Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De toekomstprediking in de brieven aan de Thessalonicenzen (I)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De toekomstprediking in de brieven aan de Thessalonicenzen (I)

7 minuten leestijd

Inleiding
Omdat ik onlangs een scriptie schreef over de toekomstprediking in de brieven aan de Thessalonicenzen kreeg ik het verzoek om daarover enkele artikelen voor De Wekker te schrijven. Aan dat verzoek voldoe ik graag en bij deze. Het eerste artikel is inleidend, de volgende artikelen zullen gaan over 1 Thess. 4:13-18, 1 Thess. 5:1-11 en 2 Thess. 1:3-12 en over 2 Thess. 2. Bij het lezen van deze artikelen zult u de behandelde Schriftgedeelten eerst moeten lezen en erbij moeten houden. Helaas zal de behandeling van deze gedeelten heel beknopt moeten zijn. Ik zal proberen de hoofdlijn zo helder mogelijk te trekken.

Aanleiding tot het schrijven van 1 en 2 Thess.
In Thessalonica, de hoofdstad van de Romeinse provincie Macedonië, kwam Paulus, samen met Silas en Timotheüs, op zijn tweede zendingsreis.
God zegende zijn prediking zodat er een gemeente ontstond, waartoe ook enkele joden behoorden. De andere joden werden jaloers en maakten een oproer, waardoor de apostel gedwongen werd om de stad te verlaten. Zie Hand. 17.
Paulus had een sterk verlangen spoedig naar Thessalonica terug te keren, maar de satan belette het hem (1 Thess. 2:18). Daarom stuurde hij vanuit Athene Timotheüs om zich van het geloof van de Thessalonicenzen te vergewissen en hen te bemoedigen in hun verdrukkingen (1 Thess. 3:2-5). Waarschijnlijk ontmoetten Timotheüs en Paulus elkaar weer in Korinthe. Vanuit Thessalonica heeft Timotheüs goede berichten meegebracht. Dat stemde Paulus tot grote dankbaarheid. Spontaan schreef hij toen 1 Thess. Kort daarna schreef hij 2 Thess., vooral omdat de Thessalonicenzen in toenemende mate met verdrukkingen te maken hadden.

De bedoeling van 1 Thess.
In de hoofdstukken 1-3 van 1 Thess. brengt Paulus zijn dankbaarheid over het standvastig geloof van de gemeente tot uitdrukking. In de hoofdstukken 4 en 5 onderwijst hij hen nader om te volmaken wat nog aan hun geloof ontbreekt. Dat zijn de twee hoofdthema's van deze brief.
Terwijl Paulus in het eerste gedeelte zijn dankbaarheid over hun geloof uit, spreekt hij uitvoerig over zijn prediking in Thessalonica en de wijze waarop zij tot geloof gekomen zijn. In het tweede gedeelte, waarin hij hen verder zoekt te leiden op de weg van het geloof, geeft hij veel aandacht aan de wederkomst van Jezus Christus. Zie 1 Thess. 4:13-18 en 5:1-11.
Niet alleen omdat hij dat zo uitgebreid doet, maar vooral ook door de wijze waarop Paulus daarover schrijft, hebben deze gedeelten altijd sterk de aandacht getrokken. Dat geldt met name 1 Thess. 4:13-18, waarin o.a. staat dat de gelovigen in een oogwenk weggevoerd zullen worden de Here tegemoet in de lucht.

De zogenoemde opname van de gemeente
De zojuist weergegeven woorden hebben geleid tot de gedachte dat de komst van Christus betekent dat zijn gemeente plotseling zal worden opgenomen. Volgens die visie zal op de dag des Heren Christus met zijn gemeente komen met het oog op Israël en de andere volkeren. Deze leer van de opname der gemeente wordt volgens haar aanhangers gesteund door Joh. 14:1-3 en 1 Kor. 15:23, 24 en 51, 52.
Zij doen bij de uitleg van deze gedeelten m.i. echter onvoldoende recht aan de context en aan de tekst zelf. Zij lezen ze door een dogmatische bril. Wat 1 Thess. 4:13-18 betreft moet worden gezegd dat het in dit gedeelte primair niet gaat om de opname van de gelovigen. Ook is Paulus niet bezig om informatie over de wederkomst van Christus te geven. Hij schrijft niet een (gedeelte van een) leer der laatste dingen; niet (een stuk van) het laatste hoofdstuk van een dogmatiek. In de hoofdstukken 4 en 5 is hij bezig om de gemeente te bemoedigen.

