Bekijk het origineel

De reclameslogans en het geloof

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De reclameslogans en het geloof

6 minuten leestijd

Reclame maken is aandacht trekken. Reclamemakers moeten steeds nieuwe dingen verzinnen om de aandacht te richten op het product, dat ze willen promoten. Ze moeten vindingrijk zijn om posters te ontwerpen en slogans te bedenken, die op een of andere manier blijven haken. Immers er komt een veelheid van informatie op de mensen af. Dus moet hun boodschap heel raak zijn en tot de mensen doordringen om effect te hebben.

Er zijn grenzen
Er is alle begrip voor, dat reclamemakers vindingrijk moeten zijn om hun product naar voren te brengen. Echter er zijn wel grenzen. De laatste jaren komt het steeds vaker voor, dat reclameboodschappen mensen schokken en kwetsen. Het betreft afbeeldingen en slogans, die de openbare eerbaarheid aantasten of die beledigend zijn voor het geloof. Vooral dat laatste is voor gelovigen heel pijnlijk. Afbeeldingen, die kwetsend zijn voor het geloof of slagzinnen waarin toespelingen worden gemaakt op de boodschap van het evangelie of op bijbelteksten.
Ik geef een paar voorbeelden, die u zich waarschijnlijk nog wel herinnert. De reclamecampagne van Hij mannenmode in december 1995. Op het billboard was een devoot uitziende man afgebeeld tegen de achtergrond van een glas-in-loodraam met daarbij o.a. de teksten: „Hij roept u tot zich" en „Hij is er ook voor u". In september 1996 plaatste het software-bedrijf Home Soft in Haarlem een advertentie waar als kopregel boven stond „En op de achtste dag pakte Hij zijn koffers en werd jij de baas". En om niet meer te noemen: in november 1996 misbruikte parfumfabrikant Joop het paradijsverhaal met de reclame voor het merk „All about Eve" („Alles over Eva"). Daarin kwam de tekst voor, dat voor zo'n geur de Eva's van nu de erfzonde toch gewoon nog een keer begaan.
Blijkbaar vinden sommige reclamemakers, dat je in deze tijd mensen zoveel mogelijk moet shockeren en uit hun doen moet brengen om je product aan de man te brengen. Dat is een trieste trend in onze tijd.

De reacties
Al die kwetsende en beledigende reclames roepen veel reacties op. Er zijn mensen, die de bewuste bedrijven schrijven of bellen. Anderen doen een beroep op de Reclame Code Commissie (RCC) met het verzoek om uit te spreken, dat deze reclame-uitingen niet door de beugel kunnen. Verder is ook de Bond tegen het vloeken actief, die zowel het bewuste bedrijf als de RCC benadert om te wijzen op het provocerende en godslasterlijke karakter van dergelijke reclame-uitingen.
Het is goed, dat er gereageerd wordt. Het is ook belangrijk, dat er waardig gereageerd wordt. Het antwoord op kwetsen en beledigen mag niet zijn, dat de reclamemakers bedreigd worden of dat gepoogd wordt om hen ook te kwetsen. Hoe gemakkelijk zo'n reactie ook kan ontstaan, daartoe zullen gelovigen zich niet moeten laten verleiden. Als wij voor de eer van God opkomen, moet dat op een zodanige wijze gebeuren, dat wij iets uitstralen. Er moet iets merkbaar zijn van het feit, dat wij door Gods genade andere mensen zijn geworden.

