Bekijk het origineel

De hoorder en de prediking (De preek en de hoorder II)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De hoorder en de prediking (De preek en de hoorder II)

7 minuten leestijd

Vergeleken met het vorige artikel
Nu heb ik de woorden in de titel omgedraaid. Verleden week schreef ik over de prediking en de hoorder. De conclusie was: de preek moet afgestemd zijn op de hoorder. Dat is iets anders dan dat de preek moet worden aangepast bij de hoorder.
De slotzin van het artikel luidde: in hoeverre moet de prediking, dat wil zeggen de prediker, rekening houden met de hoorder. Die vraag zal ik in dit artikel nog niet beantwoorden. Een volgende keer hoop ik daarop in te gaan. Ditmaal wil ik met de lezer nadenken over het thema: de hoorder en de prediking. We beginnen nu dus bij de hoorder, en zijn relatie tot de prediking.

Meedoen in de eredienst?
Een hoorder heeft bepaalde verwachtingen. Hij verwacht iets van de preek. Mede daarom gaat hij naar de kerk. Er gebeurt in een kerkdienst meer dan dat er gepreekt wordt. Voor dat meerdere komt de hoorder ook in de kerk, neem ik aan. Bijvoorbeeld het meedoen in het gebed en in de lofprijzing (hiervoor wordt juist in deze weken in De Wekker aandacht gevraagd); ook voor de offeranden en voor het meemaken van de bediening van de sacramenten. Met opzet gebruik ik het meervoud. Als de doop aan een kindje wordt bediend is daar toch de herinnering aan onze eigen doop en aan die van onze kinderen. Dat geeft ons in zo'n doopdienst toch werk.
Allereerst gebed in de vorm van dankzegging voor het feit dat wijzelf gedoopt zijn; en dan ook voorbede voor het kind dat gedoopt wordt, voor onze eigen kinderen en kleinkinderen. In een doopdienst zal de gemeente toch ook bidden voor een echtpaar dat geen kinderen heeft, voor een man of een vrouw die in het leven alleen staat, en voor ouders die een kind hebben verloren.
De Avondmaalsbediening vraagt om deelname. Christus nodigt als de Gastheer uit om toe te treden tot de tafel van het verbond.
Er is in een kerkdienst meer dan alleen de preek, waarvoor de kerkganger, de hoorder komt. Het gaat nu verder speciaal over de prediking.

Een ontmoeting met God Zelf
Ik noem enkele punten op die de hoorder verwacht in de preek te mogen horen. Zo geformuleerd lijkt het wat afstandelijk, alsof het horen naar een preek niet tegelijkertijd betekent, dat de hoorder in zijn hart geraakt wordt. Dat is natuurlijk ook een punt van de verwachting bij de hoorder.
Laat ik hier maar mee beginnen: Wie naar de kerk gaat en van harte bereid is om naar de preek te horen, hoopt dat de preek hem zal raken. Dat er in de kerk iets gebeurt. Dat gebeuren kunnen we omschrijven als een ontmoeting met de Heere Jezus Christus en met Zijn Vader. Dikwijls bidden wij als predikanten dat dat wonder in de kerkdienst mag plaatsvinden.
Dat dat gebeurt, is een wonder. Een predikant kan het niet bewerken. Hij zal er samen met de gemeente om bidden. Ik vind het goed te begrijpen dat een hoorder hoopt onder de prediking en door de prediking God Zelf te ontmoeten. Dan word je op een bijzondere manier geraakt.

Zichzelf herkennen
Ik noem nog iets anders. Het hangt nauw samen met het zojuist gezegde: een hoorder hoopt dat hij in de prediking de vragen van zijn hart, de moeiten, de zorgen en ook de vreugden van zijn leven, tegenkomt. Zijn verwachting is dat de prediker op een of andere wijze die problemen aanraakt. We noemen dit wel eens als volgt: dat de hoorder zichzelf herkent in de preek en dat de prediker er blijk van geeft de mensen (hoe verscheiden ze ook zijn) te kennen. Vroeger noemde men deze herkenning onder de preek de ervaring dat de hoorder zijn naam hoort noemen. Niet in de letterlijke zin, maar wel zo, dat hij of zij zijn situatie en zijn portret in de preek getekend ziet worden.

