Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Afscheid van Van Deursen terecht geboekstaafd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Afscheid van Van Deursen terecht geboekstaafd

7 minuten leestijd

BOEKBESPREKING

redaktuer van het Reformatorisch Dagblad

Bij een afscheid horen ook boeken. De in dit nummer geïnterviewde prof. Van Deursen heeft zich dermate waar gemaakt dat een bibliografische beloning op zijn plaats is. Twee 'afscheidsbundels' bij uitgeverij Bert Bakker - in prachtig formaat - zagen recent het licht: Een bundel artikelen zijn verzameld onder de titel De hartslag van het leven. Studies over de Republiek der Verenigde Nederlanden en een liber amicorum onder de titel Mensen van de nieuwe tijd.

Prof. van Deursen heeft een voorkeur voor drie terreinen: politiek, cultuur, en kerk en religie. Dat constateert prof. G.J. Schutte in het voorwoord van de bundel De hartslag van het leven. De breedheid van Van Deursen komt hierin goed uit de verf. Zijn oeuvre is imponerend door omvang en kwaliteit, zegt Schutte terecht. Van Deursen heeft bronnen uitgegeven, biografiën en monografieën geschreven, en niet te vergeten fraaie essays en diepborende kritieken.

De geschiedschrijving van Van Deursen is een poging tot ontmoeting van medemensen uit andere tijden en culturen, schrijft Schutte. Geschiedenis gaat over mensen, gewone mensen, die medemensen zijn. Van Deursens kunst en verhaaltrant geeft ons het besef deelgenoot te worden van mensen uit andere tijden. Daarbij veronachtzaamt de VU-historicus niet het belang van geloof en religie voor de geschiedschrijving. Zijn bezwaar tegen S. Schama was dat deze de zeventiende eeuw niet kende omdat hij het gevoel voor het religieuze miste. "Een briljante mislukking" zo typeerde hij ooit het boek het boek Overvloed en onbehagen.

In De hartslag van het leven neemt Van Deursen ons mee naar verschillende perioden in de zeventiende eeuw. Zijn bijdrage in het boek van J.C.H. Blom en E. Lamberst (red.), Geschiedenis van de Nederlanden (Rijswijk 1993) over de Republiek der zeven verenigde Nederlanden (1588-1780), is er ook in opgenomen: een duidelijke en beknopte beschrijving van twee belangrijke eeuwen. Daarin schrijft hij onder meer dat het vrijheidsideaal van de Opstand zijn zin verloor zonder de beoogde vrijheid van denken en die was weer onbestaanbaar met het roomskatholicisme van de late zestiende eeuw. De kerk in de vrije Nederlanden kon niets anders dan protestant zijn (p. 21). Was de Nederlandse cultuur van de zeventiende eeuw erasmiaans of calvinistisch? Erasmus tegenover Calvijn stellen is een vals dilemma, antwoordt Van Deursen. De Europese cultuur van de zeventiende eeuw steunde op twee pijlers: het christendom en de klassieken. Beide zijn ook in de Nederlandse cultuur van de zeventiende eeuw zichtbaar

Ten aanzien van de kerk en staat schrijft Van Deursen dat de christelijke overheid ten tijde

van de Republiek zich richte naar de christelijke zedenwet, maar met behoud van compromis. "Politiek is de kunst van het mogelijke, terwijl de wet Gods juist eist wat bij mensen onmogelijk is". Daarom kan er tussen kerk en staat nooit volmaakte vrede heersen. Het boeiende van de Republiek is zijns inziens dat het politieke en het geestelijke regiment niet voor elkaar onverschillig konden zijn (48).

Bijdragen zijn er verder te vinden over de vrede van Westfalen (nooit eerder in het Nederlands gepubliceerd), prins Maurits (uit de bundel Oranje en Nassau; trouwens Van Deursen wil nog steeds een biografie over Maurits schrijven), Engeland en de synode van Dordrecht, en de figuur van Willem 111. Onder het kopje "cultuur" staat Van Deursen stil bij Groningen en Drenthe, het leven van een Amsterdamse burgerman ten tijde van Rembrandt en Jacobus de Rhoer, een achttiende-eeuwse historicus.

Bij het gedeelte van "kerk en religie" zijn stukken uit Bavianen en Slijkgeuzen ("de hervormde kerk: karakter en organisatie") opgenomen, alsmede een gedeelten uit Bimyan in Nederland (Gereformeerd kerkelijk leven in Graft), en een artikel over de twee gemeenten in Zaandam ten tijde van Anna Maria Schuurman (uit Documentatieblad Nadere Reformatie). Dat Van Deursen speciale interesse heeft in staatsinstellingen, blijkt uit het laatste deel waarin opgenomen zijn bijdragen over de Raad van State, de Unie van Utrecht en raadspensionaris Jaco Cats. Kortom, een veelzijdig boek zoals ook Van Deursen veelzijdig was. Het boek besluit met een bibliografie van Van Deursen.

