Bekijk het origineel

De neergang van het oosterse christendom onder de Islam

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De neergang van het oosterse christendom onder de Islam

9 minuten leestijd

Het altijd lezenswaardige maandblad „Missionary Monthly", uitgegeven vanuit de Christian Reformed Church in de Verenigde Staten, heeft mij wel vaker stof gegeven voor een artikel in ons blad. Het maartnummer van die uitgave bevat een artikel van mevrouw Shirley W. Madany, die samen met haar man veel missionair werk onder Moslims heeft gedaan: een artikel over het mysterie van de Islam en zijn verbreiding in vroeger en later tijden, over en onder de volken die eerder christenen zijn geweest, vooral in Noord-Afrika, maar ook in het tegenwoordige Turkije en delen van Oost-Europa.

In dat artikel bespreekt zij enige boeken over de kerkgeschiedenis, maar wat mij opviel was de bespreking van een boek, getiteld The Decline of Eastern Christianity Under Islam: From Jihad to Dhimmitude van de Joodse schrijfster Bat Ye'or; dus: over de neergang van het oosterse Christendom onder de Islam. Deze bespreking wil ik bij deze voor onze lezers vertalen in de hoop, dat ook wij er onze winst mee kunnen doen. Dit boek is verkrijgbaar bij Associated University Presses, 440 Forsgate Drive, Cranbury, New Jersey 08512.
Ik wil daarmee niet de indruk wekken, een kenner van de Islam te zijn geworden. Wel denk ik sterk, dat wij steeds meer onder leiding van diegenen onder ons, die die kennis wèl hebben, ons moeten indenken wat onze roeping ten opzichte van de Moslims onder ons moet zijn. Daarin word ik gesterkt door wat br. D. Koole enige weken geleden schreef over de vraag, die in Den Haag was opgeworpen, of ook mensen van andere godsdiensten mee zouden moeten (kunnen) participeren in een gebedsdienst voor het werk van de regering en de Staten-Generaal.
Hier volgt dan de vertaling van dat deel van het artikel.
Het is met toenemende belangstelling, dat ik het volgende las in dit boek: Aan het eind van „dar-al-Islam" werden zeven duizend Grieken in gevangenschap weggevoerd, toen in het jaar 781 Efeze werd geplunderd. En iets verderop: Bij de plundering van Thessaloniki in 903 werden twee en twintig duizend Christenen verdeeld tussen Arabische commandanten of als slaven verkocht.
De aanhaling komt uit een speciaal gedeelte dat uitsluitend gaat over het onderwerp van de slavernij bij de islamitische Jihad. Het „plunderen" van een stad kon een grote verwoesting betekenen!
Het schone Thessaloniki; wat heb je een stormachtige geschiedenis gekend! We hebben twee brieven aan de christenen in die stad in onze Bijbel. Dat waren echte mensen als u en ik, maar zij leefden in een deel van de wereld dat uit strategisch oogpunt voor velen belangrijk was. Er was één doorlopend verkeer van legers op veroveringstochten, en daardoor was het telkens ten prooi aan oorlogen en verwoesting. Zelfs nu nog, wanneer u een tocht door Griekenland maakt, moet u een duidelijk verschil opvallen tussen noordelijk en zuidelijk Griekenland; verschillen die aangeven dat nog niet zo lang geleden het hele gebied onder Ottomaanse Turkse regering stond.
Het besproken boek, 522 bladzijden groot en zeer veel documentatie, bevat ook een woordenlijst. Zo worden de volgende drie definities gegeven van belangrijke sleutelwoorden:
Jihad: heilige oorlog tegen niet-moslims; de doeleinden, strategie en tactiek vormen een theologische leer. Het wordt ook toegepast op een persoonlijke innerlijke strijd om de geboden van Allah op te volgen.
Dhimma: oorspronkelijk een beschermend verdrag, toegestaan door de profeet Mohammed aan de Joodse en christelijke bevolkingen die hij had onderworpen.
Devshirme: Turks systeem om christenkinderen uit de „dhimmi"-bevolking van de Balkan te rekruteren, met bedoeling van bekering, slavernij en tot aanwijzing tot „janitsaren" (handlangers, helpers) of voor dienst in de keizerlijke huishouding en administratieve taken van de Ottomaanse staat.
De schrijfster maakt duidelijk, dat deze tragische geschiedenis door de veroveraar en door de veroverden op totaal verschillende manieren wordt doorverteld. In onze tegenwoordige leerboeken spreken we van revisionisme in de geschiedenis. De adem stokt ons in de keel als iemand weigert te geloven dat gedurende de Tweede Wereldoorlog er een holocaust plaats vond. We zouden net zo van ons stuk moeten zijn en even achterdochtig moeten worden wanneer onze leiders om politieke of diplomatieke redenen, naar onze Turkse bondgenoten luisteren als zij weigeren om te erkennen of toe te geven dat er een volkerenmoord onder het Armeense volk heeft plaatsgevonden, of als zij daar een excuus voor zoeken. De feiten daarover staan even vast als die van de Joodse holocaust.
