Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„Ordenlich und fruchtbar

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„Ordenlich und fruchtbar" (II)

11 minuten leestijd

Een internationale bundel
Behalve de vorige keer besproken Nederlandstalige bundel Om de Kerk was er bij het afscheid van prof. Van 't Spijker ook nog het andere boek dat hem werd aangeboden. De titel Ordenlich und fruchtbar² stamt uit een passage uit een boek over de ware zielzorg van de Reformator Martin Bucer, wiens betekenis niet het minst door het werk van prof. Van 't Spijker in brede kring veel meer in de aandacht gekomen is dan voorheen het geval was. Wie zou vermoeden dat in deze bundel dan ook wel wat aandacht aan Bucer zou worden gegeven komt echter bedrogen uit. De titel verwijst ongetwijfeld daar datgene waar het ook Van 't Spijker om te doen was in zijn werk als hoogleraar voor de kerkgeschiedenis en het kerkrecht. Zij die voor deze bundel een opstel hebben geschreven zijn theologen uit zes verschillende landen, die als gemeenschappelijke belangstelling de studie van het leven, het werk en de betekenis van Calvijn hebben, zoals die sedert vele jaren onder andere in de internationale Calvijncongressen wordt beoefend. Zoals zal blijken zijn in dit „Festschrift" over de reformator Calvijn dan ook wèl heel wat resultaten van bezinning en onderzoek terug te vinden.
In nog meer opzichten is de inhoud van deze bundel verrassend. De titel is Duits, evenals het „Vorwort" van Wilhelm H. Neuser en Herman J. Selderhuis, maar slechts drie van de bijdragen zijn ook in het Duits geschreven, terwijl het merendeel (negen) van de veertien opstellen in de Engelse taal is gegeven. Twee auteurs hebben voor het Zuid-Afrikaans gekozen. Twee andere Zuid-Afrikanen schreven in het Engels. De Duitse opstellen zijn van de hand van een Duitser (prof. Neuser), een Nederlander (prof. Selderhuis) en een Zwitser (prof. Büsser). Het „taalplaatje" wordt compleet als ik ook vertel dat vier van de vijf Nederlanders die een bijdrage gaven kozen voor het Engels. Dat waren dus de landgenoten behalve prof. Selderhuis. Bij de negen auteurs die het Engels gebruikten was geen Engelsman, maar wel drie Amerikanen (en verder dus vier Nederlanders en twee Zuid-Afrikanen). Misschien is het wel tekenend dat van de Nederlandse auteurs in een dergelijke bundel niet een bijdrage in de eigen moedertaal verwacht kan worden! Nederlanders passen zich ook in de theologie wel aan aan de „grote" talen. Vandaar dat zij niet zelden een heel tamelijk centrale rol spelen in internationale ontmoetingen zoals bij de studiecongressen rond Calvijn!
Zo past inderdaad bij dit afscheid van prof. Van 't Spijker dit waarlijk internationale „Festschrift", een feestbundel!
Wie het leest komt dan ook niet in een Babylonische spraakverwarring terecht. Integendeel, het blijkt in dit boek, dat men elkaar met name rondom de studie van de Reformatie uitstekend verstaat!