Verlangen naar geestelijke opbouw
Als derde punt noem ik de verwachting dat de hoorder door de prediking bemoedigd zal worden, aangespoord om de dingen van God te zoeken en om in geloof en bekering met God te leven. Dit kunnen we ook noemen: het verlangen om geestelijk opgebouwd te worden.
Nog weer een ander punt van verwachting kan zijn, dat de hoorder, als hij zelf in de put zit of door een diep dal gaat (bijvoorbeeld van depressie), dat die hoorder er dan bovenuit getild wordt.

Verlangen naar onderricht
Nog weer een ander punt kan zijn het verlangen naar onderricht. De Schrift moet opengaan, waardoor we de schatten van Gods genade en de wegen waarlangs God Zijn kinderen leidt, aangewezen en uitgelegd horen worden. Onderricht in de leer (ik gebruik nu een oude term), die naar de godzaligheid is. Hiermee is bedoeld: onderricht in het leven, dat door de vreze des HEEREN wordt gekenmerkt.
Ook onderricht in een christelijke levenswandel. Dat we de betekenis van Gods geboden voor het leven van elke dag verstaan. En dat we daarnaar leven mogen. Een mens die God kwijt is, verlangt te horen hoe hij of zij God terugvindt. Beter nog: hoe de HEERE Zelf zo'n mens opzoekt en bij Zich terugbrengt.

Ons bij een oase brengen
Een laatste punt is het verlangen naar blijdschap en naar het ontdekken van de zin van het leven door een preek. Het is vaak zo koud om ons heen, zo dor en mistroostig. Wat kun je er dan naar verlangen dat de preek iets anders biedt. Dat de preek daar op ingaat om je in de woestijn bij een oase te brengen, bij het water des levens, bij Jezus Christus.

Ik noemde een aantal punten op waarnaar de hoorder verlangt als hij naar de kerk gaat.
De opsomming was in een willekeurige volgorde. Niet ieder zal alles voor één kerkdienst verlangen. Er zou ook niet in één dienst aan voldaan kunnen worden.

Wordt de predikant niet overvraagd?
Nu de vraag: zijn dit billijke verlangens? Mag een hoorder dit alles als een wens in zijn hart hebben, als hij naar de kerk gaat?
Het is nogal wat, als een dominee aan al deze verlangens moet voldoen. Wie het rijtje op zich laat inwerken, zal zich als dominee soms overvraagd voelen. De mensen verwachten te veel van mij. Wat kan een predikant het moeilijk hebben op de preekstoel als hij de gemeente voor zich ziet. De gemeente met deze vragen, met deze honger, misschien ook wel met deze harde ogen en harde harten. En dan de woorden van de Heere Jezus in je hart horen: Geeft gij hun te eten (Markus 6:37).
Is het billijk dat de hoorder zo veel, al het hierboven genoemde van de prediking verwacht?

Wat mag de hoorder verwachten?
Het antwoord mag bevestigend zijn. De hoorders zoeken brood voor het hart. Dat moet hun uitgedeeld worden in de prediking.
Dit bevestigende antwoord betekent niet, dat de predikant op elk moment aan alle wensen en verwachtingen van de hoorder moet voldoen. Het zijn de kerkgangers niet, die met hun verwachtingen en eisen de inhoud van de preek bepalen.
Misschien denkt een lezer: Nu neemt hij terug wat hij eerst heeft gegeven. Ik schreef: het antwoord mag bevestigend zijn - en nu wordt er toch weer op afgedongen.
Daarom besluit ik ook dit artikel met een vraag, en wel deze: in hoeverre mogen de hoorders aan de prediking eisen stellen? Welke verwachting mogen ze van de prediking hebben?

W.H. Velema

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 november 1996

De Wekker | 16 Pagina's

De hoorder en de prediking (De preek en de hoorder II)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 november 1996

De Wekker | 16 Pagina's

PDF Bekijken