Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Christelijke gereformeerde prediking in de negentiende eeuw (2)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Christelijke gereformeerde prediking in de negentiende eeuw (2)

10 minuten leestijd

Onder redactie van ds. A. Brummelkamp verscheen in het jaar 1881 een bundel met 54 catechismuspreken. Alle medewerkers behoorden tot de Christelijk Gereformeerde Kerk, zoals onze kerken toen nog heetten. Een van die dominees was de dertigjarige Ph.W.H. Eskes. Geboortig uit Bunschoten, was hij nu verbonden aan de gemeente van Smilde. In deze bundel is een preek van zijn hand over zondag 23 van de Catechismus te vinden. Een uitgebreide preek. Meer dan 10.000 woorden telt hij, 32 pagina's lang.
Aan het begin lezen we een merkwaardige verzuchting. Ds. Eskes heeft het dan over het preken als zodanig: "... eene taak, welke dus waarlijk niet gering mag heeten...". Het is niet helemaal duidelijk: beklaagt hij zichzelf als prediker? Ziet hij er vooral tegen op om zondag 23 te moeten verklaren? Hoe dan ook: hij heeft er kennelijk iets van gevoeld dat preken een zware taak is: de uitleg en toepassing van de Heilige Schrift, het Woord van de heilige God Zelf; het aan de harten leggen van wat de Heere tot zondaren spreken wil; de worsteling om het behoud van zondaren. Gericht op de opbouw van het Lichaam van Christus en op de eer van de Heere. Preken - hoe zou een mens het kunnen...

Hoe deden ze het in de kerk van de Afscheiding? Dat is de vraag waar we in deze korte serie artikelen een antwoord op zoeken. Enkele jaren geleden deed ik er in het kader van mijn afstuderen in Apeldoorn een klein onderzoek naar. Ik las vierentwintig preken uit de periode 1869 tot 1892. Waarom deze periode? Omdat deze twee jaartallen een periode van bloei en zegen markeren. In 1869 was er de Vereniging met de Gereformeerde Kerk onder het Kruis. In 1892 zou de hoofdstroom helaas meegaan met de kerken die uit de Doleantie waren voortgekomen. In het algemeen kan gezegd worden dat er vanaf 1869 een periode van zegen en bloei intrad. Er was eensgezindheid en onderlinge samenbinding in de kerken. En wat de vrucht op de prediking betreft - daarvan zijn diverse getuigenissen. Gods Geest werkte krachtig in het midden van de kerken. Er gebeurden wonderen onder de bediening van Zijn Woord. Met name de jaren tachtig worden dan ook als een bloeiperiode beschouwd.

De preken die uit deze periode zijn overgebleven - en dat zijn er nog heel wat! - geven enerzijds aandacht aan de ernst en het gewicht van de zonde. Helder en eerlijk wordt de mens in zijn natuurlijk en vleselijk bestaan ontmaskerd. De mens als verloren zondaar, onwetend en onwillig tot het goede, die alleen door een wonder van Gods ontferming genade vindt bij de Heere. Maar anderzijds klinkt ook in bewogenheid de roeping om zich met God te laten verzoenen, wetende de schrik des Heeren. De eeuwigheidsernst is dikwijls tastbaar in deze preken aanwezig. De weg der zaligheid wordt gewezen, gelegen in Christus Jezus alleen. Zijn bloed alleen reinigt van alle zonde! En hoe komt een zondaar nu tot de kennis van de Heere Jezus Christus? Ook daarvan blijken deze predikers te weten. Op eerlijke wijze gaan ze met hun hoorders om.

Bijbels gefundeerd
Als ik de prediking uit die jaren met een enkel woord probeer te typeren, dan noem ik haar allereerst: 'Bijbels gefundeerd'. De predikanten van toen waren niet academisch opgeleid. Behalve de ouderen hadden ze hun opleiding merendeels ontvangen aan de Theologische School te Kampen. Binnen de voorhanden zijnde mogelijkheden ontvingen de studenten daar een op de praktijk van het ambt gerichte scholing. Beperkt was het wel.
Ds. W.H. Gispen, een alom gewaardeerd prediker, zelf afkomstig uit de kerken onder het Kruis, zei ervan: "Wij predikten in die dagen kunstloos, maar poogden Schriftuurlijk te zijn, en wat we zeiden, met aanhalingen uit Gods Woord te bewijzen".
Het doel? "Veel zielen te winnen voor Jezus en zo te arbeiden tot verheerlijking des Heeren". Daartoe worstelden ze om de Schrift te verstaan en bij hun hoorders te doen verstaan.
Dus wel beperkt en 'kunstloos'. Maar de eerbied voor het gezag van de Schriften en de verbondenheid aan de leer van Schrift en belijdenis stonden bovenaan. De grondslag voor kerk en prediking wisten ze in niets anders dan in het Woord van de Heere. In 1885 werd Gispen geroepen de zogenaamde synodepreek te houden. Sprekend over de gemeente noemt hij haar: "de gemeente des levenden Gods: een pilaar en vastigheid der waarheid". Wat is haar roeping? "Zij heeft de ontzaglijke taak om de door God in Zijn Woord geopenbaarde waarheid te dragen en te bewaren". Geen andere leer mag verkondigd worden dan die naar de Schrift is! Vandaar ook zijn oproep aan de kerk van zijn dagen bij die waarheid te blijven.