De eeuw van Calvijn centraal
De volgorde van de diverse opstellen verraadt geen bepaalde systematiek, maar ook zonder dat is er een grote mate van eenheid in dit boek te vinden - althans waar het gaat om de onderwerpen waarover geschreven wordt. Misschien is het ook toevallig dat voorrang aan de enige vrouwelijke bijdrage in deze bundel is gegeven. De Amerikaanse hoogleraar in de kerkgeschiedenis te Princeton, Elsie A. McKee, schrijft over een vrouwelijke reformator in Straatsburg, namelijk Katharina Schütz Zeil, de vrouw van Matthias Zeil, de eerste reformator in Straatsburg. In een krachtig verweer tegen de laster die over de aanhangers van de Reformatie werd uitgestort - onder andere wanneer voormalige Rooms-katholieke geestelijken of kloosterlingen met een vrij geweten voor God een huwelijk aangingen - heeft zij op een christelijke manier gepleit voor gerechtigheid en naastenliefde. Een mooie inzet van de bundel.
De eenheid in dit boek is er verder doordat twaalf van de veertien opstellen zich bezighouden met de zestiende eeuw, de eeuw van de Reformatie. Van die twaalf hebben vijf een aspect uit het werk van Calvijn gekozen. De Hervormer van Genève, over wie intussen zoveel geschreven is dat er complete bibliotheken mee kunnen worden gevuld, levert nog altijd stof tot bezinning. Dit boek is er het bewijs van dat al die nieuwe inspanning ook voor onze tijd werkelijk de moeite loont. De Here heeft ons veel gegeven in de Reformatie. Veel daarvan heeft metterdaad handen en voeten gekregen in de schatten waar de kerk nu uit leven mag, maar een terugblik op dat begin levert voor onze tijd wel degelijk nieuwe stimulansen op.
Ik zal niet over alle artikelen even uitvoerig informeren, maar wel aanduiden wat hier aan verscheidenheid van onderwerpen te vinden is. Hier en daar zijn er wel uitspraken of gedachten van de diverse auteurs waar nog eens nader over te spreken zou zijn. Dat hoeft bij deze aanbeveling in De Wekker niet te gebeuren. De grondige studie waarvan het hier gepresenteerde materiaal doorgaans blijk geeft, maakt de lezing ervan ook op momenten dat men niet alles op dezelfde manier als de auteurs zou opvatten, nog de moeite waard! Calvijn heeft zich duidelijk uitgelaten over de noodzaak van de kerkelijke tucht. Dat begrip levert soms gefronste
wenkbrauwen op in onze eeuw. Het artikel van prof. R.C. Gamble uit Grand Rapids haalt naar voren hoe Calvijn ook in heel wat opzichten het pleit voerde voor gewetensvrijheid. In onze eeuw is er veel aandacht voor de geestesgaven, waaronder de gave van de profetie. Er is ook al meer geschreven over de wijze waarop Calvijn, vooral in zijn commentaren op de Schrift, veel aandacht aan deze gave besteedt. Maar het artikel van dr. W. de Greef, „Calvin on Prophecy" maakt de actualiteit van wat Calvijn schreef opnieuw zichtbaar. In het artikel van prof. Armstrong uit Atlanta (USA) over de prediking van Calvijn, vooral over de Psalmen, vinden we een beschrijving - met uitvoerige aanwijzingen voor verdere studie - van de beginselen voor de uitleg van de bijbel die Calvijn toepaste. Ook in dit opzicht is hij niet uit de tijd. Prof. W. Balke behandelt de hermeneutiek van Marnix van Sint Aldegonde. Niet ieder weet dat deze veelzijdige dichter, burgemeester van Antwerpen, vriend van de Vader des Vaderlands, ook theoloog was en een leerling van Calvijn. In dit opstel blijkt dat laatste duidelijk bij de bespreking van Marnix' uitlegging van de Schrift.
Het is niet verkeerd om eens iets van de menselijke kanten van de groten uit de tijd van de Reformatie te proeven. In een artikel van prof. dr. C. Augustijn uit Amsterdam wordt uit een bepaalde situatie in de jaren dertig van de zestiende eeuw correspondentie opgehaald van de Reformatoren over elkaar en aan elkaar. We komen hier Calvijn, Bucer en Luther, evenals Bullinger en Zwingli, en nog anderen die wat minder bekend zijn, tegen. Het waren ook allemaal mensen! En dat is maar goed ook. In de tijd van de Hervorming hebben diverse ontmoetingen plaatsgevonden tussen de leiders van de lutherse en gereformeerde en zwingliaanse reformatie over de punten waarover ze verschilden, en dat was vooral de leer van het avondmaal. Het opstel van prof. Neuser vertelt ons over een van die godsdienstgesprekken waarover nog niet zo lang geleden nieuwe gegevens gevonden zijn, nl. het gesprek te Marburg in 1529, waar o.a. Luther en Melanchthon van de lutherse kerk aanwezig waren, en aan de andere kant o.a. Zwingli en Bucer. Het is indrukwekkend hoeveel inspanningen gedaan zijn om bruggen naar elkaar te slaan, en toch bleef de kloof over de manier waarop Christus in het avondmaal aanwezig was bestaan. Ook daarin is iets van het menselijke van wat daar aan de hand was terug te vinden!
Een zeer degelijk gedocumenteerd artikel van dr. W. Janse laat zien hoe dertig jaar later, in 1560, tussen deels dezelfde betrokkenen maar nu in een andere plaats, in Bremen, nog hetzelfde conflict moeite geeft. Het blijkt ook hoe Melanchthon, de vriend van Luther, een beetje in de richting van Calvijn was opgeschoven, en hoe via de theoloog van Nederlandse afkomst, Hardenberg, diens gedachten in Bremen een rol speelden. Ook in dit opstel blijken de menselijke zwakheden van de theologen niet geheel afwezig te zijn. Bezig zijn met de kerkgeschiedenis moet een mens, en vooral een theoloog, bescheiden maken...
Prof. Büsser uit de stad van Zwingli, Zürich, schrijft over de opvolger van Zwingli, Heinrich Bullinger, de reformator die een belangrijke schakel is geweest in het vinden van overeenstemming in de leer tussen Zürich en Genève. Met de aanduiding van Bullinger als de „oecumenische patriarch" van de Reformatie geeft hij een beknopte karakteristiek van Bullingers leer aangaande de kerk. Het opstel loopt uit op een (in het Latijn gegeven) uitspraak van Bullinger die luidt: „Nooit is Christus gescheiden van zijn kerk; en deze leeft uit niets anders dan uit Christus. En hoewel Hij naar het lichaam afwezig is van de strijdende kerk, is Hij toch zeer aanwezig bij haar door zijn Geest, en door zijn werking, en door zijn regering, zodat de kerk op aarde geen enkele plaatsvervanger van Hem nodig heeft. Hij alleen regeert haar, en blijkt tot in eeuwigheid het enige Hoofd, de enige Koning en de ' enige Priester en Heiland van de kerk". Een wat minder bekende theoloog uit de 16e eeuw. Wolfgang Musculus, komt voor het voetlicht in het artikel van prof. Selderhuis. Musculus was de schrijver van een gereformeerde dogmatiek in 1560, waarin herkenbaar is dat men in de Reformatie wel begrepen heeft niet voor het eerst de Bijbel te lezen. Ondanks alle nieuw ontdekte rijkdom in het evangelie is er in de leer van de kerk heel wat waarin ook op de theologen uit de Middeleeuwen kon worden voortgebouwd. Prof. Selderhuis laat in een globale inleiding tot Musculus' dogmatiek o.a. zien hoe deze als eerste gereformeerde theoloog gebruik maakt van de Loci-methode van Melanchthon, maar ook van de Sententiae van de middeleeuwse katholieke theoloog Petrus Lombardus.

