Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Moeiten van het beroepingswerk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Moeiten van het beroepingswerk

10 minuten leestijd

In de Wekker is vaker over het beroepingswerk geschreven. Dat ik aan een aantal aspecten van het beroepingswerk opnieuw aandacht geef, heeft als reden bepaalde opmerkingen die mij werden toegezonden en een gesprek met een kerkenraad die veel moeite ondervindt in het verantwoordelijke werk om te komen tot vervulling van de predikantsvacature.

Verschuivingen
Er heeft zich in de loop van de laatste 20, 25 jaar een duidelijke verschuiving voltrokken in het traject dat gevolgd wordt door kerkenraden (en gemeenten) bij het komen tot een beroep op een predikant. Zaken, die in vroegere tijden speelden nadat het beroep was uitgebracht, worden nu opgenomen in het voortraject dat men bewandelt om te komen tot een beroep. Mijn ervaring is dat kerkenraden doorgaans daarbij zorgvuldig te werk gaan.
Toch kan ik me niet geheel aan de indruk onttrekken, dat er te veel zaken in het voortraject meegenomen worden. Het is een goede zaak wanneer een kerkenraad aan een predikant, die in het blikveld is gekomen inzake het beroepingswerk, vraagt of er objectieve bezwaren bestaan die het serieus overwegen van een eventueel beroep in de weg staan. Het kan zijn dat er zulke bezwaren bestaan, die te maken kunnen hebben met de gezinssamenstelling en het gaan naar bepaalde scholen van de kinderen of met gezondheids-problemen van één of meer gezinsleden.
Maar hier blijft een moeilijke vraag over. Wat zijn "objectieve bezwaren"? Er zit altijd een bepaalde mate van subjectiviteit in het verwoorden van "objectieve" bezwaren. De kernvraag is: gaat het om een roeping van Godswege die in het beroep dat een kerkenraad - en dus gemeente - uitbrengt op een predikant? Het antwoord op deze vraag is nooit helemaal voor ieder bevredigend doorzichtig te maken. We dienen uit te gaan van elkaars integriteit.

