Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

SGP VERLOOR DOOR RPF EN THUISBLIJVERS

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

SGP VERLOOR DOOR RPF EN THUISBLIJVERS

17 minuten leestijd

door drs. C.S.L. Janse

De uitslag van de Kamerverkiezingen viel niet mee ditmaal. De PvdA werd opnieuw de grootste partij. Voor zover de verkiezingen door de winst van de WD en de Centrumpartij een verrechtsing te zien gaven, was dat bepaald geen verrechtsing in de principiële betekenis van het woord.

Voor de SGP betekenden deze verkiezingen een voortzetting van de neergaande lijn die zich sinds 1972 had gemanifesteerd. Met een stemmenpercentage van 1, 90 kwam onze partij lager uit dan sinds 1925 ooit het geval was geweest. Ongetwijfeld een zaak die tot bezinning noopt.

Tabel 1 laat zien dat'de SGP al tien jaar lang voortdurend in stemmenpercentage zakt. In 1971 was het percentage nog 2, 35%. Bovendien is na 1977 ook het stemmenaantal gaan dalen. Bij de laatste verkiezingen waren dat er ruim 20.000 minder dan in 1977. Dat is niet niks!

Onze politieke buren

Richten we tevens een blik op onze politieke buren, dan valt te constateren dat ook het GPV voortdurend achteruit loopt, zowel in stemmen als in percentage. In 1977 kreeg het een zware slag toen de RPF aan de verkiezingen ging deelnemen. Sindsdien heeft de teruggang zich op kleinere schaal voortgezet. Verhoudingsgewijs heeft het GPV sinds 1977 meer verloren dan de SGP. De RPF beweegt zich daarentegen, sinds haar entree in 1977, duidelijk in stijgende lijn. Het is nog steeds een partij in opkomst. In hoeverre met de jongste verkiezingsuitslag het plafond in zicht komt, is moeilijk te zeggen. Zelf had men bij de RPF wel op meer groei gerekend.

Wel is duidelijk dat het kiezerscorps van deze jonge partij nog niet zo hecht is als dat van de SGP of het GPV. Van al de SGP-en GPV-kiezers uit 1981, die dit jaar weer naar de stembus gingen, stemde 91 resp. 88% weer op dezelfde partij. Bij de RPF was dat maar 80%. De instroom van nieuwe kiezers (jongeren en kiezers van andere partijen) was echter groter dan de uitstroom. Vandaar de winst.

Verlies SGP

Voor de SGP was de uitstroom daarentegen veel groter dan de instroom. Op basis van het Intomartrapport is daar met een zekere mate van onnauwkeurigheid wel wat meer over te zeggen. Kort na de verkiezingen heb ik daar reeds in het RD over geschreven. Tabel 2 geeft - afgerond op 500-tallen - een overzicht van de winst-en verUescijfers voor de SGP. Nogmaals zij beklemtoond dat men deze cijfers niet al te absoluut moet nemen. Zij zijn niet meer dan een redelijk betrouwbare benadering van de werkelijkheid.

Het volgende beeld komt daaruit naar voren. Van de 171.500 kiezers uit 1981 bleven 144.500 onze partij trouw. Plm. 27.000 vielen af:14.500 stemden ditmaal op een andere partij, 10.000 bleven thuis en 2.500 zijn sinds de vorige verkiezingen overleden. Het vaste kiezerscorps van 144.500 man werd aangevuld met 12.500 „nieuwelingen". Zodoende kwam de SGP aan zo'n 157.000 stemmen. Van die 12.500 nieuwelingen kwamen er 10.000 over van een andere partij, 1.500 waren voor het eerst stemgerechtigd en 1.000 waren vorig jaar thuisgebleven.

