Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De veranderde verhouding tussen politiek en media

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De veranderde verhouding tussen politiek en media

24 minuten leestijd

door drs. A. de Jong

parlementair redacteur bij het Reformatonsch Dagblad

Een moment uit de verkiezingscampagne van 1994. PvdA-lijsttreicl< er Kol< bezoekt een kinderdagverblijf. Gedempt, maar niet gedempt genoeg, vraagt hij zijn campagneleider en media-adviseur of hij een kind op schoot mag nemen. Deze geeft een toestemmend knikje. De niet voor buitenstaanders bedoelde vraag van Kok laat zien hoe bewust moderne politieke partijen omgaan met aanwezige media. Bij alles wat politici zeggen of doen speelt op de achtergrond de vraag: Hoe werkt dit door in de beeldvorming over mijn persoon en mijn partij? Verkiezingscampagnes zijn aan het eind van de twintigste eeuw vooral mediacampagnes geworden.

Politiek en media vormen een merkwaardig stel. Hun verhouding kenmerkt zich door aantrekken en afstoten. Ze koesteren een diepgeworteld wederzijds wantrouwen, maar zijn tevens in hoge mate van elkaar afhankelijk. Een lournalist kan - enigszins gechargeerd gesteld-door zijn geschrijf een politicus maken of breken. Anderzijds: wat moet een journalist beginnen, als hij nooit een primeur krijgt toegeschoven, nooit een tip krijgt of in vertrouwen wordt genomen over wat zich achter de schermen afgespeet

Doorgeslagen

De verhouding tussen media en politiek is niet statisch. In de laatste decennia lijkt de machtsbalans doorgeslagen in het voordeel van de media. Terwijl politieke partijen zo graag zelf bepalen welk beeld de kiezer zich van hen vormt, lijken ze die greep op de beeldvorming, vooral m campagnetijd, steeds meer kwijt te raken. Eén negatief artikel over de lijsttrekker in een krant, één 'onthullende' reportage over het verleden van de campagneleider, en een partij loopt bijna onherstelbare electorale schade op. Media hebben zich, zo menen sommigen, naast regering, volksvertegenwoordiging en rechterlijke macht, opgewerkt tot een "vierde macht" in de samenleving.

Over die toenemende afhankelijkheid van de politiek van de media wil ik in dit artikel enkele opmerkingen maken. Daarbij hoop ik duidelijk te maken dat de betreffende verschuiving het gevolg is van een ingewikkeld proces. In de afgelopen decennia veranderde niet alleen het politieke bedrijf, maar ook de mediawereld. Over dit proces van op elkaar inwerkende veranderingen vel ik vervolgens een voorzichtig oordeel, waarna ik probeer enkele lijnen te trekken naar de positie van de SGP. Wat moet de SGP aan met de verschuivende machtsverhouding tussen media en politiek»? -Een belangrijke bron van informatie en ideëen vormt voor mijn beschouwing het boek Verkoop van de politiek. De verkiezingscampagne van 1994, door Kees Brants en Philip van Praag jr.(red.).

Tussenschakel

In een democratie regeert het volk. Weliswaar wordt het beleid uitgevoerd door gekozen vertegenwoordigers van dat volk, maar om de zoveel jaar hebben kiezers de mogelijkheid de volksvertegenwoordiging te vervangen, al naar gelang die vertegenwoordigers het in de ogen van de kiezers goed of slecht gedaan hebben.

Kiezer en gekozene: in theorie is het een onlosmakelijke en directe band. In de praktijk zit er echter minstens één schakel tussen: de media. Want op grond waarvan bepaalt de kiezer of zijn vertegenwoordigers het de afgelopen jaren goed gedaan hebbeni Door eigen waarneming en door persoonlijk gesprek met politici^ Veelal niet. Hij vormt zich een beeld van de politiek door de media. Het geschrijf en gefilm van journalisten bepaalt in belangrijke mate de politieke keuze van de burger.

Politici beseffen dat en hechten grote waarde aan hun relaties met journalisten. Waar het maar kan proberen zij ervoor te zorgen dat de pers gunstig over hen schrijft. Soms vinden zij het zelfs voldoende dat de pers over hen schrijft, is het niet in goede, dan maar in kwade zin.