Beroep - roeping
Maar gaat het in een beroep van een gemeente wel om een roeping van Godswege? Want die roeping was er ook toen de predikant het beroep aannam van de gemeente, waarin hij nu mag dienen. En God geeft van te voren geen aanwijzing hoe vele jaren de roeping naar de huidige gemeente geldig blijft. Als er geen ander beroep komt, blijft de roeping naar die ene gemeente zelfs geldig gedurende de gehele ambtelijke dienst van een predikant. Het kan gebeuren dat een predikant "slechts" één gemeente in zijn leven dient. Of dat zo gunstig is zowel voor de predikant als voor de gemeente, kan men zich afvragen, maar soms is er geen keuze te maken omdat men niet voor een keuze wordt gesteld. Er zijn predikanten, die graag lange tijd in een gemeente blijven werken. Als het onder Gods zegen goed mag gaan en het "klikt" tussen predikant en kerkenraad en gemeente, dan is het plezierig en dankbaar werken met elkaar. Men kan begrijpen dat het al moeilijker wordt om uit een gemeente te vertrekken naarmate men er langer werkt. Als men na vele jaren toch vertrekt, kan men zich nauwelijks voorstellen dat men in de nieuwe gemeente eenzelfde band kan opbouwen als die men mocht verkrijgen in de gemeente, die men gaat verlaten.
Er is wel degelijk iets goeds te zeggen van het een behoorlijk aantal jaren blijven werken in een gemeente en dan maakt het mijns inziens niet veel uit of men in een wat kleinere dan wel grote(re) gemeente dient. Maar wat is een behoorlijk lange periode? Men kan als men met zegen en vreugde in een gemeente werkt, het besef hebben dat Jakob had toen hij de eerste zeven jaren om Rachel diende en die jaren waren in zijn ogen als enkele dagen, omdat hij Rachel liefhad (Genesis 29:20).
Ik doe geen uitspraak over een wenselijke periode van dienen in een bepaalde gemeente. Globaal gezegd: beneden vijf jaar is kort, wat mij betreft te kort al kan het toch zijn dat een beroep zo op een dominee afkomt, dat hij er niet meer van los kan komen. Het kort, te kort dienen in een gemeente moet zo veel mogelijk uitzondering zijn. Omgekeerd heb ik collega's wel eens horen zeggen, die heel lang, meer dan twintig jaar in een gemeente hebben gediend, dat ze, als ze het over zouden kunnen doen, toch niet weer zo lang in een gemeente zouden blijven.
Maar hoe werkt de roeping van Godswege bij een beroep? Er staat immers een aangegane roeping tegenover een nieuw beroep. En een beroep is niet zo maar gelijk te stellen met een roeping van Godswege naar de gemeente, die beroept. Want dat zou betekenen dat men ieder eerste beroep zou moeten aannemen en zo ligt het weer niet. Om er duidelijkheid in te krijgen of in een uitgebracht beroep een roeping van Godswege naar de roepende gemeente ligt, terwijl de aangegane roeping in de huidige gemeente nog volop van kracht is, zal men heel eerlijk voor Gods aangezicht moeten worden. En dat is niet gemakkelijk! Want wie peilt eigen motieven helemaal zuiver? Toch zal wel degelijk voor Gods aangezicht de keuze gedaan moeten worden. Het kan in bepaalde situaties gemakkelijk liggen. Een beroep kan soms voor een predikant een uitkomst zijn. Maar vaker zal een beroep een last betekenen. Een last in de zin van: het is een lastige zaak om er naar alle kanten verantwoord uit te komen. Een beroep geeft een druk. Men zal bij de beslissing in een beroep eerlijk moeten durven bidden: Doorgrond mij Heere en ken mijn gedachten. Wijst U mij duidelijk de weg. Geef mij licht in de weg die ik gaan moet.

Ervaringen
Ik heb zelf vier ervaringen in deze zaak en het is riskant om die door te geven. Toch doe ik het om enig inzicht in de geestelijke processen bij een beroep te geven. Het kan zijn dat de Heere duidelijk zegt: nee. In dit beroep is geen roeping van Mij om naar de roepende gemeente te gaan. Je mag, en soms zelfs: je moet dit beroep teruggeven door het bij Mij neer te leggen. Ik zal zorgen voor de gemeente die dit beroep uitbracht. Het wordt al te persoonlijk als ik naar waarheid schrijf dat ik bij twee beroepen de zekerheid kreeg, dat ik moest bedanken, maar dat het volgende beroep van die gemeente door een collega zou worden aangenomen. Ik heb daar van te voren nooit over gesproken en het voor me zelf gehouden. Het was treffend dat het wel aldus gebeurde.
God kan een beroep zo in het hart leggen, dat men er niet meer van los komt. Men kan er niet meer van loskomen. De weg wordt duidelijk ondanks vragen die overblijven ten opzichte van de gemeente, die je nu dient en wat je te wachten staat in de gemeente die roept en waarvan het beroep de kracht verkrijgt van een roeping van Godswege. Dan moet je gaan. En het is nooit helemaal uit te leggen. Een enkele maal komt het voor dat een predikant te goeder trouw meent te moeten bedanken voor het beroep van een gemeente. En toch komt hij er met geen mogelijkheid los van. Ik heb altijd enige moeite gehad met het na bedanken opnieuw - binnen de twee jaar - in contact komen met de kerkenraad en gemeente terwijl je bedankt had. Die moeite heb ik nog wel. En toch kan het gebeuren! Dan hoef je nog niet eens een tweede beroep aan te vragen. In deze situatie is de veilige weg de meest objectieve, dat is de kerkelijke weg. Laat anderen over je motieven oordelen voor zover ze het kunnen. Laat een kerkenraad en gemeente en de classis tot een beoordeling komen. Want is een zaak uit God, dan zal die in een objectieve, zuivere weg bevestigd worden!
Het kan zelfs zijn dat de Heere zegt: je mag gaan, maar je hoeft niet! Totdat ik het zelf meemaakte, wist ik niet dat dit ook kon. Ik besef dat ik erg persoonlijk schrijf maar ik heb het gevoel dat ik zaken aan het verwoorden ben die bij velen spelen of op zijn minst herkenbaar zijn.
Men moet te allen tijde zorgvuldig zijn. Een predikant mag niet onnodig het beroepingswerk van een kerkenraad bemoeilijken. Hij moet ook niet onnodig het verzoek om eens een zondag te komen preken - als daar mogelijkheid voor is - afhouden. Predikanten moeten aan kerkenraden ook de gelegenheid geven om te kunnen doen wat ze als kerkenraden moeten doen.