Wat is dan die leer der Schriften? In een enkel woord gezegd: vrije genade voor verloren zondaren, het werk van een drie-enig God voor een gevallen mensengeslacht - in verkiezing, verwerving en toepassing. 'Wie Christus voor een zondaar is', dat is vooral het thema van de preken uit die jaren. Iemand als ds. J.W.A. Notten kan in zijn preek over Handelingen 4:12 bijna geen einde vinden als hij dat in beelden wil uitstallen: "Jezus, de vrijstad hunner verberging. Zijn volheid tegenover hunne ledigheid. Zijn genade tegenover hunnen schuld. Jezus, in elken nood onze vriend, in elk gevaar onze uitredder, in elke droefheid onze vreugde". In menige preek wordt dat ook aangegeven met uitdrukkingen als: Zijn dierbaarheid, Zijn gepastheid, Zijn beminnelijkheid en Zijn noodzakelijkheid. De weldaden in Christus beantwoorden volkomen aan de toestand en de behoefte van de arme zondaar die voor God niets heeft dan schuld en zonde.

Bevindelijk getoonzet
Dat betekent wel dat er in deze preken veel aandacht is voor de toe-eigening van het heil. Voor het werk van de Heilige Geest om zondaren te leiden tot de zaligheid in Christus en hen daarbij ook te bewaren. Daarom noem ik deze preken vervolgens ook: 'bevindelijk van inhoud'. Is dat een tegenstelling met het 'Bijbels gefundeerd-zijn'? Ik zou het eerder andersom willen zeggen: juist omdat deze predikers Schriftuurlijk wilden preken, preekten ze bevindelijk. Het gaat hen niet zozeer om de ervaringen van mensen, maar allereerst om het werk van God de Heilige Geest! Menig keer klinkt de waarschuwing om toch niet te steunen op ervaringen en gestalten.
Ds. D.J. van Brummen bijvoorbeeld: "De grondslag van de zaligheid is niet in de gestalten te vinden, maar in de onveranderlijke Verbondsgod. Neem dan ook het licht en het duister waarin u leeft, niet tot maatstaf, maar zoek in donkere wegen de Heere als uw God te erkennen!" En ds. P. Biesterveld: hij signaleert veel geklaag over geestelijke duisternis bij Gods kinderen. Hoe zou dat komen? "Zou het niet zijn doordat nog te veel de grond in iets anders gezocht wordt dan in de vastheid van Gods werk en van Zijn trouwverbond? Daarom: leef niet op uw gevoel, maar leer uit Gods genade te leven. Wacht op Hem in het geloof in alles hopend op Zijn Woord". Maar dat betekent niet dat daarom de weg die de Heere met Zijn kinderen gaat, in de prediking onaangeroerd moet blijven. Nee, ook dat behoort tot Gods openbaring die verkondigd moet worden.
Aandacht is er in deze preken dan ook voor het zogenaamde doorgaande werk van de Heilige Geest in het leven van Gods kinderen. De ontdekking aan het zondige bestaan van de mens is niet een eenmalige aangelegenheid. Daarom moet de toevlucht tot Christus telkens weer genomen worden. Ds. Notten wijst in zijn genoemde preek op de vergeetachtigheid van Gods kinderen. "Dit is hun ellende, dat zij gedurig vergeten dat alleen Christus hun zaligheid is. Ze vergeten dat ze alleen en geheel op genade moeten drijven.
Steeds weer keren ze tot eigen hulp terug. En zo verloochenen ze in de beoefening dat hun zaligheid in geen ander is".

