht. Zij verlangden meer wijsheid van woorden. Maar de reactie van Paulus daarop kon niet anders zijn dan dat Christus hem had gezonden om het Evangelie te verkondigen; niet met wijsheid van woorden, opdat het kruis van Christus niet zou worden verijdeld. Paulus wenste alleen maar dat zijn prediking zou zijn in betoon van geest en kracht. Hij trachtte haar wel in een overredende vorm te gieten, maar hij richtte zich niet naar de menselijke rede. De wijsheid van de wereld, dat wil in dit verband zeggen de handige wijze van redeneren zoals in zijn tijd de Griekse wijsgeren en retoren er op na hielden, werd bij Paulus niet gevonden. Iemand heeft eens geschreven dat de proclamatie van Gods welbehagen in Christus een geheel eigen karakter draagt.

Sleutelmacht
Bij de Woordverkondiging moet en mag de prediker het besef hebben: ik spreek in opdracht van Christus; sterker, Christus spreekt door mij. Aan de prediker is als dienstknecht van Jezus Christus de sleutelmacht toevertrouwd. Christus sprak immers tot Zijn apostelen en tot de geroepen predikers van alle tijden: „voorwaar. Ik zeg u, al wat gij op aarde bindt, zal gebonden zijn in de hemel, en al wat gij op aarde ontbindt, zal ontbonden zijn in de hemel". In deze en meer andere woorden van Christus ligt de kracht, het gezag van de predikers, zelfs voor de minst begaafden onder hen. Want er zijn onder de dienaren des Woords nu eenmaal die geen uiterlijke krachten hebben om sterk te zijn.
Er zijn er die niet naar menselijk succes kunnen streven, eenvoudig omdat hun daartoe geen uiterlijke middelen ten dienste staan, maar daarin ligt de kracht van de prediker ook niet. Het is dan ook onbijbels, ja zelfs zeer zondig wanneer in de kerk over de minst begaafden onder de dienaren der kerk geringschattend wordt gesproken, met voorbijzien van het kardinale feit dat hun ambtelijk gezag niet ligt in het vermogen om op welke wijze dan ook mensen te boeien, maar in de bediening die zij ontvangen uit de ambtelijke volheid van Jezus Christus, door de Heilige Geest. De kracht en de Geest van God vormen de legitimatiebewijzen van de gezagvolle prediking van Jezus Christus en Dien gekruisigd. Niet de geestdrift, niet de rijke woordenstroom, niet de originaliteit (hoe waardevol deze dingen op zichzelf ook mogen zijn) geven het gezag aan de prediking, maar Gods Heilige Geest, die vóór elke Woordverkondiging biddend moet worden ingewacht. Alleen wanneer de prediker bidt of de Heilige Geest zich van de woorden die van zijn lippen komen wil bedienen en alleen als de gemeente luistert in het besef dat God werkelijk met Zijn Geest in de verkondiging aanwezig is, alleen dan wordt echt gevoeld: God is in ons midden, laat ons diep in 't stof aanbidden. In de bijbel staat niet: wie oren heeft om te horen die hore wat de prediker tot de gemeente zegt, maar die hore wat de Geest tot de gemeente zegt. In Gods huis heeft elke hoorder zijn klein menselijke geest gevangen te leggen onder de Heilige Geest. Dan alleen zal ik een zuivere stemvork hebben om wat van de kansel tot mij komt te toetsen.

Preken maken is moeilijk
Jaren geleden hoorde ik een dominee uit onze kerken in een dienst de opmerking maken dat er in onze kerken beter wordt gepreekt dan vroeger. Hij bedoelde daarmee op geen enkele wijze denigrerend over de preken van vroeger te spreken. Het was meer een waarschuwing aan het adres van mensen die geneigd zijn het verleden te idealiseren en die er vaak geen oog voor hebben dat aan de predikers van nu aan informatie en documentatie over het Woord van God veel meer ten dienste staat dan de predikers vroeger ter beschikking hadden. Van diezelfde predikant is de uitspraak dat preken een zo diep verantwoordelijk en moeilijk werk is. 156 dat het van hemelswege verboden moest zijn om er meer dan één per week te moeten maken.
Er steekt naar ik meen wel een grond van waarheid in deze uitspraken. Bij de eerste opmerking zou ik wel de kanttekening willen maken dat uit wat onze vaderen ons hebben nagelaten toch wel blijkt dat het ook hun was gegeven een groot inzicht in de verborgenheden van het koninkrijk der hemelen te hebben. Door de voortgang van de wetenschap - dat is waar - staan aan de prediker vandaag meer bronnen ten dienste.
Voor die ontwikkeling mogen we dankbaar zijn en het is fijn als er door de predikers op een verantwoorde wijze gebruik van wordt gemaakt. Want in de tweede uitspraak van de bewuste predikant zit veel. Preken maken is een kwestie van grote zorgvuldigheid. Het gezag van de prediking is er weliswaar niet allereerst van afhankelijk maar zij wordt door die zorgvuldigheid wel mede bepaald. Wanneer de exegese rammelt, de voorbeelden ter adstructie slordig gekozen zijn en de preek in haar geheel meer stichtelijkheden dan vastigheden bevat, wel dan kan dat afbreuk doen aan het gezag van de prediking. De gemeente moet kunnen merken dat hetgeen van de kansel komt „produkt" van grondige overweging is.

Amen
Moge in onze en ook andere kerken de prediking doortrokken zijn en blijven van de majesteit van Gods Woord, waartegenover de mens moet komen tot een beslissing vóór of tegen Jezus. Die in elke preek laat zeggen: „wie niet voor Mij is die is tegen Mij".
Laten wij als kerkgangers altijd beseffen dat de verkondiging van Gods Woord geen zending op zicht is, die ik - al naar mijn persoonlijke smaak - kan accepteren of retourneren. Het is een boodschap die zó dient te worden gebracht en ontvangen dat aan het einde van elke verkondiging èn in het hart van de dienaar èn in dat van de hoorders leeft:
Amen, goddelijk Evangelie, amen zegt mijn ziel daarop.

P.S. Het thema van deze en de vorige bijdrage zal het onderwerp zijn van de landelijke voorjaarsconferentie voor ambtsdragers, die bij leven en welzijn zal worden gehouden op zaterdag 1 april 1995 in de Ichthuskerk in Amersfoort

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 januari 1995

De Wekker | 16 Pagina's

Klinkt in de zondagse prediking werkelijk de stem van God door? (Klinkt in de zondagse verkondiging werkelijk de stem van God door? II)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 januari 1995

De Wekker | 16 Pagina's

PDF Bekijken