Dat betekent wel dat de SGP op alle drie de fronten verloren heeft. Op het poUtieke front — het grensverkeer met andere partijen — verloren we ruim vierduizend stemmen. Op het demografisch front — de vervanging van ouderen door jongeren — verloren we er duizend op. Op wat men zou kuimen noemen het thuisblijversfront was dat verlies zelfs negenduizend stemmen. Daar werd dus het grootste verlies geleden! Laten we achtereenvolgens de situaties aan de verschillende fronten nader in ogenschouw nemen.

Het politieke front

Aan het politieke front werden de grootste verliezen heel duidelijk geleden aan de RPF. Omgekeerd is de SGP voor Leerling ook de partij waar hij het grootste deel van zijn nettowinst vandaan haalt. Het grensverkeer met de andere partijen levert de SGP wel een batig saldo op, maar dat is lang niet genoeg om het verlies aan de RPF te compenseren.

Wat is het profiel van de modale ex-SGP-er, die ditmaal voor de RPF koos? Kerkelijk zullen we hem vermoedelijk moeten locaüseren in de Gereformeerde Bond of de Chr. Geref. Kerken. Waarschijnlijk behoort hij tot de jongere generatie. (Is hij een veertigplusser dan stemde hij vroeger wellicht AR of CH).

De SGP is hem toch te ouderwets. Met name ergert hij zich aan de rechtervleugel van de partij. En waarom dan geen RPF gestemd? Dat is toch ook een principiële partij, maar tegelijk wat meer van deze tijd. Meindert Leerling kent hij van de EO, de omroep waar hij uiteraard lid van is.

Het demografische front

Van het demografische front valt te melden dat er meer SGP-kiezers de partij door de dood ontvielen, dan dat er jongeren die voor het eerst stemgerechtigd waren, op haar hjst stemden. Het verlies is beperkt, maar daarbij moet wel bedacht worden dat er ditmaal maar 16 maanden zaten tussen deze verkiezing en de vorige. Bij een normale vierjaarlijkse periode telt het demografisch verlies harder aan.

Uit de gegevens van het Intomart-onderzoek (zie tabel 3) blijkt overduidelijk dat het kiezerscorps van de SGP tameUjk vergrijsd is. Evenals dat van het CDA, RPF en GPV hebben daarentegen een meer „normale" leeftijdsopbouw. Dat betekent bijv. dat in de leeftijdsgroep onder de 35 jaat de RPF (waarschijnlijk) meer stemmen haalt dan de SGP.

Dat bijna de helft van onze kiezers 50 jaar of ouder is, heeft tot gevolg dat van de ene verkiezing op de andere, uit de SGP-gelederen relatief veel mensen door de dood worden weggenomen. Die verliezen worden onvoldoende aangevuld door jonge kiezers. Hoewel de gezinsgrootte onder ons duidelijk boven het landelijk gemiddelde ligt, weet de SGP onvoldoende jongeren uit de SGP-gezinnen aan zich te binden.

Het thuisblijversfront

Misschien zijn de verhezen op het thuisblijversfront nog wel het moeiUjkste te interpreteren. De partij van de niet-stemmers komt nu eenmaal niet met een verkiezingsprogram uit. Dat die verhezen er zijn is duidelijk. Voor ik deze berekeningen voor het Zicht-artikel maakte, had ik al wel de indruk dat er ditmaal in onze kring meer mensen waren thuisgebleven dan voorheen. Maar dat de verhezen naar die kant zo groot waren, dat verrastte me toch.

Vergeleken met de vorige Kamerverkiezingen steeg het aandeel van de thuisblijvers onder de Nederlandse kiesgerechtigden met 5, 6%. In SGP-kring lag die groei waarschijnhjk in dezelfde orde van grootte. Zo hadden we ditmaal geen voordeel van de lagere opkomst.

Waarom bleven er in september j.l. nogal wat voormahge SGP-kiezers van de stembus weg? Het is niet eenvoudig om hier duideUjke oorzaken aan te geven. Onderzoeksgegevens zijn hierover niet beschikbaar.

