Bekijk het origineel

Opstandingsleven onder het kruis

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Opstandingsleven onder het kruis

8 minuten leestijd

In het nummer dat met Pasen is verschenen heb ik een artikel geschreven over 'Het meerdere van Pasen'. Ik vergeleek Pasen met Goede Vrijdag en gebruikte de woorden van Paulus uit Romeinen 8:34 'Jezus is de gestorvene, wat meer is de opgewekte'. Dat meerdere wil niet zeggen dat het kruis van Christus nog aanvulling nodig heeft; alsof het kruis niet genoeg zou zijn ter fundering van ons behoud. Dat meerdere bestaat hierin, dat Jezus als de opgewekte ons doet delen in de vrucht van het kruisoffer. 'Zonder de opwekking zou dat offer ons niet van nut zijn', schreef ik met een verwijzing naar een uitspraak van Calvijn.

Het kruis achter ons laten?
In dit artikel gaat het mij om de vraag of dat meerdere van Pasen voor de praktijk van ons leven betekent dat we het kruis achter ons mogen laten. Met andere woorden: of het opstandingsleven van Pasen een overwinningsleven is, waarin wij het oude achter ons hebben en alleen maar leven uit en in de opstandingskracht van de Heere Jezus Christus.
Ook nu is er een tekst die mij bijzonder heeft getroffen. Het zijn de woorden van de apostel Paulus uit Philippenzen 3:10 'Dit alles om Hem te kennen en de kracht zijner opstanding en de gemeenschap aan zijn lijden, of ik, aan zijn dood gelijkvormig wordende, zou mogen komen tot de opstanding uit de doden.'
Wat mij in deze woorden bijzonder heeft getroffen is de volgorde in de vermelding van de heilsfeiten.
We letten even op de voorgaande verzen. Daarin gaat het om de rechtvaardiging door het geloof. Zie vooral vers 9. Het echt reformatorische thema van gerechtvaardigd zijn niet om of uit onze werken, maar alleen om het werk van Christus. Wij brengen niets mee en voeren niets aan voor onze rechtvaardiging. Christus' werk wordt ons toegerekend. Alleen door het geloof hebben wij daaraan deel. Met deze tekst is het geding in Luthers leven beslist. Niet onze werken, maar Christus' werk, Zijn offer, is onze gerechtigheid. Ze wordt ons toegerekend - als geschenk, uit genade - en wij delen daarin door het geloof Dan vat Paulus de beleving van de rechtvaardiging samen in de eerste woorden van vers 10: 'Dit alles om Hem te kennen en de kracht zijner opstanding.' Het woordje 'en' is hier bedoeld als een nadere verklaring. We mogen ook lezen: Dit alles om Hem te kennen in de kracht van Jezus als de Overwinnaar van de dood, als de eeuwig Levende - zie ook Openbaring 1:18.

Vanuit de opstanding naar het lijden
Wat nu opvalt is dat Paulus eerst spreekt over de kennis van Christus en Zijn opstanding, dus als de Opgestane. En dan vanuit de opstandingskracht gaat Paulus spreken over de gemeenschap aan Zijn lijden en over het gelijkvormig worden aan Zijn dood, om zo te komen tot de opstanding.
Men lette op deze volgorde. Paulus verlangt dus eerst de opstandingskracht van Christus te leren kennen. En dan vanuit de opstandingskracht gaat Paulus spreken over de gemeenschap aan Zijn lijden en het aan Zijn dood gelijkvormig worden. De volgorde bij ons is dus precies omgekeerd als bij Christus. Bij Hem gaat het lijden voorop en dan komt de opstanding.
Hoe gaat het nu met Paulus? Hij mag leven uit de opstandingskracht van Christus. Het nieuwe leven ontvangt hij als geschenk van Christus. Dat is het Paasleven. Het leven uit de opstanding. Als we dan aan Paulus vragen: Hoe ziet dat nieuwe leven er uit? Waarin openbaart zich dat? Dan moet het antwoord zijn: In de gemeenschap aan Zijn lijden en in het gelijkvormig worden aan Zijn dood.
Het opstandingsleven bestaat niet in het achter zich laten van het kruis, alsof hem dat niet meer deert; alsof hij daarmee niets meer te maken heeft. Het is precies andersom. Het opstandingsleven komt hierin uit, dat Paulus gemeenschap heeft aan het lijden van Christus. Paulus wordt aan de dood van Christus gelijkvormig.
Er staat niet: Hij wordt daaraan gelijk. Dat zou niet kunnen. Dat hoeft ook niet. Christus' verzoenend lijden is éénmalig. Het hoeft in ons leven niet herhaald of overgedaan te worden. Dat kan zelfs niet. Neen, juist als het Paasleven, dus het leven van de Opgestane, in ons komt, dan tekent het lijden en de gelijkvormigheid aan Zijn dood zich in ons af.
Wij komen in het nieuwe leven van Pasen niet boven het kruis uit. Wij worden er juist bij bepaald. Anders gezegd: Het kruis wordt in ons leven afgedrukt. Petrus spreekt in dit verband over het in Zijn voetstappen treden (1 Petrus 2:21).

