Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Tijd voor tranen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Tijd voor tranen

7 minuten leestijd

De classis Utrecht was op 23 april bijeen om te spreken over de situatie van de samenwerkingsgemeente NGK/CGK in Nieuwegein. Nieuwegein had tijdens de voorjaarsclassis meegedeeld over te gaan tot het openstellen van de ambten voor de zusters der gemeente. Ondanks een oproep van de classis om dit niet te doen, de kerkelijke weg te gaan, in ieder geval te wachten op de generale synode die zich erover buigen zal, gaven de afgevaardigden van Nieuwegein aan dat uitstel voor hen geen optie meer is. Wat nu?

Enerzijds
Hiermee is een duidelijke grens bereikt. Het gaat immers maar niet om een praktische kerkordelijke bepaling van minder principieel belang. In 1998 spraken de kerken uit dat de leiding van de gemeente volgens de Schrift niet toekomt aan de vrouwen in de gemeente. Er was wel een minderheidsrapport dat die conclusie niet deelde, maar dat rapport ging met de aanvaarding van het meerderheidsrapport van tafel. De kerken spraken uit dat de Schrift de vrouw in het ambt niet toeliet. Het als kerken gezamenlijk lezen van de Schrift is hier in het geding.

In onze kerken hebben we het zo geregeld, dat we gezamenlijk tot besluiten komen die het geheel van de kerken aangaan. We regelen veel op plaatselijk vlak. Daar is de kerk met de kerkenraad. Maar we zijn als kerken aan elkaar verbonden en regelen belangrijke dingen samen. Zo gaat dat in een gezin ook. Je kunt het niet hebben dat één gezinslid zich opeens niet meer aan de gezamenlijke afspraken houdt, op zijn eigen tijd gaat eten en op zijn eigen wijze gebruikmaakt van de boodschappen. Dat gaat niet. Als het toch gebeurt en je spreekt elkaar daarop aan en er verandert niets, dan wordt het goede samenleven ondergraven. Hoe kun je dan samen nog verder?

Ambtsdragers ondertekenen het verbindingsformulier waarmee zij beloven volgens Schrift, belijdenis en kerkorde te handelen, en aarzelingen in de kerkelijke weg aan de orde te stellen. Nu dat niet gebeurt, wringt het ook op het punt van trouw. Hoe kun je samen kerk zijn als kerken hun eigen weg gaan? De aansluiting bij de kerken is vrijwillig. Men committeert zich aan de gezamenlijke belijdenis en kerkorde. Als dit soort gezamenlijk gemaakte afspraken eenzijdig opgegeven worden, is er een grens bereikt. Dan kun je als kerken van een classis alleen maar constateren dat niet de classiskerken, maar deze kerk het kerkelijke samenleven opgegeven heeft. Dan is het verder onmogelijk geworden om nog samen kerkelijke besluiten te nemen.

Anderzijds
De Ankergemeente van Nieuwegein is nooit anders dan een samenwerkingsgemeente geweest. In de gemeente zelf speelt het geen enkele rol meer of je oorspronkelijk tot de NGK of tot de CGK behoorde. Nieuwe leden moeten geforceerd een van beide lettercombinaties achter de naam krijgen om goed ingeschreven te worden.

Vanuit het landelijke verband van de CGK is in het verleden aangedrongen op samenwerking. Die zou gelijk opgaan met samensprekingen op lande lijk niveau. De plaatselijke samen werking groeide door, maar de landelijke besprekingen stagneerden. Samenwerkingsgemeenten moesten zien om te gaan met een dubbele verbondenheid: de verbondenheid met de NGK die uitspraken dat de Schrift de opening van de ambten voor vrouwen toelaat en de verbondenheid met de CGK die uitspraken dat de Schrift dat niet toelaat. In de CGK geldt de regel dat samenwerkingsgemeenten zich aan de minst verstrekkende kerkorde houden. Aan deze regel hebben samenwerkingsgemeenten zich ook altijd gehouden. En daarom ook aan ‘1998’: geen vrouw in het ambt. Maar inhoudelijk maken sommige samenwerkingsgemeenten dat niet meer mee. Ze voelen zich net zo sterk geestelijk verbonden met de NGK en de GKV die de Bijbel op dit punt anders lezen, als met de CGK.

In 2005 besloot de kerkenraad van Nieuwegein zusters te gaan kandideren, maar op dringend verzoek van de classis werd dit besluit niet geëffectueerd. Dat kostte leden. Maar omwille van de loyaliteit naar de CGK werd dat besluit, zij het met de nodige pijn, genomen. En nu, 14 jaar later, voelt de kerkenraad dat ze in een spagaat is gekomen tussen plaatselijk geestelijk leidinggeven en trouw aan de eenheid van de Christelijke Gereformeerde Kerken. De principiële vragen liggen inmiddels achter hen, de kwestie wordt beschouwd als iets dat de Schrift en de belijdenis niet raakt. Het is een van de vele kerkordelijke bepalingen, die er wel moeten zijn, maar die toch de eenheid van de kerken niet wezenlijk raken. Daarom wil men zelf ook niet de conclusie trekken afscheid te nemen van de CGK. Moet men om een meningsverschil in uitleg van bepaalde teksten uit elkaar gaan? Daarom vraagt Nieuwegein aan de classis om hen toch omwille van de eenheid in Christus een plaats te geven en niet de band op te zeggen.