Het gegeven dat media tussen politiek en burger in staan is op zichzelf niet nieuw. In een gecompliceerde, grootschalige samenleving kan de gekozene nooit met alle kiezers persoonlijk en direct contact hebben. Wel IS de laatste decennia de wijze waarop de media haar tussenschakelfunctie vervult, sterk verandert. Die verandering heeft zowel te maken met veranderingen binnen de mediawereld zelf als met veranderingen in het politieke bedrijf.

Eenheidsworst

Om met dit laatste te beginnen: Wat de inhoud van hun program betreft zijn politieke partijen de laatste decennia onmiskenbaar naar elkaar toegegroeid.

Een helder bewijs daarvan is het feit dat in 1994 de vorming van een paars kabinet mogelijk was. Waar is de tijd van de Den Uyl en Wiegel gebleven, die als kemphanen tegenover elkaar stonden^ Niet voor niets nam SP-fractievoorzitter vier jaar geleden bij zijn bezoek aan koningin Beatrix enkele rookworsten mee, als sym-

bool voor de grote partijen-, eenheidsworst.

Voor de burger is het steeds moeilijker geworden om nog enig verschil te ontwaren tussen de idealen en doelstellingen van D66-minister Wijers en WD-miruster Zalm. Ook in de verkiezingscampagnes gaat het steeds minder om inhoudelijke verschilpunten; vaak is er nog slechts een marginaal onderscheid tussen de benaderingswijzen van de partijen. Parallel met deze ontwikkeling is het belang van personen in de politiek toegenomen.

Het mag zo bezien niet verwonderlijk heten dat de media zich - bij het ontbreken van inhoudelijke verschilpunten-steeds sterker op persoonlijke tegenstellingen, conflicten en schandalen richten. Verhalen worden sowieso het beste gelezen als er emotie in zit, als de vraag beantwoord wordt wie er gaat winnen of verliezen, wie er 'woedend' is en wie 'aangeslagen'.

Veranderd kiezersvolk

Ook wat het kiezersvolk betreft, is er sinds WO 11 veel veranderd. In de verzuilde samenleving lag voor de meeste burgers bij voorbaat vast op welke partij ze zouden stemmen. Vaak ging het daarbij meer om affiniteit met de grondgedachten van een politieke stroming dan om het concrete beleid ervan. Voor zover men over dit laatste iets wist, werd men daarover geïnformeerd middels de eigen, verzuilde krant. Partijen konden min of meer rekenen op een vast aantal stemmen. Leden zij desondanks een verkiezingsnederlaag, dan had men eigenlijk maar één strategie: niet zozeer het beleid bijstellen of de oriëntatie veranderen, maar hetzelfde beleid opnieuw naar de kiezers uideggen. Blijkbaar had de eigen, trouwe achterban het verhaal niet goed begrepen.

Tegenwoordig liggen de zaken anders. Niet alleen bestaat er een aanzienlijk aantal zwevende kiezers dat maar moeilijk tot een keuze kan komen, er is bovendien is een flink deel van de bevolking dat in het geheel niet geïnteresseerd is in de politiek en wellicht niet eens naar de stembus gaat. Hierdoor ontstaat de merkwaardige paradox dat de minstbetrokken want zwevende kiezers voor een steeds belangrijker deel de uitslag van de verkiezingen bepalen. Verder is het in dit verband van belang op grond van welke motieven de zwevende kiezer zijn keuze maakt. Onderzoek heeft aangetoond dat dit nauwelijk gebeurt op basis van kennis van de programma's, maar veel meer op basis van een vaag beeld dat men van een partij of een lijsttrekker heeft. Komt de parti] gezellig, open en eensgezind overi Is de lijsttrekker daadkrachtig, sympathiek, warm en samenbindendi

Spotjes

Partijen spelen op deze vragen in. Heel duidelijk is dat te zien in spotjes die gebruikt worden in de zendtijd voor de politieke partijen. Veel van deze chps geven opvallend weinig informatie over het programma van een partij. Wel stralen zij een bepaalde sfeer uit, waarvan verwacht wordt dat die de kiezers aanspreekt. Neem bijvoorbeeld de videobeelden van het CDA, in haar huidige campagne "Samenleven doe je met alleen". Beelden van agenten op straat die de boel in de gaten houden, beelden van een jongen die een oude vrouw helpt oversteken, beelden van verpleegsters die met aandacht een patiënt helpen. En dit alles afgewisseld met spreekteksten van De Hoop Scheffer, maar dat vooral niet te lang. Liever nog een paar beelden van lijsttrekker Jaap die samen met nummer twee van de lijst. Ank Bijleveld, door een herfstbos banjert. Wat ze bespreken, is niet verstaanbaar. Wel is duidelijk dat ze plezier hebben, het roerend eens zijn en vastberaden voortstappen richting een aan beiden bekend doel. Dergelijke beelden en stemmingen zouden weleen méér mensen kunnen bewegen CDA te gaan stemmen dan vijf of tien 'onweerlegbare' argumenten.