Het liber amicorum is veelzijdig samengesteld. Van Deursens cultuurkritiek is gebaseerd op een totaalvisie waarin hij getuigenis aflegt van zijn christelijk geloof, zo meldt M. van Os in het voorwoord van liber amicorum. Hij typeert de hoogleraar als een combinatie van studeerkamergeleerde en cultuurcriticus die het engagement niet schuwt. Een sobere schrijfstijl siert hem, gedragen door een afkeer van theorieën die hij als obstakel ziet voor concrete werkelijkheid. Het is ondoenlijk om alle 26 (!) bijdragen te noemen van collega's en leerlingen van Van Deursen over diverse onderwerpen uit de zeventiende en achttiende eeuw. Het zijn bekende auteurs, zoals A. C. Duke, H. de Schepper, S. Groenveld. J.J. Woltjer, M.A. Schenkeveld-van der Dussen, M.E.H. Mout en vele anderen.

Boeiend vond ik persoonlijk de bijdrage van W. Heijting over het boek als overdracht van ideeën bij de eerste Nederlandse protestanten ("evangelischen") en de denkwereld van de beeldenstormers in 1566 (door A.C. Duke) (tegen de paapse beeldendienst). Woltjer gaat in op de houding van de Staten van Holland in het jaar van hagepreek en beeldenstorm. Uit de bijdrage van W. Bergsma over gereformeerden in St. Annaparochie in de zeventiende eeuw blijkt dat de kerk een minderheidskerk is gebleven. Bergsma vindt dit dorp zelfs representatiever dan Graft. Van Deursen wees op het belang van kerkeraadsarchieven, maar Bergsma constateert wel het eenzijdig karakter ervan. Doopsgezinden en rooms-katholieken worden bijvoorbeeld daarin niet genoemd hoewel zij wel duidelijk in het Friese dorp aanwezig waren.

Een belangwekkende bijdrage is van de hand van G.J. Schutte over de zeventiende gereformeerden en de slavenhandel. Men wist dat mensendiefstal en misbruiken in slavenhandel tegen Gods gebod waren, maar men liep niet er niet tegen te hoop. Ds. Smytegelt behield bijvoorbeeld zijn aandelen van de West-Indische Compagnie.

Het zicht op dit gebod was kennelijk belemmerd door wetenschappen als natuurrecht en geschiedenis, alsook door een theologie die geen inzicht bezat in de voortgang en ontplooiing van de heilshistorie en door een ethiek die beperkt was tot de eigen groep (211).

Een interessant artikel schreef F.A. van Lieburg over de predikant van Graft, Wouter Adria-

ensz van der Meulen (ca. 1558-1645). Een mooie aanvulling op het boek Dorp in de polder. Van der Meulen was in leer en leven een onbesproken predikant die preekte in een dorp waarin de kerkelijke twisten in de Bestandsjaren het dorpsleven niet raakten, daarentegen wel wel de scheiding tussen Graft en De Rijp.

Verder is er een bijdragen over gebrandschilderd glas in Hollandse kerken, waarin te lezen is dat in een door Philips II geschonken glas de Spaanse koning met Salomo vergeleken wordt, evenals Karel V met David (!). Elke vorst beriep zich immers op een religieuze status en bijbelse voorbeelden. Het door God gegeven gezag was een legitimatie voor een agressief staatsvormingsproces, zo schrijft prof.L. Noordegraaf. Verder heeft het 'vriendenboek' bijdragen over de raadspensionaris Anthonie Heinsius, ds.J.F. Martinet en zijn (stichtelijke) vaderlandse geschiedenis (met daarin een grote nadruk op orde en rust, gevoelens van dankbaarheid aan de Voorzienigheid). Prof.l.M. Veldman concludeert in haar artikel over calvinisme en beeldende kunst in de zeventiende eeuw dat er wel calvinistische kunstenaars waren, maar dat zij een weinig opvallende rol speelden. Maar het calvinisme stond niet negatief tegenover de beeldende kunst als zodanig.

Al met al een veelzijdige bundel. Met Van Deursen heeft een prominent chtisten-historicus afscheid genomen die ook voor de SGP niet zonder belang is. Weten wij nog van een christelijke geschiedbeoefening in de traditie van Groen van Prinsterer, R. H. Bremmer en anderen? Voor een blad als Zicht moeten wij de gereformeerd-orangistische traditie niet verbloemen. Het werk van Van Deursen moge daartoe een stimulans zijn.

N.a.v. A. Th. van Deursen, De hartslag van het leven. Studies over de Republiek der Verenigde Nederlanden; Amsterdam, uitgeverij Bert Bakker, 1996; 464 blz., prijs 65, - ; Mensen van de Nieuwe Tijd. Een liber amicorum voor A. Th. van Deursen; onder redactie van M. Bruggeman e.a.; Amsterdam, uitgeverij Bert Bakker, 1996; 497 blz., prijs 85, -

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 oktober 1996

Zicht | 44 Pagina's

Afscheid van Van Deursen terecht geboekstaafd

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 oktober 1996

Zicht | 44 Pagina's

PDF Bekijken