De schrijfster heeft bij de keuze van haar documenten sterk geleund op de rapporten van Europese consuls en vice-consuls, en ook op talloze onbetwistbare getuigenissen die beschikbaar waren in de precieze werken van Joodse geleerden. Ik denk in het bijzonder aan het meeslepende verslag door een waarnemer van de dodenmarsen van de Armeniërs die leden en stierven ten aanschouwen van de bevolking van Mosoel in Noord-Irak.
Het is de moeite waard om op te merken, dat hedendaagse Joden, met inbegrip van de geleerde Bat Ye'or, hun best doen om de beschaafde wereld veel meer bewust te maken van de toenemende vervolging die een nieuwe uitdunning van de christelijke bevolking van het Midden-Oosten veroorzaakt. Het percentage christenen dat in elk land van het Midden-Oosten te vinden is, daalt snel door hun vlucht naar alle hoeken van de wereld. Daarna zal er niet meer een plaats te vinden zijn om heen te vluchten, omdat ook Moslims immigreren. Vorig jaar was er een speciale zondag in acht genomen om te herinneren aan de vervolgde christenen over de hele wereld. Een van de stemmen, toen gehoord, is die van Michael Horowitz. In een artikel in de Wall Street Journal schreef hij:
De tegenwoordige immigratiepolitiek van de Verenigde Staten is erop gericht om het benarde christenen moeilijk te maken om gebruik te maken van onze wetten die asiel toekennen aan godsdienstige minderheden die aan vervolging trachten te ontkomen. De Immigratie- en Naturalisatiedienst doet deze wetten duidelijk geweld aan wanneer ze christelijke minderheden terugstuurt of de terugkeer veroorzaakt, naar Islamitische regiems, waar zij gevangenschap, marteling en zelfs moord te wachten hebben.
Bat Ye'or beschrijft hoe datgene wat in de Soedan gebeurt precies te vergelijken is met de vroege dagen van het Ottomaanse keizerrijk. Kinderen worden van hun ouders weggehaald en als slaven verkocht. Wij moeten ons hiervan echt heel sterk bewust zijn als we hooggestemde documenten lezen die uit Arabische of Turkse bronnen komen. „Deze bronnen spreken door hun ideologische prisma: de heiligheid van de Jihad, de rechtvaardigheid van de dhimma, de volkomenheid van de Islamitische wet. Een onveranderlijke stroom, die geen bespreking of ondervraging oproept; een kalme zekerheid, een ideale toespraak, waarin de overwonnenen alleen bestaan om met dankbaarheid de zaak van de Islam te dienen". Informatie, uit dhimmibronnen verkregen, zou aan de andere kant gevuld worden met het lijden onder de rechteloosheid.
Keer op keer laat Bat Ye'or echter zien, dat de geschiedenis van het Midden- Oosten niet zo zou zijn gelopen als ze deed, zonder de onwaardeerbare hulp van medewerkers, collaborateurs, die hun bekering tot de Islam hebben trachten te rechtvaardigen door hun vroegere gemeenschap aan te klagen.
Zij geeft zich aanzienlijke moeite om ons van dit feit zeer bewust te maken. Sprekend over de Ottomaanse verovering van Oost-Europa, welke vier eeuwen zou omspannen, zegt zij:
Deze lange periode werd gemarkeerd door oorlogen en bondgenootschappen tussen bevolkingsgroepen die gingen van confrontatie tot collaboratie. Daarmee kan men een stroom van christelijke islamofilie ontdekken die zichzelf versterkte en voortzette door de geschiedenis heen, en die de rijen van de Islamitische legers zelfs deed aangroeien, hetgeen hen allemaal versterkte en stuurde in de richting van de verovering van hun vroegere thuislanden.
Op deze manier onderwierp de minderheid (moslims) de meerderheid (christenen) volledig. Wij kunnen het verleden niet veranderen. Maar laten we het verhaal eerlijk houden. De dhimmi's moeten alle gelegenheid krijgen om hun geschiedenis te vertellen. Wij zijn dankbaarheid verschuldigd aan iemand die twintig jaar onderzoek gedaan heeft om onweerlegbare feiten aan de dag te brengen over datgene wat er gebeurde wanneer leden van de christelijke, meerderheid in de positie werden gedwongen van tweede-klas burgers in hun eigen landen. Ongelukkigerwijze blijft het ware verhaal over het lot van de oosterse christenen maar al te vaak onvermeld in het westen.
Let eens op bijvoorbeeld, hoe vele van onze universiteiten leerstoelen voor Islamitische of Midden-Oosten-Studies hebben. Op vele ervan wordt onderwijs gegeven door moslimgeleerden, die een gouden beeld schetsen van de behandeling van de oorspronkelijke bevolkingen binnen de verschillende Islamitische rijken van het verleden. Geen woord wordt er ooit besteed aan de marginalisatie van de christenen onder de Islamitische regeringen. Die droevige stand van zaken speelde een voorname rol in het langzame maar gestadige verdwijnen van de christenheid binnen de Huishouding-van-de-Islam (dar al-Islam).
Men zal niet kunnen hopen dat één boek een deuk van betekenis zal kunnen aanbrengen in deze situatie. Maar er is tenminste een eerste stap gedaan om een waar en onopgesmukt verhaal tot stand te brengen, over datgene wat heeft plaatsgevonden bij een belangrijk en heldhaftig deel van de universele christelijke kerk die in het Islamitische gebied leefde. De documenten die in De neergang van het Oosterse Christendom te vinden zijn, verschaffen ons ruimschoots stof tot overdenking.