Televisie

Zo zijn er in de politiek meerdere ontwikkelingen die een zekere veroppervlakkigmg in de hand werken en waarop de media noodgedwongen danwei gretig inspelen. Echter, ook binnen de media zelf vinden veranderingen plaats, die de eerdergenoemde ontwikkelingen in de politiek versterken of daarop inhaken. De belangrijkste is wellicht de ge­ weldige grote plaats die de televisie in onze samenleving heeft verworven. Het is zeker niet zo dat de televisie de dagbladen geheel heeft weggedrukt, maar het primaat is wel steeds meer verschoven van krant naar beeldscherm. En dit mag duidelijk zijn: televisie is een snel en oppervlakkig medium. Er moet altijd iets te zien zijn, altijd iets bewegen. Gesproken teksten mogen niet te lang zijn; televisiemensen denken bij het samenstellen van een script in seconden, niet in minuten.

yNiet voor niets nam de SP-fractievoorzitter vier jaar geleden bij zijn bezoek aan koningin Beatrix enkele rookworsten mee, als symbool voor de grote partijen: eenheidsvcorst".

Onlangs zag ik een documentaire over lobbyen bij de volksvertegenwoordiging. Het geheel duurde misschien 20 minuten of een half uur. Het leek heel wat. Voor de aardigheid heb ik daarna eens op een rij gezet welke harde informatie ik nu eigenlijk over dit thema had gekregen. Het was in een zinnetje of tien op te schrijven. Niets over de vraag waar de grenzen liggen bij lobbyen, in hoeverre er geschenken gegeven worden en of dat toelaatbaar is, niets over de vraag of het terecht is dat de welbespraakste en vermogendste lobbyist het debat bepaalt.

Televisie neigt er uit de aard der zaak naar mensen en niet zozeer zaken in het middelpunt te zetten. Voor politieke partijen wordt daarom steeds belangrijker of kandidaten en lijsttrekker een goede uitstraling hebben. Kleine onhebbelijkheden of onvolkomenheden worden door het medium televisie soms sterk uitvergroot. Denk aan de priemende ogen van voormalig CDA-lijsttrekker Brinkman. Een mediageniek lijstrekker daarentegen kan voor een partij 'vi/onderen' doen. Denk aan SP-voorman Marijnissen of GroenLinks-lijsttrekker Rosenmöller.

Illusie

Daarbij is televisie, wellicht nog sterker dan kranten, misleidend. Beelden geven de kijker de illusie zelf bij een evenement, een debat aanwezig te zijn geweest, maar het is niet meer dan een illusie. Doordat uit een bijeenkomst van enkele uren slechts een aantal seconden getoond wordt, en dan nog vanuit die en die hoek van de zaal, ontstaan snel grove vertekeningen; vertekeningen waarop argeloze toeschouwers vaak minder bedacht zijn dan op de subjectiviteit van de schrijvende pers.

„Dagbladen kunnen het zich naar eigen gevoel niet veroorloven een item dat de vorige avond uitgebreid in Netwerk is geweest in hun krant te negeren".

Hoe dit ook zi|, politici geven er steeds vaker de voorkeur aan de werkelijke belangrijke dingen die zij te zeggen hebben, voor de t.v.-camera's te zeggen. Dagbladen worden, als ze niet oppassen, steeds meer volgend. Zij kunnen het zich naar eigen gevoel niet veroorloven een item dat de vorige avond uitgebreid in Netwerk is geweest m hun krant te negeren. De lezers van de krant zouden dit thema, zo vreest de redactie van het dagblad, onmiddelijk missen en de 'eigen' krant onvolledigheid verwijten.