In het algemeen gesproken bhjven mensen op verkiezingsdag thuis wanneer de pohtiek hen niet interesseert. Of wanneer ze onder al de ingediende lijsten er geen kunnen vinden waar ze achter kunnen staan. Of in het geval er juist verschillende partijen zijn die hen aantrekken, zodat het moeUijk valt om een keuze te maken. Ook dat komt voor en dat probleem wordt nogal eens opgelost door dan maar helemaal niet te gaan stemmen.

Deze situaties zullen zich ook bij oud-SGP-ers hebben voorgedaan. Verschillenden van hen vonden het ditmaal welletjes. Zij waren van 't jaar al één of twee keer naar de stembus geweest en je kon wel aan de gang bhjven. Of je niets beters te doen had! En het hielp allemaal toch niets.

Sinds de afschaffing van de opkomstplicht was het een uitgemaakte zaak dat de ouderen trouwer naar de stembus kwamen dan de jongeren. De oudere kiezers hadden veelal hun vaste partij en waren jarenlang gewend geweest aan de verphchting van de Kieswet om op te komen.

Daarom is het te meer opvallend dat ditmaal - althans volgens het Intomart-rapport — de oudere kiezers slechter opkwamen dan de jongere. Dat zou de teleurstellende uitslag voor het CDA, dat nu eenmaal veel oudere kiezers heeft, althans tendele kunnen verklaren.

Waarom zouden de oudere kiezers het ditmaal hebben laten afweten? De weersomstandigheden op de 8e september waren voor hen toch geen belemmering. Waren zij teleurgesteld

door de opstelling van de (confessionele) partij waarop zij vanouds stemden? Veel bejaarden behoren tot de lagere inkomensgroepen, die de gevolgen van de bezuinigingsmaatregelen aan den lijve ondervinden. In die richting zou men een verklaring kunnen zoeken, maar het blijft gissen.

Toch kan men zich wel voorstellen dat de werkloosheid en de bezuinigingen op de ambtenarensalarissen en de sociale uitkeringen, ook in SGP-kring mensen de vraag hebben doen stellen of zij met het oog op hun eigen portemonnee niet beter op de PvdA of de WD konden stemmen? Maar ja, dat is toch voor een rechtzinnig mens een hele stap. Die doet men ook niet zo gauw. Dan maar helemaal niet gaan stemmen. Het is toch een puinhoop in Den Haag!

Onvrede in de SGP over de kandidatenlijst leidde bij de verkiezingen van vorig jaar tot een tweetal voorkeursacties, één voor ir. Van der Vlies en één voor mr. Holdijk. Een strijd die door Van der VUes gewonnen werd. Die voorkeursacties waren wel heel vervelend voor de verhoudingen in de partij, maar leidden ook tot een mobilisatie van de vleugels bij de stembus. Nu de groep-Holdijk het heeft moeten afleggen, kan men zich voorstellen dat een deel daarvan thans weirüg animo meer heeft om SGP te stemmen.

Bij de vorige verkiezingen deed ook de RPF haar intrede in het parlement. Daarmee ontstond voor een aantal mensen die voordien SGP gestemd hadden, een nieuw alternatief. Wie tussen beide partijen niet kon kiezen (omdat hij in beide aantrekkelijke maar ook negatieve dingen zag) zou best eens hebben kuimen besluiten om ditmaal maar thuis te blijven. Evenzo is het aannemelijk dat voormalige SGP-kiezers van de stembus wegbleven omdat ze steeds meer teleurgesteld zijn in het principieel gehalte van de partij. De SGP is volgens hen ook niet meer wat zij geweest is. Vorig jaar lieten ze zich vanwege de voorkeursacties nog wel mobiliseren, maar nu geloofden ze het wel. Er zijn aanwijzingen dat er ter rechterzijde van de SGP een nog kleine maar weliswaar groeiende groep mensen bevindt, die politiek dakloos is geraakt. Ook dat kost de SGP stemmen.