Wat haalt het uit?
Mogelijk, dat veel mensen bij zichzelf denken: Het heeft helemaal geen zin om te reageren. Immers de Reclame Code Commissie kan alleen maar aanbevelingen doen. Ze kan uiteindelijk bepaalde reclames niet verbieden.
Daarbij kun je de vraag stellen: „Hoe worden de klachten beoordeeld?". Onlangs stond er een artikel in het Reformatorisch Dagblad over deze dingen, waarin de schrijver het volgende stelde: „Bovendien laat de RCC zich naar mijn indruk sterk leiden door de publieke opinie. En dat is bepaald geen goed kompas. Het kan ook selectieve verontwaardiging opleveren". Die mening was onderbouwd met voorbeelden van concrete situaties. Er is dus geen enkele zekerheid, dat bezwaren, die vanuit het geloof voortkomen op de goede wijze beoordeeld worden. Blijkbaar is er in de RCC zo weinig affiniteit met het christelijk geloof, dat het niet mogelijk is in dezen een verantwoord standpunt in te nemen.
Daarnaast kun je de vraag stellen in hoeverre de reclamemakers zelf doorzien waar ze mee bezig zijn. Op het ene moment stuiten protesten op een totale onwil om rekening te houden met de geloofsbeleving van christenen. Blijkbaar voelt men niet aan of wil men niet aanvoelen hoeveel pijn dit veroorzaakt. Op een ander moment reageren de reclamemakers geschrokken en zeggen ze dat ze het zo niet bedoeld hebben en dat ze er spijt van hebben, dat dit gebeurd is. Soms zeggen ze erbij, dat het geen moment in hun gedachten is opgekomen, dal dit storend of kwetsend was. Ook deze reacties getuigen dus van te weinig affiniteit met het christelijk geloof om op een verantwoorde manier de reclameteksten te kunnen beoordelen.

Getuige zijn in de wereld
Als we bovenstaande reacties overwegen, moeten we tot de conclusie komen, dat er niet altijd sprake is van boos opzet. We kunnen de zaak niet afdoen met de opmerking: We leven in een post-christelijke tijd en velen hebben bewust met het geloof gebroken en dat uit zich dus in allerlei beledigende en kwetsende reacties naar gelovigen toe. Voor sommigen zal dat best gelden, dat ze zich bewust op een gemene manier tegen het geloof afzetten. Maar er zijn ook mensen, die er blijkbaar geen besef van hebben waar ze mee bezig zijn. Wat is daarvan de oorzaak? Ligt er misschien ook een stuk schuld bij de volgelingen van Jezus Christus, omdat ze te weinig getuigen zijn? Hebben sommige reclamemakers het misschien niet eens door hoe hun teksten bij christenen overkomen, omdat het geloofsgetuigenis zo zwak is? Omdat het niet tot hen doorgedrongen is, hoe lief de christenen het Woord van God hebben?
We kunnen ons gemakkelijk ervan afmaken door af te geven op de wereld, die zich niets aantrekt van God en Zijn geboden. We kunnen ons ervan af maken door te zeggen, dat getuigen niet helpt en dat de Bond tegen het vloeken onze honneurs maar moet waarnemen door er tegen te ageren. Maar zou het niet beter zijn als wij ons zouden bezinnen op het „reclame maken" voor het christelijk geloof?

Wij zijn geroepen om getuigen te zijn. Als we in gebreke blijven, kan de commercie daar misbruik van maken in de reclameslogans. Ook in slogans, die op zich niet kwetsend en beledigend zijn. Laatst zag ik bij Ikea de reclameleus: „Kom a.s. zondag hier schuilen". Zeggen wij dat niet veel te weinig: „Kom a.s. zondag bij ons in de kerk schuilen"? Schamen wij ons er niet veel te veel voor om mensen op te roepen een schuilplaats te zoeken bij onze God? Zijn we als kerkelijke gemeenten ook vaak niet te weinig een schuilplaats waar mensen zich kunnen koesteren in de liefde tot de naaste?
Kort geleden zag ik ook een billboard, waarop een auto stond afgebeeld met de tekst: „Parkeer 'm in je hart de nieuwe Audi A 3". Zeiden wij dat maar meer tegen onze medemensen, dat ze de Here in hun hart moesten toelaten en Hem daar blijvend een plaats moesten geven.
Laten deze dingen, die wij om ons heen signaleren, ons aan mogen sporen „reclame" te maken voor onze hemelse Vader, die in Jezus Christus vol ontferming neerziet op een wereld, die dringend zit te springen om het „product" dat genade heet.

M.J. Oosting

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 januari 1997

De Wekker | 16 Pagina's

De reclameslogans en het geloof

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 januari 1997

De Wekker | 16 Pagina's

PDF Bekijken