Tenslotte kan in dit kader opgemerkt worden dat er de laatste tien jaar ook binnen het medium televisie grote veranderingen plaats hebben gevonden. Amusement is steeds belangrijker geworden. De commerciële zenders hebben een geweldige opmars gemaakt. Dat deze ontwikkelingen de diepgang van het journalistieke werk in het algemeen met bevorderen, behoeft geen nader betoog.

Veroppervlakklglng

Samenvattend hebben we tot nu toe gezien dat ontwikkelingen in de politiek en in de media, die wederzijds op elkaar ingrijpen, tot een zekere veroppervlakklglng hebben geleid in zowel het politieke gebeuren zelf ais in de politieke berichtgeving. Het gaat waarschijnlijk wat ver om dit veramerikanisering van de politiek te noemen. We zijn in Nederland nog niet in de situatie beland dat de programmapunten van een partij zich maar moeten aanpassen aan de voorkeuren en het karakter van de lijsttrekker.

Verder hebben we tot nu toe gezien dat toenemende desinteresse van de burger in de politiek en een groeiend aantal zwevende kiezers, de politiek afhankelijker hebben gemaakt van de media. Meer nog dan vroeger hebben politici de media nodig om de onverschillige of weifelende kiezer naar de eigen partij toe te leiden. Meer nog dan vroeger de krant, is het indringende medium televisie in staat door een 'karaktermoord' of het onthullen van een 'schandaal' vlak voor de verkiezingen het stemgedrag van burgers te beïnvloeden. De afhankelijkheid van de media kan hun agenda steeds meer bepalen aan de hand van onderwerpen die de media belangrijk vinden.

Om de afhankelijkheid van de pers te verminderen en zelf meer greep te houden op de beeldvorming, slaan politieke groeperingen de laatste jaren bewust nieuwe wegen in. Politici treden vaker op in talkshows, geven vaker interviews aan roddelbladen en nodigen op hun campagnes vaker regionale televisie uit. Het motief hierachter is niet alleen dat de door deze media gegenereerde publiciteit in electorale termen gerekend veel oplevert, maar ook de veronderstelling dat journalisten uit dit soort gremia minder kritisch zijn dan het Haagse journaille en meer uit zijn op een gezellig en dus wervend gesprek dan op inhoudelijke diepgraverij.

Waken

De vraag is tenslotte wat bovenstaande ontwikkelingen pers en politiek te leren hebben. Om met de eersten te beginnen, het zal duidelijk zijn dat het proces van veroppervlakklglng - het zit bi)na in de gekozen terminologie opgesloten-door mij hoofdzakelijk negatief beoordeeld wordt. De media, toch al openliggend voor oppervlakkigheid door een onvermijdelijke snelheid van werken, zullen ervoor moeten waken dat dit proces verder doorzet. Dat geldt behalve de televisie ook de krant. Televisie mag dan een steeds belangrijker plaats krijgen in de nieuwsvoorziening, het is opvallend dat kranten desondanks hun plaats in de samenleving hebben behouden. Althans tot nu toe. Dat heeft niet alleen met praktische redenen te maken, in de trant van: wie 's morgens per trein naar zijn werk gaat. kan nu eenmaal geen televisie kijken, maar wel de krant lezen. Het heeft ook te maken met de onvolkomenheden van het medium televisie. Als het gaat om het toelichten van achtergronden van meuwsfeiten, om analyseren en om een zekere mate van volledigheid, heeft de krant een grote voorsprong op de televisie. Het IS dan wel zaak dat dagbladen de eigen aard van hun medium volledig uitbuiten.

Maurits en Marilène

Een voorbeeld uit het Reformatorisch Dagblad is het huwelijk van prins Maurits en Marilène van den Broek. Enkele dagen na het bekend worden van het huwelijksvoornemen en het feit dat de aanstaande echtelieden toestemming zouden vragen aan het parlement, kwam deze krant met een samenvatting van het debat dat destijds over het huweli|k van Irene en Karel Hugo de Bourbon Parma is gevoerd. Bovendien publiceerde de krant de belangrijkste stukken uit de toespraak die ir. C. N. van Dis (SGP) bij die gelegenheid hield.

Lezers die in dit onderwerp geïnteresseerd zijn, kregen op die wijze een schat aan achtergrondinformatie, die ze op hun gemak tot zich konden nemen. Daar kan een televisie (nog) niet tegenop. Een zelfde voorbeeld is het integraal publiceren door Trouw van de preek die Nico ter Linden hield bij de 60e verjaardag van Beatrix. Juist bij de enorme nieuwsen informatiestroom die mensen heden ten dage op zich af zien komen, ligt er voor dagbladen een dankbare taak die informatie te ordenen, te analyseren en eventueel te becommentariëren.