Neergaande lijn

Wat zal het antwoord van onze partij moeten zijn op deze neergaande lijn? Het is goed dat die vraag in brede kring aan de orde komt. Daarbij moeten we ons wel realiseren dat er al vele jaren lang een neergaande tendens is in de verkiezingsuitslagen voor de SGP.

Bij de kamerverkiezingen in de vijftiger jaren kwam de SGP gemiddeld op 2, 28%, bij de kamerverkiezingen in de zestiger jaren lag het gemiddelde op 2, 16%. In de zeventiger jaren steeg het weer tot 2, 23%, maar dat kwam vooral door de daling van de opkomst. Met behulp van een zgn. regressievergelijking is te berekenen dat wanneer de opkomst in de zeventiger

jaren evenhoog was geweest als in de voorgaande decennia, het gemiddelde SGP-percentage niet op 2, 23 maar op 2, 00 had gelegen. De teruggang werd in de zeventiger jaren dus versluierd door de afschaffing van de opkomstplicht.

Ook al had de SGP dan de naam van een zeer stabiele partij, als je het heel nauwkeurig bekeek, kon je toch wel vaststellen dat de trend benedenwaarts gericht was. In de tachtig-^r jaren zet die trend zich zodanig voort dat de derde kamerzetel in gevaar komt.

Mobilisatie

Welke strategie zal de SGP moeten volgen? Het spreekt vanzelf dat we onze aandacht in de eerste plaats moeten richten op de vroegere SGP-kiezers die nu thuis gebleven zijn. Een groep die — naar alle waarschijnlijkheid — ditmaal groter was dan anders. Zij hebben nog niet voor een andere partij gekozen en zijn daarom gemakkelijker terug te halen dan degenen die dat al wel gedaan hebben.

Onder hen zijn de echte ongeihteresseerden in de politiek. Op grond van hun kerkelijke oriëntatie horen ze wel min of meer bij de SGP thuis, maar de verkiezingen interesseren hen niet. Zeker als er zo vaak verkiezingen zijn, laten zij het gauw eens een keer afweten. Maar als in persoonlijke gesprekken op hun gemoed gewerkt wordt, dan zijn zij wel weer bereid om naar de stembus te gaan teneinde een hokje op de SGP-Ujst rood te maken. Of anders zijn ze wel bereid om een ander te machtigen om dat karwei namens hen te verrichten.

Ook de SGP kan er niet meer vanuit gaan dat haar mensen wel trouw opkomen. Velen hebben een duwtje in de goede richting nodig. Uiteraard is het in kleinere gemeenschappen gemakkelijker om de eigen schapen in het oog te houden dan in grote plaatsen. In ieder geval zal de SGP in haar verkiezingscampagne met klem moeten wijzen op de strijd der geesten die zich in ons land voltrekt en op ieders verantwoordelijkheid in dit opzicht. Bij elke verkiezingsronde is een mobilisatie nodig van allen die nog wiUen leven naar Schrift en belijdenis.

Dan is er de groep die hinkt op twee gedachten: wel of niet SGP stemmen. In de praktijk betekent dat nogal eens: wel of niet stemmen. De economische teruggang die op allerlei manieren tot uitdrukking komt (werkloosheid, faillissementen, fmancieringstekort) noopt de SGP om zich meer dan voorheen op de sociaal-economische problematiek te bezinnen.

Zij mag aan deze vragen niet voorbij gaan en daardoor de indruk wekken dat men met het oog op z'n materiële belangen beter met de PvdA of met de WD in zee kan gaan. Want ook in orthodox-protestantse kring wordt wel degelijk op die partijen gestemd, al loopt men dan met die keuze niet te koop.

Maar al mag de SGP aan de sociaal-economische problemen niet voorbij gaan, tevens zal zij moeten beklemtonen dat de mens bij brood alleen niet zal leven.

