Bekijk het origineel

Paaslicht vanuit Pesach

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Paaslicht vanuit Pesach

7 minuten leestijd

Iemand zei eens tegen mij: het Oude Testament is voor mij het verouderde testament – en velen voelen dat ook zo. Maar niets is minder waar! Het is niet verouderd voor het Joodse volk. Het is immers hun Bijbel en zij vieren ook dit jaar (30 maart t/m 5 april) weer de feesten waarover we al lezen in Exodus 12: 17- 28: het feest van de ongezuurde broden en Pasen, Pesach.

Maar ook voor ons is het Oude Testament niet verouderd. Alleen al omdat het Nieuwe Testament eenvoudig niet te begrijpen is zonder het Oude. Als Paulus in 1 Korintiërs 5: 6-8 spreekt over het christelijk leven doet hij dat vanuit die twee genoemde feesten van Israël. ‘Doet het oude zuurdeeg weg … Want ook ons paaslam is geslacht: Christus’.

Paaslam
Waar God wordt weggedrukt komt zijn volk in de verdrukking. Zo was het voor Israël in Egypte! ‘Wie is de Here naar Wie ik zou moeten luisteren?’ vraagt de Farao (Ex. 5: 2). Wie zich in die vraag verhardt zal ten slotte moeten voelen wie de Here is. God komt naar Egypte om de menselijke hoogmoed te straffen en om zijn volk te bevrijden. Om het te brengen naar een nieuwe toekomst in het beloofde land.
Maar dan is daar tegelijk die opdracht van God aan de Israëlieten: zorg dat er in deze nacht in ieder huis een lam geslacht is. En markeer de deurposten met het bloed van dat lam. Want alleen die huizen waaraan Ik dat teken zie zal Ik met mijn straf voorbijgaan; het met ‘voorbijgaan’ vertaalde Hebreeuwse woord is: pesach!

Wat was dus de boodschap van dat paaslam? Dit: volk van Mij, denk niet dat u beter bent dan de mensen van Egypte. Het kwaad zit in ieder mens. En als Ik dan toch u wil sparen en wil aannemen als mijn kinderen is dat niet omdat u het verdiend hebt. Het is vrije genade. Ik geef een ander leven in uw plaats over aan de dood die u verdient.

Zie het Lam Gods
In het begin van het evangelie zien we dan Johannes de Doper die wijst op Jezus: ‘Zie, het Lam van God dat de zonde van de wereld wegdraagt’ (Joh. 1: 29). In deze lijdensweken staan wij in gedachten bij het kruis waaraan dat Lam sterft, op Pesach. Daar leren ook wij – als het goed is – het af om naar anderen te wijzen: zij deugen niet (en wij dus wèl). Iets dat ons toch wel ligt. De politiek deugt niet. Of de moslims. Of de jeugd van tegenwoordig. Of de buurman. Maar dan zit je wel gevaarlijk dicht bij de farizeeër met z’n gebed: O God, ik dank U dat ik niet zó ben als die of als die … (Lucas 18: 9-14). Als we werkelijk zien naar de Gekruisigde blijft ons maar één gebed over, dat van de tollenaar over wie Jezus ook vertelde. ‘O God, wees mij zondaar genadig’. En wie dat bidt wordt aangenomen.

Want de norm waarnaar God zijn kinderen uitkiest is niet: hebt u het wel goed gedaan, beter dan anderen. God neemt mensen aan die hun leven merken met het bloed van het Paaslam. Dat zijn zij die erkennen dat zij het niet goed doen. Maar die dan luisteren naar het evangelie. Dat zegt: stel je vertrouwen op Hem die in onze plaats wilde staan en die zijn leven voor ons gaf. Zoek met je leven een schuilplaats in zijn genade. Dan ben je veilig en kun je tegen elkaar zeggen: Laten wij feestvieren. Nu, dat hopen we dan ook weer te doen, straks, met Pasen. En ons gebed moet zijn dat ook Israël zó Pesach zal leren vieren: met dit Paaslam.
Maar als Paulus spreekt over ‘feestvieren’ slaat dat niet alleen op die dagen die op de kerkelijke kalender als zodanig staan aangegeven!