Bemoediging
In het Grieks gebruikt Paulus in deze hoofdstukken dikwijls een werkwoord dat met bemoedigen kan worden vertaald, o.a. in 1 Thess. 4:1 en 18 en in 5:11. In de vertaling van het NBG wordt het echter alle drie de keren met vermanen vertaald. Dat is ook een betekenis die dit werkwoord heeft. Ook kan het met opwekken of vertroosten worden vertaald. De SV heeft in 4:18 voor „vertroosten" gekozen. Andere vertalingen doen dat in 5:11 ook. Daar is alles voor te zeggen. Gelet op het standvastig geloof van de Thessalonicenzen is Paulus in deze gedeelten niet bezig om de gemeente te vermanen. Nog beter is het om in 4:18 en 5:11 met „bemoedigen" te vertalen, terwijl in 4:1 goed de vertaling „opwekken" past.
Het mag in elk geval duidelijk zijn dat Paulus in deze hoofdstukken primair niet over de wederkomst schrijft, maar dat hij uit pastorale motieven bezig is om de gemeente te bemoedigen. Dat het in deze hoofdstukken toch zo uitvoerig over Christus' komst gaat, komt omdat de reden waarom Paulus schrijft met die komst samenhangt.
Heden, en al heel lang, is er de neiging om alle aandacht te hebben voor wat Paulus over de komst des Heren zegt, los van de eigenlijke reden waarom hij dit gedeelte schrijft. Dat levert een verkeerd verstaan van wat Paulus wil zeggen op. Daarom is het noodzakelijk om bij het lezen van dit gedeelte goed voor ogen te houden dat Paulus het met een pastorale bedoeling schreef, om de gemeente in Thessalonica te bemoedigen.

2 Thess. is met dezelfde bedoeling geschreven als 1 Thess.
Ook 2 Thess. is geschreven om de gemeente te bemoedigen. Deze korte brief lijkt in veel opzichten zo op 1 Thess. dat hij niets nieuws lijkt te bevatten, behalve 2:1-12. Voor dat gedeelte is door alle eeuwen heen uitzonderlijk veel aandacht geweest. Het kan zelfs een van de bouwstenen van een anti-christologie worden genoemd.
Het valt op dat Paulus in dit gedeelte heel anders over Christus' komst lijkt te spreken dan in 1 Thess. 4:13-18. Daar lijkt hij te zeggen dat Christus zeer spoedig komt, zo spoedig dat hij het zelf nog zal meemaken. In 2 Thess. 2:1-12 lijkt hij echter te zeggen dat het nog een hele poos duurt, omdat er eerst nog heel veel gebeuren moet. Veel nieuwere uitleggers menen daarom dat 2 Thess. niet van Paulus kan zijn. Zij die overtuigd zijn dat Paulus in 1 Thess. 4 spreekt over de zogenoemde leer van de opname van de gemeente zien daarin de eerste fase van de komst van de Here. Volgens hen is de tweede fase zijn komst met de gemeente op de dag des Heren. Daarover zou het dan gaan in 2 Thess. 2:1-12.
Het is niet mogelijk om hier uitvoerig op deze zaken in te gaan. Wel is het goed om ons te realiseren dat Christus in zijn toekomstprediking net zo over zijn komst spreekt. Wie bijvoorbeeld Marcus 13 leest, wordt erdoor getroffen dat Jezus enerzijds zegt dat Hij plotseling komt. Zijn discipelen moeten waakzaam zijn, want niemand weet wanneer het de tijd is (32-37). Maar anderzijds legt heel dit hoofdstuk er getuigenis van af dat er vele gebeurtenissen aan Christus' komst zullen voorafgaan. Diezelfde lijnen zijn te vinden in 1 en 2 Thess.
Wat 2 Thess. betreft moet ervoor worden gewaakt 2:1-12 los van het overige van de brief te lezen.
Evenals 1 Thess. 1-3 één grote dankzegging is, geldt dat ook van 2 Thess. 1:3-2:17. In de dankzegging van 2 Thess. gaat het niet alleen in 2:1-12 uitvoerig over de komst des Heren, maar ook in heel hoofdstuk 1, terwijl 2:13-17 bij 1-12 hoort. 2 Thess. 1 en 2 vormen één geheel en moeten ook als zodanig gelezen worden. In hoofdstuk 3 stelt Paulus een ander onderwerp aan de orde.
Paulus schreef deze brief kort na 1 Thess. Daarom lijken deze twee brieven zoveel op elkaar en kan hij in 2 Thess. ook veel weglaten dat in 1 Thess. reeds aan de orde kwam. De belangrijkste reden om 2 Thess. te schrijven is dat de verdrukkingen zijn toegenomen. Paulus is dankbaar dat zij in de verdrukkingen volharden en dat hun geloof toeneemt (2 Thess. 1:3-5). Toch voelt hij zich gedrongen om hen op te wekken, hen opnieuw te bemoedigen en te bidden om troost voor hun hart (2 Thess. 2:15-17).
Hij schrijft opnieuw met een pastoraal doel, waarbij hij weer uitvoerig over Christus' komst schrijft. Wat hij over de wederkomst zegt, moet in het licht van het doel van zijn schrijven worden gelezen. Wat er bij de openbaring van de Here Jezus geschiedt, is voor de Thessalonicenzen in hun verdrukkingen zeer bemoedigend.

D. Visser

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juli 1995

De Wekker | 16 Pagina's

De toekomstprediking in de brieven aan de Thessalonicenzen (I)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juli 1995

De Wekker | 16 Pagina's

PDF Bekijken