Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Spreken over je geloof (2)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Spreken over je geloof (2)

9 minuten leestijd

Spreken over je geloof blijkt voor menigeen op nogal wat problemen te stuiten. Men vindt het doorgaans niet zo gemakkelijk en is jaloers op mensen, die zomaar kunnen getuigen, die zonder door ook maar iets gehinderd schijnen te worden. De vraag komt dan op waaraan het te wijten is dat sommigen er zoveel moeite mee hebben voor de Heere en Zijn dienst uit te komen in een vrijmoedig spreken. Hoe komt het dat het meer dan eens zo moeizaam gaat en er vaak weinig van terecht komt. Zijn er oorzaken te noemen?

Moeilijk
Velen in onze omgeving en met name in de kerken waarin wij een plaats ontvingen, komen er voor uit dat ze het moeilijk vinden om over hun geloof te spreken. Nu kan het zijn dat er redenen voor zijn aan te geven, waarom het ons niet zo gemakkelijk afgaat.
In de eerste plaats zou ik willen noemen ons karakter. Wanneer je gesloten van aard bent en nauwelijks wat durft te zeggen in het leven van elke dag, zou het een wonder zijn wanneer je dan vrijmoedig zou spreken over je geloof tegenover iedereen die je maar ontmoet. Zulke „wonderen" zijn doorgaans niet te verwachten. Een stil mens zal ook in geloofszaken niet uitbundig zijn. Trouwens, over je geloof praten wil niet zeggen dat je dit alleen maar met veel „lawaai" zou moeten doen. Wanneer je vaak zwijgend over de wereld gaat en niet weet wat je zeggen moet in allerlei „gewone" situaties en je met een mond vol tanden staat, mag je niet verwachten dat je de woorden zo maar tot je beschikking hebt om van de Heere te getuigen.
In de tweede plaats hebben we rekening te houden met iemands afkomst. Wanneer je uit een omgeving komt waar men het hart op de tong heeft liggen en gemakkelijk „praat", zal het spreken over de Heere en Zijn dienst doorgaans ook niet zoveel problemen geven. Maar wanneer je van huis uit je in stilte hult en je van elkaar nauwelijks iets weet, als het op woorden aankomt, dan is het niet verwonderlijk dat zich dit „wreekt" op het terrein van het spreken over je geloof. Je hebt niet geleerd te spreken en leert het ook niet zo maar. Het kan jaren duren, zelfs als je in een andere omgeving woont, voordat je mond opengaat en je durft te zeggen wat er in je leeft. Sommigen moeten echt spreken léren. Dat gaat dan net zo moeilijk als dat een kind woordjes leert zeggen en zinnetjes gaat formuleren. Mensen, die door een ziekte opnieuw moeten leren spreken, weten hoeveel inspanning en oefening dit vergt. Het gaat beslist niet zonder oefening.
In de derde plaats is de leeftijd te noemen. Van oudere leden van de gemeente, die de Heere jaar en dag kennen, mag verwacht worden dat ze gemakkelijker over hun geloof spreken, dan wanneer je nog zo jong en onervaren bent. Als het prille geloof er is, wil dat nog niet meteen zeggen dat je er zo gemakkelijk over spreken kunt. Je durft dan nog niet zo. Je aarzelt meer dan eens en krijgt het benauwd als je er toch ineens voor geplaatst wordt. Je schaamt je (nog) al te veel. Door de jaren heen „verwerf" je je veel meer vrijmoedigheid in het spreken over je geloof. Het moet groeien. Niet alleen je geloof, maar ook het verwoorden ervan.
Zonder nu te zeggen dat er niet meer redenen zijn aan te geven, noem ik nog de twijfel. Wanneer je niet zeker bent van (het Woord van) de Heere en je ook zo vaak in onzekerheid verkeert over (de echtheid van) je geloof, dan laat je het om erover te spreken. Je zou dan zo graag meer zekerheid hebben en staat naar verzekerdheid des geloofs, zoals de Schrift dit noemt. Je kunt jaloers worden op mensen, die met zoveel vastheid en zekerheid kunnen getuigen, wetend wie de Heere is en hoe waar Zijn Woord is. Je zou zover wel willen komen. Vooral in een tijd van twijfel plaagt het velen dat ze niet zo zeker zijn van hun geloof. Wat heb je het dan nodig om de Heere meer en meer te leren kennen, om vaster te worden in Gods Woord en meer zicht te krijgen op Gods beloften en meer te mogen zien van het heil des Heeren. Als het goed is, bid je daar dan ook om. Om de twijfel te boven te komen. Om te leven door het geloof, zoals we dat aantreffen in Hebreeën 11 bij voorbeeld.
In de ene periode praat je ook gemakkelijker over je geloof dan in een andere tijd. Het hangt nog wel eens af van het geestelijk beleven, van de beoefening van het geloof!