De RPF: een nieuwe concurrent

Door de opkomst van de RPF heeft de SGP er onmiskenbaar een concurrent bij gekregen. Op twee manieren. De RPF concurreert met de SGP (en het GPV) om de stem van de verontruste CDA-kiezer en de RPF trekt stemmen aan uit de SGP. Met name onder de jongeren uit SGP-kring vindt deze partij ingang. Zij heeft de bekoorlijkheid van het nieuwe.

Ze is niet zo bekrompen als de SGP. Het gaat er bij de RPF vrolijker naar toe, maar anderzijds wekt ze toch ook de indruk heel principieel te zijn.

De SGP heeft zich in de loop der jaren nogal vriendelijk opgesteld tegenover de RPF. Als het ging om lijstcombinatie of andere vormen van samenwerking heeft de SGP verschillende malen bemiddeld tussen RPF en GPV. Bij de raadsverkiezingen werden tal var gemeenschappelijke lijsten ingediend. Ik wil dat bepaald niet afkeuren. Maar al te goed is buurmansgek.

De RPF is ook onze concurrent. In het RD-commentaar op de verkiezingsuitslag heb ik geschreven dat de SGP in haar propaganda en heel haar presentatie meer dan tot dusver de kiezer duideüjk zal moeten maken dat hij zijn stem toch het meest verantwoord op haar Ujst uitbrengt en niet op die van de RPF of een andere confessionele partij. De kiezer kan nu eenmaal niet op twee partijen tegelijk stemmen.

Is het daarbij gewenst dat de SGP meer op de RPF-lijn gaat zitten om een verdere afvloeiing van kiezers naar deze partij tegen te gaan? Al zou men deze vraag zuiver uit electorale overwegingen bekijken, dan nog valt het te betwijfelen of dat verstandig zou zijn. „Stem op mij, want ik ben tegenwoordig net zo vlot als hij", is geen geslaagde verkiezingsleus. Als er dan toch geen wezenlijke verschillen zijn, wat is er dan op tegen om op die andere partij te (bUjven) stemmen?

Ook al is de RPF één van onze politieke buren (en dat biedt de mogelijkheid tot bepaalde vormen van samenwerking) toch zijn er tussen ons en hen wezenlijke verschillen. Verschillen ten aanzien van de geestelijke achtergrond, zeker nu de invloed van de „evangelische kringen" in de RPF toeneemt. Verschillen ten aanzien van de omvang van de overheidstaak (art. 36 NGB). Verschillen ten aanzien van de positie van de vrouw (de RPF stelt ook vrouwen kandidaat). Verschillen ten aanzien van de zondagsviering en de zondagsrust.

Juist omdat die verschillen er zijn, heeft de SGP bestaansrecht naast de RPF. Als we die verschillen niet meer zien, waarom zouden we dan nog zelfstandig blijven opereren? Dan kunnen we beter maar samengaan met de RPF.

De kracht van de SGP

De kracht van de SGP is gelegen in de principiële fundering van haar program in het onbedriegelijk en onveranderUjk Woord van God. Zij brengt in de politiek niet haar eigen boodschap, maar mag oproepen tot een wederkeer naar Gods geboden. Ook al zou die oproep steeds minder weerklank vinden (en dat is de werkelijkheid die we om ons heen zien) dan mag dat voor de SGP nooit reden zijn om water bij de wijn te doen. Ook niet om daardoor bij de eigen jongeren meer in het gevlei te komen. Dat is principieel onaanvaardbaar en het is trouwens zeer de vraag of dat, op wat langere termijn bezien, de electorale positie van de partij ten goede zou komen.