Wat nu?
Wat staat ons als kerken nu te doen? Ik kan in dit artikel geen antwoord geven op die vraag, maar geef enkele overwegingen mee.

De eerste is dat het niet (meer) gaan van de kerkelijke weg en je als plaatselijke kerk distantiëren van gezamenlijke besluiten die expliciet over iets principieels gaan, het kerkelijke leven op heel grote, zo niet ondraaglijke spanning zet. Relativeren van dit punt in de zin van: het is maar een kerkordelijke bepaling en het raakt Schrift en belijdenis niet, zal niet kunnen helpen. Volgens de kerken raakt het wel de Schrift en de belijdenis.

De tweede is dat we de situatie van de samenwerkingsgemeenten moeten laten meewegen in de besprekingen en besluiten. Het is voor samenwerkingsgemeenten niet gemakkelijk om in twee (of drie) kerk verbanden te functioneren die tegen strijdige uitspraken doen. In de NGK en de GKV is men anders gaan denken over vrouw en ambt. De samenwerkingsgemeenten komen daar door in een spagaat of gaan mee met het denken van een van beide. Hadden we de problemen die hierdoor ontstaan niet eerder moeten adresseren en zouden we als kerken de hand ook niet in eigen boezem moeten steken?

Een derde overweging is dat we niet alleen moeten kijken naar de concrete zaken die nu ter tafel komen, maar naar het Schriftverstaan, naar een gereformeerde Schriftvisie, en wat dat betekent voor het luisteren naar de Schrift. Er zijn altijd verschillen geweest binnen de CGK. Dat zorgde soms voor lastige momenten, maar mocht ook vaak als een zegen ervaren worden. Welke diversiteit kan er bestaan binnen het kader van een gereformeerde Schriftvisie, welke verschillen maken de eenheid in de kerken onmogelijk?

Een vierde overweging is de wijze van ons kerkzijn. We zijn maar een klein kerkverband en er zijn veel meer kerken van Christus dan de Christelijke Gereformeerde Kerken. Tegelijk kunnen en mogen we het niet laten om te spreken over de eenheid van het lichaam van Christus als we het over onze kerken hebben. Er lijkt mij een bepaalde spanning te bestaan tussen enerzijds de vrijwillige aansluiting bij het kerkverband en de conclusie dat als je je niet aan de bepalingen houdt, je jezelf als kerk er de facto buiten plaatst. Niemand is immers verplicht christelijk-gereformeerd te zijn, dus als de kerkelijke besluiten niet meer passen, dan ligt het voor de hand om daar te gaan waar wel mogelijk is wat je wilt. Maar anderzijds is er de principiële verbondenheid, die een gegeven is wegens het geloof in dezelfde Heere. Een gezinslid dat lak heeft aan gezinsregels tast het gezinsleven aan, maar is daarmee nog geen gezinslid af. Niet dat je het maar moet laten voortbestaan (soms zal in een gesprek de vraag aan de orde komen of het niet tijd is om elders te gaan wonen), maar de geschonken eenheid in Christus moet zwaar meewegen.

Een laatste overweging vloeit daaruit voort. Als het niet meer aanvaarden van geloofsbrieven van afgevaardigden ter tafel komt en een afscheid van een van onze kerken dreigt, dan moeten we echt, intens, broederlijk, met eerlijkheid en liefde met elkaar in gesprek. Stel dat je elkaar moet loslaten! Wat is de gebrokenheid toch groot, wat een impact hebben kerkelijke ontwikkelingen, wat is ons verstaan van de Schrift vaak klein, wat is de verscheurdheid van het lichaam van Christus erg. Wat voor getuigenis gaat hiervan uit naar de wereld om ons heen? Het is tijd voor tranen. Tijd, want haasten moet je je alleen als het nodig is. En tranen, omdat de gedachte aan uit elkaar gaan terwijl er verbondenheid gevoeld is, diep verdrietig is en een groot verlies. Die tranen kunnen in het licht van Christus niet gemist worden.

A.Th. van Olst
Ds. A.Th. van Olst is predikant van de Christelijke Gereformeerde Kerk te Antwerpen-Deurne en lid van de redactie

Dit artikel werd u aangeboden door: De Wekker

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 mei 2019

De Wekker | 24 Pagina's

Tijd voor tranen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 mei 2019

De Wekker | 24 Pagina's

PDF Bekijken