Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De normatieve driestar

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De normatieve driestar

5 minuten leestijd

drs. Joh. Weggeman

redactielid van Zicht

In zijn Noodwendigh vertoogh spreekt Willem Teellinck de vurige hoop uit dat het in Nederland zal komen tot het maken van een heilig verbond tussen de Heere onze God, de wettige overheden en het volk als geheel. Het drievoudig snoer dat hierin ligt opgesloten, kan worden gelezen als een theocratische norm. Deze normatieve opvatting van het drievoudig snoer kan ook worden gevonden bij Johannes Althusius (1557-1638). Het is voor hedendaagse theocraten van belang kennis te nemen van zijn opvatting over het drievoudig snoer.

De discussie over het drievoudig snoer 'God, Nederland en Oranje' wordt (helaas) gedomineerd door historici. Het gaat bij hen veelal om de vraag of in Nederland een dergelijk snoer aanwezig was dan wel verondersteld werd in het verleden. Belangrijker dan de historische beschouwingen over het drievoudig snoer is de normatieve betekenis van het drievoudig snoer voor alle tijden en plaatsen. Het gaat dan niet slechts specifiek om 'God, Nederland en Oranje', maar om 'God, volk en overheid'. Voor de normatieve betekenis van dit drievoudig snoer kunnen we te rade gaan bij de staatsbeschouwing van Althusius, zoals neergelegd in zijn Politica.

Met betrekking tot het drievoudig snoer zijn er m de politieke theorie van Althusius twee verbonden van belang. In de eerste plaats is dat het godsdienstig verbond dat gesloten wordt tussen de Heere enerzijds en de hoge overheid en het volk anderzijds. In dit verbond beloven de overheid en de leden van het rijk, gezamenlijk en plechtig bijeen, twee plichten te vervullen. De eerste is de introductie van de ware godsdienst in leer en leven in het rijk. De tweede plicht van het verbond is het bewaren en verdedigen van deze godsdienst. In het godsdienstig verbond erkennen overheid en leden van het rijk dat hun rijk staat onder God en zij beloven Hem geloof en gehoorzaamheid daar Hij is de Ko­ ning der koningen en de Bezitter van alle dingen. In de Bijbel zijn dergelijke verbonden tussen God, de overheid en het volk niet onbekend.

De schuldenaren in het godsdienstig verbond zijn de overheid en het volk die beloven dat zij al datgene zullen doen wat ten dienste is van het rijk van God. Beide tafels van de Decaloog zijn in die belofte begrepen. Overheid en volk zijn schuldenaren in de zin dat elk moment de volkomen voldoening van de belofte van beide afzonderlijk geëist kan worden. Beide zijn zij afzonderlijk ten volle verantwoordelijk voor de vervulling van de belofte. De ene schuldenaar kan zodoende verantwoordelijk gehouden worden voor de tekortkomingen van de andere schuldenaar Hij deelt dan ook in de zonde indien hij zijn medeschuldenaar niet houdt aan de vervulling van het verbond. Het volk, vertegenwoordigd door de lagere overheden, zijn derhalve gehouden de hoge overheden te wijzen op hun tekortkomingen bij ontheiliging van het verbond en deze ook te weerhouden van ontheiligingen. De Schuldeiser van het verbond is God. Hij belooft volk en overheid te zullen zijn een goeddoend God en genadig Beschermer indien zij het verbond houden. Het tweede verbond dat met betrekking tot het drievoudig snoer bij Althusius van belang is, is het regeringsverdrag waarbij de macht aan de gekozen ministers wordt toever­ trouwd in naam van het hele volk. Met dit verdrag wordt de soevereiniteit van het volk door de lagere overheden overgedragen aan de hoge overheid. Deze soevereiniteit is de hoogste macht op aarde en is eigendom van het de staat vormende volk dat door het godsdienstig verdrag met God verbonden is. Van Hem is alle macht en heerschappij afgeleid. De lagere overheden dragen in naam van het volk dat zij vertegenwoordigen aan de hoge overheid het bestuur onder bepaalde voorwaarden over door middel van een regeringsverdrag. Dit regeringsverdrag is een aanvulling op het godsdienstig verdrag. Het regeringsverdrag is geen maatschappelijk contract, waarmee soevereine burgers zich aaneensluiten, maar een verdrag tussen overheid en burgers, waarin de rechten en plichten van beide partijen zijn vastgelegd. Galvijn kende ook zo'n verdrag.

Het is van belang hier te stellen dat het regermgsverdrag en de soevereiniteit van het volk bij Althusius niet moet worden verward met het maatschappelijk verdrag en de volkssoevereiniteit bij Rousseau. Althusius ziet een belangrijke rol voor het volk, vertegenwoordigd door de lagere overheden, weggelegd om absolutistische neigingen van de overheid te bedwingen. Met het volk doelt hij echter nimmer op de optelsom van alle in het rijk levende individuen zoals Rousseau. Tussen de volkssoevereiniteit van Rousseau en die van Althusius bestaat een principieel verschil. De volkssoevereiniteit van Rousseau is een ontgrenzende macht; die van Althusius een begrenzende. De volkssoevereiniteit van Rousseau heeft zijn oorsprong in het beginsel van de revolutie; die van

Althusius komt voort uit een anti-revolutionair beginsel. De volkssoevereiniteit van Rousseau gaat uit van de gelijkheid van de mens; die van Althusius gaat expliciet uit van de ongelijkheid van de mens. Rousseau gaat ervan uit dat de mens van nature goed is; Althusius gaat ervan uit dat de mens van nature geneigd is tot het kwade. Rousseau erkent slechts de staat en de algemene volkswil als zijn god; Althusius erkent boven alles de absolute soevereiniteit Gods op alle terremen van het leven. Op basis van de twee ge­ noemde verbonden, het godsdienstig verbond en het regeringsverdrag, die complementair zijn, ontstaat een drievoudig snoer tussen God, de overheid en het volk. Ook voor vandaag de dag geldt nog: 'dat snoer verbreke nooit'. Deze normatieve driestar dient de theocratische volkvertegenwoordiger tot kompas. De volksvertegenwoordigers zijn immers degenen die de hoge overheid moeten houden aan het verbond met God en die ook het recht hebben deze overheid te vervangen in het geval deze dit godsdienstige verbond of het regeringsverdrag overtreedt. Een theocratische partij die voluit wenst te opereren in een democratische rechtsstaat kan zich beroepen op deze normatieve driestar. Elke staatsbeschouwing, hoe godsdienstig van aard wellicht ook, die deze driestar van de absolute soevereiniteit Gods, de soevereiniteit van het volk en de soevereiniteit van de overheid uit het oog verliest, door aan één of meer van de elementen van deze driestar de rechtmatige macht te ontzeggen, ontaardt in absolutisme, anarchisme of atheïsme.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1999

Zicht | 28 Pagina's

De normatieve driestar

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1999

Zicht | 28 Pagina's

PDF Bekijken