Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De tweede brief aan de Thessalonicenzen (1)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De tweede brief aan de Thessalonicenzen (1)

5 minuten leestijd

De gemeente in Thessalonica is nog maar kort geleden gesticht, wanneer Paulus (samen met Silvanus [= Silas] en met Timotheüs) al een brief aan deze gemeente schrijft, en niet al te lang daarna een tweede brief; en met die brief houden we ons nu enkele malen bezig, deze keer met het eerste hoofdstuk. Belangrijke thema's daarin zijn de volgende drie onderwerpen.

Groei in het geloof
In vers 3 danken Paulus, Silas en Timotheüs God ervoor dat het geloof van de gemeenteleden van Thessalonica sterk groeit. Groei in het geloof heeft twee kanten. Het ene aspect is: toenemen in inzicht in de inhoud van het geloof, groeien in kennis van de geloofswaarheid, in kennis van de Bijbel. En het tweede aspect ervan is: groeien in de beoefening van het geloof, toenemen in vertrouwen op de Heere en op Zijn Woord. Het is geweldig als dat van een gemeente en van gelovigen persoonlijk gezegd kan worden. Laten wij daar voor onszelf ook steeds op gericht zijn. Dan zullen we ook de middelen gebruiken die de Heere daarvoor gegeven heeft, zoals Bijbellezen, kerkgang, de persoonlijke omgang met God in het gebed, contacten met medegelovigen, en dergelijke – overigens: Bijbellezen en kerkgang zijn de middelen die de Heere eveneens gebruikt om ons voor het eerst tot geloof en bekering te bréngen.
Die groei in het geloof blijkt in de praktijk van het leven: vooral in het toenemen in de liefde voor elkaar (vers 3), niet met woorden alleen, maar ook metterdaad. Zonder dat is het geen waar geloof, maar een dood geloof, waarmee een mens verloren gaat (Jakobus 2: 19 en 20). Die groei blijkt ook uit de volharding bij vervolging en verdrukking (vers 4).

Voorrecht
Geen mens verlangt ernaar, vervolgd en verdrukt te worden, ook een kind van God niet. Toch is het een voorrecht, niet omdat we dat uit onszelf zo aanvoelen, maar omdat God het in Zijn Woord zo zegt; bij voorbeeld hier in vers 5: verdrukking is een teken dat we het Koninkrijk van God waardig geacht worden. Vanuit veel andere Bijbelplaatsen is het duidelijk dat dit niet betekent dat we door het lijden om het geloof de zaligheid zouden verdienen of dat we die zaligheid in onszelf ooit waardig zouden zijn; ook “waardig geacht worden” is uitsluitend genade van God voor ons zondaren.
Worden wij verdrukt en vervolgd? In ons land is er niet (nog niet?) een zware verdrukking, bijvoorbeeld van de kant van de overheid. Toch schrijft Paulus op een andere plaats dat iedere ware gelovige vervolgd zal worden (2 Timotheüs 3: 12). Maar laten we goed zien: dat kan ook “in lichte mate” – wat overigens even goed hard kan aankomen. Bijvoorbeeld als je uitgelachen of belachelijk gemaakt wordt omdat je nog gelooft dat er een God is die alles goed geschapen heeft, en dat Hij de mens – anders dan de dieren – naar Zijn beeld geschapen heeft. Of wanneer mensen zich eraan ergeren dat we nog steeds geloven dat we sinds de zondeval van nature niet goed meer zijn en dat we een Plaatsvervanger nodig hebben die de straf op onze zonde overneemt, enzovoort. Of als je voor bekrompen, ouderwets of preuts versleten wordt omdat je aan Gods geboden voor ons leven vasthoudt. Dat is geen zware vervolging, maar het kan daarom toch nog wel zeer doen.

Eeuwige verlossing en eeuwig verderf
De verdrukkers kunnen overigens niet blijvend hun gang maar gaan. Paulus zegt in vers 6, dat het rechtvaardig van God is, dat Hij de verdrukking aan hen zal vergelden. En de andere zijde van Gods rechtvaardigheid is, dat de verdrukte gelovigen verlichting zullen ontvangen bij de wederkomst van Christus (vers 7). Die verlichting betekent niet maar verzachting van het lijden, maar volkomen verlossing ervan.
Ook in die verlossing komt Gods rechtvaardigheid uit – niet omdat de gelovigen daar uit zichzelf recht op zouden hebben, maar om Christus’ wil, op grond van Zijn plaatsvervangend lijden en sterven.
Het gaat bij de genoemde vergelding overigens niet om zondige wraakzucht van de kant van de gelovigen, maar om de heilige wraak van God. De Heere wil zondaars, ook verdrukkers van Zijn kinderen, genadig zijn. Maar bij blijvend verzet en blijvend ongeloof zal de heilige wraak van God hen in het eeuwige verderf brengen; vers 8 en 9 zijn daar heel duidelijk in. Ook in dat opzicht is God rechtvaardig.
In onze tijd is er een sterke tendens om te ontkennen dat er een eeuwige straf is. Ook hier is de wens, zoals vaker, de vader van de gedachte. Nu is het ook iets vreselijks (!), maar we hebben te buigen voor Gods Woord. En het moet ons des te meer aansporen om Gods genade in Christus te zoeken, nu het nog genadetijd is en de Heere ons nog heel ruim nodigt! En het moet ons ook ertoe brengen om aan anderen die weg te wijzen.
En als we in beginsel uit die genade leven, hebben we steeds weer nodig dat God ons daarbij bewaart en daarin bevestigt. Daar mogen we en moeten we om blijven bidden, zoals de schrijvers van deze brief ook deden – zo lezen we in de laatste twee verzen van dit hoofdstuk (vers 11 en 12).

Gespreksvragen
1. De bovengenoemde middelen die God geeft om te groeien in het geloof en in de genade (en ook om tot geloof te bréngen) – maakt u / jij daar ook biddend gebruik van?
2. Moet je groei in het geloof en in de genade bij jezelf kunnen vaststellen? Kun je daar ook te krampachtig mee bezig zijn?
3. En kun je het bij anderen constateren, of oordeel je dan te gauw?
4. Merkt u en merk jij iets van tegenstand vanwege het geloof in Christus en het vasthouden aan het Woord van God?
5. Houdt u / houd jij in het dagelijkse leven werkelijk rekening met de wederkomst van Christus? Hoe dan?

W.W. Nijdam
Ds. W.W. Nijdam is emerituspredikant en woont in Alblasserdam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 juli 2015

De Wekker | 16 Pagina's

De tweede brief aan de Thessalonicenzen (1)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 juli 2015

De Wekker | 16 Pagina's

PDF Bekijken