Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De liefelijkheid der woningen van den Heere der Heirscharen (V - Slot)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De liefelijkheid der woningen van den Heere der Heirscharen (V - Slot)

6 minuten leestijd

Psalm 84:2.

Met blijdschap des harten togen Israëls legerscharen weleer op naar Zion, de stad des grooten Konings. Men wist, dat daar de plaats was, door Jehovah verkozen, om Zijnen naam te doen wonen en Zijne heerlijkheid bekend te maken.
Hoor uit Israëls liederenschat, met wat lof men de plaats der aanbidding verheft, waar men in blijde rijen jubelt: „Schoon van gelegenheid, eene vreugde der gansche aarde is de berg Zion.’.’ En wederom: „De beekjes der rivier zullen verblijden de stad Gods, het heiligdom der woningen des Allerhoogsten. God is in het midden van haar; zij zal niet wankelen.” Niet de tabernakel op zich zelf, en ook niet de heerlijkheid van Jeruzalems stad en tempel in latere tijden, maar de openbare en gemeen-schappelijke dienst van God stemde het hart tot lof en aanbidding, zoodat de godvruchtige dichter in dezen psalm verklaart: hij koos liever een dorpel wachter te zijn in het huis des Heeren, dan te wonen in de tenten der goddeloosheid. Had do openbare godsdienst reeds in den tijd der belofte en .der schaduwen zooveel bekoorlijks en aantrekkelijks voor het hart, dat in God geloofde, hoeveel te meer stof tot dankzegging en aanbidding hebben wij, die leven mogen onder de meest uitnemende bedeeling van Gods genadeverbond. Door bet geloof zag Gods oude volk, in de belofte, de dageraad van eene schoone toekomst. En nu in de komst van den Heere Jezus Christus de belofte is vervuld, de schaduwen voor de heerlijkheid en glans van het licht zijn verdwenen, wordt alom het getrouwe en alleraannemingswaardige woord verkondigd, dat Jezus Christus in de wereld is gekomen om de zondaren zalig te maken. Die tijd, door koningen en profeten begeerd te aanschouwen, is aangebroken, en nu zien we, dat de ware aanbidders den Vader aanbidden in Geest en in waarheid, zonder dat we daartoe naar Gerazim of naar Jeruzalem moeten reizen. Aan alle plaatsen, Zijn naam ter gedachtenis gesticht, wil de Heere wonen. Overal waar het Evangelie der genade wordt gepredikt en de Heere overeenkomstig Zijne eigen instellingen wordt gediend, zal instemming gevonden worden met hetgeen zooveel eeuwen geleden werd getuigd, dat de woningen des Heeren, dat de dienst van God in zijn huis liefelijk en bij uitnemendheid dierbaar is.
Het is goed, dat de mensch, ook in het dienen van God niet alleen zij. Gedeelde smart is halve smart; maar gedeelde vreugd is dubbele vreugd. Hebben Gods kinderen op aarde veel smarten, kruisen en beproevingen met elkander gemeen, de Heere heeft gewild, dat wij ook hier reeds bij aanvang in onderlinge liefde en gemeenschap des geloofs Zijne zaligheid zouden genieten. Blijft de gemeenschap der heiligen op aarde zich kenmerken door veel gebrek, toch kan al dit gebrek, de waarheid en de heerlijkheid van de zaak zelve niet te niet doen. En tegenover al het gebrekkige en onvolkomen e onzer geloofsgemeenschap op aarde, heeft de Heere in Zijn woord ons verzekerd, dat na dit leven niet alleen verderfelijkheid en sterfelijkheid zullen te niet gedaan zijn, maar dat alsdan in al de kracht van het woord de belofte zal vervuld worden, dat het ééne kudde en één Herder zal zijn.
Was het u nu reeds menigmaal zoo goed en zoo liefelijk in de gemeente der heiligen Gods driemaal heiligen Naam te prijzen, in benauwdheid en droefenis door Gods Woord en Geest verkwikt te worden, — boe zal het u dun eens zijn, gunstgenooten Gods! als ge, van alle zonden en zorgen vrij, Gods aangezicht in gerechtigheid zult aanschouwen, — met Abraham Izak en Jakob en met al de vrijgekochten door het bloed des Lams in eeuwige heerlijkheid opgenomen. Van een verloren Adamskind, uit genade, om Jezus wil, tot een kind Gods aangenomen, — van een vreemdeling op aarde tot een medeburger der heiligen verklaard, zult ge dan eeuwig zingen van Gods goedertierenheên. Wat zal dan de liefelijkheid en heerlijkheid der woningen van den Heere der Heirscharen al uwe en onze verwachting oneindig ver overtreffen.
Profetisch zag de berg Zion op de kerk des Heeren. Ook van haar kon gezegd: »Zij is de stad en tempel des levenden Gods”, gefondeerd op den on bewegelijken grondsteen, in Zion gelegd. God is in het midden van haar. Christus is haar eenig Hoofd en Koning, Laat Satan met al zijne macht haar belegeren, laat uwe ziele bij oogenblikken met duizend zorgen en nooden worden gekweld, maar onder bescherming des Allerhoogsten zijt ge veilig en geborgen tegen alle gevaar. Er zijn menschen, die om der waarheid en om Christus wil, overal uitgestooten worden, — soms verlaten van vader, moeder, broeders en zusters. Maar wat zwarigheid, als het waarlijk om Christus wil mag zijn. Wat ge in een eigen woning dan missen moet, kan en zal de Heere u dubbel vergoeden in Zijn huis.
Ongeloof en algemeene afval trachten de openbare godsdienst in verachting te brengen, Een groote menigte uitwendige belijders zoekt voortdurend naar nieuwe middelen, om zich onder een schijn van waarheid aan de openbare samenkomsten te onttrekken. Ook daarin blijkt, dat de wijsheid Gods voor den natuurlijken mensch dwaasheid is.
Maar zoolang de wereld op hare grondvesten staat, zal er een overblijfsel zijn naar de verkiezing der genade, dat, door zalige ervaring geleerd, den vromen Israëliet blijft najubelen: »Hoe liefelijk zijn Uwe woningen, o Heere der Heirscharen!” En gij, waarde lezer! behoort gij tot dit gezegende volk? O, vlei toch u zelven niet met eene valsche hoop. Lust en liefde tot den dienst van God en tot de gemeenschap der heiligen staan in Gods Woord als onbedriegelijke kenmerken der genade aan-geteekend. Van nature is ieder mensch een hater van God en van Zijnen dienst. Maar door wederbarende en hartvernieuwende genade wordt de vijand een vriend van God. Die genade verwierf Gods Zoon aan het kruis. Die genade wordt u gepredikt, verkrijgbaar uit vrije en eeuwige gunst, om niet. Die genade werkt de H. Geest, door het Woord. Die genade, genoten door het geloof, stemt de snaren van ons hart, om verheugd in den God van ons heil, aan te heften:

»Wat blijdschap smaakt mijn ziel,
Wanneer ik voor U kniel.
In ’t huis, dat Gij U hebt gesticht.
Hoe lief heb ik Uw woning,
De tent, o Hemelkoning!
Die ge U ter eer hebt opgericht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 juli 1891

Het Wekkertje | 4 Pagina's

De liefelijkheid der woningen van den Heere der Heirscharen (V - Slot)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 juli 1891

Het Wekkertje | 4 Pagina's

PDF Bekijken