Daarbij zal het voor een krant niet altijd mogelijk en wellicht niet eens gewenst zijn zich geheel los te maken van de moderne trend van verslaglegging. Het is eerder slim dan afkeurenswaardig een lang, saai en

technisch debat over huursubsidie te beschnjven aan de hand van een persoonlijke strijd, vete bijna, tussen D66-staatssecretaris Tommei en PvdA-kamerhd Duivesteijn. Hoe moet een journalist de lezers anders aan het lezen kri)geni

Vanzelfsprekend moet een verslaggever daarbij wel oppassen dat zi]n verhaal niet geheel en al opgaat in de vraag: wie wint en wie verliest? -De kunst en uitdaging voor de journalist is om binnen het raamwerk van "Duivesteijn zit Tommei weer eens op zijn dak" de lezer zoveel mogelijk zakelijke en inhoudelijk relevante informatie over de huursubsidiewet mee te geven. Wat houdt de wet m zijn algemeenheid ini Waarom is hij nodigi Over welke onderdelen bestaan meningsverschillen^ Wie neemt welke positie mi Welke electorale overwegingen zitten er wellicht achteri Enzovoort, enzovoort.

Verzet

De door mij beschreven op elkaar ingrijpende ontwikkelingen op het gebied van media en politiek nopen ook politieke partijen en fracties tot een reactie. Ik beperk me wat dit betreft tot de SGP.

Aan de ene kant lijkt het mij gepast dat een partij als de SGP zich verzet tegen de hierboven gesignaleerde tendenzen. Bijdragen van SGP-vertegenwoordigers in raden, staten en kamers kenmerkten zich vanouds door diepgang en kennis van zaken. Hoewel in verkiezingstijd de uitstraling van personen best een rol speelde, heeft de partij altijd geprobeerd inhoudelijke campagnes te voeren. Dat moet vooral zo blijven. Niet alleen omdat het SGP-electoraat hieraan hecht, maar vooral omdat het een kwestie is van karakter.

Debatten herleiden tot principiële uitgangspunten en zoveel mogelijk afstand nemen van de waan van de dag moet ook in de toekomst het handelsmerk van staatkundig-gereformeerden zijn. Spontaan dingen roepen om daarmee media-aandacht te krijgen, past niet in de traditie van de SGP en kan evenmin een uitvloeisel zijn van een christelijke levenswandel. Zelf thema's op de agenda zetten die vanuit het christelijk geloof van belang zijn, past daar wel m. Dit zetten van eigen accenten wordt door media ook ge'waardeerd. Voorbeelden van thema's die door christelijke politici op een goede wijze zijn toegeëigend zijn: gokbeleid (Schutte), functioneren van de bijstand (Van Dijke), randschrift op de Euro (Van der Vlies).

Geen oogkleppen

Aan de andere kant hoeft ook een partij als de SGP niet met oogkleppen op door de - wereld. Ook voor deze partij, hoewel zij nog altijd kan bogen op een relatief trouwe en vaste achterban, is de tijd voorbij dat mensen als vanzelfsprekend SGP stemden. Steeds meer zal er aandacht moeten zijn voor de wijze waarop de partij bij de kiezer overkomt. Dat betekent ondermeer dat bewust en verstandig omgaan moet ^A^orden met de media.

Onderwerpen als de uitstraling van de lijsttrekker, een goede vertegenwoordiging van jongeren op de lijst, de wijze waarop standpunten naar buiten worden gebracht, het tijdstip waarop die standpunten worden gepresenteerd, het uitnodigen van pers bij partijbijeenkomsten, om maar niet meer te noemen, mogen dan geen taboe zijn.