Zo nodig?
Is het wel zo nodig om te spreken? Moet het wel zo nodig? Je kunt ook hier in een dwang geraken, die niet bijbels is te noemen. Alsof je altijd móét spreken en zo nodig het woord moet voeren. Mensen kunnen dan opmerken: daar komt hij/zij weer aan! Bij voorbaat luistert men niet naar je, omdat je altijd wat moet „zeggen" en overal wat van te zeggen hebt. Sommigen irriteren anderen door veel te veel te „preken". In plaats van dat mensen gewonnen worden voor de Heere, stoot zulk „optreden" eerder af. Je bereikt er niets mee. Was dát zelfs maar waar. Het tegenovergestelde is het gevolg. Men keert zich af en wil tenslotte ook niet naar je horen als je werkelijk wat te zeggen hebt. Je hebt het verspeeld door altijd maar te praten. Ze denken: laat hem/haar maar praten. Ze weten al wat er komt.
Gaat het niet veel meer om je daden? Daden die dan uit het geloof voortkomen. Weest niet alleen hoorders des woords, maar ook daders, zo laat Jakobus weten.
Van groot belang is dat ons geloof openbaar komt in onze levenswandel. Ik herinner me nog een begrafenis van een stille broeder. Hij zei, ook binnen de kerkeraad, zeer weinig. Dat was zijn stijl niet. Bij zijn begrafenis echter voerde de directeur van het bedrijf waar hij werkzaam was, het woord. Deze hield toen een duidelijke „preek", hoewel hij een liberaal man was. Hij vertelde hoe de overleden broeder op zijn werk was.
Dat hij niet op de klok keek, om zo snel mogelijk naar huis te gaan. Dat hij anderen hielp, als het hen niet zo lukte en al zulke dingen meer. Tot slot zei hij dat hij ervan overtuigd was dat deze stille man een christen was! Je werd er stil van, hoe sprekend het leven van deze broeder was. Gewoon in de dagelijkse werksituatie op de fabriek was hij een „stille" getuige. Dat „spreekt" veel meer dan duizend woorden. Trouwens, dan kun je bij tijden ook „een" woord kwijt, omdat je leven ervan getuigt. Bedoelde de apostel dat niet toen hij het had over leesbare brieven van Christus? Dan heb je wat te zéggen! Dat is niet alleen in de fabriek zo, maar niet minder in de buurt en op de flat, in familiekring en bij onderhandelingen, om slechts een paar terreinen te noemen. Vooral thuis is het van het grootste belang dat ons leven onze woorden niet weerspreekt, maar bevestigt. En dat je soms heel wat kunt zéggen zonder één woord te spreken, alleen al door je houding. Alleen al door je zwijgen (over anderen) en niet ingaan op kwetsende opmerkingen.

Duidelijk
Sommigen hebben een „sprekend" leven. Je weet waar je aan toe bent. Je staat wat dat betreft niet voor verrassingen. Je weet wat je aan de ander hebt. En of dat van belang is, vooral dan wanneer je vaak, zo niet iedere dag met elkaar te maken hebt. Het spreken over je geloof gaat een leven lang mee en heeft daarom ook iets van het getuigen op de lange baan. Wij willen wel eens te snel spreken en vooral te spoedig resultaat zien. Maar wat laat een leven lang getuigen niet een indruk achter en wat kan een permanente levenshouding niet uitnodigen om ook zó te mogen leven, omdat men ziet hoe goed dit is. Dan hoor je het om je heen: Hij is zó! Van haar hoef je niet anders te verwachten. Je bent als het ware een levende getuige door heel je levenshouding en door wat je „gewoon" zegt in tal van situaties. Er gaat een stukje veiligheid van je uit. Iemand die vandaag niet zó praat en morgen weer anders is. Mensen, die niet in en uit praten en voortdurend het beeld van een kameleon vertonen, in een steeds maar weer „aanpassen". Buitenkerkelijke buren vonden dat het meest vervelend in het leven van christenen om hen heen dat ze niet stonden voor hun mening en, zij het schoorvoetend, toch meegingen met het denken van menigeen om hen heen. Een denken dat „in" was. Ze spraken nu bepaald niet zo waarderend over mensen die sjoemelden met normen en waarden, ook al waren zij een andere mening toegedaan. Men waardeerde, zo sprak men uit, duidelijkheid. En is dat het niet wat vandaag niet de sterkste kant van christenen is in hun „optreden", om het nu maar zacht te verwoorden?
Wanneer de Heere Jezus in de Bergrede laat weten dat de Zijnen een licht zijn, dan is daar geen schemerig leven mee bedoeld en zeker geen duister leven. Licht is helder én verspreidt licht. Dat is sprékend. En als de Meester de gelovigen zout noemt, is dat niet iets smakeloos, maar is te proeven wat het inhoudt. Dat is niet alleen in de zin dat het het bederf tegengaat en weert, maar ook dat je proeft wat je eet.
Het geeft een smaakvol leven. Spreken over je geloof is nog meer iets van zíjn dan van práten!

Van Amstel

Dit artikel werd u aangeboden door: De Wekker

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 1996

De Wekker | 16 Pagina's

Spreken over je geloof (2)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 1996

De Wekker | 16 Pagina's

PDF Bekijken