Bekijk het origineel

Waar zullen we beginnen? (I)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Waar zullen we beginnen? (I)

6 minuten leestijd

In welk verband? Deze vraag kunnen we in verschillende verbanden stellen. Denk u in dat een predikant bezoek krijgt van mensen die om een gesprek hebben gevraagd. Hij zal na een kort welkom al gauw zeggen: Waar wilt u beginnen? Wat wilt u ter sprake brengen en wat is het eerste dat u wilt bespreken?

Ik heb de titel gekozen met het oog op de vraag naar de bijbelse boodschap in ons leven. Onlangs was ik in een gezelschap waar het over een bepaald onderwerp uit de sociale ethiek ging. De inleider begon zijn verhaal met een inventarisatie van wat er zo al in de samenleving over dat onderwerp wordt gedacht en geschreven. Daarna kwam hij aan bijbelse gegevens met betrekking tot het thema.
In de discussie werd de spreker nogal bekritiseerd door een van de aanwezigen. Deze vond dat de spreker bij een overzicht van de bijbelse gegevens had moeten beginnen. Doe je dat niet, zo was het bezwaar, dan ligt er materiaal op tafel dat boven de bijbelse gegevens dreigt uit te gaan. Ja, het zal daarover gaan heersen.
Dat was enkele andere aanwezigen teveel. Hun bezwaar tegen de eerste criticus was, dat je het probleem moet onderzoeken en dan wel degelijk de boodschap van de Schrift kritisch over het onderzochte materiaal kunt laten gaan. We zijn er dan toch zelf bij - zo was de redenering - om de confrontatie tussen onze werkelijkheid en de bijbelse boodschap te (laten) voltrekken.

Een pastoraal gesprek
Denk aan een pastoraal gesprek. Als een pastor de ander(en) vanuit de Schrift wil helpen, zal hij toch eerst het probleem op tafel moeten hebben. De ander moet zijn moeite, haar vragen en onzekerheden toch eerst kunnen vertellen, voordat de pastor tracht vanuit de Bijbel hulp te bieden.
Ik erken dat het niet onbelangrijk is waar je begint. Toch ligt de zaak niet zo eenvoudig als de eerste criticus in ons gezelschap dacht. Je moet goed weten waarop je een antwoord zoekt. Dan is daar eerst de vraag of het probleem. Wie de vraag niet goed gehoord of onderzocht heeft, zal met zijn antwoord aan de vraag voorbij praten. Hij zegt misschien een heleboel, maar is dat gezegde ook ter zake?
Ik ontken niet dat je bij een ethisch vraagstuk bij voorbaat zo veel uit de problematiek kunt binnenhalen, dat je gehinderd wordt om voluit naar de Schrift te luisteren.
Toch gaat het mij te ver om dat bij voorbaat luisteren naar de probleemstelling te verbieden. Het gaat immers om een antwoord op een vraag. Die vraag moet je goed in je opnemen.
Samenvattend: het gaat om het gezag van het Woord van God. Ik noem dat: de prioriteit van de openbaring. Dat wil niet zeggen dat je aan de prioriteit geen recht kunt doen, als je eerst luistert naar de vragen van mensen. Het gezag van de openbaring komt juist tot gelding als, gehoorzaam aan de Schrift, ingegaan wordt op de vraag die wordt voorgelegd.