Op zichzelf lijkt het me ook niet verkeerd als politici of toekomstige partijvertegenwoordigers een mediatraining of een cursus welsprekendheid volgen. Zolang daarbij de inhoud maar niet ondersneeuwt. Wat dit betreft bevat de CDA-campagne van 1994 goede lessen. Niet de campagneinhoud maar de campagne-vorm (Brinkman promotie) en campagneleider (Wester) stonden centraal, wat zich uiteindelijk als een boemerang tegen de christendemocraten keerde. Een ander punt waar hard aan gewerkt moet worden is de sfeer binnen een partij. Electoraal lijkt het van steeds groter belang te worden dat binnen partijen een goede en open sfeer heerst. Dat haalt meer stemmen binnen dan al het zweten en zwoegen van een fractie. Partijen met inteme ruzies trekken geen stemmen, hoe goed ze in raden, staten en kamers ook hun best doen. Wat dit betreft kan het vrouwendebat de SGP veel leren.

Nieuwe Revue

Een aparte vraag is van welke media de SGP precies gebruik moet maken. Ik ga daarop niet al te diep in. Slechts enkele opmerkingen. De aard van het medium doet er v/el degelijk toe bij de vraag of men ervan gebruik moet maken. Bij de Telegraaf heeft de SGP naar mijn smaak niets te zoeken, evenmin als bij Nieuwe Revue. Het interview dat Van Dijke ooit aan het laatste blad heeft gegeven, be-wijst dat dit soort 'evangelisatie' veelal ploegen op rotsen is. Media die zelfs niet de intentie hebben christelijke politici te begrijpen dienen gemeden te worden.

„Of zichzelf lijkt het me ook niet verkeerd als politici of toekomstige partijvertegenvi'oordigers een mediatraining of een cursus welsprekendheid volgen".

of de SGP bewuster en geplander gebruik moet maken van televisie is een vraag die ik graag aan de partij overlaat. Er zijn globaal twee motieven om dat te doen: het tot meerder

erkenning brengen van de staatkundig-gereformeerde beginselen en stemmenwinst.

Persoonlijk zou ik er goed mee kunnen leven als vanuit dit eerste motief vaker gebruik gemaakt werd van televisie, al zal er altijd begrip moeten blijven voor die SGP-vertegenwoordigers die voor zichzelf moeilijk de hersengymnastiek kunnen maken van enerzijds waarschuwen tegen televisie en anderzijds ervan gebruik maken.

Het electorale belang van het gebruik maken van televisie lijkt me voor de SGP vooralsnog kleiner dan voor andere partijen. Wel kan dit belang toenemen, wanneer het televisiebezit in de eigen achterban toeneemt. Wat Internet betreft schat ik in dat dit medium op dit moment voor de politiek nog slechts van marginale betekenis is.

'Eigen' kranten

Van veel groter belang voor de SGP zijn de kranten: naast Reformatorisch Dagblad ook Nederlands Dagblad en wellicht ook Trouw.

Voor de relatie met deze kranten geldt hetzelfde v/at eerder is opgemerkt over de verhouding tussen krant en politieke partij van een bepaalde zuil.

Zomin als het CDA verv/achten mag in Trouw voortdurend positief te worden besproken, zomin mag de SGP ervan uitgaan in het Reformatorisch Dagblad bij voorbaat lovend beschreven te worden.

Wel mogen SGP RPF en GPV verwachten dat, waar landelijke dagbladen hen grotendeels negeren, kranten als RD en ND ruimschoots aandacht aan hen besteden. Dat verwacht het lezerspubliek van deze kranten ook.

Anderzijds moeten de kleine christelijke partijen er niet gek van op kijken als ook de 'eigen' kranten professioneel willen opereren. Dat houdt in dat in principe alleen "nieuws" de krant haalt. Nieuws is dat wat nog niet eerder bekend was. dat wat afwijkt van het gewone, dat wat je niet zou verwachten, dat wat origineel is, enz.

In dit licht zou de spreuk genoemd kunnen worden dat niet het vele goed is maar het goede veel. Met andere woorden: ook vanuit het oogpunt van een goed bedienen van de media is het voor een fractie goed keuzes te maken.

Liever aan minder debatten meedoen met een originele bijdrage, dan aan veel dingen met een oppervlakkig twaalf-in-een-dozijn-verhaal.

lijsttrekker.' Denk in dit verband aan de verkiezingsmotto's "Laat Lubbers zijn karwei afmaken" (1989) en "Kies Kok" (1994). Er is dus sprake van een verpersoonlijking van de politiek.