Alle dagen feest
Elk jaar op z’n tijd het paasfeest vieren en dan weer overgaan tot de orde van de dag – dat kan niet! Pasen zegt ons dat Jezus leeft – elke dag. Daarom worden wij geroepen om elke dag paaschristenen te zijn. Mensen die door het geloof verbonden zijn met die levende Jezus. En die Hem volgen op zijn weg naar het beloofde land van de nieuwe aarde. Daar zal al het oude, alle dood en alle kwaad, voorbij zijn. Alles wordt daar nieuw! Maar dat grote feest van de toekomst wil Jezus bij ons nu al dagelijks laten beginnen. En: elke dag worden we dan ook geroepen om uit ons leven weg te doen wat niet past bij dat feest.

Het ongezuurde brood
In 1 Korintiërs 5 maakt Paulus dat duidelijk aan de hand van de ongezuurde broden. Toen God zijn volk Israël kwam bevrijden ging dat met zoveel haast dat ze geen tijd mochten nemen om het brood te laten rijzen. Daarom aten ze brood zonder zuurdeeg, zonder gist: platte harde koeken. De Joden eten ze nog ieder jaar als zij Pesach vieren. En wij kunnen ze ook kopen in de supermarkt: de matses.

Maar daarbij kent het Joodse volk dan ook al vanouds de opdracht om met Pesach alle restjes zuurdeeg die nog in huis zijn op te sporen en weg te gooien. Waarom? Nu, zuurdeeg is eigenlijk een stukje bedorven deeg. Het is teken van bederf. En het wegdoen van het zuurdeeg betekent, ook voor ons: dat wij geroepen worden om het kwaad, het verkeerde van het oude leven niet te laten zitten maar weg te doen. Want een christen is uit zichzelf niet béter dan anderen. Maar het is wel de bedoeling dat je door Gods genade een ander mens wordt. Alleen zó kunnen we het feest tegemoet gaan van de nieuwe toekomst die God geeft.

Paulus schrijft: ‘doe het oude zuurdeeg weg, en laten wij feestvieren – niet met het zuurdeeg van slechtheid en boosheid maar met het ongezuurde brood van reinheid en waarheid’.
Slechtheid en boosheid: dat is wat we maar al te veel zien in de wereld om ons heen. Maar het zit ook nog in ons leven. Onzuivere gedachten. Bittere gevoelens over hoe het in je leven gegaan is. Verkeerde gewoonten. Boze woorden. Onhebbelijk zijn tegen de ander. Verhoudingen die niet goed zijn. Waar zulke dingen blijven zitten wordt het feest verstoord. Daar kan Christus niet bij ons wonen. Doe het daarom de deur uit. Een lied over 1 Korintiërs 5 zegt het zo: ‘Sluit uit het oude kwaad, de hardheid en de haat’ – en verderop staat ook nog het woord ‘bitterheid’ – ‘laat niets uw ziel verzuren …’ (A.H. Troost, Zingende gezegend, lied 82).

Misschien voelen we nu wel aan waar dat in ons leven op slaat. Maar dan beseffen we meteen ook dat het gaat om dingen die heel taai zijn. Het lijkt soms alsof dat verkeerde steeds meer vastroest, naarmate je ouder wordt. We krijgen het zelf niet weg. Alleen Christus kan het aan, met zijn Geest. In Hem is ons nieuwe leven al gegeven; daarom kan Paulus schrijven: U bent ongezuurd. Dat mag ons moed geven om ons leven, met alle stukjes zuurdeeg die daar nog in zitten, alles wat nog hoort bij het oude leven, elke dag bij die opgestane Here te brengen. En Hem te vragen: werk in mij met uw kracht. Leid mij door Uw Geest! Dat wil Hij doen, vast en zeker. En zó worden we steeds meer paaschristenen – op weg naar hèt feest van de toekomst!

Ons paaslam is geslacht,
het offer is gebracht –
wij leven onder leiding.
Ginds, achter zee en zand,
lacht het beloofde land:
wij vieren de bevrijding.

W. Steenbergen
Ds. W. Steenbergen is
emerituspredikant van de kerk te ’s-Hertogenbosch en woont in Zwolle.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 april 2010

De Wekker | 20 Pagina's

Paaslicht vanuit Pesach

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 april 2010

De Wekker | 20 Pagina's

PDF Bekijken