Naar het patroon van het kruis
Het opstandingsleven openbaart zich als een leven onder het kruis. Daarmee bedoel ik: een leven dat geleefd wordt naar het patroon van het kruis. En dat niet omdat dit leven iets verdienstelijks zou zijn. Dat is absoluut niet het geval. Christus heeft met Zijn kruis alle verdienste verworven.
Neen, het opstandingsleven stuit op ons oude leven. Het krijgt te maken met de kracht van de zonde. De zonde geeft zich niet zo maar gewonnen. Ze moet gebroken worden. Dat gebeurt doordat het opstandingsleven in ons komt. Het nieuwe leven van Pasen staat haaks op onze oude mens, op onze zondige natuur.
Waar Pasen - door de Geest van Christus - in ons werkt, gaat het oude leven eraan. Hoe gebeurt dat? Doordat dat oude leven naar het patroon van Christus' lijden wordt afgebroken. Bij Christus gaan lijden en sterven aan de opstanding vooraf. Met Zijn lijden en sterven verwerft Hij het leven. Bij ons is het precies omgekeerd: Christus geeft door Zijn Geest, als de Opgestane, ons het leven. Waar dat leven groeit en bloeit, daar worden de tekenen van Christus' lijden en van Zijn dood zichtbaar. Let vooral op de woorden "gemeenschap aan Zijn lijden en aan zijn dood gelijkvormig wordende"!

Waarom een andere volgorde?
In het verleden heb ik wel eens gedacht dat gemeenschap aan Zijn lijden en gelijkvormig worden aan Zijn dood de weg was naar het Paasleven. Alsof we dat eerst moeten beleven voordat we van het Paasleven iets zouden mogen kennen. Paulus beschrijft hier een andere orde. Het Paasleven brengt ons tot het sterven met Christus, tot de gemeenschap aan Zijn lijden.
U zult vragen: Hoe kan dat? Waarom niet dezelfde volgorde als bij Christus? Wel, Hij deed het in onze plaats en ten behoeve van ons. Nu wij het van Hem mogen ontvangen is er gelijkvormigheid aan zijn dood, alsook gemeenschap aan Zijn sterven. Maar niet om in die weg iets te verwerven. Wij worden door de Paasvorst met Zijn opstandingsleven begiftigd. Dat wordt niet anders gekend dan in de weg van het sterven van onze oude mens en van het aan Zijn dood gelijkvormig worden. Waar dat beleefd wordt, daar is het leven van Christus werkzaam. Dan hoeven we er niet aan te twijfelen of we het leven van Christus deelachtig zijn. Dat zijn we, door genade.

Wij hoeven het werk van Christus niet over te doen. Wij hoeven Zijn sterven niet te ervaren als de weg tot de verlossing. Het is juist omgekeerd. De verlossing openbaart zich in ons leven in de weg van het sterven. Sterven gaat niet aan de verlossing vooraf, maar is een gestalte van de verlossing.
Daarom laat Paulus vooropgaan: Om Hem te kennen en (= in) de kracht van Zijn opstanding. Dat komt openbaar in de gemeenschap aan Zijn lijden en gelijkvormig worden aan Zijn dood.

Omdat, niet opdat Hij ons leven is
Wat geweldig om het zo te mogen beleven. Christus drukt de tekenen van Zijn lijden in ons af- let nu goed op -omdat Hij ons leven is; en niet opdat Hij ons leven is. In het laatste geval zouden wij met die tekenen van Zijn lijden, Zijn leven in ons verwerven. Zo is het gelukkig niet.
Hij begint. Hij deelt het uit. Dan komen we boven het kruis niet uit. Dan komt het kruis midden in ons leven te staan, juist vanuit Pasen. Een christenleven wordt gekenmerkt door het kruis, op twee manieren. Het kruis is de grond van ons behoud. Vervolgens - het leven met en uit Christus kan niet buiten de tekenen van Zijn lijden en dood in ons. Die zijn echter geen voorwaarde (ter verwerving). Ze zijn teken daarvan dat we delen in de vrucht van Jezus' kruisiging.
Een christen komt in het nieuwe leven van Pasen niet boven het kruis uit. Het is opvallend dat Jezus ons in Openbaring beschreven wordt als het Lam, staande als geslacht (Openbaring 6:6). Het Lam heeft overwonnen. Het staat. Het is dus weer levend geworden (Pasen). Het draagt echter nog de tekenen van het lijden.
Ook in de eeuwige heerlijkheid is er de herinnering aan het lijden en de dood van Christus, als de grond van ons behoud. De verlossing door het Lam wordt geen vergeten hoofdstuk; is nooit een achterhaald gebeuren. Nu niet, want de tekenen van het lijden worden in ons afgedrukt - zie ook 1 Petrus 2:21-25. En straks evenmin, want als het overwinnende Lam, de Herder en de Heerser - Openbaring 7:17 - blijft het de tekenen van Zijn offerdood dragen.
Wij komen boven het kruis niet uit. Daarin ligt ons behoud. We hebben een overwinnende, levende Heiland, die ons tot in de hemel bij Zijn kruis bepaalt.
Ja, daaruit zullen we ook in de eeuwige heerlijkheid leven.

W.H. Velema

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 april 2001

De Wekker | 16 Pagina's

Opstandingsleven onder het kruis

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 april 2001

De Wekker | 16 Pagina's

PDF Bekijken