Pastoraal onderscheidend
Juist omdat deze preken zo bijbels gefundeerd en zo bevindelijk van inhoud zijn, zijn ze ook pastoraal onderscheidend. Wat bedoel Ik daarmee? Wel, dan kan ik het beste verwijzen naar de rede van prof. W. Kremer over 'Geestelijke leiding in de prediking' (1954). Als één van de punten waarop hij wijst, noemt hij de noodzaak dat deze geestelijke leiding die de prediking geven moet "afgestemd dient te zijn op de werkelijkheid in de gemeente" Hiermee bedoelt hij niet dat de wijze en de inhoud van de prediking bepaald zouden worden door de gemeente. Maar wel dat de prediker de gemeente heeft te zien zoals zij metterdaad is. Er moet oog zijn voor de verschillende geestelijke omstandigheid binnen de gemeente. Kremer riep op tot "een onderwerpelijke, onderscheidende en ontdekkende" prediking.
Welnu, deze benadering is in deze preken terug te vinden. Een herderlijke gezindheid, die zich uit in een bewogenheid met de schapen die aan de zorgen van de prediker zijn toevertrouwd. Die aandacht heeft voor het enkele schaap in zijn eigen (on)geestelijke 'legering'. Opdat hypocrieten worden ontmaskerd, onbekeerlijken verontrust, bekommerden bemoedigd, kleingelovigen aangespoord en Gods kinderen vertroost.
Ik wil dat illustreren aan de hand van een preek van ds. N.H. Dosker over Psalm 130: 4 "Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt". Hij heeft een dringende boodschap - voor ieder van zijn hoorders. Maar in zijn toepassing gaat hij nader onderscheiden. In een drietal toespitsingen. Als een goede herder gaat hij zich buigen over de afzonderlijke schapen. Hij gaat als het ware bij ieder van hen op bezoek.

Allereerst zoekt hij hen op die nog buiten de Heere en Zijn dienst leven. Die zich willens en wetens aan Hem onttrekken. De pastor op de preekstoel probeert hen op andere gedachten te brengen: "Verlaat uwen zondeweg. Vreest God!" Maar dan probeert hij ook hun hart week te maken. "Hoor hoe liefderijk God u voorkomt: bij Mij is vergeving. Roep Zijne vergevende liefde in. Vraag dat Hij u die vergeving doe erkennen en begeren. Dat Hij door Zijne genade u zoo diep doe buigen om, met afzien van alle vruchtelooze pogingen uwerzijds, die vergeving geloovig aan te nemen. Verhard uw hart niet." Een bewogen pleidooi dus om te gaan tot Hem die wacht om genadig te zijn. Straks is het te laat!
Een tweede bezoek brengt de prediker bij hen die erkennen dat ze "lust in des Heeren vreeze" hebben. Maar hun zonden staan hun in de weg, zo menen zij. Aan hen vraagt ds. Dosker: Lees ik soms in onze tekst: "Bij u is vergeving omdat (!) Gij gevreesd wordt" - of lees ik het goed: "... opdat (!) Gij gevreesd wordt"? Dat laatste immers. Welnu, "God wil gevreesd worden, dat is Zijn welbehagen. En omdat Hij weet dat onze zonden, schuld en onreinheid ons in den weg staan, zoo komt Hij ons met Zijne liefde en barmhartigheid voor. Hij is genegen al onze zonden eeuwig te vergeven en ze in de diepte der zee te werpen."

Tot slot spreekt de prediker hen aan die van deze dingen bij bevinding weten. Het is door genade hun belijdenis geworden: "Hartelijk zal ik U liefhebben, Heere, mijn Sterkte". Echter - in de praktijk ligt het niet altijd zo ruim. Wat is de remedie? "De zonde moet worden bestreden en uitgeroeid, en de vreeze Gods weer hersteld. Het krachtigste middel daartoe is het geloof in de vergeving die bij God is. Dat geloof kan de kwijnende vreeze Gods weer doen herleven. Onze hoop zal zich uitstrekken om God te vreezen. En we zullen verlangen naar de eeuwige woning, het feest onzer kroning en 't eind van den krijg." Zo zoeken deze herders hun schapen op. Daar waar ze zijn. In navolging van de grote Herder der schapen. Die het gezegd heeft: "Ik ben gekomen, opdat zij het leven hebben en overvloed hebben".

J.M.J. Kieviet

Dit artikel werd u aangeboden door: De Wekker

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 augustus 2002

De Wekker | 16 Pagina's

Christelijke gereformeerde prediking in de negentiende eeuw (2)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 augustus 2002

De Wekker | 16 Pagina's

PDF Bekijken