Kerkrecht en Psalmberijming uit Zuid-Afrika
Het is opvallend, dat de bijdragen van de Zuid-Afrikaanse theologen in deze bundel zich vooral met het kerkrecht bezighouden. Prof. Piet J. Strauss uit Bloemfontein laat zien dat er heel wat gemoeid is met de vraag naar de aard van het gezag van de verschillende kerkelijke vergaderingen zoals gereformeerde kerken die hebben. Zijn collega Pieter Coertzen uit Stellenbosch bespreekt de relatie tussen het gereformeerde kerkrecht en de democratie, met speciale aandacht voor de bescherming van de mensenrechten. In de situatie van het nieuwe Zuid-Afrika spelen deze vragen op een nieuwe manier, ook in de verhouding tussen kerk en staat. Het is goed dat we de discussies die daar plaatsvinden ook vanuit Nederland blijven volgen!
Dr. C.J. Smit schreef op een fundamentele manier over de uitgangspunten van Calvijn met betrekking tot de kerkregering. Het wordt duidelijk, dat het doel van de kerkregering gelegen is in de opbouw van de kerk. Daarmee is het beslist onmogelijk de kerk tot een soort imperium te laten worden. Het gaat niet om de uitwendige structuren, maar om geloof en liefde, die ontspruiten aan de gehoorzaamheid aan het Woord. Belangrijke grondlijnen voor de lessen die iedere voorganger in de kerk moet blijven leren, ook in het leidinggeven op een pastorale manier.
De kwaliteit van de psalmberijming in het Zuid-Afrikaans van Totius uit 1937 is ook bij heel veel Nederlanders bekend. Prof. D' Assonville uit Potchefstroom trekt lijnen vanuit de eerste psalmberijming van Calvijn uit Straatsburg, 1539, naar deze berijming. Hij concludeert terecht dat de Psalmen van Totius een waardevolle bijdrage zijn. Evenzeer terecht is m.i. zijn conclusie dat de melodieën van deze Afrikaanse berijming, die nogal eens afwijken van de bij ons bekende Geneefse melodieën, van heel wat minder gehalte zijn.

Per saldo
Tenslotte kan ook van deze bundel gezegd worden, dat degene die deze nog niet in zijn bezit heeft, en die met prof. Van 't Spijker aan wie dit boek werd aangeboden, de liefde voor de Reformatie en haar geschiedenis deelt, hier een fraaie aanwinst mee in huis haalt. Deze is iets prijziger dan de Nederlandse bundel, maar de aanschaf zonder meer waard. Op de bundel Om de Kerk hebben velen ingetekend. Ze werden op die manier ook in de gelegenheid gesteld in het felicitatieregister te worden vermeld. Voor Ordenlich und fruchtbar dient men de boekhandel nog even in te schakelen. Moet u dus zeker doen.

J.W. Maris

1. N.a.v. Ordenlich und fruchtbar. Festschrift für Willem van 't Spijker. Herausgegeben von W.H. Neuser und H.J. Selderhuis, Leiden (J.J. Groen en Zoon) 1997, 237 blz. Prijs ƒ 49,95.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juni 1997

De Wekker | 16 Pagina's

„Ordenlich und fruchtbar

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juni 1997

De Wekker | 16 Pagina's

PDF Bekijken