Roeping tot het ambt en roeping om naar een andere gemeente te gaan
Een andere zaak die mij werd voorgelegd, is deze: er moet een duidelijke roeping gekend worden om dienaar van het Woord te worden. Zonder een roeping van Godswege daartoe zal het niet gaan. Maar is eenzelfde roeping nodig om van de ene gemeente naar de andere te gaan?
Mijn antwoord hierop is: neen. De roeping tot het ambt van dienaar van Gods Woord staat niet op één lijn met de roeping, die in een beroep van een gemeente tot een predikant komt. Een beroep is een beroep dat altijd ernstig genomen dient te worden. Er staat een roepende en biddende gemeente achter! Maar men kan maar op één plaats dienen. Een beroep zal dus kracht van een roeping van Godswege moeten krijgen om het aan te kunnen nemen. En krijgt het die kracht, dan moet men het aannemen of men komt achteraf in de problemen.

Nog iets over het voortraject
Ik denk wel eens dat we het al langer geworden voortraject bij het komen tot een beroep weer korter moeten maken. Laat het maar op de roeping van Godswege in een beroep aankomen. Uiteraard moet een kerkenraad zorgvuldig handelen. Dat geldt ook voor de predikant. Het gaat niet altijd goed; dat weet iedereen.
En er passen meer predikanten in een gemeente dan men in die gemeente soms denkt. Niet iedere predikant past in elke gemeente maar je moet toch wat voorzichtig zijn met deze uitspraak. Ik heb het meegemaakt dat een kerkenraad in een voortraject zo veel vragen stelde, dat je het gevoel kreeg opnieuw geëxamineerd te worden. Toen die fase voorbij was, heb ik de broeders aan een "verhoor" onderworpen met eenzelfde goed bedoelde kritische ondertoon. Toen verstonden we elkaar... Wil je een "profiel" van een predikant, dan ook een "profiel" van de kerkenraad! En als we werkelijk geestelijk bezig zijn, dan worden ons bepaalde moeiten en teleurstellingen niet bespaard, maar de zaken blijven wel zuiver. En laten predikanten geen verwachtingen wekken die ze niet kunnen waarmaken. Bedenk wat bij hoog gespannen verwachtingen in een kerkenraad en gemeente het bedanken uitwerkt.
De methode bij het beroepingswerk bestaat niet. Laat alle dingen geestelijk, zuiver, oprecht toegaan. Open en eerlijk. Laten de predikanten denken aan de moeiten van een kerkenraad en kerkenraden aan de moeiten van een predikant. Voorkom naar beide kanten onnodige teleurstellingen. En laat het besef blijven dat God een predikant geeft. Eis hem niet op, maar ontvang hem. Moeten we dat opnieuw gaan leren met al onze voortrajecten?

J. Jonkman

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 januari 2000

De Wekker | 16 Pagina's

Moeiten van het beroepingswerk

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 januari 2000

De Wekker | 16 Pagina's

PDF Bekijken