Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Ambt en avondmaalsmijding (VI)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Ambt en avondmaalsmijding (VI)

7 minuten leestijd

Ambt en avondmaal
Het ontbreekt in de studie van dr. J. van Beelen helaas aan een weergave van de gereformeerde ambtstheologie, met name zoals deze in de vroeg-gereformeerde traditie haar vorm heeft gekregen. Wél laat dr. Van Beelen zich leiden door een rapport uit de kringen van de Wereldraad om zich te oriënteren inzake de ambtsgedachte.
Men kan het ambt funderen vanuit de belijdenis van Christus. Men vindt daarvoor stevige argumenten in de Schrift en in de traditie. Men kan, zonder tot een tegenstelling met de eerste lijn te vervallen, het ambt ook opbouwen vanuit de theologie van de Heilige Geest. Dan is er te letten op de relatie tussen ambt en charisma. Een derde mogelijkheid is te vinden in een minder diepzinnige beschouwing: er moet nu eenmaal in de gemeente het een en ander geregeld worden. De functie moet vervuld worden. Laat het ordelijk geschieden en dan is alles voor elkaar.
De Reformatie kent alle drie motieven. Er was sprake van een theologische achtergrond, inderdaad! Maar de praktijk heeft ook een steentje bijgedragen. En deze bewoog zich tussen twee uitersten, zoals dit vandaag de dag nog steeds het geval is.
De gereformeerde opvatting houdt het midden tussen Rome en de dopen. Het massieve rooms-katholieke hiërarchische ambtsdenken vormde de ene kant die men moest vermijden. De andere kant was die van het handelen en optreden van de geestdrijvers, die alle ambtelijke bemiddeling in de gemeente afwezen, tenzij de charismatische begaafdheid er zo boven op lag, dat die op zichzelf genomen reeds gezag uitstraalde.
De gereformeerden hebben daar tussen in gezeten. Men kan de knopen doorhakken en óf hoogkerkelijk gaan denken, óf laagkerkelijk. Wij doen geen van beide. We houden het ambt in ere als Woord-ambt. Niet als sacramenteel ambt of als spiritueel gebeuren maar als een goddelijke instelling, die God gebruikt in de bemiddeling van het heil door zijn eigen Woord.

Zo hebben de reformatoren vanuit en door het Woord een relatie gelegd tussen ambt en avondmaal. De bedienaar beschikt over de sleutelmacht. Calvijn liet de mensen via de deur van deze potestas clavium tot het avondmaal toe. Hij liet de bediening daarvan ook niet over aan wie dan ook, maar hij beschouwde de dienaar van de gemeente, die de eenheid van de gemeente representeerde, als degene die bevoegd is om het sacrament te bedienen.
Men kan deze gedachte terugvinden in de belijdenis, bijvoorbeeld in de Catechismus, waar ze spreekt over het gebruik van het avondmaal en ook in de Ned. Geloofsbelijdenis. We missen deze confessionele oriëntatie in het werk van Van Beelen.
Het avondmaal wordt gevierd, doordat het in de gemeente bediend wordt door hen die daartoe wettig zijn gekozen. Het is een lijn in de gereformeerde traditie die zonder meer als de enig wettige wordt erkend. Daarom moet men deze ook niet verlaten, zonder krachtiger argumenten aan te voeren dan in het boek van dr. Van Beelen geschiedt.

Ouderling en avondmaal
Met het bovenstaande is nog maar alleen gezegd, dat in de gereformeerde traditie de bediening van het avondmaal een ambtelijke bediening is. Er is nog geen woord gevallen over het probleem van de niet-avondmaal vierende ouderling. Het zal immers tot de hoogste uitzonderingen behoren, dat een predikant wél het avondmaal bedient, maar er zelf geen deel aan neemt. Méér komt het vandaag voor, dat een ouderling of ook een diaken moeite heeft met de viering. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit van dit verschijnsel in de tijd van de Reformatie iets heb gelezen.
In dit verband is het goed er op te wijzen, dat de figuur van de ouderling binnen de gereformeerde traditie een specifiek voor die traditie kenmerkend verschijnsel is. Het z.g. LIMA-rapport mist dan ook, zeker op dit punt, elk spoor van gereformeerd denken of belijden. De ouderling: men kent en vindt zijn standplaats zelfs niet meer. Dat had niet mogen gebeuren. Maar in het boek van dr. Van Beelen had de figuur van de ouderling scherper in het licht gesteld moeten worden. Hij is immers juist in zijn ambtelijke bediening in verband met het avondmaal van zo grote betekenis.