In de prediking
We kunnen wat we hierboven bespraken ook toepassen op de prediking. Ik gebruik dan de sinds vorige herfst bekend geworden term: de boodschap en de kloof. Men bedoelt hiermee dat er een kloof is tussen wat de Bijbel zegt en hoe dat bij de moderne mens overkomt. Hij heeft geen antenne (meer) voor de bijbelse boodschap.
Mogen we in dit geval ook beginnen bij de hoorder en zijn mogelijkheden, respectievelijk zijn onmogelijkheden van verstaan? Moeten we om de bijbelse boodschap bij de mensen te brengen ook bij die mensen beginnen? Moeten we vragen: wat kunnen zij nog begrijpen en wat is voor hen eigenlijk onverteerbaar?
Hier ligt de zaak iets anders dan in de hierboven besproken vragen. Daar ging het om een vraag, waarop een antwoord wordt gezocht. Hier gaat het om een boodschap die moet worden overgebracht. Wie zich daartoe geroepen weet, moet eerst weten wat de inhoud van de boodschap is. Daarop moet je zicht hebben. Sterker nog: die moet je zelf verstaan. Pas dan kun je de boodschap aan een ander overbrengen.
Ik denk aan een predikant. Hij spant zich in om te verstaan wat de tekst zegt. Hij begint met het gebed om de Heilige Geest. Hij weet zich van de inwerking, vooral van de verlichting van de Heilige Geest afhankelijk. Dan leest hij de tekst in de grondtaal, haalt het woordenboek (eventueel ook de grammatica) erbij. Hij bekijkt een concordantie (Trommius doet nog altijd goed dienst). Hij kijkt in enkele commentaren, de kanttekeningen op de Statenvertaling niet in de laatste plaats.

Zo vormt hij zich een gedachte over wat de tekst zegt. Daarna probeert hij de tekst voor zijn gemeente - zijn gehoor van aanstaande zondag - te vertolken. Dat vertolken bestaat uit twee werkwoorden: de uitleg naar de gemeente over te brengen op een begrijpelijke manier. Daarbij is de opbouw van de preek belangrijk. Vervolgens tracht hij die uitleg ook praktisch te maken. Wat zegt de tekst voor de geloofsbeleving, voor de geloofsstrijd en voor het christenleven. Dat vertolken en toepassen sluiten nauw bij elkaar aan. Toch hecht ik aan deze volgorde. Wat doet een predikant die uitgaat van de hoorder, om dan pas bij de boodschap van de tekst te komen? Hij laat de hoorder mede de inhoud van de bijbelse boodschap bepalen.
Het is nodig hier goed te onderscheiden. Een lezer zal vragen: is de boodschap dan niet voor de hoorder bedoeld? Valt de hoorder dan helemaal buiten de procedure van het maken van een preek? Dat mag niet het geval zijn.

De gemeente is het adres van de boodschap
De hoorder, de gemeente is het adres van de prediking, maar niet de inhoud. De preek is aan de gemeente gericht en voor de gemeente bestemd. Men moet echter wel weten welke boodschap aan de gemeente gebracht moet worden. De boodschap gaat aan de gemeente vooraf.
Hoe de boodschap overgebracht moet worden, is de grote worsteling van een predikant. Als ik het eens heel gewoon mag zeggen: Hoe de boodschap in het vat van de preek gegoten moet worden, is de worsteling van het maken van een preek.

Recht doen aan de boodschap en aan de gemeente
Die worsteling is naar twee kanten een zware opgave. Allereerst naar de tekst toe. Aan de tekst moet recht gedaan worden. Anderzijds naar de gemeente toe. De gemeente moet de boodschap verstaan.
We drukken het wel zo uit: een dominee moet recht doen aan de boodschap. Hij moet ook recht doen aan de gemeente. In een preek gaat de boodschap voorop.

Waar zullen we beginnen? Als het om een vraag of om een concreet ethisch vraagstuk gaat, is het nodig naar de vraag te luisteren. Dan moeten we die goed in ons opnemen.
Als het om het overbrengen van de bijbelse boodschap gaat, is het nodig zelf de boodschap te verstaan. Alleen langs die weg kan de boodschap concreet, praktisch en persoonlijk aan de gemeente gericht, dat is geadresseerd worden.
Is hiermee alles over het onderwerp gezegd?

W.H. Velema

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juni 1998

De Wekker | 16 Pagina's

Waar zullen we beginnen? (I)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juni 1998

De Wekker | 16 Pagina's

PDF Bekijken