Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een innig gebed om de voortgang van Gods werk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een innig gebed om de voortgang van Gods werk

4 minuten leestijd

HEERE! als ik Uw rede gehoord heb, heb ik gevreesd; Uw werk, o HEERE! behoud dat in het leven in het midden der jaren; maak het bekend in het midden der jaren; in de toorn gedenk des ontfermens" (Hab. 3:2)

De profeet Habakuk leefde in een moeilijke tijd. Ongeveer een eeuw geleden was het Tienstammenrijk Israël weggevoerd in de Assyrische ballingschap. God was de zonde van Zijn volk komen bezoeken en had het gestraft met dit zware oordeel. Maar nu heeft de HEERE aan Habakuk laten weten, dat ook Juda Zijn straffende hand zal ondervinden! Ook Juda zal in ballingschap terecht komen en daarvoor zal de HEERE de Babyloniërs gebruiken. Deze oordeelsaankondiging had Habakuk doen vrezen. Had hem ontzag en ontzetting ingeboezemd en hem doen gevoelen: de HEERE staat in Zijn recht. Ondanks Zijn vele waarschuwingen is Juda doorgegaan met zondigen. Nu moet de HEERE wel komen in Zijn toorn. Maar, hoewel Habakuk voelt, dat het oordeel komen moet, heeft dat hem niet verlamd of in een doffe berusting gedreven. Nee, het heeft hem juist uitgedreven tot een innig gebed. En het eerste vers daarvan staat boven deze meditatie. En dan zien we, dat Habakuk z'n gebed begint met het aanroepen van de naam van de HEERE. Ja, hij spreekt zijn God aan bij Zijn eigennaam, bij Zijn verbondsnaam. Aanstonds doet Habakuk in z'n gebed een beroep op de eeuwige trouw en ontferming van de HEERE, die Hij in Zijn eigennaam heeft uitgedrukt. En zó raakt Habakuk in het begin van z'n gebed de HEERE gelijk in Zijn hart!
En dan vraagt Habakuk aan de HEERE, of Hij in het midden der jaren Zijn werk in het leven wil houden. Of Hij Israël in het leven wil houden. Of Hij in het midden der jaren van ontheemding en onthechting Zijn verbondsvolk in stand wil houden. Met deze woorden vraagt de profeet ook, of de HEERE Zijn werk in de harten van de Israëlieten in stand wil houden. Of Hij het nieuwe leven in Zijn kinderen wil voeden door Zijn kracht, wil sterken door Zijn Geest, ook in de aanstaande jaren van ballingschap. En met de woorden „maak het bekend in het midden der jaren" smeekt Habakuk, of Gods volk de zegen en genade, de liefde en trouw van de HEERE ook mag ondervinden in de misère die voor hen ligt. Ja, bidt hij ook, of de HEERE óók onder het opkomende geslacht wil wonen en werken.
En dan horen we Habakuk ook vragen, of de HEERE in de toorn aan Zijn ontfermen wil gedenken. Of Hij de slagen wil heiligen aan het hart. Of Hij Zijn kastijden wil matigen en Zijn volk met medelijden wil slaan, gelijk een vader doet. En waarom durft Habakuk dat te vragen? Omdat hij gelooft, dat de HEERE dat wil doen! Had Hij het in het verleden al niet vaak gedaan? Hoe vaak had Hij tijdens Israëls woestijnreis niet in de toorn aan Zijn ontfermen gedacht? Habakuk smeekt, of de HEERE dat wéér wil doen. Of de HEERE wéér Zijn toorn wil laten overschaduwen door Zijn ontferming. Ja, of Zijn liefde het mag winnen van Zijn toorn!

Hoe passend is dit gebed van Habakuk ook voor ons! Als we zien op ons kerkelijke leven en wat daarin de laatste jaren zo is voorgevallen. Als we denken aan onze Generale Synode die in deze tijd vergadert en aan wat daar aan de orde komt. Als we zien op de toekomst van onze kerken en op de ontwikkelingen in het kerkelijke leven in Nederland. Dan kunnen we het beste maar neerknielen naast Habakuk, vindt u niet?, en met hem dit gebed opzenden tot God. En dan hebben we, net zoals hij, niets om op te pleiten in ons zelf. Alles van ons klaagt ons aan. Ook wij hebben Gods toorn verdiend. Dan kunnen ook wij alleen maar een beroep doen op de eeuwige trouw en ontferming van de HEERE. Op Zijn beloften. Op wat Hij in het verleden, ook onder ons!, heeft gedaan.
En dan mag er toch verwachting zijn! Bij Hem vandaan! Omdat Hij vanwege Christus ook vandaag in de toorn aan Zijn ontferming denken kan. Christus heeft Gods toorn gedragen. Voor Hem was er een tijd dat God in Zijn toorn niet aan Zijn ontfermen dacht. Drie bange, donkere uren bracht Christus aan het kruis door, zonder Goddelijke ontferming. En zó heeft Hij de vervulling van onze tekst verworven, ook voor vandaag!
We kijken nog eenmaal achterom en horen Habakuk bidden: „In de toorn gedenk des ontfermens". We stemmen met hem in en bidden: „In de toorn, HEERE, gedenk aan Uw Christus. En wees zó ons en onze kerken genadig om Zijnentwil". En wie dat gaat ondervinden, zal straks eeuwig delen in de ontfermende liefde van God!

Ouderkerk a/d Amstel, C.J. Droger

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 oktober 1998

De Wekker | 16 Pagina's

Een innig gebed om de voortgang van Gods werk

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 oktober 1998

De Wekker | 16 Pagina's

PDF Bekijken