Tot zover de boekbespreking die ook ons tot nadenken moet stemmen. Voor mijzelf is de overweldigende verovering door de Islam in de eerste eeuwen van haar bestaan altijd een historisch raadsel geweest en dat is het nog wel. Uit wat hierboven vermeld is proef ik ook, dat de oosterse christenen te zwak zijn geweest. En als er iets is, waarin de geschiedenis zich herhaalt, dan is het, dat vandaag de westerse christenen te zwak zijn.
Onlangs las ik over een ontmoeting en een discussie aan de Erasmus-universiteit in Rotterdam, waar zelfs de niet om een weerwoord verlegen Henk Binnendijk niet van terug had. De aanwezige moslims joelden en hoonden de christenen weg met de absurditeit van een drieënige God, van een God die bij een meisje een kind verwekte, van een verlosser die aan een kruis hing. De aanwezige christenen waren een andere manier van spreken en discussie gewend en waren tegen het geweld niet opgewassen. En dat waren dan nog de besten. Want hoevelen in Nederland, die christenen heten, geven aan de moslims de indruk dat het geloof hun niet hoog zit en dat het geloof voor hun dagelijkse leven niets te betekenen heeft.
Wij zijn te zwak. U en ik zijn te zwak. Je zult een moslim niet met redelijke argumenten moeten benaderen. Een discussie als toen in Rotterdam lijkt mij volstrekt nutteloos. Het enige, maar ook het voldoende, is te leven uit de liefde van Christus, en dat ook uit te stralen.

K. Boersma

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1997

De Wekker | 16 Pagina's

De neergang van het oosterse christendom onder de Islam

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1997

De Wekker | 16 Pagina's

PDF Bekijken