Hiermee samen hangt de verschuiving in aandacht van het politiek programma van de partijen (gebaseerd op beginselen of een ideologie) naar bepaalde specifieke problemen. Deze trend wordt ook beschreven in het hiervoor genoemde boek "Zwiveiide kiezers d2 zappende kijkers". Opgemerkt wordt dat recente politieke spots, die in de aanloop van de verkiezingen van 1998 zijn uitgezonden, erop wijzen dat politieke partijen zich niet langer als een brede beweging presenteren, maar als miilüpk-issue bewegingen. Er wordt in die spots ingegaan op slechts één enkel helder afgebakend probleem, zoals onderwijs of gokverslaving. Simons wijst in dat verband nog op een ander opvallend punt, namelijk dat de politici zich in deze spotjes niet tot de kijker richten met een opvatting over betreffende kwesties, maar zich opstellen als geïnteresseerde en betrokken belangstellenden die zich laten informeren door ervaringsdeskundigen als burgers die door de problemen getroffen worden of professionals die dagelijks met de problemen te maken hebben. "De politicus treedt m deze spotjes met meer op als drager van een boodschap, maar eerder als een soort van ombudsman, die bemiddelt tussen burger en openbaar bestuur."^

Veramerikanisering

Politieke partijen staan ook nog op een andere manier in verbinding met de media. De media, en met name de televisie, spelen namelijk een belangrijke rol bij het verrichten van politiek marktonderzoek. Politici en politieke partijen worden op deze wijze achtervolgd door de uitslagen van de permanent gepeilde publieke opinie. We hoeven hierbij slechts de namen te noemen van Brinkman en Heerma om te beseffen dat de kritische achtervolging van de media reeds de nodige slachtoffers heeft gevergd. Volgens Simons kunnen politieke partijen en politici deze opiniepeilingen niet negeren, omdat zijn in hoge mate de kracht van self-fulfilling prophecy's hebben. "Al lang voordat de verkiezingen van 1998 daadwerkelijk zijn gehouden, staat D66, (...) reeds als de grote verliezer te boek, omdat de opiniepeilingen een halvering van dit aantal voorspellen."^ Hieruit blijkt dat opiniepeilingen niet alleen registreren, maar deze ook regisseren. De beeldvorming van politieke partijen in de media is dus van wezenlijk belang.

De hierboven beschreven ontwikkelingen worden wel aangeduid als de veramerikanisering van de politiek. Simons is van oordeel dat ondanks deze veramerikanisering grote verschillen blijven bestaan tussen de politieke communicatie in de Verenigde Staten (VS) en in Nederland. In dat verband wijst hij onder meer op de verschillende inrichting van het medialandschap.' In de VS is er in dit opzicht sprake van een vergaande privatisering, terwijl in Nederland de communicatie voor een groot deel verloopt via de van overheidswege gereserveerde zendtijd voor politieke partijen op de zenders van de publieke omroep. Daarnaast stellen - volgens Simons - de beperkte budgetten van de politieke partijen in Nederland grenzen aan de veramerikanisering van de politieke cultuur. Wat het eerste punt betreft is van belang dat de commerciële zenders zich inmiddels bereid hebben verklaard tijdens de campagne van 1998 politieke commercials uit te zenden. Simons zelf concludeert dan ook dat politieke partijen in de nabije toekomst "meer naar het middel van politieke commercials zullen gaan grijpen om zich, zoals producenten en verkopers van consumptiegoederen, middels paid publicity te verzekeren van de distributie van een in eigen beheer ontwikkeld imago, dat vooral op affectieve identificatie en de persoonlijke eigenschappen van de voor een partij gezichtsbepalende politici is gebaseerd. Het is dus zeker niet ondenkbaar dat (...) in dit opzicht de Nederlandse politieke cultuur zich in de richting van het Amerikaanse voorbeeld zal gaan evolueren."'

Subsidiëring

Hoe zit het nu met de krappe budgetten van de politieke partijen^ Met betrekking tot deze vraag is van belang dat op dit moment een v/etsvoorstel inzake de subsidiëring van politieke partijen bij de Tweede Kamer IS ingediend." Daarbij wordt tevens een structurele en substantiële verhoging van het niveau van de subsidie voorgesteld (een verhoging van ruim 20%). De Raad van State heeft in dat verband de kritische opmerking gemaakt dat politieke partijen op deze wijze financieel afhankelijker worden van de overheid. Daar komt volgens de Raad nog bij dat buitenlandse ervaringen uitwijzen "dat verhogingen van subsidies aan politieke partijen welhaast een automatische tendens vertonen"." De Minister van Binnenlandse Zaken heeft hiertegen ingebracht het voorgestelde beschikbare bedrag van iets meer dan 10 miljoen zeker niet bovenmatig is. Daarnaast is van een automatische tendens tot groei in de Nederlandse situatie tot nu toe geen sprake geweest. "Voor de toekomst zou dat ook niet het geval moeten zijn." Overtuigend kan deze reactie van de minister in ieder geval niet genoemd worden.