Niet dat hij alleen daar als tafelwacht functioneert. Hij heeft inderdaad het opzicht over de gemeente. De kwestie van de toelating tot het avondmaal raakt zijn opdracht. In de kerkorde van Dordt staat ook niet voor niets dat zijn pastorale taak verricht moet worden met bijzondere aandacht voor de avondmaalsviering van de gemeente. Oudtijds was het zelfs zo dat de ouderlingen gekozen werden, en daarmee de instituering van de gemeente plaats vond, doordat zij uit degenen die avondmaal gevierd hadden werden aangewezen.

Daarom is het eigenlijk ook, vanuit de oorsprong van het ouderlingenambt ondenkbaar dat deze ambtsdrager zelf geen avondmaal zou vieren. Die achtergrond komt in het boek te weinig uit de verf. En wat van een ouderling geldt, moet, gezien de eenheid van de ambten ook gezegd worden, van de diaken, die immers oudtijds bij de tafel een bijzondere opdracht had. Het is jammer dat deze dingen niet helder functioneren in de uiteenzettingen van dr. Van Beelen. Zo is de hulp die hij aan de niet-avondmaalvierende ambtsdragers wil bieden eigenlijk zonder inhoud. Men kan niet verwachten zelfs dat zijn argumenten ook maar een van deze niet-avondmaalvierende ambtsdragers zal overtuigen. Hij schiet hen vér over het hoofd en het hart heen.

Kerkorde en avondmaal
Wat we tot nu toe opmerkten, komt in zekere zin alles nog weer eens op een andere manier uit de verf, wanneer we de kerkorde er bij ter sprake brengen. We zouden eenvoudig op de structuur van een gereformeerde kerkorde kunnen wijzen. Deze bestaat in een groepering van artikelen rond ambt, sacrament en tucht. De vergaderingen hebben bij dit alles een subsidiërende, en daarom een secundaire plaats. Ambt, sacrament en tucht. Dit zijn uitgerekend de drie aspecten die ook binnen het vizier komen, wanneer een gereformeerde belijdenis de kentekenen van de echte kerk wil aangeven. Zuivere prediking, zuivere bediening van de sacramenten en de uitoefening van de kerkelijke tucht.
Men ziet wat hier op het spel staat. Juist hier zal men zich tienmaal bedenken voordat men deze structuur ontledigt en er een functionele, spirituele en religieuze viering van maakt, waarbij ambt en tucht, ook ambt en bediening, hun betekenis verliezen. Kortom de hele gereformeerde ambtelijk gedachte kerkelijke structuur verliest een wezenlijk element dat nimmer gemist kan worden.

Het zijn deze motieven geweest die gespeeld hebben in de strijd om de kerkelijke discipline, in Heidelberg, later in Nederland tussen de Staatsen en de Consistorialen, tussen de Remonstranten en de Contra's, die immers inzake de kerkelijke structuur ook menig woordje met elkaar hadden te wisselen. Die structuur is deugdelijk en goed, zonder enige aarzeling kan het gezegd worden. Als zij maar functioneert. En deze wérking van de structuur is afhankelijk van twee werkelijkheden: de Geest en de pastor. De Geest maakt levend. De pastor is zijn dienaar.
In het pastoraat zal duidelijk gemaakt moeten worden wat een ambt is, wat een sacrament is en wat de tucht bedoelt te zijn. De laatste wil immers niets anders dan trekken tot de dis van het verbond. Iemand die van harte begeert te dienen in het ambt, en die daardoor in deze heilsbemiddelende lijn een functie wil uitoefenen, zal niet anders dan begerig zijn, om de gemeente ook een voorbeeld te geven daarvan hoe de dingen samengaan. „Doe dit tot Mijn gedachtenis". De ambtsdrager zal in de gemeente levend, aan die gemeente een voorbeeld geven, hoe aan dit liefdebevel van de Here Christus gehoor kan worden gegeven, tot zijn eer, tot onze troost en tot stichting van de gemeente.

W. van 't S.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 12 April 1996

De Wekker | 20 Pagina's

Ambt en avondmaalsmijding (VI)

Bekijk de hele uitgave van Friday 12 April 1996

De Wekker | 20 Pagina's

PDF Bekijken