Wat dat betreft is de recente geschiedenis van de RK Kerk in Nederland zeer leerzaam. Toen men daar eenmaal begon allerlei geboden en voorschriften af te zwakken en tussen haakjes te zetten, was al spoedig het hek van de dam. Als het met die geboden, die jarenlang van kracht waren geweest, nu ineens niet meer zo precies keek, waarom zou men de andere regels dan wel serieus nemen? En ten aanzien van de geloofsopvattingen ging het precies zo. Dat leidde

tot een snelle teruggang van het kerkbezoek en het aantal priesterroepingen en tot een onttakeling van het RK organisatiewezen. De strenge kerk van vroeger ondervond meer steun van haar gelovigen, dan de tolerante kerk van tegenwoordig. Trouwens, om dichter bij huis te blijven, in de Gereformeerde Kerken en hun achterban heeft zich een dergelijk proces voltrokken.

Maar belangrijker nog dan dit soort overwegingen is het gegeven dat het voor een principiële partij niet het belangrijkste is of zij bij de verkiezingen wint of verliest. Niet dat dat haar om het even is. Dat bepaald niet. Maar belangrijker is of zij getrouw geweest is aan haar opdracht. De opdracht om op het poUtieke terrein te getuigen van Gods oppergezag over het geschapene. Om te wdjzen op Gods geboden en beloften, die gelden voor alle tijden. Om te waarschuwen dat Gods toorn over het voUc verwekt wordt, warmeer de overheid het kwaad laat begaan of het zelfs aanmoedigt.

Presentatie

Dat betekent niet dat de SGP zich niet eens kritisch mag bezinnen op haar optreden. Het beginselprogram is niet onfeilbaar en kritiek op de partijleiding is niet altijd verkeerd. Al moeten we wel bedenken dat de beste stuurlui aan wal staan en dat de tijdgeest ook op ons zijn invloed doet gelden.

Aan de presentatie van de partij kan besUst nog wel het een en ander verbeterd worden. Wat dat betreft kunnen we nog wel wat leren van andere partijen. Met name ook de RPF en GPV. De SGP zal een duidelijk geluid moeten laten horen, al betekent dat nog niet dat alles in zwart-wit termen moet worden gepresenteerd. Het gaat me niet om het simplisme van wijlen de Boerenpartij. Ook al weet ik wel dat dat het bij de achterban vaak wel goed doet.

Het moet ons gaan om de relevantie van Gods geboden voor de moderne maatschappij. Maar daarbij moeten we wel bedenken dat die maatschappij ingewikkeld in elkaar zit en dat in het verleden al te gemakkelijk bepaalde antwoorden van het stempel principieel zijn voorzien.

Met haar boodschap moet de SGP vervolgens de mensen bereiken die zij bereiken wil. Een actief voorUchtingsbeleid van een behoorlijke kwaliteit is daarbij een eerste vereiste. Ongetwijfeld wordt er door de partij in dit opzicht meer gedaan dan vroeger. Maar vergeleken met bijv. de RPF is het altijd nog maar weinig.

Daarbij speelt ongetwijfeld een rol dat de RPF via de EO royaal toegang heeft tot de moderne media. De SGP heeft zich ten aanzien van radio en televisie altijd afvidjzend of in ieder geval terughoudend opgesteld. De bezwaren zijn inderdaad vele. Al moeten we wel bedenken dat het zedelijk gehalte en de principiële strekking van zeer veel dagbladen en tijdschriften niet minder erg zijn dan van allerlei omroepprogramma’s.

In ieder geval zal de SGP meer aandacht moeten besteden aan de politieke vorming van haar achterban: van haar leden, haar kiezers en vooral ook van de jongere generatie. Zeker nu de RPF in opkomst is, is de keus voor de SGP lang niet meer zo vanzelfsprekend als vroeger.

Uiteraard besef ik ook wel dat de mogelijkheden van de partij — ook in financieel opzicht - beperkt zijn. Maar de mogelijkheden die er nog zijn, moeten uitgebuit worden. Op hoop van zegen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 oktober 1982

Zicht | 32 Pagina's

SGP VERLOOR DOOR RPF EN THUISBLIJVERS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 oktober 1982

Zicht | 32 Pagina's

PDF Bekijken