In artikel 4 van het wetsvoorstel worden de activiteiten opgesomd waarvoor de subsidie kan worden aangewend. Het valt op dat de verkiezingscampagnes hiervan geen deel uitmaken. Volgens de regering zal subsidiëring van verkiezingscampagnes "leiden tot een te grote afhankelijkheid van politieke partijen van de rijksoverheid op een zeer essentieel onderdeel van hun functioneren". Op zich is dit juist. Toch is hiermee niet alles gezegd. Toepassing van de regels der logica leidt immers al snel tot de conclusie dat door het subsidiëren van verschillende activiteiten voor de partijen een ruimer budget overblijft voor het houden van verkiezingscampagnes. Ook in financieel opzicht lijkt dus met de indiening van het genoemde wetsvoorstel en de daarbij behorende structurele verhoging van het subsidiebudget de weg te worden vrijgemaakt voor een verdergaande veramerikanisering.

SGP

Interessant is in dit verband nog een door de SGP-fractie gemaakte opmerking bij het genoemde wetsvoorstel. Naar aanleiding van de berichtgeving van commerciële omroepen om reclamezendtijd te verkopen aan

politieke partijen, wijst de fractie erop dit een onwenselijke ontwikkeling te vinden, omdat aan de politieke partijen via de landelijke publieke omroep zendtijd ter beschikking wordt gesteld. De leden van de SGP-fractie "gaan er van uit dat overheidssubsidies voor politieke partijen niet mogen worden gebruikt om commerciële zendtijd te kopen. Zij ontvangen graag hiervan een bevestiging van de regering."'' Bij de afsluiting van deze bijdrage was het antwoord van de regering nog niet bekend.

Gelet op het voorgaande is het van wezenlijk belang dat een dam wordt opgeworpen tegen de verdergaande veramerikanisering van de politieke cultuur. Overigens gaan niet alle politieke partijen met dit proces mee. De SGP heeft tegen de gesignaleerde ontwikkelingen fundamentele bezwaren. De kloof tussen burger en politieke partijen is in de visie van deze partij met te dichten met politieke spotjes. Zoals reeds eerder in een nota van het Studiecentrum is geconcludeerd zijn de aan Gods Woord ontleende beginselen in staat om een duurzame band te doen ontstaan tussen kiezer en gekozene. "Er bestaan geen betere voorspellers van het toekomstig stemgedrag van de verkiezingskandidaten bij de beslissingen in het parlement of de regering dan hun politieke beginselen.""

Noten


1. J. Simons, Zwevende kiezers en zappende k ken; folitieke beeldvorming of televisie, A sterdam, 1998. Simons is verbonden aan de leerstoel film- en Televisiewetenschappen van de Universiteit van Amsterdam.

2. R. Koole, De of komst van de moderne kad partij; veranderende parttjorganisatie in derland 1960-1990, Utrecht, 1992.

3. Zie ook R. Koole, De opkomst van de moderne kaderpartij: veranderende partijor satie in Nederland 1960-1990, Utrecht, 1992, blz 410

4. J. Simons, a w., blz. 141.

5. J. Simons, a it', blz. 19.

6. De eveneens genoemde beperkingen van het Nederlandse partijsysteem en kiesstelsel en de beperkte ruimte van de Nederlandse omroepwet blijven hier buiten beschouwing.

7. ]. Simons, aw., blz. 15.

8. Kamerstukken II 1997/98, 25 704, nrs. 1-3.

9. Kamerstukken II1997/98, 25 704, A, blz. 3.

10. Kamerstukken II 1997/98, 25 407, nr 4. blz. 19.

11. joh. Weggeman, Weer wat nieuws! Een krit sche blik op staatkundige vernieuwinge Houten, 1996, blz. 42.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 april 1998

Zicht | 28 Pagina's

De veranderde verhouding tussen politiek en media

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 april 1998

Zicht | 28 Pagina's

PDF Bekijken